Van neurologen en banana splits, maar niet simultaan

Ons pa moest vandaag voor een controle naar de neuroloog, en hij wil niet gaan zonder mij. Daar ben ik bijzonder blij om, want ik wil ook niet dat hij alleen gaat. Niet dat hij daar niet competent genoeg voor is, verre van, maar hij vergeet gewoon wat er gezegd wordt. Zijn directe geheugen is prima – geen gevaar voor Alzheimer of zo dus – en alles van twintig jaar geleden en meer herinnert hij zich ook nog perfect, maar alles van pakweg een week of zo geleden, is hij gewoon weer kwijt.

Zo kan hij de berichten die ik hier geschreven heb, probleemloos week na week herlezen: hij herinnert zich niet dat hij ze al gelezen heeft, tenzij na de derde keer of zo. En dan beweert hij vooral bij hoog en laag dat hij dat nog niet gelezen heeft, terwijl ik woordelijk zijn commentaar op een bepaald bericht kan herhalen. Of hij beweert dat hij nog nooit Barts spaghetti hier gegeten heeft, terwijl dat al minstens tien keer is gebeurd.

Nu, daar valt dus niks aan te doen, dat is een vorm van hersenschade na zijn tromboses, en dan passen we daar een mouw aan. Zo heeft de neuroloog hem op het hart gedrukt een nieuwe huisarts te zoeken, en heeft ze op op een van zijn voorschriften ook uitdrukkelijk geschreven – op de achterkant, met stempel en handtekening en al – dat hij dat niet mag innen zonder eerst een nieuwe huisarts te hebben. Zijn vorige huisarts is zelf ziek en gestopt met zijn praktijk, en hij heeft al zijn patiëntengegevens doorgegeven aan iemand anders. Daar wil ons pa niet naartoe, want stel u voor dat hij zijn auto zou moeten nemen naar die dokter. Het is niet alsof hij ooit te voet naar zijn vorige huisarts is gegaan, maar bon. En een huisarts die aan huis komt, du jamais vu! Maar ook de neurologe verzekerde hem dat die nieuwe dokter hem moet leren kennen als hij normaal is, zoals bij het voorschrijven van medicatie, zodat ze kan inschatten hoe ziek hij is als ze hem dan komt bezoeken.

Enfin, om kort te gaan: er is niet echt veel veranderd, zijn medicatie wordt behouden zoals ze is, en hij MOET BLIJVEN WANDELEN! Zijn levieten zijn wel grondig gelezen, ik had bijna medelijden met hem.

Als troost hebben Merel en ik dan maar een uitgebreid vieruurtje gemaakt voor hem: een banaan in stukjes, met daarboven vanille-ijs, het laatste restje slagroom dat we nog hadden, en karamelsaus.

Hij glunderde ^^

Girls’ Day Out, deel twee

Jawel, opnieuw een dag zonder mannen in huis, en dus trokken ook wij tweetjes er vanonder.

Pas om kwart over een was er plaats op het terras van het Kolleken, maar erg vonden we dat niet: we hadden laat ontbeten en voor de beste frietjes van Gent moet je wel wat over hebben, toch?

Een spitburger en een zeer fijne scampisalade later – de tomatensoep en de koffie achteraf eigenlijk niet vergeten – reden we verder naar de Action in Mariakerke: we zochten eigenlijk vooral touw om vriendschapsbandjes mee te maken, maar uiteraard waren er ook nog andere dingen te vinden. Zo hoort dat in de Action.

Over een niet echt kasseivrije, maar wel verkeersarme route reden we naar het klooster van de Augustijnen in de Sint-Margrietstraat, want daar was een mini-editie van het Figurentheater (aka. Puppetbuskers van vroeger) neergestreken, maar had dat pas gisterenavond gezien. Enfin, we slaagden erin om a) bekenden tegen te komen en getrakteerd te worden b) een fijne voorstelling bij te wonen c) meer bekenden tegen te komen en nog meer getrakteerd te worden.

En daarna reden Merel en ik nog verder ’t stad in, gewoon om een ijsje te halen. Tradities zijn tradities, toch?

Maar schoenen hebben we nog steeds niet gevonden.

We fietsten naar huis, met inmiddels een stevige tegenwind, en Merel, die er intussen toch wel 15 kilometer op zitten had, was zo verhit dat ze thuis meteen het zwembad in sprong.

Zalig, toch?

 

Girls’ Day Out

Deze morgen kwamen Merel en ik plots tot de vaststelling dat we vandaag maar met zijn tweetjes gingen zijn: Kobe is op kamp, Wolf zit bij Arwen en Bart is gaan werken.

Snode plannetjes? Well du-uh.

Tegen de middag gingen we de fiets op richting ’t stad. Merel kan perfect fietsen, maar is vaak nog te bang in het verkeer. Maar als mama verkeersarme en tramspoorvrije routes kiest, valt dat best mee. Al kan dat op zich dan weer nefaste gevolgen hebben voor de bips, wanneer die route dan langs kasseistroken loopt: de Sint-Antoniuskaai, Lievekaai en Gewad liggen er nu niet bepaald gestreken bij.

De fietsen werden geposteerd op de Korenmarkt, en wij gingen lunchen op het terras van de Godot. Merel ontfermde zich over een stevige spaghetti, ik nam dan weer sliptongetjes tot mij.

Een museum zat er vandaag niet in: er moesten schoenen voor Merel gevonden worden. En bandjestouw, en eventueel een lang kleedje met mouwtjes voor mij.

Het ging dus van winkel-in, winkel-uit, iets wat ik absoluut niet graag doe en dat ook Merel na verloop van tijd ging tegensteken. We vonden gezichtscrèmes, washi-tape met houdertje, pandaspullen voor haar kamer, allerhande andere kleine spulletjes en – zo schrijft de traditie het voor – ijsjes. Uiteraard.

Schoenen werden helaas niet gevonden, en de kleedjes die ik bij andere vrouwen zo mooi vind, transformeren mij dan telkens weer in een bomma. Ik vrees dat het voor mij niet weggelegd is, zo’n fleurig enkellang geval.

Tegen zessen waren we weer thuis, en Merel was uitgeput. Die vijf kilometer fietsen is ze niet gewoon, en er stond een stevige tegenwind bij het terugkeren. Gelukkig kon mama met de elektrische fiets haar af en toe een beetje duwen.

Maar we waren het er wel over eens: een hele fijne meisjesdag!

Vriendjesdag

Voor haar laatste blokfluitles mocht Merel een vriendinnetje meenemen, en dus reed ik rond een uur of vijf met twee giechelende meiden op de achterbank naar de Poel.

Erg vond ik dat absoluut niet, want de café Labath is weer helemaal open en dus kon ik rustig binnen genieten van mijn koffietje, mijn boek en voor de gelegenheid zelfs een stukje taart. Dat had ik verdiend, vond ik, na een lange dag deliberaties.

Maar na de les waren we eigenlijk niet gehaast, zodat ik de magische woorden sprak: “Zeg dames, wat denken jullie van een ijsje?” Het antwoord was iets tussen een sprong, een gil, een lach, of alles tegelijk.

Een dikke vijf minuten later zaten we, zoals de traditie het vereist, op het muurtje van de Graslei. Ik had geen ijsje meer genomen, die taart was al welletjes. Maar de gezichten spraken boekdelen.

Eindelijk weer zwemweer!

En ja hoor, ze hebben ervan genoten, van dat zwembad. We hadden het uiteraard zien aankomen en het water in perfectie conditie gehouden. Voor mij was het nog te koud: ik mag echt niet riskeren dat de spieren in mijn rug verkrampen, en dus heb ik me maar geïnstalleerd in mijn hangmat. Zalig!

De laatste fagotles

Kobe had nog één fagotles, de laatste van drie échte lessen die konden doorgaan. De vorige keer had ik repetitie op school en had Bart hem gebracht en van de extra voordelen genoten, zijnde een koffie op het terras van de Labath. De keer daarvoor had ik zelf intens genoten ^^

Vandaag was Merel gewoon meegekomen: eerst samen iets drinken in de Labath, en dan met Kobe nog even wat kampspullen kopen en een ijsje eten. Dat leek niet alleen een goed plan, dat was het ook.

De laatste keer, helaas. Het vervolg zal voor in september zijn.