Shoppen met de dochter

Shoppen, we doen dat allebei niet graag, maar soms moet dat wel eens, en dan maken we er het beste van.

Ik moest eerst nog langs de tandarts om mijn tanden te laten scannen voor dat implantaat, waardoor we pas tegen half twaalf konden vertrekken. We fietsten gezapig richting ’t stad en trokken meteen naar de Pull and Bear, waar we een zwembroek voor Kobe meenamen. En toen werd het de Etam, want Merel had dringend eens een echte beha nodig, niet zo’n eenvoudig ding uit de Hema. En toen kreeg ze ook nog een bandeau voor onder haar lage topjes.

Toen hadden we honger, zodat we bij de Godot op het terras gingen zitten: een steak voor madame, een tartaar voor mij. Het is ongelofelijk hoe blij dat dat kind wordt van eten, niet te doen. Er was ook nog een hapje van gestoofde prei, en daarna nog een koffie voor mij en een frisdrank voor haar, alles voor 24 euro per persoon. Niet slecht.

We trokken verder, want de bedoeling was: die beha’s – check! – een bikini voor haar, een jeans met wijde pijpen maar niet gewoon baggy voor haar, eventueel nog een T-shirtje of twee, een jeans short, en voor mij een paar sandalen van Skechers. Die laatste hebben we gevonden, en met behoorlijk wat moeite ook dat bikini-bovenstuk. Maar die jeans? Nope, ondanks het afschuimen van ettelijke winkels en het passen en dus ook wachten bij de paskotjes en de lange rij ervoor. Want ja, het was mega druk in ’t stad, gewoon niet leuk. De short vonden we op de valreep wel nog.

De sandalen heb ik ook kunnen scoren, nog die chance. Al bij al viel de buit dus nog mee, zeker omdat we nog die zwembroek hadden voor Kobe, die morgen op kamp vertrekt, en die beha’s.

Maar het was dus al zes uur tegen dat we terug naar huis fietsten, en we hebben zelfs geen ijsje gegeten, dat hoefde dus niet eens. Man, mijn voeten…

Girls’ Day Out

Deze morgen kwamen Merel en ik plots tot de vaststelling dat we vandaag maar met zijn tweetjes gingen zijn: Kobe is op kamp, Wolf zit bij Arwen en Bart is gaan werken.

Snode plannetjes? Well du-uh.

Tegen de middag gingen we de fiets op richting ’t stad. Merel kan perfect fietsen, maar is vaak nog te bang in het verkeer. Maar als mama verkeersarme en tramspoorvrije routes kiest, valt dat best mee. Al kan dat op zich dan weer nefaste gevolgen hebben voor de bips, wanneer die route dan langs kasseistroken loopt: de Sint-Antoniuskaai, Lievekaai en Gewad liggen er nu niet bepaald gestreken bij.

De fietsen werden geposteerd op de Korenmarkt, en wij gingen lunchen op het terras van de Godot. Merel ontfermde zich over een stevige spaghetti, ik nam dan weer sliptongetjes tot mij.

Een museum zat er vandaag niet in: er moesten schoenen voor Merel gevonden worden. En bandjestouw, en eventueel een lang kleedje met mouwtjes voor mij.

Het ging dus van winkel-in, winkel-uit, iets wat ik absoluut niet graag doe en dat ook Merel na verloop van tijd ging tegensteken. We vonden gezichtscrèmes, washi-tape met houdertje, pandaspullen voor haar kamer, allerhande andere kleine spulletjes en – zo schrijft de traditie het voor – ijsjes. Uiteraard.

Schoenen werden helaas niet gevonden, en de kleedjes die ik bij andere vrouwen zo mooi vind, transformeren mij dan telkens weer in een bomma. Ik vrees dat het voor mij niet weggelegd is, zo’n fleurig enkellang geval.

Tegen zessen waren we weer thuis, en Merel was uitgeput. Die vijf kilometer fietsen is ze niet gewoon, en er stond een stevige tegenwind bij het terugkeren. Gelukkig kon mama met de elektrische fiets haar af en toe een beetje duwen.

Maar we waren het er wel over eens: een hele fijne meisjesdag!