Parkeerkaartgedoe

Op 1 april had ik het nieuws gekregen dat mijn handicap aanvaard was, dat ik geen financiële tegemoetkomingen kreeg – die had ik ook niet gevraagd – maar dat ik wel recht had op een parkeerkaart. Daar was ik echt blij mee: doorgaans heb ik het niet nodig, maar soms kan het heel handig zijn, zeker na lange werkdagen wanneer de rug op is en ik toch nog boodschappen of zo moet doen. En ja, er mag ook eens een voordeel zijn aan die rug, toch?

Nu, ik had het opgezocht: de kaart ging me automatisch opgestuurd worden binnen een termijn van 30 werkdagen. Ik wachtte dus geduldig af en ging elke dag vol verwachting richting mijn brievenbus. Helaas…

Intussen had ik wel al een briefje gemaakt met mijn attest waarin staat dat ik er recht op heb, en een bijkomend briefje: “Echte kaart zit vast in de post. Zie attest”. Want ja, ik dacht dat met die poststaking mijn kaart ergens in limbo zat. En er waren ook wel wat officiële feestdagen en al. Dat briefje lag aan mijn voorruit en hielp wel: ik kreeg effectief geen parkeerboete waar ik niet betaald had, terwijl de auto’s voor en achter mij er wel eentje hadden.

Na 42 werkdagen ging ik toch even online bij het contactformulier, en stelde ik de vraag of ze even konden nakijken of mijn kaart effectief verzonden was, en zo ja, of ze misschien een nieuwe konden aanmaken want dat die nu wel erg lang weg bleef.

Ik kreeg een beleefd antwoord, gestandaardiseerd: “Beste, we hebben uw aanvraag voor het verkrijgen van een parkeerkaart goed ontvangen. Deze wordt nu aangemaakt en opgestuurd. U zal deze ontvangen over twee à drie weken”.

Ah bon. Tot zover dus het automatisch opsturen van dat ding, ge moet dat effectief nog aanvragen. Zal ik wel zitten wachten.

Maar kijk: op 25 juni zat ze in de bus! Helemaal een echte parkeerkaart enal, waarmee ik mag parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen, maar waarmee ik ook overal in België onbeperkt mag parkeren in blauwe zones en op bewonersplaatsen, en ik niet hoef te betalen behalve anders aangegeven (zoals aan de kust).

Een en ander zorgt ervoor dat ik bepaalde dingen wél kan doen, zoals een wandeling bij een of ander evenement waarbij ik weet dat ik op het einde doodop ga zijn en krom van de pijn, en ik dan niet nog een kwartier extra moet lopen tot aan de auto. Want dat is voor mij een reden om dan niet te gaan, zoals bv. het lichtfestival hier in Gent.

Oh, en mijn EDC, mijn European Disability Card zat er ook bij: een kaart waarmee ik kan aantonen dat er iets scheelt, en waarmee ik bij culturele instellingen vaak korting kan krijgen. En waarmee ik hopelijk ook een lange aanschuifrij aan pakweg een museum kan omzeilen, want ook dat is funest voor de rug.

Yup. Tevreden.

 

Droom…

Soms droom ik ervan een gedeeltelijk gehandicaptenstatuut te krijgen.

Niet dat ik ook maar één euro uitkering wil of een parkeerkaart, nee, ik zou gewoon willen dat mensen mijn rugprobleem au sérieux nemen. Dat mijn bezwaar om te gaan tellen op de verkiezingen – ik kàn niet al die uren zitten – aanvaard wordt. Dat ik niet aan het zeveren ben als ik op de parking van het grootwarenhuis vraag aan iemand om alsjeblief mijn tas in de auto te zetten. Dat ik helaas niet meer mee kan naar een concert of zelfs maar een receptie als ik niet af en toe kan zitten.
Omdat het knauwt aan mijn ego van energieke vrouw dat ik dat niet meer kan, al die dingen. Omdat elke medisch geschoolde die mijn röntgenfoto’s ziet, grote ogen trekt en niet begrijpt dat ik een full time job heb en een huishouden en hobby’s.

Gewoon, dat ik aan mensen kan bewijzen dat het geen plantrekkerij is, dat achter die façade, goed humeur en grote bek wel degelijk bij momenten een hoop pijn schuilt.

En dan dank ik mijn gezin dat zij zelfs geen woord nodig hebben, dat ze aan mijn gezicht voldoende zien dat het niet gaat, dat de kinderen spontaan de volle wasmand naar beneden brengen, en komen aanlopen om de auto uit te legen als ik boodschappen heb gedaan. En dat ze mijn hoekje in de zetel waar ik languit lig, niet als een verworven recht beschouwen maar als een noodzaak.
En dank ik mijn directie omdat die me goed genoeg kennen en er rekening mee houden. En omdat ze weten als ik zeg dat ik iets niet kan, dat dat ook gewoon zo is.

En dus droom ik van zo’n gehandicaptenstatuut, gewoon omdat ik aan mensen zou kunnen bewijzen dat het echt is.