Port Zélande

Dit jaar kon Bart het zich niet echt permitteren om lang op vakantie te gaan: te veel hete hangijzers in het vuur, te veel dingen die nu onmiddellijke reactie kunnen vragen. We wisten dat op voorhand, het is niet alsof dat een probleem was. Ik had met de kinderen afgesproken deze week vrij te houden, en we gingen wel zien wat we dan gingen doen. Ik had gedacht met de auto naar Engeland te gaan en er van B&B naar B&B te rijden, zoals ik zelf altijd heb gedaan met ons ma. Of Duitsland, of Bretagne of zo.

Maar zij kwamen met het uitdrukkelijke verzoek nog eens Center Parcs te doen: dat was eeuwen geleden en ze vonden dat zo leuk. Euh… van mij niet gelaten. We kozen Port Zélande omdat we daar goeie herinneringen aan hadden en dat amper een dik uur rijden is van thuis. Nog een chance, want morgen mag Bart al heen en weer rijden… Tsja.

We waren zowaar klaar om half tien, du jamais vu, terwijl Arwen pas afgezet werd om tien uur. Iets later zaten we dus in de auto’s, richting Middelburg. Daar wilden we even de toerist uithangen, wat geocaches oppikken en iets eten. Er was stralende zon toen we er toekwamen, maar gelukkig zaten we tijdens het eten onder een grote parasol, want jawel, de eerste regenbui was een feit.

Tegen een goeie één uur zaten we alweer in de auto en reden we via de Deltawerken Neeltje Jans. Ik had het me indrukwekkender van uitzicht voorgesteld, om eerlijk te zijn, ook al waaiden we er bijna weg.

Om half drie waren we in Center Parcs, zodat we eerst nog een koffie gingen drinken voor we in ons huisje kwamen. Om eerlijk te zijn: dat huisje valt een klein beetje tegen. Het is klein voor zes personen: één kleine badkamer, en de zetel in de woonkamer is zo groot dat je hem opzij moet schuiven als je naar het terrasje wil. Nu, ik denk niet dat we dat vaak gaan willen, want het regent eigenlijk nogal. En daarnaast, ja het is vernieuwd, maar de oude houten ramen zijn nog altijd gewoon oude houten ramen die niet perfect sluiten en dat soort dingen. Meh.

Enfin, we installeerden ons en Bart ging met de kinderen prompt naar het zwembad. Ik paste: ik weet niet wat het is, maar ik ben de laatste dagen nogal opvliegend en slecht gehumeurd, en de stilte en het lezen deed me goed.

Tegen half zeven werd er gegeten, en terwijl de kinderen dan wat tv en computer  keken, maakten Bart en ik nog een avondwandeling. Het is een twintig minuutjes wandelen tot aan de zee, en dat is wat we deden, onder een dreigende avondlucht. Tot onze grote verbazing vonden we vlak voor de duinen een betonnen vlakte, het lijkt wel een schots en scheve landingsbaan. Vreemd, tot ik leerde dat het hier eigenlijk een immense dam is, en dan is het meteen minder vreemd. We wandelden rond, pikten een geocache op, stelden vast dat het eb was en de zee zelf wel heel ver lag, en keerden op onze stappen terug, want de lucht begon nu wel héél erg dreigend te worden, compleet met bliksems en al. Een zonsondergang zien over de zee zat er dus niet echt in.

Helemaal droog hebben we het niet gehouden, maar het was pas toen we al veilig en wel terug waren in het huisje dat het beginnen gieten is. Oef.

Geocachen in Balen

In de Gentse Feesten en vorige week had ik Mathias kennis laten maken met Gent, nu was het tijd dat ik eens ging kijken in Balen. Niet dat dat nu bepaald een grootstad is, maar de natuur is er wel prachtig.

Tegen kwart over twee stond ik bij Mathias en Wim, en iets later stonden we achter zijn huis in Scheps, een natuurgebied met moerassen – heuse, echte, gevaarlijke, ik-zink-weg-en-ben-een-beetje-dood-moerassen – en vlonderpaden, poelen, vijvers, en blijkbaar ook een kapel, een Lourdesgrotje én een waterput van Sint-Odrada. De natuur is er inderdaad prachtig.

We gingen daarna naar Picknick eiland, een heus eiland met twee picknicktafels en drie palen voor hangmatten, om er gewoon rustig te zitten, te praten en te chillen. Mijn rug was de jongens dankbaar.

Ze lieten me ook nog de lokale visvijver – zonder vis – zien, en daarna reden we naar de andere kant van Balen voor een rondje geocachen, het rondje Natte Voeten, langs een kanaal en daarna langs de Nete, waar het soms inderdaad echt wel modderig en drassig lag. In de andere seizoenen kom je er niet door zonder rubberlaarzen, het was nu soms zelfs uitkijken en rondspringen.

Tegen zevenen stonden we weer bij Mathias thuis om even op te frissen – ik zweette als een bunzing – Stijn ook nog op te pikken, en dan naar Geel in het Aards Hof iets te eten.

Tegen elf uur zat ik in de auto richting Gent, klaarwakker, en dus pikte ik langs de baan in en rond Geel nog vijf extra losse caches op. Tegen half twee was ik uiteindelijk thuis, na een ideale, relaxte vakantiedag.

Heerlijk toch?

Van Italiaans eten, geocachen en kampterugkeerders.

Kobe was nog op kamp, Wolf zat bij vrienden, en dus zijn Bart, Merel en ik lekker Italiaans gaan eten. Als in: deftig Italiaans, geen Bolognese of pizza’s.

Dik in orde.

Daarna wilden Merel en ik nog een geocachetochtje doen, maar helaas, al na een paar caches begon het te druppelen en zijn we maar op onze stappen teruggekeerd. Jammer, want het was eigenlijk wel een hele mooie wandeling. We doen de rest wel een volgende keer!

En tegen half zes stonden we met ons drietjes – Wolf was ook mee – aan het station om Kobe op te halen van zijn kamp. Eindelijk, we hebben hem allemaal serieus gemist. Hij was vrolijk en bruin en moe, en vooral ook een wasbeer van totem. Zijn beschrijving was er trouwens knal op, ik moest echt lachen. Knap gedaan van de leiding.

En nu zijn dus alle drie mijn kuikens weer netjes thuis, en dat doet deugd. Ik mag dan graag mijn eigen ding doen, mijn moederinstinct blijft sterk.

Even tot aan de Feesten

Kobe is op kamp, Wolf was met vrienden naar de feesten, en Merel bleef bij Feija slapen om dan vandaag mee naar de zee te gaan. En wij, wij hadden dus plots niemand die thuis bleef eten, alleen wij twee.
Ge ziet van hier dat wij dan ook niet thuis zijn gebleven: we stapten gezwind de fiets op, reden eerst tot in Mariakerke om daar een van mijn verdwenen caches te vervangen, en fietsten daarna de stad in. Een van Barts leveranciers heeft er een pop-up in de kerk van Sint-Jacobs, en dat was dan uiteraard de plek waar we iets gaan eten zijn. Croque Mon Dieu voor mij, een uitgebreide plank voor hem. En de omgeving, die was de max. Nog nooit gegeten in een kerk, denk ik. Allez, toch niet ene die nog in gebruik is.

Er loopt trouwens ook een tentoonstelling van beelden. Geen idee van wie, ik weet wel dat het redelijk bizarre constructies zijn.

We liepen nog even rond, maar zagen al snel in dat het eigenlijk allemaal niet zo meer hoeft. Tenzij een ijsje, natuurlijk.

We bleven even kijken naar een Queen tribute band, maar de zanger had noch de stem, noch vooral de passie en de gedrevenheid, en we zijn dan maar snel verdergewandeld. En lekker samen weer naar huis gefietst.

 

Familie-etentje

Elk jaar komen we rond Jerooms sterfdatum samen om hem te herdenken. De vorige jaren was dat telkens in de vooravond een jaarmis in Louise-Marie om dan daarna sandwichen te gaan eten bij Nelly.

Uiteraard gaat dat nu niet zomaar, aangezien zij nu in een serviceflat woont. Bart en Koen hebben haar kunnen overtuigen om het bijwonen van de jaarmis te laten vallen – het is niet alsof er nog iemand van de kinderen katholiek is – en gewoon gezellig samen iets te gaan eten in Kruishoutem. Daarna bezoeken we dan het graf van Jeroom, en vervolgens gaan we nonkel nog even ambeteren, want die is nog aan het revalideren in een RVT in Kruishoutem.

Voor mij was er dus een kink in de kabel gekomen door de uitvaartdienst voor Erik, waar ik eigenlijk graag bij was geweest. Maar ik kan me natuurlijk niet in twee splitsen, en Bart had erop aangedrongen dat ik mee ging eten, want dat dat anders niet in goede aarde ging vallen. Dat snap ik.

Ik ben dus inderdaad mee gaan eten, maar ik was er echt met mijn gedachten niet bij, sorry. De locatie – de Zandvlooi in dezelfde straat als de ouderlijke boerderij – was nochtans niet mis, net zoals het eten.

Na het dessert ben ik dan ook naar Antwerpen gereden, waar na de dienst alle larpvrienden uitgenodigd waren in The Geeky Cauldron, het café dat Erik mee heeft helpen inrichten en waar veel larpers kind aan huis zijn.
Er was nog een man of dertig, schat ik, en dat deed deugd.

Ik ben er blijven hangen tot rond een uur of acht, heb toen zijn beste vriend naar huis gebracht, en heb toen nog een paar caches gezocht tot het begon te regenen.

Intense dag, dat zeker.

 

Meisjesweekend

Bart zit in New York, de jongens zitten op Roanoke, en dus hebben Merel en ik het kot voor ons alleen. Gisterenavond hadden we daar niks aan omdat we zo laat thuis waren van Geel, maar vandaag gingen we het onderste uit de kan halen, en dat hebben we dan ook maar gedaan ^^

Ze had eerst muziekles van negen tot elf in Evergem, en daarna zijn we gezellig op de markt gaan rondlopen om alle ingrediënten voor de lasagne morgen te verzamelen. Net geen negen euro voor een kleine pompoen, een zak wortels, drie paprika’s, een bak champignons, twee ajuinen en een pastinaak: geen geld! En vooral ook kraakvers.


Thuis propten we alles in de koelkast en stapten daarna samen de fiets op, gewapend met een rugzak en een fietsmandje, aangezien Merel achterop zit en mijn fietstassen dus niet bruikbaar zijn. Het was immens stralend weer, en we genoten intens van het fietstochtje.

Aan de Hema werd onze fiets netjes op de fietsenparkeerplaats gestald, en gingen we gezellig samen frietjes eten, zalig in de zon op het grote terras daarboven, onder begeleiding van de zoele klanken van een hakkebord.

Ik had intussen gemerkt dat mijn achterste fietsband niet echt hard meer stond, en dat mijn slot dreigde te blokkeren, dus we wandelden rustig naar de fietsherstelplaats onder de Stadshal voor een druppel olie en een zucht lucht, die ik beide met de glimlach en voor niets kreeg. Dik in orde!

We fietsten naar de Reep om de nieuwe waterloop te bezichtigen en meteen ook de cache aan de Scaldissluis te vervangen, en zagen ook voor het eerst effectief een kajak gebruik maken van de kajakglijbaan.

We fietsten fluks door naar de Hopper om nieuwe scoutstruien, en zaten nu al zo ver dat we maar gewoon doorfietsten naar het Citadelpark. Daar gingen we eerst even rondlopen in het S.M.A.K., maar stelden vast dat Raoul De Keyser ons ding niet is. Marcel Duchamp zagen we al beter zitten, eigenlijk. We zijn dan maar nog Pokémon gaan vangen in het park, en maakten er een zeer aangename wandeling van.

We hadden eigenlijk iets willen drinken in de kiosk daar in ’t park, maar blijkbaar was dat maar tot eind september. Tsja, er zat dan maar niks anders op dan terug naar ’t stad te fietsen en daar een ijsje te halen. Hoe jammer nou… Maar eerst fietsten we nog vrolijk door het Miljoenenkwartier om twee caches op te halen.t

We sloegen nog stapels pepernoten in in de Hema, een ongelofelijk schattige vleermuisdiadeem en nog wat extra Halloweengerief, en fietsten toen gewoon naar huis, om tegen half zes gewoon in de zetel te ploffen.

Om zes uur haalden we onszelf weer uit de zetel, sleepten ons naar de winkel, en sloegen vooral, naast sandwiches, ook hapjes in. Tegen zeven uur versierden we het huis, trok Merel haar vleermuisonesie aan, en nestelden we ons samen in de zetel met een zak monsterchips en een fijne heksenfilm.

Toen ik haar om negen uur in bed stak, kreeg ik een extra lange knuffel: “Dank je mama, voor zo’n geweldige dag!” En ik kon dat alleen maar beamen.

Terug thuis, back to reality

Jawel, het mag op vakantie nog zo goed zijn, een eigen bed is toch veel waard…

Tegen half negen rolde ik eruit, Bart ging om koffiekoeken en deed daarna boodschappen, en ik gooide me op de gigantische stapel was. De onderbroeken die ik gisterenavond nog buiten had gehangen, waren intussen droog, net zoals de zwembroek, de kousen en een paar T-shirts. Goed bezig!

Om half elf zetten Wolf en ik aan naar het Zeepreventorium, dik tegen zijn goesting. Om twee uur file te omzeilen reden we binnendoor, waardoor we er pas tegen twaalf uur waren, maar dat was gelukkig geen probleem. Ik knuffelde, zwaaide, en ging dan maar geocachen in de buurt. In De Haan zelf was er geen parkeren aan, dus geen foto van mijn beeld deze keer. Ik reed dan maar naar de Vuurtorenwijk van Oostende, de rechteroever, waar het strand altijd bijzonder rustig is, om daar twee geocachen te zoeken die ik de vorige keer niet gevonden had. De eerste was geen enkel probleem, maar bij de tweede, midden in de duinen, had er zich toch wel een ouder koppel te slapen gelegd nét op het punt waar hij lag, zeker? Dju!

Ik deed nog een mooie wandeling langs de vuurtorens zelf, en zocht nog een paar mooie exemplaren in het park langs de tram, zeven exemplaren in totaal, zodat ik pas kwart over vier opnieuw thuis was. Meteen kon ik een was binnenhalen, een verse was ophangen, en nog eentje draaien. Het moet vooruit gaan, tiens!

Eten ’s avonds deden we buiten, heerlijk koel, en dan keken Bart en ik met Kobe nog naar een film, terwijl Merel al in bed zat.

Toch vreemd, hoe snel een mens zijn oude routine weer oppikt…

Gisteren zondag, moederdag, fijne dag

Ik was voor de kinderen blijkbaar te vroeg wakker – zo rond een uur of negen, terwijl ik in het weekend vaak tot tien uur slaap – maar toch stond alles al netjes klaar: koffiekoeken die Bart speciaal gaan halen was, verse gesneden mango, mangosap, en natuurlijk cadeautjes! Merel had een mooie kaart gemaakt en vooral ook drie heel erg leuke theelichthoudertjes uit cement. Kobe had heel veel werk gestoken in het kleuren van de envelop voor zijn kaart, en had daarnaast ook een heel fijne armband gemaakt: ik heb hem gisteren en vandaag al de hele dag aan. Simpel, maar knap.

Van Bart kreeg ik een miniprintertje met fotopapier om aan te sluiten op mijn gsm, voor van die kleine fotootjes. Heel lief, maar ik vrees dat ik dat niet ga gebruiken, mezelf kennende.

De dag kabbelde verder, en ons pa kwam toe met een prachtig potje begonia’s, omdat hij mij zo’n goeie moeder vond, zei hij. Ongelofelijk lief!

Na het eten gingen we dan ook nog even cachen in Sint-Amandsberg: daar lagen nog een paar onopgeloste exemplaren én eentje waar ik de vorige keer bijna een uur naar gezocht had, en die ik nu met twee extra paar ogen toch nog eens wilde bekijken. Merel vond trouwens het schattigste officiële geocacheke: ik wist niet dat ze die ijzeren doosjes ook in miniformaat hadden.

Enfin, we konden er effectief een aantal loggen, én vonden de snoodaard van de vorige keer binnen de paar seconden. En daar moet ne mens zo lang naar zoeken!

Toen waren er éclairs en andere taartjes met koffie, ging ons pa naar huis, verbeterde ik nog wat, en bracht Wolf naar De Haan.

Het was nog steeds aangenaam weer, en dus reed ik een klein beetje verder richting Bredene om aan Vosseslag iets meer te leren over de duinen, een beeld met gedicht te ontdekken, en alsnog vier extra caches te vinden, onder andere in Klemskerke.

Zingend reed ik in het schemerduister naar huis. Met toch een beetje weemoed in het hart, want het blijft moeilijk, de zoon daar achterlaten.

Die zonnige dagen…

Ik kan zo intens genieten van dat prachtige weer he. Uiteraard was er schoolwerk, maar dat is er altijd, en dat mooie weer niet, hier in ons modderlandje. Ik verbeterde dus wat, installeerde me nota bene in de tuin onder een zonnedoek met mijn laptop, en besloot toen dat ik echt wel de stad in moest. Ik wilde namelijk nog dringend rode sandalen voor onder mijn kleedje op Kobes lentefeest, maar aangezien de rug moeilijk blijft doen, moeten dat platte en verdomde goeie zijn. En nog mijn goesting ook. Ik had al rondgekeken, en was uitgekomen op Mephisto’s, van – houd u vast – 140 euro. Tsja. Wat moet, dat moet, zeker?

Ik ben dus gezwind de elektrische fiets op gestapt en ben naar ’t stad gereden. Eerst naar de Vrijdagsmarkt, want voor een gloednieuwe cache moest ik een foto hebben van Tsjok. En dan in ’t passeren nieuwe cachepotjes opgehaald, en een concealer, en een kleine haardroger voor Wolf, en dan naar de Lakenhalle voor deel twee van die cache, en dan naar de Mephisto. Waar het trouwens niet eens de sandalen werden die ik op het oog had, maar een ander paar. Voor evenveel geld, dat wel, ja. Oh, en dat wapenschild, dat zijn dus geen stalen klootjes, dat blijken kaarsen te zijn. Bummer.

Ik propte alles in de fietstassen, stelde vast dat er nog plaats was voor wat pralines van Chocolou, en laveerde met het fietsje tussen de mensen door. En fietste gezwind weer naar huis, doorheen de stralende zon, nog net niet fluitend. En eigenlijk, waarom niet? De volgende keer fluit ik wel, né.

Thuis werd er nog in het badje rondgeploeterd, zaten we buiten, en vooral: ik heb na het eten – buiten uiteraard – Kobe het vuurkorfje doen uithalen, er één enkele houtblok in aangestoken, en daar samen met hen marshmallows op geroosterd. Alleen doodjammer dat Wolf er niet is, maar bon…

En ’s avonds, nog later, kwam Dirk voor zijn manuscript, en bleven we buiten zitten. Goh, ik ben zó blij met mijn tuin…

Puyenbroek

Vandaag had Kobe verkeerseducatie als voorbereiding op zijn fietsexamen vrijdag. De school had een bus ingelegd, maar die was niet groot genoeg voor alle leerlingen – don’t ask – en dus werden er ouders gevraagd om te voeren. Aangezien ik op maandag geen les geef maar thuis werk, kon ik wel rijden, ja. Om negen uur werden vier jongens dus vakkundig afgegooid, en wilde ik van het prachtige weer – om negen uur was het nog niet te warm, maar wel al heerlijk – gebruik maken om nog een wandelingetje te maken, lees: een geocache op te pikken. Voor een ganse multicache had ik niet de stamina, zo de dag na een larpweekend, maar een relatief korte wandeling van een kilometer of drie moest wel kunnen.

Ik parkeerde aan het molengebouw, en liep langs de oevers van een toch wel redelijk brede waterloop. Schitterend… Nooit geweten trouwens dat vogels op bepaalde momenten zó luid en zó schel kunnen kwetteren dat je er koppijn van krijgt…

Helemaal zen en helemaal blij liep ik terug naar de auto, en besliste toen dat ik eigenlijk nog wel een extra uurtje kon missen – carpe diem, weet je wel – om te gaan geocachen op de terugweg.

Tegen half twaalf was ik weer thuis, klaar om de wereld aan te kunnen. Ik ben toch echt een geluksvogel…