Blaasproblemen voor Nazgûl

Het is eigenlijk al weken aan de gang: Nazgûl laat overal kleine plasjes achter, wat voor serieuze geurhinder zorgt en vooral ook plekken op ons parket. Ik vermoedde al dat het om een blaasprobleem ging, maar het kon eigenlijk ook een territoriumgevecht zijn met Gandalf.

Elke morgen was het dus met een bang hartje kijken waar hij nu weer geplast had. Matjes werden buitengegooid, de ruimte onder mijn bureau gebarricadeerd met kartonnen dozen, en Asse zuchtte elke keer weer diep.

Bon, vorige week uiteindelijk toch naar de dierenarts, waar hij meteen een nachtje moest blijven voor de correcte urinestalen en foto’s en zo, en jawel: een behoorlijk aantal blaassteentjes die voor blijvende problemen zorgen – hij heeft vroeger al last gehad van blaasontstekingen en krijgt speciale voeding – en zelfs voor een blokkering van zijn urineweg kunnen zorgen, met de dood tot gevolg.

Volgende week maandag wordt hij dus geopereerd daarvoor. Pfff. Maar bon, ook dat nemen we er nog wel bij, zeker?

Nu dat weer?

Hmm. Ik had het al eerder deze week gevoeld: ik heb een blaas. Nu is het niet de bedoeling, dacht ik zo, dat je voelt dat je een blaas hebt, tenzij je heel dringend naar het toilet moet. Maar ik had zo’n licht zeurderig gevoel in mijn onderbuik. Even dacht ik aan een blaasontsteking, maar dat verwierp ik: uit vroegere ervaringen wist ik dat blaasontstekingen meestal gepaard gaan met het pissen van bloed en een heel erg pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen. Oh, en een sterk verhoogde plasdrang. Quod non.

Vannacht werd ik wakker van de pijn in mijn rechternier. Oh? Ik kon nog moeilijk slapen, het ding deed echt wel vervelend. Dus trok ik tegen tien uur naar de dokter van wacht. Verdict: een zware blaasontsteking die al opklimt richting nieren.

Je moet dus geen bloed plassen om een ontsteking te hebben. En het bleek al een zware te zijn, eentje met slecht karakter. Daar zijn dus ook zware antibiotica tegen gegooid, kwestie van erger te voorkomen. Allez hup, dit kon er ook wel weer bij.

Wat wel verfrissend was: een dokter van wacht die me niet behandelt alsof ik gatachterlijk ben, maar het gewoon heeft over ontstekingswaarden en leukocyten en zo. En het in deftige termen uitlegde in plaats van kleutertaal. Fijne mens.
En ook: in wat een prachtig land leven wij, zeg? Ik kan in het weekend zomaar naar een dokter die me grondig onderzoekt, en ik betaal daar zes euro voor. 6 euro. Man man man.