Grand Finale

Af en toe hebben we met de Cultuurcel een buitenkansje in de opera: ze maken echt ruimte voor jongeren, om hen aan een heel redelijke prijs kennis te laten maken met hun voorstellingen.

Deze avond stond ik dus, samen met een twintigtal leerlingen en collega’s, in de Gentse Opera, en tot mijn grote verbazing zelfs letterlijk op de eerste rij. De inleiding had ik gemist – ik wil de tijd die ik stil moet zitten op een niet al te comfortabele stoel zo veel mogelijk beperken – maar na verloop van tijd werd het me heel erg duidelijk dat het over de Titanic ging. De choreografie is flitsend, de muziek soms echt storend luid – lang leve de oordopjes – maar het is overweldigend om naar te kijken. De bewegingen zijn zo ongelofelijk synchroon en dan toch weer allemaal uiteenlopend, soms als een zombie, soms vloeiend, soms agressief, soms ontroerend, en daar tussenin speelt een live orkestje, mét reddingsvest.

Sommige dansers hebben het opgegeven, hun lot aanvaard en blijven feesten, anderen vechten tot de laatste snik. Vreemd, in een uiteraard woordenloze voorstelling, dat je dat er gewoon kan uithalen. Mooi. Echt mooi.

Van den vos die amoc maecte

Vrijdagavond gaf ik met een hele resem leerlingen en collega’s present in Zwijnaarde voor de voorstelling “Van den vos die amoc maecte” in regie van Dimitri Leue. Ik had last minute ook Merel, een zesdejaar en een oud-leerlinge meegekregen, want we hadden – helaas betaalde – tickets over. Merel zei achteraf dat ze bijzonder content was dat ze meegegaan was: het was dan ook een echt goed stuk.

We kennen allemaal we de basis van het verhaal: Reynaert is een sluwe vos die iedereen, maar dan ook iedereen bedriegt en in de luren legt en daar telkens weer, keer op keer, mee weg komt, al dan niet met achterlating van een stukje vacht. Het is vooral een kritiek op domme mensen, in casu de adel, en alle dieren zijn stereotiep.

Leue doet hier keihard zijn eigen ding mee met amper vier acteurs: Han Solo als de wolf, Frank Focketeyn als Koning Leeuw, Jonas Leemans en Ini Massez als de andere dieren. Hij doorbreekt ook vlotjes de vierde muur: de personages spreken het publiek toe, geven zelf commentaar op de acties en de dialogen en op elkaar.

Reinaert de vos zoals u hem nog nooit zag of hoorde.
Een schelmenstuk, een sluw slopen van het zeggenschap.
Met veel respect voor het origineel bewerkte Dimitri Leue deze klassieker tot iets origineels.

Han Coucke kruipt in de pels van Vlaanderens meest aimabele slechterik.
Frank Focketyn geeft gestalte en volume aan de goedgelovige leeuw Nobel.
Ini Massez neemt het in deze rechtszaak avant-la-lettre op voor haar neef Vos als Grimbert de das.
Jonas Leemans wil als wolf Isengrijn maar één ding: wraak op die rotte vos.

Als Lode Zielens aan zijn moeder vroeg: ‘Waarom leven wij?’
had zij moeten antwoorden met: ‘Voor de geneugtes, jongen.’
Gevoelens voelt ge. Gedachtes denkt ge. Geneugtes die… neugt ge. Dus we moeten neugen! Neugen! En nog eens neugen! – VOS

Ik heb nog een leeuw liggen die speciaal voor mij zijn manen heeft geföhnd. Het is een model. Het model van onze vlag dan nog wel. En hij is van mij.Zijn manen draaien rond mijn hemellichaam. – LEEUW

Choose your weapon: geweld of gesprek.
Zijn wij wilde beesten die elkaar zo maar wat afmaken of zijn wij
intelligente dieren die met respect omgaan met elkaar?
U bepaalt waar wij staan in de evolutie, chief! – DAS

Het resultaat? Een gigantisch stomend stuk, waarbij je afwisselend in de lach schiet, zit te grinniken, af en toe verontwaardigd blaast, maar vooral geniet. De staande ovatie achteraf was dan ook terecht, want man, dit blaast je van je sokken, en doet je tegelijkertijd nadenken over de inhoud.

Als je nog ergens kan gaan kijken: DOEN! Er zijn hier en daar nog enkele tickets te krijgen: https://leue.be/voorstelling/van-den-vos-die-amoc-maecte/

Romeo + Julia in de Gentse opera

Ik ga al graag ne keer mee met de Cultuurcel van de school , maar er moet wel plaats zijn: de leerlingen krijgen logischerwijs voorrang, en ik zit niet in de organisatie. Ik had me ook opgegeven voor het ballet “Romeo + Julia” in de opera, maar helaas, dat was in een mum van tijd volzet.

En toen kreeg ik vanavond, iets voor zeven, telefoon: dat één van de leerlingen niet kon maar dat eigenlijk niet had doorgegeven, dat ze daar al waren voor de voorbespreking, en of ik geen zin had om alsnog af te komen. Euh… Ik twijfelde even want ik had echt nog dingen te doen tegen morgen – procrastination is a bitch – maar ging alsnog akkoord. Ik at snel iets, had geen tijd meer om me echt om te kleden, en sprong in de auto, zodat ik tien voor acht de trappen richting derde balkon – nog net niet het uilenkot – kon beklimmen.

Ik heb het me niet beklaagd: wat een prachtige voorstelling! Ik snapte  er geen knijt van – de voorbespreking had een en ander duidelijk gemaakt, dat het een sfeerbeeld was en geen verhaal, hoorde ik achteraf – maar ik genoot: een ongelofelijk mooie esthetiek, pràchtige zwarte kostuums voor zowel mannen als vrouwen, bewegingen die ik nog niet eerder in een ballet had gezien… Ik had er geen moment spijt van.

Voor de schoolwebsite schreef ik het volgende:

“Beeld je in: je droomt ‘s nachts van Shakespeares onsterfelijke verhaal Romeo en Julia en Prokofjevs magistrale balletmuziek erbij. Al snel slaat die droom om in een nachtmerrie, als een raadselachtige onthulling van het onderbewuste. In Romeo + Julia herinterpreteert de Spaanse choreograaf Marcos Morau de beroemde tragedie die verankerd is in ons collectieve geheugen. Hij laat de traditionele verhaallijn los en transformeert ze tot een associatief visioen. Romeo + Julia speelt zich af in een duistere wereld, waarin geweld zo alomtegenwoordig is dat de totale vernietiging onafwendbaar lijkt.

Morau creëert een verbluffend visueel universum met zijn kenmerkende poëtische muzikaliteit en haarfijn gechoreografeerde bewegingstaal. Hiervoor laat hij zich inspireren door de partituur van Sergej Prokofjev waarin op meesterlijke wijze de sensuele lyriek een onheilspellende ondertoon gegeven wordt. Prokofjev creëerde met zijn toonzetting van het Shakespeare-drama een van de indrukwekkendste balletten van de 20e eeuw.

Bovenstaande tekst lokte een 25 leerlingen van 4,5 en 6 om een avondje door te brengen in onze prachtige Gentse opera. We zaten dan misschien wel helemaal boven, maar dat stoorde eigenlijk niet, want ik vermoed dat we daardoor de adembenemende choreografie nog meer konden bewonderen omdat we een schitterend overzicht hadden. En die choreografie, die was inderdaad zo indrukwekkend als de tekst en de voorafgaande inleiding ons deden hopen. Veel verhaal zat er effectief niet in, des te meer drama en duisternis. Bij momenten deden de bewegingen aan marionetten of vroege robots denken, op andere momenten leek het wel of je naar een grote zwerm spreeuwen zat te kijken die allemaal op het perfecte moment zwenken of met een fractie van een seconde verschil een beweging nabootsten. Dat geheel werd nog onderstreept door de magnifieke, sombere en barokke kostumering: ook de mannen droegen zwarte rokken, gewaden of quasi alles verhullende ensembles.

Het geheel liet ons quasi sprakeloos achter, en dat was niet alleen omdat het daarboven in de zaal puffend warm was. De moeite waard, jawel.”

“Orfeus” van Koen De Graeve met de Flat Earth Society

Redelijk op het onverwacht – ze waren me vergeten te verwittigen – stond ik dus vanavond in Brugge. Bart was zo ontzettend lief geweest om me naar het station te brengen en me dan ook in het holst van de nacht weer op te halen: ik wist dat de treinreis, de wandeling en de voorstelling zelf eigenlijk te veel van het goede gingen zijn voor mijn rug, en als ik had geweten, had ik het etentje met Gwen gisteren verzet. Maar bon, het is me gelukt, al was ik Bart bijzonder dankbaar dat ik niet zelf nog naar huis hoefde te rijden: hij zat achter het stuur, en dat zegt wel iets.

Maar bon, het was een zeer aangename avond, al heb ik nog steeds iets van “What the fuck was dat, zeg???” Voor de schoolwebsite schreef ik er het volgende verslag over:

“Op dinsdag 04 februari tekende een hele groep leerlingen uit vier, vijf en zes vrijwillig present in het Sint-Pietersstation: samen trokken ze richting Brugge voor de voorstelling Orfeus/Lazarus. Mijnheer Uyttenhove, geboren Bruggenaar, nam tijdens de twintig minuten durende wandeling doorheen het centrum van Brugge richting de Stadsschouwburg de gelegenheid te baat om hier en daar een weetje ten berde te brengen, zoals bv. over de ondergrondse bierpijpleiding van de stadsbrouwerij, of het feit dat het Belfort stilaan de toren van Pisa achterna gaat. Bij die laatste stop op de Grote Markt gaf ook mevrouw Rombaut een korte samenvatting van het verhaal van Orfeus en Eurydice, wat achteraf geen luxe bleek te zijn.

Want die voorstelling, die ging wel degelijk over Orfeus die al drieduizend jaar na elkaar probeert zijn geliefde Eurydice uit de onderwereld te halen. Alleen was dat verhaal alles behalve rechtlijnig, wel integendeel: ondersteund door een uitstekende Flat Earth Society ontbindt Koen De Graeve al zijn duivels in een meedogenloze woordenstroom. Tweeënhalf uur lang word je als publiek omvergeblazen door iets wat het midden houdt tussen stream of consciousness en verbaal expressionisme: De Graeve stort zijn gedachten over je uit in een mengeling van Nederlands, Frans, Engels, Duits en Aalsters, met af en toe zelfs Latijn en Oudgrieks. Dat hij bij momenten niet te verstaan is, maakt zelfs niet uit: het gaat om de klanken, het effect, de sfeer. Dat is ook de reden, vermoeden we, dat er in de voorstelling geen pauze is: je kan dit niet zomaar onderbreken. Al onderbreekt De Graeve vooral ook zichzelf: zijn gedachten springen alle kanten uit, het verhaal gaat van papa Zeus en Orfeus naar Koen die Sint speelt voor zijn kinderen tot filosofische overpeinzingen over het Γνωθι σεαυτον – Gnothi seauton, ken jezelf – van Socrates. Dit is het om in het hoofd te zitten van iemand met ADHD: hij maant zichzelf dan ook voortdurend aan tot focussen.

Wanneer je de zaal verlaat, heb je dan ook het gevoel dat je net bent omvergereden door een aanstormende sneltrein, waarvan je wist dat die op je afkwam en waar je naartoe zat te kijken als een konijn naar een set koplampen. Sommige leerlingen vonden er niks aan: te lang, te saai, te luid. Maar anderen, waaronder ook de leraars, vonden het eigenlijk best wel een goed stuk, wanneer je er even hebt van kunnen bekomen.

Voor dat laatste deed de wandeling terug richting station wonderen, net zoals de treinreis: om half twaalf stonden we terug in Gent, een aparte ervaring rijker.”

Ontroerend Goed speelt “Fight Night”

Met de cultuurcel van school zat ik vanavond dus niet op de repetitie van het koor – wat nochtans eigenlijk wel nodig was -  maar in Sleidinge, in CC De Stroming voor de voorstelling “Fight Night” van Ontroerend Goed.

De perstekst is eigenlijk vrij verhelderend:

Een politieke verkenningstocht vermomd als interactief, theatraal spel. De kandidaten strijden op het podium om de sympathie en de stem van het publiek. Het publiek, gewapend met een stembakje, beslist wie blijft of gaat, maar raakt verwikkeld in een steeds complexer, ondoorzichtiger systeem van regels en manipulaties. Alle tactieken en strategieën zijn veroorloofd om de eindoverwinning te behalen.

Vijf spelers. Vijf rondes. Jouw stem. Eén over­levende. De inzet: je aandacht, je goed­keuring, je zwakke plek, je leedvermaak, je steun, je oordeel.

We helpen je beslissen met polls, stemwijzers, coalities, campagnes, debat­ten, exit polls en opiniepeilingen. We zorgen ervoor dat de beste niet wint.

‘Fight Night’, gecreëerd in 2013, reisde al de hele wereld rond. ‘Fight Night’ is één van de populairste voorstellingen uit het Ontroerend Goed-repertoire en wordt voor het verkiezingsjaar 2024 in een nieuw kleedje gestoken, klaar om het publiek opnieuw te laten stemmen. 

Geen idee in hoeverre dit doorgestoken kaart was, maar ik denk dat er gewoon meerdere spelmogelijkheden zijn, zo zit Ontroerend Goed wel in elkaar. Iedereen had inderdaad een stembakje en werd regelmatig gevraagd een stem uit te brengen op één van de vijf kandidaten, op basis van een mening of zelfs gewoon maar uiterlijk. Maar het was niet altijd degene met de meeste stemmen die zomaar verder ging: iemand die op de tweede plaats stond, werd genadeloos weggestemd omdat de anderen een coalitie aangingen, dat soort dingen. Zoals het er ook echt aan toegaat in ons politieke systeem dus.

Op een bepaald moment werd gevraagd dat iedereen die niet akkoord ging met het systeem, zou weigeren een stem uit te brengen, en dan ook naar voor te komen. Hen werd uitgelegd dat ze nu buitenspel stonden, aangezien ze niet wilden stemmen. De meeste van onze leerlingen zaten daarbij en trokken grote ogen toen hen verzocht werd de zaal te verlaten. Ha ja, ze stonden buitenspel. Het einde van het stuk hebben zij dan ook niet gezien, ze kwamen pas weer binnen na het applaus.

Ja, ik denk dat het het publiek en dan vooral ook onze leerlingen aan het denken heeft gezet. Allez, hoop ik toch, want het is ook echt wel nodig.

Een geëngageerd stuk dus, en de moeite zeker waard.

Foreshadow

Eigenlijk had ik geen kaarten voor deze voorstelling van de Cultuurcel, maar een collega moest verstek geven en ik was de eerst aangewezen vervanger. Ik zei niet nee.

Ik heb daar zó hard geen spijt van gehad! De perstekst schreef het volgende:

Op de tonen van experimentele rockmuziek bewegen acht acrobaat-dansers zich als tandwielen van een collectief lichaamsmechaniek. Samen gaan ze op zoek naar quasi onmogelijke balansen en dagen elkaar én de zwaartekracht uit.

Met de strak georchestreerde chaotische bewegingslandschappen van Foreshadow zet Alexander Vantournhout een nieuwe stap in zijn onderzoek naar de relaties tussen zwaartekracht, beweging, balans en ruimtelijkheid. Naast de vloer, die in SCREWS en Through the Grapevine telkens een prominente rol kreeg, wordt nu ook de muur een danspartner.

Ik wist dus niet goed wat te verwachten, en als ik eerlijk ben: de eerste tien minuten vreesde ik het ergste. Zonder muziek bewogen de acht dansers (acrobaten? Acrogymnasten?) zich in vaste patronen, met heel veel draaibewegingen en telkens ook tegen de muur botsend, bijna als een caleidoscoop. Vreemd.

Geleidelijk aan kwam er muziek opzwellen, maar of dat een verbetering was, dat laat ik in het midden. Mij leek het eerder free jazz dan experimentele rockmuziek en ik kreeg er koppijn van, iets wat de leerlingen achteraf ook bevestigden. Gelukkig kwam er ook nog andere muziek aan te pas. Maar beetje bij beetje werden de bewegingen complexer en gewaagder, tot ik op een bepaald moment met open mond zat te kijken. Dit kón toch niet? Kan een menselijk lichaam dit aan? Hoe kom je in hemelsnaam op zo’n choreografieën, en hoe gek moet je zijn als danser om die ook nog te willen uitvoeren? De vergelijking met een ingewikkelde mechanische constructie is niet te vergezocht, geloof me, en de dansers moeten vooral een grenzeloos vertrouwen in hun eigen lichaam én in dat van hun mededansers hebben. Af en toe hoorde je het publiek collectief naar adem happen en dacht je dat het nu toch gegarandeerd fout zou lopen. Maar nee, foutloos – of zo kwam het toch over – sprongen, tuimelden, hingen en dansten de acrobaten zich doorheen het stuk.

De staande ovatie na afloop was dan ook niet verwonderlijk: dit toont een meesterlijke beheersing van het menselijk lichaam en het aftasten van de grenzen ervan. Chapeau!

Concert in de Bozar

Ik ben en blijf fan van de Cultuurcel van onze school: had ik meer tijd en energie – ik doe wel al behoorlijk wat voor de school buiten mijn lesopdracht – ik zou zelf mee in de organisatie willen zitten. Maar nu ga ik gewoon zo vaak mogelijk mee, als mijn agenda het toelaat en er nog tickets beschikbaar zijn, want de leerlingen krijgen voorrang. Uiteraard.

Vanavond stond ik zo met 37 collega’s en leerlingen, waaronder Kobe, in de Bozar voor het Belgian National Orchestra. We waren er al om 19.00 uur, want wanneer je als schoolgroep een concert bijwoont, is het een vereiste van de Bozar dat je ook een inleiding meepikt. En ja, dat is best wel interessant. Een jonge dramaturg van het Operaballet Vlaanderen mocht dirigent James Feddeck interviewen en deed dat met verve.

Jammer genoeg mochten we daar voor het concert zelf niet blijven zitten, maar onze plaatsen waren ook nog steeds meer dan uitstekend. En het concert?

Eerst was er het Concerto voor cello en orkest, op. 85 van Edward Elgar, met de jonge Anastasia Kobekina op een Stradivarius. En man, wat een présence! Wat een vuur! Wat een passie! Ze smeet zich vol overgave op de muziek, uit het hoofd, en greep het hele publiek meteen bij de keel. Prachtig.

Na de pauze was er Symfonie nr. 5, op. 82 van Jean Sibelius, een tijdgenoot van Elgar. Dit is misschien iets minder toegankelijke muziek, maar ook hier genoot het publiek duidelijk, niet in het minst onze eigen leerlingen.

Een meer dan geslaagde avond, en dat kon ook Kobe beamen.

Gaïsha in concert

Toen de Cultuurcel dit concert van Gaïsha aankondigde, schreef ik me meteen in, zonder achtergrondkennis. Ik vertrouw mijn collega’s daarin: als ze iets kiezen, zal dat wel oké zijn. Ik wist dan ook absoluut niet wat ik moest verwachten, daar in de Centrale. Toen we daar toekwamen tegen acht uur, was er amper vijf man en een paardenkop, maar bleken er ook geen stoelen te zijn. Ach ja… Er waren een soortement lage podia aan de zijkant, zo’n meter breed, waar je op kon gaan zitten. Alleen waren die al volzet, maar iemand van de zaal kwam vragen of ze nog wat plaats voor mij konden maken, omdat een fijne collega een stoel voor me was gaan vragen. Ik verzeilde naast een zeer sympathiek koppel waarmee ik alras een gesprek begon, zij fervente concertgangers bleken met een zoon in het vierde jaar Latijn van het GO! atheneum Gentbrugge, en we elkaar uiteindelijk gewoon ook trakteerden op een drankje.

En het concert? Euh, verbluffend goed, mag ik stellen. Zangeres Aïsha Haskal omringt zich met een schare rasmuzikanten om zo’n een staalkaart aan genres te brengen, telkens met haar typisch oosterse zangstijl, al kan en wil ze haar rapverleden niet verbergen, zoals ze zelf zei. Wat een stem, wat een energie, wat een positiviteit! Het concert ging van typisch Marokkaanse muziek over een Grieks treurlied naar een Frans-Arabische funky song in de stijl van Serge Gainsbourg, tot zelfs reggae en pure rock’n’roll. De meeste nummers waren in het Marokkaans, maar ook veel Frans, Nieuwgrieks, Italiaans, enfin, alle mogelijke talen en culturen kwamen aan bod, maar vrijwel altijd met een funky sausje.

Ik heb het grootste deel van de avond gezeten – de rug wil niet echt mee de laatste tijd -  maar op een bepaald moment ben ik toch gaan dansen: de muziek was té aanstekelijk en de beweging deed mijn rug echt wel goed.

Samengevat: een zeer fijne avond met rasartiesten en een klassezangeres. Mochten ze ergens bij u in de buurt optreden: een aanrader.