Die gigantische molshoop werkte al lang op mijn zenuwen, maar bon, daar was tot hiertoe niet zoveel aan te doen. Werfmachines, ingegraven buizen, enorme regenwaterputten: tot zover mijn gras en tuin. Nog een chance dat we nog een klein stukje hebben dat ongemoeid is gebleven, en waar nu de tuintafel, schommel, hangmat en kleine glijbaan opeengepropt staan, met daar nog een wasdraad tussen.
De toestand tot deze morgen:
Deze morgen stonden de mannen van Vert’din hier, met een soort machientje en veel werklust. De grond werd omgewoeld en effen getrokken, de boomstronk – mijn arme boom – vakkundig verwijderd.
Tegen de middag gingen ze grasmatten en haagbeuk halen, en na een tijdje zag het er al zo uit:
En in de late namiddag had ik gewoon weer een tuin! Er mag weliswaar nog niet op gelopen worden tot het gras is doorgeworteld – zo’n drietal weken – en het moet alle dagen water krijgen, maar: ik heb een tuin!
Eind mei is er hier het communiefeest van Kobe, en dan moeten de kinderen kunnen spelen. De rest van de tuin is voor volgend jaar, als er hopelijk weer wat budget is.
Die mannen hebben ook een voorlopig tuinpad aangelegd met mijn bestaande stenen, kwestie van niet met modderpoten aan de voordeur te komen. Schots en scheef, maar het was ook niet de bedoeling dat het nu al deftig werd gedaan.
Tuin, gewoonweg. Tuin!