Chat GPT op het examen 2025

Ja, zelfs op een volledig analoog schriftelijk examen kan je perfecte Chat GPT vragen stellen aan de leerlingen.

In mijn zesdes hebben we een gans stuk van de Pro Milone van Cicero gelezen, een speech waarin hij Milo verdedigt voor de moord op Publius Clodius Pulcher. We hebben de personages uiteraard uitgebreid behandeld en ze moesten ook het boek van Steven Saylor “Murder on the Appian Way” lezen.

Als perfecte synthesevraag kregen ze dus: “Als je Chat GPT een afbeelding van Publius Clodius Pulcher zou willen laten maken, welke prompts zou je dan ingeven? Dat mag gerust zeer uitgebreid zijn: ik zal ze ook echt ingeven en je achteraf het resultaat laten zien. Wees vooral grondig.”

Ik heb momenteel amper tien leerlingen in het zesde, maar ik kreeg wel fijne dingen. En zoals gezegd, gaf ik de prompts ook echt in, met wisselend resultaat (en punten dus).

1. ik wil een afbeelding van een man, hij moet grijs haar hebben en heeft alleen aan de zijkant van zijn hoofd haar, dus niet aan de bovenkant. Hij heeft een rond gezicht en een grote neus en wat rimpels op zijn voorhoofd. Zet hem op het forum van Rome en laat hem een toespraak geven. Ik wil alleen hem zien en het Forum. Hij is een Romein dus hij draagt een toga in het wit.

2. Neem het bekendste standbeeld van Cicero, maar pas aan: maak hem kalend, met heel wat rimpels, met bruine ogen, een chique tuniek die zijn succes weergeeft. Maak hem mollig, met een papyrus en een veer in de hand, en een “rechtbank” op de achtergrond die zijn juridische ervaring symboliseert.

3. Maak een afbeelding van Cicero, die er gekrampt uit ziet en grijpt naar zijn buik in pijn. Hij jeeft een schrijfstok achter zijn oor en Tiro staat achter hem. Hij draagt een toga. Hij zit trouwens aan tafel met een bord voor zijn neus waar kikkererwten op liggen.

4. een afbeelding van een kleine man, kaal, een toga aan, ovaal gezicht, achter een lezenaar met zijn hand in beweging omdat hij wild aan het vertellen is.

5. Maak een foto van Cicero, toen hij de redevoering Pro Milone uitsprak. Hij is in de 50, heeft grijs haar en een hoekige neus.

6. Maak een zelfverzekerde man met bruin haar, een slechte haarlijn die panikeerde tijdens zijn redevoering.

7. Een grote man die zeer zelfzeker is. Die een typisch Romeinse figuur is. Met een macho-look. Die een redevoering aan het geven is terwijl de hele stad die naar hem aan het luisteren is (sic) die aandachtig naar hem luisteren en opkijken naar hem. Ik zou Chat GPT ook vragen om hem in typische kleren af te beelden.

8. Een Romeinse man in een lange witte toga op een forum aan het spreken voor een menigte. Rond het forum staan schreeuwende burgers.

9. Hey Chat! Maak voor mij een afbeelding van een Romeinse man van rond 50 AC. De man draagt een witte toga en een burgerring. Hij is rond de 40 jaar en heeft kort grijzend haar. Hij heeft darmklachten dus houdt met zijn rechterhand zijn buik vast en heeft een gepijnigde uitdrukking op zijn gezicht. Aan zijn linkerhand heeft hij de gouden burgerring en onder zijn rechterarm houdt hij veel perkamentrollen en papieren vast.

 

Ik heb zelf ook eens een prompt aangemaakt en ingegeven.

Graag een foto van Marcus Tullius Cicero, 52 AC, terwijl hij de Pro Milone houdt. Hij is rond de 50, draagt een senatoriale toga. Hij staat op de rostra op het Forum Romanum, oogt onzeker. Het Forum staat vol met een voornamelijk vijandig Romeins publiek, alle lagen van de bevolking. Rondom het forum staan gewapende soldaten van Pompeius. Op de achtergrond zijn de tempels en gebouwen te zien zoals die er in 50 voor Christus uit zagen.

Hier was ik niet meteen tevreden mee. Ik heb hem dan – wat uiteraard niet kan op een examen – wat bijgestuurd: Geen ruïnes, check je gegevens over het Forum Romanum in 52 voor Christus. De soldaten staan meer op de achtergrond, langs de randen van het forum. Geen vrouwen in het publiek. De mannen droegen geen baarden. Cicero heeft geen papier in de hand.

Meh. Hier zou ik schrik krijgen van het publiek, en die gebouwen zijn nog steeds niet oké.

Geen ruïnes, alleen afgewerkte tempels. Het publiek staat niet netjes in rijen, maar door elkaar, alle mogelijke Romeinse kledij, dus vooral tunica’s, weinig toga’s. Cicero staat rechter.

Repareer de gebouwen op de achtergrond, maak het publiek meer afgewisseld: jong-oud, klein-groot, andere haarkleuren… Maak het publiek ook vijandiger

Laat Cicero meer rechtop staan en tegen het publiek spreken, niet weg van hen. Haal de drie losse zuiltjes in de achtergrond weg.

En toen heb ik het opgegeven. Ik vind het al super dat Chat GPT dit kan, maar ik werd er toch niet bijzonder vrolijk van…

Lectuur: “Imperium” en “Lustrum” (Cicero 1 en 2) van Robert Harris

Deze boeken had ik al een tijdje in mijn boekenkast staan, en ik dacht dat ik ze nog altijd niet had gelezen. Blijkbaar dus wel, wist mijn blog me te vertellen, namelijk in 2016 toen ik in Italië zat.

Maar bon, herlezen kon geen kwaad, dacht ik: ik geef per slot van rekening les over die mens, ik lees zijn redevoeringen met de leerlingen, ik mocht er wel wat vanaf weten.

Wel, precies daar wringt het schoentje: ik weet er te veel vanaf. Harris is een meesterlijk auteur, hij schrijft bijzonder goed en wellicht ook bijzonder spannend. Alleen weet ik precies wat er wanneer zal gebeuren, wie de hoofdrolspelers zijn, hoe het fout gaat lopen, hoe het uiteindelijk ook weer recht zal getrokken worden… Harris schrijft zijn verhaal vanuit het standpunt van Tiro, de trouwe – al kan hij niet anders, hij is een slaaf – secretaris van de redenaar. Dat die heeft bestaan, staat onomstotelijk vast. Hoe die reageerde, is dan weer een deel van de fantasie van de auteur. Maar de feiten, de gebeurtenissen zijn historisch, ik geef er les over, en dus kunnen ze me niet verrassen, laat staan spanning brengen in het verhaal.

Tsja. Ik heb me dus bij momenten door de boeken moeten worstelen, want het ging naar mijn aanvoelen precies maar niet vooruit, maar ik vermoed dat dat volledig aan mij ligt, en dat is voor een keer niet sarcastisch bedoeld. Boek drie zal voor een latere keer zijn.

Een aanrader? Jazeker! Maar niet voor mij…

Gevuld dagje Brussel

Deze morgen zat ik om twintig over zeven al in mijn auto richting Dampoort Station. Omdat ik eigenlijk nooit op dat uur de Gentse binnenring op moet, had ik geen risico genomen qua files, wat ervoor zorgde dat ik gewoon vijfentwintig minuten te vroeg in het station stond. Du jamais vu!

Enfin, de trein op dus. Helaas was er even niemand te bespeuren op het perron en heb ik dan zelf maar mijn roltasje op de trein gezet. Geen goed idee, blijkbaar. Meh. Maar de roltrap naar boven werkte al. Naar beneden was er een lief jongmens om te helpen. Nog die chance.

Ik deed een klein ommetje voor een geocache en tekende om 9.00 uur netjes present in het Sint-Jan-Berchmanscollege voor de jurering van de Latijnolympiade, de Cicerovertaling. En blijkbaar zat ik in een goede groep, want we waren het telkens snel eens over de puntentoekenning, een paar kleine maar vruchtbare discussies niet te na gesproken.

Ik had er eigenlijk op gerekend dat we zouden bezig zijn tot een uur of drie ’s middags, en dan om half zes vergadering met het Certaminacomité. Ik had dus mijn computer meegebracht om eventueel nog wat te werken, maar toen bleken we iets over twaalven al klaar. Hah!

Ik ging met een paar anderen om een broodje, discussieerde nog even met de andere comitéleden over de nieuwe manier van jureren, en stelde toen vast dat het nog geen twee uur was, en ik dus dik meer dan drie uur had in Brussel voor mezelf.

Ik negeerde de miezerregen en ging op wandel richting enkele geocaches, maar wel vaagweg in de richting van de Bozar. Onderweg zag ik een paar mooie dingen, zoals de gedichten van Marguérite Yourcenar en dergelijke.

Toen ik een beetje uitgeregend in de Bozar binnenkwam, vond de rug het tijd voor een rustpauze, en dus installeerde ik me met mijn boek bij een koffie in het museumcafé.

En toen ging ik me verdiepen in de verschillen tussen Magritte en Dalí en stelde vast dat er vooral zeer veel gelijkenissen waren. Knappe tentoonstelling, echt de moeite.

Maar dat stilstaan en geslenter in een museum, dat is duidelijk redelijk funest voor een rug, zo bleek nog maar eens. Ik stapte toen stevig door, terug richting het college, maar de grens van het comfortabele was duidelijk overschreden. Ik had nog een dik kwartier op overschot en ben toen maar even gaan liggen, waar de rug duidelijk dankbaar voor was.

Bon, vergadering dus, en dan gaan eten in De Schieve Lat, een typische Brusselse brasserie met verrassend lekkere frieten en vol-au-vent.

Gwen en ik hebben ons dan nog gerept om een trein te halen om kwart over tien, en toen bleek volgens de app van de NMBS dat we in Sint-Pieters meer dan een half uur gingen moeten wachten voor we de verbinding met de Dampoort gingen hebben. Ugh. Dat kon mijn rug helaas niet meer hebben.

Ik heb dan Bart gebeld die ons is komen halen en ons naar de Dampoort heeft gevoerd, waar mijn auto stond. Alleen… bleek in Sint-Pieters dat er wel degelijk nog veel snellere aansluitingen waren, maar dat de app het niet nodig had gevonden ons die te tonen. Meh. Bart dus quasi voor niks laten komen. De lieverd…

Thuis ben ik plat in de zetel gegaan. Hopelijk draag ik hier morgen niet de gevolgen van, maar ik denk het niet: de rug is gewoon moe, maar niet geprikkeld.

Toneel in ’t stad

Toen ik hoorde dat Guido Vanderauwera opnieuw zijn Cicero speelde in theater Tinnenpot, zag ik het meteen zitten om met onze vierdes, vijfdes en zesdes Latijn ernaartoe te gaan. Directie vroeg meteen of dit niet kon voor alle vijfdes en zesdes, maar dat ketste ik meteen af, de voorstelling van 2012 indachtig.

Ik fietste dus vrolijk met een collega iets over enen richting stad, ging met hem iets eten op het terrasje van Boon, de vroegere Veneziana, en stelde vast dat het er lekker en wonderwel goedkoop is: 13.5 euro voor een stevig stukje quiche met slaatje en een hippe Wostok met abrikoos en amandel.

Netjes om twee uur stonden we me 53 leerlingen aan het theater, en tien minuten later stond Cicero het beste van zichzelf te geven. De bespreking volgt nog op de website van de school, maar is op zich niet zo verschillend van wat ik vroeger al schreef: een zwaar stuk dat toch wel enige voorkennis vereiste.

Aansluitend fietste ik nog even tot aan de Hema om extra pepernoten, en ging dan naar huis. Toch vreemd dat ik er vroeger zelfs niet aan gedàcht zou hebben om met de fiets te gaan, terwijl ik het nu de meest normale zaak van de wereld vind en er nog intens van geniet ook.

En straks dan naar Nederland, naar Lage Mierde, maar dat is voor morgen.

Certamina

De Certamina, da’s de officiële naam van de Latijn- en Grieksolympiades. Ik doe al jaren mee met de zesdes, maar vorig jaar was ik dus platgevallen, en was dat helaas niet het geval. Tsja.

Nu zit Gwen sinds vorig jaar ook in het Certaminacomité wegens haar job, en was er nu blijkbaar nood aan iemand die de communicatie rond de wedstrijden wil doen. En toen dacht ze aan mij. Moh.
Ze belde me, legde me uit wat de bedoeling was, en ik zei ja. Dus zaten we gisteren lekker samen op de trein, kon ik mijn zegje doen over de sociale media en dergelijke, en was ik blijkbaar meteen aangenomen als lid van het Certaminacomité.
De vergadering was in Brussel, in het gebouw van het ministerie van onderwijs, en daar hebben de vergaderzalen trouwens heel erg fijne namen.

Enfin, ik zie het helemaal zitten, al was het maar omdat Gwen en ik elkaar dan nog eens zien en we oeverloos kunnen kletsen.

De Dacia-techniek

Misschien kan iemand van de filologen me helpen?

Er is een bepaalde techniek die vaak gebruikt wordt in redevoeringen, en vooral Cicero is daar nogal fan van.

De techniek is als volgt: de spreker zegt dat hij het niet gaat hebben over een bepaald onderwerp, maar precies door dat te zeggen, trekt hij er toch de aandacht op. Cicero bijvoorbeeld zegt in zijn verdediging van Milo: “Ik ga het niet hebben over het vrouwtje Scantia en de jonge gast Aponius – Clodius had hen elk van beiden met de dood bedreigd, als ze niet hun grond aan hem afstonden – maar wel over…” Net door te zeggen dat hij het er niet over zal hebben, vermeldt hij het toch even, en blijft het in het achterhoofd hangen.

Dacia doet precies hetzelfde in zijn reclame voor de Dacia Sandero:

Ik verwijs er intussen naar als de Dacia-techniek, maar heeft iemand daar een betere benaming voor? Bestaat dat eigenlijk? ’t Is maar dat dat niet zo professioneel overkomt, de “Dacia-techniek” :-p

UPDATE: dankzij Greet (zie commentaren) weet ik nu dat dat paraleipsis heet, en dat dat in het Latijn dan praeteritio is, en dat wist ik nochtans, ooit, in een ver verleden! Dikke merci, Greet!