Lectuur: “Carmen Corvi” van Emma Renault-Varian en “Clodia: Fabula Criminalis” van Andrew Olimpi

Korte Latijnse novelles, het is eens wat anders.

Deze twee boekjes zijn gericht op leerlingen of enthousiastelingen van het Latijn die wel wat woordenschat en grammatica onder de knie hebben, maar ook zeker geen universitair niveau. De bedoeling is dat ze gewoon vlot kunnen lezen, zonder al te veel na te denken, en dus dat Latijn oppikken zoals je een Frans boek leest. En er dus gewoon leesplezier aan hebben.

Lukt dat?

Mja. Het komt uiteindelijk neer op een relatief kinderlijke taal met korte zinnetjes, ook al is de inhoud nog best wel oké. De auteurs maken de keuze tussen ofwel een bijzonder simpele grammatica en wat meer vocabularium, ofwel een zeer beperkt vocabularium – dat doorgaans ook nog achteraan quasi helemaal wordt opgegeven – en een iets moeilijkere zinsbouw. Al is dat moeilijk zeer relatief, geloof me.

De Clodia nam ik ter hand omdat ik in het vijfde Catullus met zijn Lesbiagedichten – Lesbia is een pseudoniem voor Clodia – lees, en in het zesde de Pro Milone van Cicero, waar hij het heeft over de dood van Clodia’s tweelingbroer. Je krijgt hier dan ook beide verhalen door elkaar verweven, en dat maakt het best wel oké. Is dit bruikbaar op school? Goh, nee, want geen authentieke teksten. Je zou kunnen zeggen: maar dit is toch nu geschreven door een ‘echte’ auteur en daardoor ook authentiek? Nee, want dit heeft niet de bedoeling literatuur te zijn, maar is echt gericht op studenten en dus speciaal voor hen geschreven in een taalgebruik dat geen enkele echt vlotte spreker ooit zou hanteren.

De Carmen Corvi had ik dan weer uitgekozen omdat ik de stijl van de voorpagina herkende: Lovecrafts Cthulhumythos. En jawel, ik kreeg een crossover van een Romeins verhaal en een stukje Cthulhu, en ik vond het best wel grappig. Een meisje wordt priesteres van de Romeinse goden en heeft een kraai als huisdier, tot dat plots niet meer mag van diezelfde goden. Daarop vlucht ze en komt ze terecht bij een andere priesteres – nota bene haar tante – die Cthulhu dient. Samen roepen ze Cthulhu op om hem de Romeinse goden te laten vernietigen, maar wanneer Cthulhu daarna ook de rest van de wereld wil vernietigen, vinden ze samen een manier om hem te stoppen.

Het taalgebruik is hier echt wel storend kinderlijk, maar wellicht voor leerlingen net daardoor vlot leesbaar.

Ik denk dat ik het eerste misschien wel eens ga aankopen, en kijken wat ik er praktisch gezien mee kan doen. Niet veel, wellicht.

Latijnse novelles op café

Ik weet niet meer waar ik dit had opgepikt, maar ik las dus ergens dat Katrien Van Acker, vakdidactica van de UGent, een avondje organiseerde waarbij leraars eenvoudige Latijnse novelles konden lezen, en wel in een boekencafé aan het station, Geheel De Uwe. Ik zette het meteen in mijn agenda en liet er zelfs een avondje Cthulhu voor verzetten.

Tegen acht uur tekende ik present, samen met nog zo’n 25 andere leraars, en zag ik dat er tot mijn verbazing een heel oeuvre bestaat aan simpele, Latijnse boekjes met ofwel een bijzonder simpele grammatica en wat meer vocabularium, ofwel een zeer beperkt vocabularium – dat doorgaans ook nog achteraan quasi helemaal wordt opgegeven – en een iets moeilijkere zinsbouw. Al is dat moeilijk zeer relatief, geloof me.

Ik bestelde een gemberthee en nestelde me in een zetel met Fabula Criminalis: Clodia. Ik had dit er uit gepikt omdat we in het vijfde nu eenmaal over Catullus en Clodia lezen, en dat het blijkbaar meteen ook ging over haar broer Clodius en diens vete met Milo, wat we dan weer uitgebreid lezen en bespreken in het zesde. Toplectuur is het niet meteen, maar wel iets dat pakweg mijn zesdes echt wel zouden kunnen lezen. Hmm. Misschien moet ik hen de keuze laten tussen ofwel Murder on the Appian Way, wat ze nu moeten lezen, of dit boekje.

Ik las het dus uit, en ging dan opnieuw gaan snuffelen tussen de aangeboden boekjes.

En toen viel mijn oog op een – toevallig alweer – paars boekje waarvan ik de grafische vormgeving leek te herkennen als iets Lovecraftiaans, ofte, voor wie daar niet bekend mee is, Lovecraft, de auteur van Call of Cthulhu, het rollenspel dat ik al jàren speel. Het bleek een zeer vreemd samenspel te zijn van een Latijns thema met Cthulhu erin verweven. Kort samengevat: een Vestaalse priesteres valt van haar geloof als ze van de goden haar geliefde raaf moet doden, komt terecht bij een andere priesteres en samen roepen ze Cthulhu op. Die moet de Romeinse goden doden, en hij eet hen dan ook op, maar daarna wil hij verder de hele wereld verwoesten. Dat moeten ze uiteraard stoppen, en dat lukt hen gelukkig ook, waarna de opgegeten goden opnieuw vrijkomen en beide priesteressen de vrijheid geven om gewoon het leven te dienen, in plaats van een specifieke god.

Euh. Ja zeker?

Ik moest eigenlijk wel lachen, het is een beetje simplistisch, maar als je natuurlijk sterk beperkt wordt door het niveau van het Latijn, kan het ook niet veel anders.

Ik heb in elk geval een fijne, leerrijke avond gehad en denk dat ik me wel enkele van die boekjes ga aanschaffen. Of ik doe dat op het vakgroepbudget, ook een mogelijkheid. Tsja. Weer iets bijgeleerd.