Latijnse novelles op café

Ik weet niet meer waar ik dit had opgepikt, maar ik las dus ergens dat Katrien Van Acker, vakdidactica van de UGent, een avondje organiseerde waarbij leraars eenvoudige Latijnse novelles konden lezen, en wel in een boekencafé aan het station, Geheel De Uwe. Ik zette het meteen in mijn agenda en liet er zelfs een avondje Cthulhu voor verzetten.

Tegen acht uur tekende ik present, samen met nog zo’n 25 andere leraars, en zag ik dat er tot mijn verbazing een heel oeuvre bestaat aan simpele, Latijnse boekjes met ofwel een bijzonder simpele grammatica en wat meer vocabularium, ofwel een zeer beperkt vocabularium – dat doorgaans ook nog achteraan quasi helemaal wordt opgegeven – en een iets moeilijkere zinsbouw. Al is dat moeilijk zeer relatief, geloof me.

Ik bestelde een gemberthee en nestelde me in een zetel met Fabula Criminalis: Clodia. Ik had dit er uit gepikt omdat we in het vijfde nu eenmaal over Catullus en Clodia lezen, en dat het blijkbaar meteen ook ging over haar broer Clodius en diens vete met Milo, wat we dan weer uitgebreid lezen en bespreken in het zesde. Toplectuur is het niet meteen, maar wel iets dat pakweg mijn zesdes echt wel zouden kunnen lezen. Hmm. Misschien moet ik hen de keuze laten tussen ofwel Murder on the Appian Way, wat ze nu moeten lezen, of dit boekje.

Ik las het dus uit, en ging dan opnieuw gaan snuffelen tussen de aangeboden boekjes.

En toen viel mijn oog op een – toevallig alweer – paars boekje waarvan ik de grafische vormgeving leek te herkennen als iets Lovecraftiaans, ofte, voor wie daar niet bekend mee is, Lovecraft, de auteur van Call of Cthulhu, het rollenspel dat ik al jàren speel. Het bleek een zeer vreemd samenspel te zijn van een Latijns thema met Cthulhu erin verweven. Kort samengevat: een Vestaalse priesteres valt van haar geloof als ze van de goden haar geliefde raaf moet doden, komt terecht bij een andere priesteres en samen roepen ze Cthulhu op. Die moet de Romeinse goden doden, en hij eet hen dan ook op, maar daarna wil hij verder de hele wereld verwoesten. Dat moeten ze uiteraard stoppen, en dat lukt hen gelukkig ook, waarna de opgegeten goden opnieuw vrijkomen en beide priesteressen de vrijheid geven om gewoon het leven te dienen, in plaats van een specifieke god.

Euh. Ja zeker?

Ik moest eigenlijk wel lachen, het is een beetje simplistisch, maar als je natuurlijk sterk beperkt wordt door het niveau van het Latijn, kan het ook niet veel anders.

Ik heb in elk geval een fijne, leerrijke avond gehad en denk dat ik me wel enkele van die boekjes ga aanschaffen. Of ik doe dat op het vakgroepbudget, ook een mogelijkheid. Tsja. Weer iets bijgeleerd.

 

Uitbollen…

De deliberaties zijn achter de rug, alle punten zijn binnen, nu enkel nog een pak verslagen schrijven, rapporten maken en uitdelen, een proclamatie, leerlingencontact en oudercontact overleven, en we zijn er. Oef.

Vandaag stond er geen school op het programma, enfin, toch niet ginder ter plekke, alleen wat administratie.

Tegen tien uur zat ik bij de kine, tegen half twee opnieuw in de garage: de wisselstukken waren toegekomen. Om te blijven zitten had ik echter geen zin, en ik moest trouwens nog op een missie: een knaloranje vestje vinden voor een afscheidnemende collega. Ik begon dus te wandelen, daar op de Brusselsteenweg, en zag eerst een Brantano – geen geluk qua deftige sandalen – en een Zeb: ook niks. Ik stak de straat over naar de Zeeman, en lo and behold: daar hing een knaloranje (naar het koraalrode af) fleece trainingsvestje, in exact de goede maat! Chance!  Ik liep nog wat verder, zag dat er een Marleentje was en liep dus nog wat later verder met een prachtige paarsrode passiflora en een papyrusplant, beide voor geen geld. En zo waaide ik de Wibra binnen, en dat moet ik eigenlijk vaker doen: metalen haken om het tuingereedschap op te hangen, een zonnezeil (als we het ooit nodig zullen hebben), een paraplu, en nog een hoop kleine dingetjes.

Behoorlijk zwaar beladen liep – strompelde? – ik terug naar de garage, weerstond aan de verleiding van de slechte koffie, en zette me te lezen. En tegen half vijf was de auto klaar en ik 1398 euro armer. Ugh.

In het passeren pikte ik nog, dankzij een tip van de legger, een cache op, en reed fluks naar huis.

En ’s avonds, ’s avonds speelden we onze eerste echte Cthulhusessie in tijden. Xavier had er een vintage pareltje van gemaakt, met alle juiste sfeerschepping, donkere schilderijen, beesten in het water… Wolf speelde mee, en genoot intens, en de anderen hielden zich niet in omdat hij erbij zat. Dat zou ik ook niet willen, want de groep is per slot van rekening niet opgezet om Wolf een plezier te doen, maar wel om echt te spelen. Het was bijwijlen intens, bijwijlen hilarisch! Alleszins een fijne avond gehad, en Wolf glunderde toen hij ging slapen. Hij heeft verdomd goed gespeeld, trouwens.