Certaminavergadering

Ik heb me nog verdomd hard moeten haasten vandaag, en dat was eigenlijk te stom om los te lopen.

Eerst ging mijn ochtend veel te traag en toen plots veel te snel, waardoor ik me gigantisch moest haasten om te koken, en totaal onterecht gigantisch ben uitgevlogen tegen de jongens. Enfin, een en ander zorgde er toch nog voor dat ik nog snelsnel kon eten voor ik in de auto sprong richting Dampoort en daar de trein nam. In Sint-Pieters moest ik dan een kwartier wachten op mijn trein naar Brussel, en dus ging ik op mijn gemak buiten een paar pokémon vangen, en toen dacht ik: “Oh, zo’n frappuccino van de Starbucks, dat is mega lang geleden zeg!” Ze mogen dan pokkeduur zijn, af en toe kan het wel. Alleen… had ik er niet op gerekend dat de wachttijd zo lang ging zijn, en dat ze het rustig aan deden ginder. Ik heb verdorie nog gelópen daar in de gang met mijn frappuccino in de hand om nog net op tijd op de trein te kunnen springen. Vreemd genoeg had ze dan nog wel mijn naam correct geschreven…

Enfin, ik kwam in Brussel aan, wandelde op ’t gemak naar het Consciencegebouw en verwonderde me weer over de naamgeving van alle zalen. Zalig toch?

Er volgde een stevige vergadering met een aantal krijtlijnen, en toen namen Gwen en ik samen de trein naar Gent, waar we ons alsnog even op een terrasje placeerden, voor zij met de fiets naar huis reed en ik nog de trein tot in de Dampoort nam.

Enfin, een fijne dag, alles tesamen. Oh, en aan de Dampoort werd ik al helemaal goed gezind. Onderstaand bord eens goed lezen.

Mijn Gent, ik zie u graag, verander nooit!

Certaminacomité

De vorige vergadering was ik vergeten te noteren in mijn agenda en ik stond die avond vierdubbel geboekt. Tsja.

Vandaag nam ik echter weer fluks de trein naar Brussel, stapte tot het Consciencegebouw, en stelde vast dat er amper 5 grijzende heren aanwezig waren: geen jongere mensen, geen vrouwen zelfs. Ah bon?

Maar om een of andere reden werd het wel een jolige vergadering, waarbij we toch wel een en ander konden afwerken. En tegen vier uur kwam ook Gwen van Hasselt, zodat we na de vergadering nog rustig iets konden drinken in ’t station en daarna samen de trein namen. Echt, zonder Gwen had ik nooit overwogen om in het Certaminacomité te komen, maar dit kletsen doet ons gewoon goed.

Ik stapte mee uit in Gent- Sint-Pieters en zij gooide me af aan de Dampoort waar mijn fietsje stond. Op een fijne dag als vandaag was ik namelijk met de fiets gekomen: zo ver is dat nu ook weer niet.

Geen idee waarom de sfeer op die  vergadering zo… jolig – ja, da’s toch wel het correcte woord – was, maar ik vond het echt wel amusant. Vreemd volk, die classici, maar echt wel sympathiek. En dus vooralsnog nog geen spijt van de beslissing om in het olympiadecomité te gaan.

 

Henry Van De Velde Design Awards

Bart vroeg me een tijd geleden of ik zin had om mee te gaan naar Brussel, naar de Henry Van De Velde Design Awards. Dat wordt immers georganiseerd door Flanders DC, en daar zit hij in de Raad van Bestuur van.
Ik zei absoluut niet nee: ik heb het wel voor design en volg dat zo’n beetje, al hebben we er eigenlijk zo goed als niks van in huis. Iets over vijf reden we dus richting Brussel, om iets over zes gewoon vlak voor de Bozar te kunnen parkeren. Er was een uitgebreide en blijkbaar vrij exclusieve pre-happening, een walking dinner voor alle laureaten en vroegere prijswinnaars. Een redelijk heterogeen en eclect publiek, geloof me, met een hoog m’as-tu-vu gehalte.

We raakten quasi onmiddellijk aan de praat met Joannes Vandermeulen van Namahn, een zeer beminnelijk en nieuwsgierig man, aangenaam gezelschap. En intussen werd er gegeten, en vooral genoten van het dessertenbuffet.

En toen waren er de awards. Kurt Van Eeghem ligt me nog altijd niet, maar die man beheerst wel zijn metier als presentator, hij doet het eigenlijk zelfs bijzonder makkelijk lijken. En de winnende ontwerpen, wel, sommige dingen zijn echt knap en andere… De gustibus et coloribus, zeker?

Voor de eindreceptie zijn we niet meer gebleven: Bart was aan het crashen en wilde zeer graag naar huis. Maar het was wel eens een belevenis, ja.

Certaminavergadering

Jawel, een latenamiddagvergadering in Brussel, dat doe je het best met de trein natuurlijk. Rond vier uur nam ik die aan Dampoort Station, tufte vrolijk naar Brussel Centraal, kocht me van pure goesting een warme wafel, liep in de halve motregen nog even wat verder om een cache aan het Muziekinstrumentenmuseum, en ging dan richting Don-Boscocollege.
2.5 uur later – jawel! – sloten we de vergadering af en gingen we met zijn allen, of toch zo goed als, nog iets eten in ’t Goudblommeke van Papier, blijkbaar een Brussels instituut. Speciaal, bruin café met inderdaad zeer lekker stoverij.

Kwart voor tien zaten we terug op de trein, om elf uur stond ik thuis. Stevige avond gehad, helaas zonder Gwen, maar eigenlijk best wel fijn. Zo’n olympiadecomité, het is me wat…

Pompeii the immortal city

Ne mens zou denken: ge hebt uwe voet stevig verstuikt in Pompeii, ge hebt het niet meer zo voor die stad… Maar ik wil echt waar onmiddellijk terug, en daar dan gewoon twee dagen rondlopen. Helaas, dat zit er zo niet meteen in, niet alleen qua tijd, maar vooral qua rug.

Next best thing: de tentoonstelling in De Beurs in Brussel. Laat dit nu perfect aansluiten bij wat we gezien hebben in het tweede jaar, namelijk de teksten van Plinius over de uitbarsting van de Vesuvius, en dan uiteraard ook alle dingen in en rond Pompeii. We laadden dus 40 leerlingen en drie collega’s in de schoolbus, en reden fluks richting Beurs. Daar konden we gelukkig binnen onze boterhammetjes opeten, en daarna kregen we een rondleiding door een gids in drie groepen. Helaas, die mannen zijn erop getraind om te gidsen voor een heel breed publiek, en het hielp dus niet om te zeggen dat de onze er echt wel al behoorlijk wat vanaf wisten. Soms dacht ik dat ik er beter zelf uitleg over zou kunnen geven, maar bon.

Groot is de tentoonstelling niet, één grote zaal, maar ik vond ze wel machtig interessant, en ik zou eigenlijk wel nog terug willen, al was het maar om op mijn eigen tempo alles beter te kunnen bekijken.

Cirque du Soleil

Bart had me een hele tijd geleden gevraagd of ik mee wilde naar Cirque du Soleil, op uitnodiging van KBC. Ik zei niet nee…

We waren welkom vanaf 17.00 uur in de Trade Mart, vlak naast het Atomium en de locatie van het optreden, maar we waren iets te vroeg, zodat we in de fantastische wind nog snel twee caches oppikten. En toen was er een zeer fijne receptie met eigenlijk gewoon uitgebreid buffet, en babbels allerhande. Alleen was het allemaal rechtstaand, en dat duurde wel redelijk lang, moet ik toegeven.

Iets na zevenen werden we in bussen geladen om toch de goeie kilometer verder afgezet te worden – met omweg – aan de ingang, en vergaapte ik me aan de gigantische tentconstructie.

En toen was er de voorstelling zelf. Ja, het decor was zeer indrukwekkend, en sommige losse nummers ook… Maar daar zat bij deze voorstelling mijn probleem: het bleef bij losse nummers, ik zag er totaal geen samenhang in. Ja, die artiesten kunnen er wel wat van, maar ik zat regelmatig te denken aan de Olympische Spelen topturnen, en hoeveel punten elke beweging zou opleveren… Misschien waren mijn verwachtingen wat te hoog gespannen, dat kan ook, maar eigenlijk bleef ik wat op mijn honger zitten. Dit was gewoon circus, maar dan op een hoog niveau. Maar met clowns, goochelaars, acrobaten, komische intermezzi die eigenlijk niet komisch waren…

Ja, er zaten fantastische acts in: het jonge koppel aan de trapezes, of de turners in het begin op de gelijke leggers, en de trampolinespringers die de trampolines vervangen hadden door soepele balken. En ja, de twee slangenmeisjes deden gewoon pijn aan de ogen, mijn mond viel open. Maar ik miste dus echt een rode draad, meer dan wat het decor te bieden had, want dat speelde een centrale rol. Maar wat hebben oerwoudmensen te maken met drie macho’s die een dame willen versieren op het strand, of indianen in een winterlandschap met in futuristisch fluo geklede springers, of Aziatische unicycle rijdsters met stevig servies?

Aan die indianen heb ik me overigens zitten ergeren: een act met rolschaatsen op een klein rond podium, waarbij het enige dat ze deden, was dat ze samen rondjes schaatsten, zij haar benen omhoog wierp om zijn nek – middel – stoere armen, ze zo even rondzwierden, stilvielen, en applaus in ontvangst namen. Maal vijf, minstens. Poëtisch, ja, maar niet meer dan dat. Maar dat zal wel aan mij liggen, veronderstel ik.

Waar ik wel stevig voor geapplaudisseerd heb, zijn de muzikanten. De muziek was live gebracht en gezongen, en chapeau! Daar zaten hele knappe dingen tussen, loepzuiver gezongen, fijne soundscapes…

Maar om eerlijk te zijn? Ik ben blij dat ik er geen 58 euro voor hoefde te betalen. Noem me gerust een dikke nek :-p

Na afloop gingen we opnieuw per bus de volle kilometer verder, en was er een uitgebreid dessertbuffet. Lang zijn we niet meer gebleven, want we moesten nog een klein uurtje naar huis.

Tsja.

Fijne avond gehad, dat wel, en het is eens een ervaring, maar Cirque du Soleil is duidelijk niks voor mij. Dat weten we dan ook alweer.