Af en toe hebben we met de Cultuurcel een buitenkansje in de opera: ze maken echt ruimte voor jongeren, om hen aan een heel redelijke prijs kennis te laten maken met hun voorstellingen.
Deze avond stond ik dus, samen met een twintigtal leerlingen en collega’s, in de Gentse Opera, en tot mijn grote verbazing zelfs letterlijk op de eerste rij. De inleiding had ik gemist – ik wil de tijd die ik stil moet zitten op een niet al te comfortabele stoel zo veel mogelijk beperken – maar na verloop van tijd werd het me heel erg duidelijk dat het over de Titanic ging. De choreografie is flitsend, de muziek soms echt storend luid – lang leve de oordopjes – maar het is overweldigend om naar te kijken. De bewegingen zijn zo ongelofelijk synchroon en dan toch weer allemaal uiteenlopend, soms als een zombie, soms vloeiend, soms agressief, soms ontroerend, en daar tussenin speelt een live orkestje, mét reddingsvest.
Sommige dansers hebben het opgegeven, hun lot aanvaard en blijven feesten, anderen vechten tot de laatste snik. Vreemd, in een uiteraard woordenloze voorstelling, dat je dat er gewoon kan uithalen. Mooi. Echt mooi.
