Bekopen

Het is blijkbaar te veel geweest, de voorbije weken. Eerst waren de klassenraden, waarbij ik na de lesdag soms nog vier uur gewoon op een stoel moest zitten, en dat kan mijn rug eigenlijk niet aan. Ik was telkens ongelofelijk opgelucht wanneer ik thuis in de zetel kon gaan liggen en de pijn langzaam voelde wegebben.

En daarna was er de GWP week voor 1-4. Op zich was dat misschien niet zo inspannend, maar het feit alleen al dat je een compleet ander uurschema volgt, zorgt ook wel voor enige stress.

En toen was er het Havenweekend, dat mentaal ongelofelijk ontspannend is, maar fysiek wel wat belastend. Ik heb me nochtans koest gehouden, maar je slaapt sowieso niet in een schitterend bed, loopt heel veel rond, slaapt te weinig, en zeult met gerief.

Gisteren viel het nog mee, ik ben nog mijn pa gaan ophalen om bij ons te eten, aangezien hij dit weekend niet kon komen. Maar vandaag is het om zeep. De rug doet het niet meer. Ik ben al blij dat ik gedoucht ben geraakt, Merel heeft me geholpen om me aan te kleden, en ik loop met een stok rond.

Ik moet dus echt eens werk maken van een echte rollator: daar kan ik misschien nog niet mee de trap op – trappen zijn eigenlijk niet zo’n probleem – maar kan ik al tenminste hier beneden iet of wat proberen rondlopen.

Zucht. Tot zover de vakantie.

Don’t jinx it…

Ik durf het hier bijna niet te schrijven, maar er is wel degelijk verbetering in de rug. Waar ik gisteren moeite had om recht te staan en vijf stappen te strompelen – dixit mijn vader: “Zo heb ik u nog nooit gezien!” Waarop de kinderen: “Jawel, toen ze net uit het ziekenhuis kwam” – kan ik vandaag rondlopen zonder stok. Ik heb me probleemloos gedoucht, alleen mijn voeten durf ik nog niet wassen, die hebben het met een grondige spoeling moeten doen.

Ik heb plechtig op mijn communiezieltje moeten beloven dat ik me ongelofelijk koest ging houden, en ik heb me dan ook vanavond quasi uitsluitend beperkt tot de zetel. Ik begin me serieus te vervelen – mijn blog is eindelijk bijgewerkt – maar op den duur steekt dat liggen ook tegen, zeker als het rondlopen begint te lukken.

Goh, we zien wel. Ik hou me inderdaad heel erg braaf, in de hoop dat we zondagnacht dus effectief naar Rhodos kunnen vertrekken. Gisteren had Bart namelijk nog half al wanhopend geopperd dat we het moesten cancellen: het zag er echt niet naar uit dat ik zelfs maar 10 minuten in de auto zou kunnen overleven.

We leven dus in hoop.

Aiaiai…

Man oh man, ik dacht dat het zou verbeteren, maar het wordt precies alleen maar erger 🙁
Ook al lig ik al twee dagen bijna continu in de zetel, de rug wordt er niet beter op, wel integendeel…

Ik sleep me voort, heb schrik voor elke beweging, strompel van de zetel naar de tafel om mijn eten binnen te schrokken en zo rap mogelijk weer te gaan liggen, terwijl ik zwaar op mijn stok steun.

Neem ik pijnstillers? Nee, want ook daar ben ik bang voor. Als ik lig, ben ik relatief pijnvrij, dus dat valt mee. Ik heb alleen schrik dat ik me ga forceren, als ik pijnstillers neem, en het dus nog erger maak.

En wat is de oorzaak? Ik durf het echt niet zeggen: ik loop scheef, wat wijst op een opstoot van de hernia’s. Ik hoop zo hard dat het dat (maar) is, want dat gaat normaal gezien over na een paar dagen. Aan de andere kant voel ik ook mijn heupen, en dat wijst dan weer op de listhese.

Hetgeen waar ik enorm bang voor ben, is dat het niet gaat overgaan op een paar dagen, en dat onze reis naar Rhodos in het water valt. Ik heb wel al gezegd tegen Bart dat hij dan maar met de kinderen moet gaan, maar dat gaat hij niet willen 🙁 Ik voel me daar nu zo schuldig over he… Maar zoals het nu is, kan ik zelfs niet in de auto zitten…

Blah.

Blah blah blah!

Lap…

Jawel, het is weer van dat, en ik vrees echt het ergste. Vannacht deed het op een bepaald moment zoveel pijn dat ik dacht dat we vandaag toch weer richting ziekenhuis zouden moeten gaan. Alleen… daar kunnen ze eigenlijk ook niet veel doen. De vorige keer hebben ze me zware pijnstilling gegeven, heel veel laten rusten, en dan voorzichtig weer in beweging gebracht. Niks minder, maar vooral ook niks meer dan dat.

Ik ben dan maar heel voorzichtig naar beneden gegaan, ben er nog in geslaagd me te douchen, met veel moeite, en heb dan gewoon in de zetel gelegen. Qua eten hebben we overschotjes gegeten, Merel en ik, er was gelukkig wel voldoende. En dan liet Wolf weten dat hij vandaag al mocht opgehaald worden, ik had dat verkeerd genoteerd, ik dacht dat het morgen was.
Bart had een vergadering om één uur, wist niet echt hoe lang die zou duren, maar wilde Wolf daarna wel ophalen. Neenee, had die gezegd, ik kom wel met de trein. Bart is hem dan maar van ’t station gaan halen, want zelfs dat zou voor mij te veel geweest zijn, denk ik. Hoewel, met enig doorzettingsvermogen kom je ook ver natuurlijk.

Het vervelendste vind ik mijn koor: er is namelijk vanavond én morgenavond nog een optreden van Djiezes, maar dat zal zonder mij zijn: ik kan met moeite rechtop staan momenteel. Blah. Blah blah blah.

Het enige wat mijn dag nog een klein beetje goed maakte, was het feit dat Annick gezellig kwam koffiedrinken. Ik had dat eerst nog wat afgehouden met het gedacht dat ik dus met Merel naar de GF kon gaan, maar niet dus. Gelukkig vond ook Merel dat niet zo erg: we zaten blijkbaar in B&B/koffiehuis De Gele Kat, waar een vrolijke jongedame met gele kattenoortjes, een gele blocknote en een gele stylo onze bestelling kwam opnemen en die dan ook netjes uitvoerde. Compleet met melkschuim, koekjes en een rekening.

Oh, en een tweede positieve noot: het heeft geregend vandaag! Nu ja, regen, het heeft toch een half uurtje gedruppeld, in die mate dat op een bepaald moment gans ons terras toch nat lag. Het droogde wel heel snel op, dat ook, maar toch: er was vocht, en die typische geur van regen op een zomerse dag na een periode van droogte. Petrichor, heet die geur, en dat wil blijkbaar zeggen: “het bloed van de goden op de stenen”. Poëtisch, die Grieken.

Nee nee nee nee nee!

Nope, geen Gentse Feesten met Merel vandaag 🙁

Mijn rug is het namelijk weer aan het begeven. Ik ben opgestaan met een stevige zeurderige pijn, in die mate dat ik mijn stok weer heb bovengehaald, de hele dag in de zetel heb gelegen, en tegen vier uur toch nog naar de kinesist heb gebeld. Gelukkig zag Kirsty er geen graten in om me nog om half negen te laten komen, en ze bevestigde dat ik inderdaad niet helemaal recht meer stond. Na een stevige behandeling – en een fijne babbel – is het wel wat beter, maar helaas niet in orde. Goh, ik hoop zo hard dat het niet erger wordt…

Helaas was het ook net vandaag dat ik met Bart naar de Gentse Feesten ging gaan, ’s avonds dan wel te verstaan. Ze gaan met de ganse ploeg van Wijs naar Polé Polé met VIPtickets, Dirk trakteert. Helaas… Ik kan amper deftig recht staan, laat staan dat ik met de fiets in het centrum geraak en dan de rest van de avond moet staan en dansen.

Blah blah blah.

Morgen beter, zeker? Op hoop van zegen…

Spondylolisthesis

Ik geef het toe, ik begon het zeer vreemd te vinden dat ik intussen al meer dan 24 uur in het ziekenhuis was, volop pijnstilling en dergelijke kreeg, zonder een dokter gezien te hebben.

De verpleging viel de helft van de tijd ook uit de lucht: ik lig blijkbaar op de gang van de geriatrie, waar ze heupen vervangen en dus liefst binnen de dag de mensen aan het wandelen krijgen. Dat leidde tot (ongeveer) volgende conversatie met de verpleging in de loop van de voormiddag – let wel, ik had me nog quasi geen vin verroerd, had al liggend gegeten (waarbij ze mijn vlees voor mij hebben gesneden):

“Moh, mevrouw, u kan zich niet zelf wassen? Allez, u kan toch op zijn minst gaan zitten! Nee? Echt niet?”

De jonge verpleegster verdween, om tien minuten later met versterking terug te keren, zijnde drie dames. Een van hen, op een strenge, vermanende toon:  “Mevrouw, wat dacht u van een douche? Ik vind dat uit uw bed moet komen en tenminste de moeite moet doen om te proberen, wat is dat nu!”

Ik ben schamper in de lach geschoten. “Mevrouw, ik kan niet staan, ik kan niet zitten, ik kan me met moeite draaien en zit onder de pijnstillers! Ik zou dolgraag een douche nemen, maar dat gaat niet!”

Met verwijtende stem: “U zat vanmorgen toch in uw zetel?”

“Uh?? Nee, u zal mijn man gezien hebben.”

Vol ongeloof: “Uw man???” Blijkbaar is er geen bezoekuur in de voormiddag en laten ze meestal geen mensen binnen. Ze vonden dit bijzonder ongeloofwaardig dus, maar zuchtend hebben ze me dan maar zo gewassen, dik tegen hun zin. En ik kon dus nog steeds niet uitleggen wat er precies scheelde, want ik had nog steeds geen dokter gezien.

Wat later is de hoofdverpleegster langsgekomen met een halfslachtige verontschuldiging, want ik had intussen mijn beklag gedaan over hun houding. Ik ben trouwens prompt beginnen huilen in het gesprek met die hoofdverpleegster: ik zou me echt dólgraag zelf kunnen wassen, maar ik kan geen kanten uit.

Rond een uur of vier kwam de dokter dan toch nog af, en bleek hij gisterenavond nog aan mijn bed gestaan te hebben, maar ik sliep blijkbaar zodanig diep, dat hij me niet wilde wakker maken.

De scans wezen inderdaad op twee gedegenereerde discussen, maar vooral op spondylolisthesis. Blijkbaar is mijn onderste lendenwervel naar voor geschoven ten opzichte van mijn heiligbeen, en zorgde dat voor de helse pijnen. Voorlopig moet ik nu vooral rusten, onder pijnstilling, en heel gecontroleerd zachtjes weer in beweging komen. De dokter vertelde me dat 50% van de patiënten daarmee leert leven, en dat de andere helft uiteindelijk kiest voor een operatie om de wervels vast te zetten, omdat ze het niet leefbaar vinden.

Ik weet dus nog niet of dit terug goed komt, en ik ben doodsbang voor die pijn, ik geef dat eerlijk toe. Daarstraks ben ik met de kinesiste – en mijn vertrouwde stok – tot aan het toilet geraakt en terug. Ik voel me minstens honderd…

Gelukkig zijn er ook bezoekjes: Bart was deze morgen nog wat spullen komen brengen, en deze middag stond plotseling David (Konijn) hier. Ik had hem al in geen tijden gezien, en ik vond het zalig. Minstens even zalig was het bezoekje van Nathalie, een van mijn beste vriendinnen uit het middelbaar. Ook bij haar was het vreselijk lang geleden dat we elkaar gezien hadden, maar eigenlijk maakt dat niet zoveel uit. Ook zij had via Facebook gelezen dat ik in het ziekenhuis lag, en ze was dus even langsgekomen.

Tsja.

Hier lig ik dan. Nog wel eventjes, heb ik de indruk.

Een geest die de wereld aankan, en een lijf dat u ongenadig in de steek laat.

Ziekenhuis…

Gisteren dacht ik al dat het niet oké was met mijn rug. Awel, dat was precies nog een understatement.

Vannacht ging het helemaal fout. Waar ik normaal gezien gewoon op mijn buik moet gaan liggen om de pijn weg te krijgen, hielp dat in dit geval niet meer. En ik geef het toe, zo veel pijn heb ik in mijn leven nog niet gehad. Ik heb liggen roepen, in mijn kussen liggen bijten, liggen worstelen en slaan om toch maar een houding te vinden waarin de pijn wegtrok. Ik was wel nog tot boven geraakt, in de badkamer, maar daar was ik gevallen. Wolf had me blijkbaar horen roepen van de pijn, en was me komen helpen. Enfin, helpen, het is niet alsof iemand iets kan doen voor mij op zo’n moment. Maar ik was blij dat hij er was. Gelukkig kwam iets later Bart thuis, en nam die over. Samen zijn we tot boven geraakt, waar het dan opnieuw erin schoot. Zoals gezegd, roepen van de pijn.

Ik durfde me eigenlijk niet meer verroeren, want elke beweging zorgde opnieuw voor helse pijnen. Nog in de nacht besloten we al dat ik naar het ziekenhuis moest, dat dit niet houdbaar was. Bart bracht in de morgen de kinderen naar school, en kwam toen even bij mij luisteren. Ik was tegen de morgen in slaap gevallen, eindelijk in een pijnloze houding.  Bon, met enige moeite en ondersteuning van Bart geraakte ik tot in de badkamer, waar opnieuw een serie pijnscheuten de kop opstak. Ik geraakte nog net tot in Wolfs bed, kon me daar na nog een reeks pijnaanvallen toch nog comfortabel leggen, en sliep nog een uur of twee.

Ik geef het heel eerlijk toe: ik wist dat ik naar het ziekenhuis moest, maar ik durfde gewoonweg niet te bewegen, omdat ik wist dat ik het dan weer ging uitroepen van de pijn. En jawel, een eerste poging om uit het bed te komen, draaide op niks uit. Een tweede poging deed evenveel pijn, en zorgde ervoor dat ik uiteindelijk al op de grond lag. Bart had al eerder geopperd dat hij de ziekenwagen ging bellen, maar ik had dat afgeslagen als complete onzin. Na tien minuten op de grond gaf ik toe: een ambulance was misschien toch nog zo gek niet.

Een kwartier later stonden er twee potige kerels naast mij, en was ik al wat bekomen van de laatste pijnaanval. Hmm, de ambulanciers bevestigden mijn vermoeden: met een brancard konden ze de trap niet af, er ging dus een MUG en de brandweer aan te pas komen om me via het venster naar buiten te takelen. Juist ja. Koppig zijn heeft ook zijn voordelen, en dus krabbelde ik heel voorzichtig recht tot op mijn knieën, zonder pijnscheut. Beide heren tilden me op tot mijn voeten, en samen gingen we de trap af. Helaas, beneden in de hal schoot het er opnieuw in, schreeuwde ik het uit, vroeg ik om me te laten vallen, wentelde op de grond heen en weer, en vond ik eindelijk een pijnloze houding. Ik was nog maar eens kletsnat van het zweet, maar ik was tenminste wel al beneden, waar de ambulanciers iets met mij konden aanvangen. Ze namen een soortement schep, tilden me op een brancard, en reden naar het ziekenhuis, op mijn verzoek het Jan Palfijn.

Daar heb ik een kleine twee uur moeten wachten op Spoed, want het bleek er heel druk te zijn. Pas tegen zo’n vier uur kwam er iemand luisteren wat het probleem was, kreeg ik meteen ook een stevige dosis pijnstillers – thuis had ik al Tramadol genomen, iets wat Bart nog liggen had sinds zijn galgedoe – en ook Temesta om te ontspannen. Kort daarna werd ik richting scanner gebracht, en nog wat later – ik moet geslapen hebben, dankzij de medicatie – werd ik naar een kamer gebracht, met meteen ook een baxter voor extra pijnstilling.

Aangezien ik nu veilig lag, kon Bart gerust terug naar huis: ik kon me toch geen vin verroeren. Ze brachten me wel een boterhammetje, ik had de hele dag nog niet gegeten, en dat ging vlot binnen. En daarna? Viel ik prompt in slaap, en werd ik enkel nog gewekt voor meer pijnstilling en bloeddruk en zo.

Tsja…

Krak

Dat was het geluid van mijn rug ergens deze voormiddag. Zucht.

Ik had al ontbeten, maar liep nog in mijn slaapkleren rond, want op maandag moet ik niet lesgeven. Kobe en Merel waren ook thuis, want die hadden een pedagogische studiedag. We gingen er een rustige voormiddag van maken, en dan in de namiddag zwemmen in de Rozenbroeken. We zagen het al helemaal zitten!

Niet dus.

Want toen ik een foto wilde maken van de zeer enthousiaste pompoenplant buiten, zei mijn rug krak. Ik heb me laten vallen, en ben eventjes, versuft van de pijn, blijven liggen. Aan Merel heb ik gevraagd de verandadeur weer dicht te doen, ja. Uiteindelijk ben ik rechtgekrabbeld met behulp van mijn stok, en heb me in de zetel gelegd.

Na een dik uur rusten dacht ik: ik moet op zijn minst kunnen douchen en kleren aan doen. Ja toch? Wel, ik stond nog niet goed en wel onder het water, of het schoot er terug in. Maar in zo’n kleine douchecabine heb je de plaats niet om je te laten vallen, dus schoof ik de deur open en liet me dan maar vallen. Ha ja, de enige manier om die pijn ietwat draaglijk te maken, is de druk van mijn rug wegnemen, en dus te gaan liggen. Toen lag ik dus half in en half uit mijn douche, kletsnat, terwijl het water stroomde en ik geen kant uitkon. Enfin, na tien minuten was de pijn voldoende weggeëbd om opnieuw een poging te ondernemen. Ik ben in sneltempo gedoucht geraakt, heb me leggen opdrogen op een handdoek op Wolfs bed, en zag vooral dat het niet oké was. Echt niet.

Ik weet niet wat het is, maar deze pijn is precies niet hetzelfde als de vorige keren. Toen zat het hoger, nu is het precies alsof mijn heupen blokkeren of zo.

Ik heb dan maar de kinesiste gebeld, en ik mocht gaan om half twee, oef. Het deed deugd, maar echt helpen deed het precies niet. Zucht. Ik heb zelfs al de school verwittigd dat lesgeven morgen niet gaat lukken, want ik heb er geen goed oog in.

En gisteren had ik tickets gekocht om vandaag met Bart naar Blade Runner 2049 te gaan kijken. Niet dus. Ik heb nog getwijfeld, hoor, maar de autorit alleen al zou er te veel aan geweest zijn, laat staan dat ik ginder kon zitten.

Ugh. Niet leuk. Echt, echt niet leuk. Hopelijk snel beter.