Circe met Gwen

Het was al geleden van de grote vakantie dat we elkaar nog gezien hadden, en dat vonden we beiden eigenlijk wel te lang. Alleen zijn onze agenda’s dus behoorlijk druk, zeker bij haar. Maar bon, we hadden dus nog een plekje gevonden in de agenda én een plekje bij een halve Griek. Halve Griek, hoor ik u denken? Welja.

Circe aan de Kraanlei pretendeert een Grieks restaurant te zijn, maar dan met een moderne twist. Die blijkt onder andere gewoon Engels te zijn: de menu en de website zijn eentalig Engels. Omdat ze in toeristengebied liggen, misschien? Ik vond het al een beetje een afknapper, om eerlijk te zijn. Je zal er inderdaad niet de “echt” Griekse traditionele gerechten vinden, maar wel een kaart vol kleine, te delen schotels die Grieks geïnspireerd zijn, vaak zelfs met de Griekse naam, maar toch telkens iets anders.

Gwen en ik gingen uiteindelijk voor een aperitief, deelden een aantal gerechten en zagen dat het best goed was, maar dat vier schotels voor ons eigenlijk al te veel was. Een dessert hoefde ook niet meer, we hadden meer dan voldoende.

Maar we hadden vooral een gezellige avond in een fijn kader: het is er goed zitten, daar bij Circe.

Lectuur: “Circe” van Madeline Miller

Omdat “The Song of Achilles” me zo gigantisch goed bevallen was, wilde ik ook deze ‘Circe’ lezen. En ja, die was ook meer dan oké, maar niet het niveau van Achilles, maar dat kan gerust ook aan mij liggen.

De tovenares Circe is een van de personages uit Homeros’ Odyssea: Odysseus komt op haar eiland aan, blijft er een behoorlijk lange tijd, en is de vader van haar kind Telegonus.

Miller neemt ons mee naar de kinderjaren van Circe: ze is de dochter van de zonnegod Helios en een nimf, maar heeft noch het uiterlijk, noch de stem van de goden. Daardoor wordt ze uitgelachen en niet aanvaard, zodat ze haar heil eerder zoekt bij de stervelingen. Ze komt er ook achter dat ze beschikt over toverkracht, iets wat bij de goden niet toegelaten is. Wanneer ze een liefdesrivale betovert, wordt ze verbannen naar het eiland Aiaia waar ze de enige bewoonster is. Ze temt er de dieren, de natuur en ook de occasionele voorbijganger. Daedalus passeert er, Hermes komt regelmatig op bezoek, en dan is er ook Odysseus… Ze perfectioneert met eindeloos geduld – het helpt wel als je onsterfelijk bent – haar toverdranken en spreuken, voedt met veel moeite haar kind op en laat hem met nog veel meer moeite ook los…

Miller maakt er een prachtig verhaal van, maar op een of andere manier werd ik er minder emotioneel in betrokken als bij Patroclus. Maar heb ik het graag gelezen? Welzeker, alleen staat het niet bovenaan mijn lijst.