Van schoenen, rode kleedjes, paarse truien en zonsondergangen

Merel gaat vrijdagavond met haar vriendinnen op trick or treat in de Lange Velden, zoals elk jaar. Qua outfit heeft ze haar zinnen gezet op “Evil Roodkapje”. Daar heeft ze al de cape, het mandje en de dode wolf voor, maar ze had graag een rood kleedje gehad, dat ze dan ook kan aandoen voor kerst en dergelijke.

Aangezien ik dringend nieuwe schoenen moet hebben – er zitten gaten in mijn zolen – trokken we deze namiddag richting Lochristi. Helaas, we hebben tal van winkels afgelopen maar geen resultaat. Allez ja, toch niet wat we zochten, want Merel zag en kreeg een prachtige paarse pull.

Die schoenen en dat kleedje, helaas, dat vonden we dus niet. En we waren, dankzij de fijne files, ook net te laat voor haar muziekles, maar bon, ze was er toch nog.

En ’s avonds bracht ik Wolf naar de rugbytraining en wilde meteen mijn natte geocache daar aan de Blaarmeersen vervangen, maar ook daar moest ik onverrichterzake terugkeren: er zat een ganse troep jonge gasten op de pier, en dan kon ik nu niet meteen aan die cache beginnen prutsen. Maar het leverde me wel een paar mooie beelden op.

Rondje Blaarmeersen met rugbymatch als dessertje

Deze namiddag moest Wolf om kwart voor twee aan de Blaarmeersen zijn: zijn eerste rugbymatch in, goh, jaren. Het was stralend weer, geen beetje koud, de match begon maar om drie uur: ideaal voor mij om even rond de vijver te wandelen en een cacheke aan de overkant te zoeken.

Wel, ik heb intens, maar intens genoten. De cache heb ik niet gevonden, maar ik ben wel lekker in een boom geklauterd en ik heb prachtige herfstfoto’s genomen.

Helemaal uitgewaaid was ik net op tijd voor de match. Ik was eigenlijk niet van plan te blijven, maar het was mooi om zien, het was heel erg lang geleden, en ik zat op mijn gemak. Wolf heeft enkel de laatste tien minuten gespeeld – hij was dan ook invaller, heeft nog niet echt veel getraind – maar kreeg wel complimenten van medespelers en trainer. Goed zo!

En toen ging ik nog even boodschappen doen in de Delhaize daar vlakbij, terwijl Wolf rustig kon douchen en nog iets drinken.

Best wel trots op mijn oudste.

Opnieuw rugby

Jawel, Wolf is opnieuw rugby beginnen spelen. Niet vollen bak, nee: hij wil het rustig aan doen met de trainingen en vooral de matchen. Hij is zodanig lang uit geweest – blessures en corona – dat hij zich in die groep van 17 en 18 jaar ook eerst opnieuw moet leren handhaven, dat hij opnieuw een spelerspositie en zo moet zien te krijgen. Hij ziet het in elk geval weer volledig zitten, en dat maakt me blij.

En ik, ik ben opnieuw taxi mama. Vandaag ben ik ietsje vroeger doorgereden en heb ik mijn cache op de Blaarmeersen even nagekeken. Het was stralend weer en er zat behoorlijk wat volk. Maar wat me vooral gigantisch goed gezind maakte: op een van de houten paden was er een groepje mensen aan het dansen. Gewoon, op ’t gemakje, een tango, een lindy hop… De muziek stond niet te luid, ze hadden wijn en wat eten bij en genoten ongelofelijk zichtbaar. Ik werd er echt spontaan vrolijk van.

Gent, mijn Gent: nooit veranderen, alsjeblief.

Blaarmeersen!

Sinds een paar weken heeft Wolf opnieuw één keer per week rugbytraining. Twee keer lukt niet wegens het feit dat ze maar in groepen van max. 20 personen mogen trainen, en dus zijn er twee groepen. Tsja. Full contact mag ook nog niet, voorlopig is het conditietraining, balbeheersing, kicken, en tactiek: ze “tackelen” door elkaar een lel te geven met zo’n zwembadworst: op afstand, niet pijnlijk, maar wel prima voor het spel. ’t Is ne keer wat anders!

Vandaag had hij training van kwart na zeven tot kwart na acht, en Merel en ik namen de gelegenheid te baat om een wandelingetje over de Blaarmeersen te maken. Je mag er opnieuw rondlopen maar nog niet op het strand of in het water. Begrijp ik ergens wel. En overal waren er buitensporters, aangezien je binnen nog niet in groep mag sporten. Maar wij hadden ons boek mee en hebben ons toch even op een bankje geïnstalleerd. Het was een zalig warme avond.

Nog eens picknicken!

Tsja, nu Kobe gestopt is met rugby en Wolf al een hele tijd niet meer mocht spelen, gingen Merel en ik uiteraard ook niet meer picknicken aan de Blaarmeersen.
Tot gisteren dus. Want Wolf staat eindelijk weer op een plein, en het was prachtig weer, dus hadden Merel en ik een rugzakje met boterhammetjes mee. Ze danste om me heen, we liepen zoals altijd langs de tennisvelden en verzeilden op het speeltuintje. Geloof me, blijkbaar is dat nog altijd even leuk voor een quasi negenjarige als voor een zesjarige. Alleen maakte ze er nu meteen maar een filmpje van. En wat doet mama dan? Filmen, natuurlijk. Ik heb alleen het gevoel dat ze nogal vaak naar youtubers kijkt…

We aten er een deel van onze boterhammen op, de rest bewaarden we voor op de pier. En daar bekeek ik ook even onze geocache die daar zit en het blijkbaar nog altijd goed doet.

Eindigen deden we natuurlijk in het clubhuis, en het voelde wel een beetje als thuiskomen: er is in die tijd nog geen haar veranderd, en ook de mensen zijn grotendeels dezelfde.

Eerste picknick van het jaar

Dat ik ze ongelofelijk had gemist, mijn wekelijkse zenmomenten. Daarmee bedoel ik de picknick die Merel en ik houden op de Blaarmeersen tijdens de rugbytraining van de jongens. Vroeger was dat eigenlijk bijna per definitie twee keer per week: ik moest sowieso zelf rijden omdat ik twee jongens meenam, en uit onze straat er nog drie waren en die dus niet samen in één auto konden. Temperaturen hielden Merel en mij niet tegen om te picknicken: zelfs in de vrieskou deden we onze wandeling en aten we onze boterhammetjes. Alleen regen was gewoon niet fijn, en dan bleven we in het clubhuis.

Sinds Wolf in januari 2017 zich bezeerde en dus niet meer kon spelen, reed Kobe al eens vaker mee met de kinderen uit de straat, nog zo’n gemak. Ik reed ook regelmatig zelf, maar dan kon ik niet picknicken want met Merel erbij werd de auto andermaal te klein. Maar in september was Sebastiaan gestopt met rugby, en waren er enkel nog Kobe, Elias en Tije, en dat viel alweer mee natuurlijk.

De laatste keer dat Merel en ik nog gingen picknicken, was eind september: we wandelden de hele vijver rond en genoten intens van een zeemeerminverhaal. Maar toen gebeurde mijn rug, en was het gedaan met wandelen. En picknicken. En eigenlijk zowat alles.

Maar intussen kan ik wel weer wandelen, zelfs na een lastige dag, ook al rijdt Kobe nog steeds meestal mee met Elias of Tije. Elias heeft op woensdag echter maar training van zes tot zeven en niet op vrijdag, en dus spreek ik tegenwoordig vaak af met Erika van Tije wie er rijdt. Vandaag was Tije echter op zeeklas met school, en moest ik per definitie zelf rijden. En aangezien het prachtig weer was en ik me prima voelde, smeerde Merel boterhammetjes, en gingen we eindelijk nog eens picknicken.

Je hoeft maar naar de foto’s te kijken om de vreugde te zien, denk ik dan. Ik ben een gelukkig mens.