Namiddagje Antwerpen

Wat doet ne mens als hij vier leerlingen naar de Latijnolympiade in Antwerpen heeft gevoerd, maar daar zelf niet echt iets kan zitten doen, in die studiezaal? Juist ja, een collega van vroeger mee op sleeptouw nemen en gaan cachen – zij kende het principe, maar had het nog nooit gedaan – een pennenzak gaan zoeken, en een koffie drinken.

Het cachen viel eerst tegen: de eerste cache vonden we maar niet, en we bleven maar zoeken onder een vieze vuile metalen trap. Tsja. De tweede was heel makkelijk gevonden aan een bushokje, en voor de derde kregen we hulp van een gemeentewerker die daar eventjes in de buurt een sigaret stond te roken.

We verzeilden uiteindelijk zelfs nog op de Meir en vonden pennenzakken in de Hema, en dronken een koffie in een art-nouveauhuis. Tsja. Ne mens moet toch wat doen, niet?

Filosofie

In het zesde middelbaar geef ik na Pasen altijd Antieke Filosofie: Thales, Plato, Aristoteles, Epicurus, enzovoort.

Vaak krijg ik van leerlingen het jaar daarna dankbare opmerkingen: ze zien dit aan de universiteit, en zijn blij dat ze het al op voorhand snappen en al eens grondig gezien hebben.

Dit jaar kreeg ik van twee oudleerlingen (elk afzonderlijk) via Facebook een voorzichtige vraag: of ik hen soms een bepaald stuk nog eens wilde uitleggen. Vooral Plato met zijn allegorie van de grot en zijn kennisleer zorgde voor problemen. En Zeno, natuurlijk.

Zeno

Via chat is dat niet te doen, dus gaf ik hen mijn telefoonnummer. En legde ik zowel zondag als vandaag via de telefoon Plato nog eens uit.

Ze waren allebei verbaasd dat ik dat wilde doen, overigens. Ik was eigenlijk zelfs gevleid: ik was blij dat ze nog aan hun oude leerkracht dachten, en dat ze me benaderbaar genoeg vinden om het te vragen. En eigenlijk vooral dat ze mijn uitleg beter vinden dan om het even wat dat ze kunnen opzoeken op internet, of bij hun medeleerlingen. Meer nog, Anke bedankte me, en zei dat ze nu haar medestudenten ging opbellen om het hen op haar beurt uit te leggen.

Ik ben toch wel trots, ja.