Kleine stapjes

Vorige week schreef ik dat ik opnieuw een eigen lokaal heb. Beetje bij beetje ben ik dat nu aan het inrichten, naarmate er plaats komt.

Intussen heb ik de gordijnen die boven in een lokaal hingen, meegenomen naar huis, gewassen, gerepareerd en opnieuw opgehangen. Ja, ik heb zonneschermen in mijn lokaal, maar soms zijn die niet voldoende. Ze geven ook niet echt verduistering als je naar een filmfragment wil kijken, al zijn de schermen ook echt wel goed.

Vandaag heb ik ze dus opgehangen, en intussen staat ook Lucas de klasplant netjes op zijn plaats. Mijn collega heeft ook verder gedaan met het legen van de kasten, en dat maakt me gelukkig.

Kleine stapjes, maar wel leuk!

Opnieuw een eigen lokaal

Vorig schooljaar moest ik vrijwel elke dag verhuizen van lokaal: ik had 7 verschillende lokalen voor 20 lesuren. Dat maakt het een beetje lastig om woordenboeken en dergelijke te voorzien, en zelfs mijn laptop mee te nemen, want dat ding weegt, en ik moet dus zeulen, wat ik niet kan.

Dit jaar, nu mijn handicap ook officieel erkend is, heb ik dus weer een eigen lokaal, en meer bepaald mijn vroegere lokaal dat ik in 2019 volledig geschilderd had met leerlingen, en waar ik spreuken op de muur was beginnen zetten. Na corona had de directie beslist dat ze een extra vergaderlokaal nodig hadden, en aangezien dit zowat het dichtstbij de rest van de directiegang lag én niet bijzonder groot is, was ik het dus kwijt. Tsja.

En nu heb ik het terug en kan ik elk uur daar lesgeven, daar hebben ze netjes voor gezorgd. Er kan, met enige moeite 24 man in, en mijn grootste groep is 22, dat lukt dus net. Tegen 1 september had ik effectief alle benodigde banken, een fijn bureau, zelfs een hoge tafel met bijhorende stoel en ook een smartboard. De kasten waren helaas nog vol spullen van de Ouderwerking – die mensen moeten per slot van rekening ook érgens hun gerief kwijt- maar ook daar zijn ze mee bezig om dat leeg te halen, zodat mijn woordenboeken en ander materiaal in de kasten kan.

En intussen heb ik mijn lupa al naar daar gebracht, en wat nepplantjes, een eerste beetje klimop, mijn klok en zelfs al mijn grote kaart van Gallië, want die heb ik voortdurend nodig in september. Er hangt voorlopig nog een megagroot beamerbord, maar ook dat gaat nog verdwijnen, en dan kan ik nog enkele kaarten ophangen.

De gordijnen die ik intussen in een ander lokaal had gehangen, komen ook nog terug, nadat ik ze gewassen heb. Enfin, beetje bij beetje ga ik het helemaal weer een eigen persoonlijkheid geven en er een écht vaklokaal van maken.

En weet je wie ook terug is? Lucas de klasplant! Dat is een grote ficus benjamina, waarvan ik vermoed dat die nu ongeveer 27 jaar oud moet zijn, als het niet meer is. Ik heb hem altijd hier op school gehad – zolang ik een eigen lokaal had tenminste – maar hij stond er ook al in mijn lokaal in Gentbrugge, en dat was rond 2000. En ja, die leeft nog steeds, zelfs al heeft hij het laatste jaar op kot gestaan. Taai beestje, die Lucas.

Maar thuis is waar mijn Lucas staat, toch als het over werk gaat. En ik voel me weer helemaal thuiskomen, daar op school.

Schilderen, eindelijk

Ik heb al bijna twee jaar plannen voor mijn klaslokaal, sinds ik uit mijn grote ruime muziekklas ben gevlogen en in een schoendoosje zit. Het was echt het droevigste lokaal van de hele school: klein, vuile muren, geen decoratie, een oud bureau, geen gordijnen en dus ook een vrijwel niet zichtbare beamerprojectie, en drie rijen banken die tegen elkaar geschoven staan, zodat er 24 man in kan. Nipt, als degene die aan de deur zit zijn rugzak optilt als de deur dicht moet.

Vorig jaar in juni heb ik met een aantal leerlingen de muren een laagje grondverf gegeven, maar verder is het er niet van gekomen: ik kan echt zelf geen muren schilderen, alleen de hoekjes en kantjes. In de herfstvakantie hadden we, zijnde een collega en ik, het gepland, maar werkte mijn rug niet mee. Meh.

Maar – voor een keer – lang leve de corona: Anja, onze kokkin, moest nu uiteraard niet koken en heeft dan maar lokalen geschilderd, waaronder het mijne. Ik ben daar bijzonder dankbaar voor, en nu ziet het er zo uit:

Ik ben ook op zoek gegaan naar haalbare gordijnen om de boel toch enigszins te verduisteren, en ben uitgekomen op donkergrijze linnen tafelkleren uit de Action, waar ik gordijnlint op gestikt heb. En daarnaast heb ik ook wat kunstplantjes gehaald, waardoor het er al helemaal anders uitziet.

Maar vooral: ik ben vandaag – ik moest op school zijn voor de terugkomdag van de tweedes, maar had tot elf uur geen welomlijnde functie – om een klein potje zwarte verf gereden en ben begonnen aan mijn tekst.

Want ik heb grootse plannen voor mijn kleine lokaaltje: boven mijn bord komt – uiteraard – Odi et Amo, en dan een ketting van Latijnse citaten, zoals destijds in mijn lokaaltje in Gentbrugge.

En dan nog iets met een boom en zo, maar da’s voor later. Nu eerst dit, beetje bij beetje.

Lokaal

Ik heb iets met lokalen opfleuren. Ooit heb ik het gedaan in Gentbrugge en de Ottogracht, deels omdat ik dacht dat ik daar ging blijven, deels uit energie-overschot en blind enthousiasme.
In de voorbije 15 jaar had ik een van nature aangenaam lokaal in Mariakerke dat weinig opfleuren behoefde, vond ik. Maar sinds vorig jaar hebben ze me in een schoendoos gestoken, zowat het droevigste lokaal van de hele school.

Tsja.

Ik wilde eigenlijk vorig jaar al alles aanpakken, maar toen gebeurde de rug en lag alles stil. En dit jaar was eigenlijk gewoon hectisch, geen idee hoe het komt. Soit, vandaag heb ik dus afgesproken met een paar leerlingen om te komen afschuren, afwassen en primen. Ik deed gewoon een oproep naar mijn eigen leerlingen, zo’n tachtig stuks, en ik dacht dat er zo’n vijftal zouden op reageren. Ja gij. Vier eerstes, vier tweedes en zeven vijfdes tekenden present! Het ging nogal ne gang zeg! Echt goed is het niet gedaan, ik had dat ook niet verwacht, maar wat gedaan is,  is toch gedaan. En hun enthousiasme was zalig.

In augustus komt er een werkdag op school, en ik hoop dat er dan een definitieve laag verf op komt, zodat ik zelf kan beginnen aanpakken qua versiering en tekeningen.