Activiteiten in de Vroonstalle

Ons pa vertelt zelden of nooit wat hij doet in het rusthuis, en dat is omdat hij daar zelden of nooit iets doet. Blijkbaar wimpelt hij alle voorstellen af.

Ik had het er even over met een van de verzorgenden, en zei dat hij meestal bang was voor conversaties omdat hij die toch niet verstond, maar dat hij van sommige dingen eigenlijk wel deugd zou hebben.

Afgelopen woensdag vroeg dat meisje dus niet aan ons pa of hij mee wilde gaan fietsen, maar zei gewoon: “Kom Koen, we gaan fietsen!” en daar kon hij dus geen nee op zeggen.

Hij glunderde toen hij het achteraf vertelde – op mijn vraag. Ze zaten op zo’n gocarfiets, maar wel de elektrische soort, zodat hij eigenlijk niks hoefde te doen, en ze fietsten door de Lange Velden, waar een zalig betonnen fietspad ligt dat ik ook vaak gebruik om naar school te fietsen. Hoe weet ik dat dan? Wel, Residentie Vroonstalle zet regelmatig foto’s op hun Facebook van activiteiten of speciale menu’s en zo. En nu stond dus ons pa er ook tussen op de fiets, en blijkbaar op dinsdag met een grote smoothie in de tuin beneden, in de schaduw.

Eerder waren er al foto’s geweest van vaderdag, toen alle heren een speciale traktatie kregen.

Blij dat ze dat doen, want ik zou het anders niet weten. En nog veel blijer dat ze ons pa af en toe uit zijn kamer krijgen, want dat is geen evidentie.

Nieuw taxiseizoen

Jawel, vandaag was er de aftrap van het nieuwe activiteitenseizoen voor mezelf en de kinderen. Allez ja, Wolf was al even terug bezig met rugby, maar nu pas kickt het echt in.

Wolf doet naast zijn Wetenschappen-Wiskunde nu enkel nog rugby, maar dan wel met overgave. Hij heeft training op woensdag en vrijdag van zes tot acht, en is aan het overwegen om ook op maandag deel te nemen – als hij geselecteerd wordt – aan de Rugby Academy, training van acht tot tien. Misschien gaat hij tussendoor dan wel nog gaan fitnessen, maar dat is via de SNS-pas van de school en daar fietst hij zelf naartoe.

Kobe is al even gestopt met sporten maar fietst wel alle dagen naar school, en tegenwoordig ook aan een stevig tempo. Op zich is dat voor mij genoeg, die dagelijkse tien kilometer. Op vrijdag heeft hij GEJO jeugdorkest van vijf tot zeven, met tussendoor ergens zijn fagotles. En binnenkort start ook de scouts weer op zondag.

Merel heeft nog blokfluit op donderdag van kwart na vijf tot kwart na zes – al is het nu iets korter wegens corona – en muzieklab (notenleer dus) op zaterdag van elf tot één. Daarnaast is ze nu ook ingeschreven, samen met haar twee beste vriendinnetjes, voor een uurtje dansles op vrijdag van vijf over zes tot vijf over zeven, en ze ziet het volledig zitten. Oh, en scouts op zondag dus.

Concreet betekent dat voor taxi mama op maandag heen en terug naar de Blaarmeersen. Op woensdag kan Wolf gelukkig meerijden met rugbyspelers uit de straat, maar die zijn jonger en stoppen om half acht. Ik ga hem dus wel om acht uur halen. Op donderdag rij ik met Merel naar de Poel en drink ik rustig een koffie in de Labath, en ’s avonds ga ik proberen terug naar het koor te gaan. Vanavond nog even niet wegens de rug, maar bon.

En op vrijdag? Dan breng ik tegen vijf uur Kobe naar Evergem, zorg ik dat Wolf om half zes bij de rugbyspelers in de buurt staat om mee te rijden – al heb ik daar eigenlijk geen omkijken naar – pik ik om kwart voor zes Merels vriendinnetjes op om hen naar de dansles te brengen, haal ik zelf om zeven uur Kobe op in Evergem, vang ik om twintig na zeven Merel op die thuis wordt gebracht van de dansles en ga ik om acht uur Wolf ophalen aan de rugbytraining.

Goh, ’t is een bezigheid als een ander, zeker? Maar ik heb wel vrolijke, blije kinderen op die manier, en daar gaat het om.