Promotie 2021

Het was een knappe proclamatie vandaag, waar we met een gans leerkrachtenteam veel werk in gestoken hebben.
Er waren verschillende emotionele momenten, maar vooral ook een schitterende promotor in de vorm van oud-leerling Senne Guns. Die nam mijn verslagen op de website eigenlijk behoorlijk op de korrel, maar dan op een heerlijke manier. Goed gelachen!

Maar wat ik vooral onthouden heb, is een stukje van de speech van twee leerlingen. Zij zeiden dat ze onze school vooral warm vonden, met luisterende leerkrachten, een van de weinige scholen waar de leerkrachten zo dicht bij hun leerlingen staan, een tweede thuis. En nee, die speech wordt hen echt niet voorgekauwd.

Awel, er zaten nog ontroerende momenten in het geheel, maar dat zal me bijblijven. Echt. Bedankt, lieverds, om ook ons door dat loodzware jaar heen te loodsen. Het werkt in twee richtingen.

Ik ben trots op mijn atheneum.
Oh, en mijn verslag? Dat kan je hier nalezen op de site van de school, uiteraard.

Laatste lessen

Jawel, het is weer zo ver: de laatste lessen van het schooljaar! En dan bedoel ik eigenlijk vooral de laatste lessen in mijn zesdejaar, want dat zijn leerlingen die ik niet terug ga zien, jammer genoeg.

Morgen beginnen de examens en neem ik al mondeling af, maar ik moet dan wel nog lesgeven in de namiddag aan de eerstejaars, net zoals donderdag en vrijdag. Maar ergens zit ik al volledig in examenmodus, om eerlijk te zijn.

Daarstraks had ik dus mijn laatste les met mijn zesdes, waar ik al twee jaar klastitularis van ben. Het deed vreemd: ik heb hen een half jaar “normaal” in de klas gehad, dan een aantal maanden enkel via een computerscherm, en dit jaar deels achter dat scherm, deels in de klas, maar wel altijd met een mondmasker. Van sommige weet ik met moeite hoe ze er nu uitzien, zo veel zijn ze veranderd…

Ik wilde nog een klein stukje filosofie zien – ik had me misrekend en dacht dat ik het vijfde uur ook nog les had met hen, quod non – wilde dan vragen beantwoorden, en ik had ook taart gebakken.

Ha ja, ze hadden er echt wel naar uitgekeken, naar taartdag, maar met corona was daar uiteraard totaal geen sprake van. Maar hier had ik alles voorzien, en ik denk dat ze er wel blij mee waren. Ze mogen dan met 24 zijn, het is een hele makke klas, heel erg braaf en stil, tot mijn verbazing soms. Tsja.

Ik ga ze wel missen, mijn zesdekes. Per slot van rekening hebben we wel samen wat doorgemaakt, ja.

Afscheidslessen

Het zijn zowat de laatste lessen, ik ben afscheid aan het nemen van bepaalde klassen, en dat doet toch enorm vreemd aan, zo per camera. Ik zie hen niet, ik zie de gezichten en de emoties niet, ik hoor hun stem niet… Nope, dit is nog een extra anticlimax. Meh.

Gelukkig waren er vandaag de laatste live lessen bij mijn zesdes, en het deed echt deugd om toch wel afscheid te kunnen nemen. En dan ga ik deze leerlingen wel nog terugzien op hun proclamatie op de laatste dag. Maar ik ga ook hen missen, zoals elk jaar. ’t Was een speciaal groepje, en in het begin van het vijfde wist ik niet goed wat ik met hen moest aanvangen, maar ze zijn echt op hun pootjes terecht gekomen.

Meer nog, er zijn er twee die sterk overwegen om Latijn te gaan doen aan ’t unief. Kan een leraar zich nog een mooier compliment wensen?

Het ga je goed, Lauren

Nee, het went niet: oud-leerlingen van wie plots het overlijdensbericht komt. Neem nu Lauren: een fantastische, gemotiveerde jongedame in haar vierde jaar geneeskunde. Ja, we wisten allemaal dat ze diabetes had, maar we dachten dat dat onder controle was. Wellicht dacht ze dat zelf ook, maar uiteindelijk kan je er niet veel aan veranderen.

Ze is gewoon in haar slaap overleden door hypoglycemie. Onvoorstelbaar. Ik was er echt niet goed van toen ik het bericht onder ogen kreeg. Vorige week had ze me nog een berichtje gestuurd via Messenger om te vragen of ze nu ingeschreven was met haar ploegje voor de Kammekequiz. Ik kon dat toen bevestigen en had nog geantwoord dat ik het jammer vond dat ik er zelf niet ging zijn, want dat het leuk was geweest haar nog eens te zien.

Vandaag hebben we afscheid genomen van haar: een lange, mooie, geëmotioneerde dienst waaruit vooral bleek wat een geëngageerd, onzelfzuchtig meisje ze eigenlijk was.

De wereld zal je missen, Lauren. De zon gaf je in elk geval al een passend afscheid.

Voor mijn oud-leerlingen…

Elk jaar opnieuw sta ik met verwonderde blik te kijken naar onze leerlingen die afzwaaien.  Prachtige jongvolwassenen, de ene al wat volwassener dan de andere, die met een grote glimlach onze school de rug toekeren.

Ik weet dat ze nog vaak aan ons terug zullen denken en ons zelfs nog zullen missen, maar voor hen is het een deur die ze achter zich dichttrekken.

Wij, de leraars, wij kijken van op onze stoeltjes toe, wij glimlachen en zien dat het goed is. We denken terug aan die kleintjes die zes – voor sommigen zeven – jaar geleden hier aarzelend en verlegen binnenkwamen en zich onzeker een weg moesten zoeken doorheen het gebouw en het schoolleven.

En nu, nu blaken ze allemaal van zelfvertrouwen, zien ze er stralend uit, en voelen ze zich als een vis in het water.

Over een paar maanden zullen ze aarzelend, ietwat verlegen en vooral onzeker zich opnieuw een weg moeten zoeken door een nieuw gebouw, een nieuw schoolleven. Maar wat zijn ze veranderd die afgelopen zes jaar! Wat een bagage hebben ze meegekregen, wat een andere manier om in het leven te staan!

Wij, wij blijven achter. Dat is wat we doen. We krijgen hen binnen, we vormen hen, leren hen leven, en geven hen door, terug de wijde wereld in. En elke keer weer doet dat een beetje pijn. Geloof me, vraag het aan elke leraar, en die zal dat bevestigen. Want we zien hen graag. Elk op zijn eigen manier. Wanneer je hen dan moet afgeven, dan doet dat iets met je.  Elk jaar opnieuw is dat een afscheid.

Maar we laten hen met alle liefde, met heel ons hart weer los. Vergeten doen we niet, en dat is niet erg. Want we weten dat het goed komt, met die jonge gasten.

Het ga jullie goed, lieverds. En denk nog eens aan ons, wil je?

Vaarwel, Erik

Weet je, Erik…

Je hebt verdomd veel fijne vrienden. Ik was er niet bij bij je afscheid zelf, maar ik heb erover gehoord, ik heb sommige teksten gelezen, en het was misschien ook maar best dat ik er niet bij was, lieverd.

Ik was er wel toen we met een grote groep jou herdachten bij een glas, en ik vond het vooral fijn dat ik toen niet eens sterk hoefde te zijn. Dat ik daar gerust even mocht breken zonder dat iemand daar van opkeek. En dat er meer dan één schouder was die mijn tranen opving.

Ik denk niet dat je ooit beseft hebt wat je teweeg zou brengen.

Erik, jij lieve godverdomse klootzak. Ik mis je nu al.

Huis te koop

Nee, niet dat van ons, wij wonen hier veel te graag, maar wel Barts ouderlijke huis in Maarkedal (Nukerke), op de grens met Ronse.

Zoals Bart het verwoordt:

“Hier tikte ik POKE 53280,1 op mijn Commodore 64. Op dit gazon leerde ik fietsen. In deze kamers las ik de plaatselijke bibliotheek leeg aan een tempo van 10 boeken per week. Door dit raam keek ik naar de passerende Fiertel en Ronde van Vlaanderen.
In dit huis groeide ik op.

Nu staat het te koop.”

Dat doet vreemd, ja. Ook ik kom hier al meer dan 25 jaar…

De hele advertentie met alle foto’s en uitleg vind je hier.

Vale, Liselotte

Goh, Liselotte…

Ik hoorde eerder deze week het nieuws, en ik was gewoon van slag. Echt. Weet je nog, vorig jaar in mei, hoe we elkaar na twintig jaar terugzagen op een lezing?

Jij was net begonnen in Sint-Bavo toen ik er zelf leerling was, en nee, ik heb nooit les gehad van jou. Maar je ging mee op Romereis, en die was wel memorabel. Goh, toen we daar in mei na die lezing honderduit zaten te babbelen, wist je me zelfs nog stoten te vertellen die ik had uitgespookt, en die ik me zelf niet eens meer herinnerde. Het was echt een zalige avond, en ik kwam met een goed gevoel thuis. Ja, je had me verteld dat je in ziekteverlof was, en dat je kanker had, maar je was vol goede moed: het ging wel goed komen. En ik, ik keek er al naar uit om nog eens met jou af te spreken om iets te gaan drinken of te gaan eten: twee leerkrachten Latijn onder elkaar, aan gespreksstof geen gebrek.

Ik was dan ook verwonderd dat je mijn mail niet beantwoordde, en ik vreesde al dat ik het verkeerd genoteerd had.

En dan kwam vorige week het nieuws. Ik was er niet goed van, en ik had je niet meer dan één keer teruggezien. Maar het doet wat met een mens om iemand zo gepassioneerd, zo vol leven, zo in een gelijkaardige situatie, te zien wegvallen.

Ik zette iets daaromtrent op mijn Facebook, en was geroerd door de reacties. Nogal wat mensen in mijn vriendenkring kennen jou, en het verdriet was dan ook gemeend. Het mooiste compliment was wel dat van Jolien, een jonge collega Latijn van jou, een paar jaar geleden mijn stagiaire. Zij schreef me: “Je deed me eigenlijk wel heel hard aan haar denken qua lesstijl 🙂 ze was een fantastische leerkracht 🙂” Ik las het, en kreeg zowaar tranen in mijn ogen.

Weet je, Liselotte: de volgende keer als ik weer eens enthousiast met handen en voeten een mythologisch verhaal sta uit te leggen in de klas, zal ik aan jou denken. Zie het als een klein eerbetoon. Je wordt gemist, door velen.

Ut requiescas in pace. Poma nondum mitia erant.

Zesdekes

Wanneer ik in ’t stad een oudleerling tegenkom, die me vol enthousiasme en met een glinstering in zijn of haar ogen vertelt wat hij/zij nu aan het doen is, dan ben ik telkens weer trots dat ik elk jaar opnieuw zoveel jonge mensen mag zien uitgroeien tot prachtige volwassenen.
Maar ik moet het toegeven: de lichting van dit jaar ga ik toch nog extra missen. Ik vind het doodjammer dat ik ze vier maanden heb moeten afgeven aan een interimaris, want de band met deze groep was toch wel iets aparts.
Mijn zesdekes. Ze gaan toch altijd een beetje van mij blijven.

Afscheid

Lieve Els,

we leerden je kennen in een spel, maar je speelde zoals je ook in het echt was: lief, zorgzaam, geduldig, meelevend, maar ook grappig, levenslustig, en spitsvondig.
Aan je zijde vonden we altijd je paladijn terug, Stefaan, je maatje, je beschermengel, je andere helft. Samen hebben we gigantische avonturen beleefd, spannende momenten, intense emoties, diepe angst… En zo werd een vriendschap gesmeed, een band die niet meer stuk kon. We speelden samen, we leefden samen, we lachten samen. En zo zullen we ons jou ook herinneren.

Want toen het nieuws van je ziekte insloeg als een bom, weigerden we het te geloven. Onze Els, onze Elisabetha, onze Fleur, een van de Vossen, ziek? Nee, die kwam er wel door, geen probleem. En je vocht, je streed, je hield je sterk, en je weigerde op te geven. Maar dit gevecht was er een dat je niet kon winnen, Els.
En, om eerlijk te zijn, we kunnen het nog steeds niet geloven. Wie zal er nu aan onze zijde strijden? Wie zal er nu op kloppen, als het beweegt? Met wie gaan we nu tranen lachen, midden in de nacht?

Nooit zullen we je vergeten, Els. Dat kunnen we niet. Je bent een van ons, je bent altijd in ons hart. En samen met Stefaan en Arwen dragen we je met ons mee. Voor altijd.