Oogartsperikelen

Twee jaar geleden was het, dat ik nog naar de oogarts geweest was. Voor mij is dat eigenlijk geen goed idee, want door mijn glaucoom moet ik eigenlijk elk half jaar gaan.

Voor de mensen die dat niet weten: er mag een bepaalde druk op je oog staan (liefst wel of het blijft niet bol), maar die mag echt niet te hoog worden, of je oogzenuw raakt beschadigd. Dat heeft dan weer als gevolg dat je tunnelzicht krijgt, en op de lange duur blind wordt.

Het fenomeen waarbij je oogdruk continu te hoog is, heet glaucoom, en is een erfelijke ziekte. Ik zal het geweten hebben: mijn overgrootmoeder was blind, mijn grootmoeder is het intussen ook, en mijn ma druppelde meer dan de helft van haar leven, net zoals al haar broers. En ik, ik werd voor de zekerheid ook maar eens getest op mijn 25ste (waar ze normaal gezien pas testen vanaf 40) en yup, ook ik had het zitten. Nu, gelukkig kan je het perfect onder controle houden door ‘s morgens en ‘s avonds een druppeltje in je oog te doen, maar je mag dat ook liefst niet vergeten. En voor alle zekerheid toch maar om het half jaar op controle.

Maar nu was mijn oude vertrouwde oogarts, een studievriendin van mijn ma, met pensioen, en haar vervangster had me zodanig arrogant behandeld, dat het voor mij daar niet meer hoefde. En dan blijf je – enfin, ik toch – de zoektocht naar een nieuwe oogarts uitstellen. Uiteindelijk heb ik een afspraak gemaakt in het Jan Palfijn, want ik zit daar toch al voor alle andere rommel. Bon, een gewoon nazicht, een OCT (mét uitleg en verantwoording deze keer, want die test kost 40 euro, niet terugbetaald, en dat had de vorige arts niet nodig gevonden te vermelden, zelfs niet te verantwoorden) en een gezichtsveldmeting later bleek alles nog prima in orde te zijn. Mijn linkeroog is qua zicht lichtjes achteruit, maar nog niet in die mate dat mijn bril moet aangepast worden.

Alleen wou ze me geen Nasonex voorschrijven, principieel. Nu, ik snap wel dat ze nu niet direct de pil gaat voorschrijven, maar die neusspray? Ik worstel met een heftige verkoudheid, en een gewone, voorschriftvrije neusspray zoals Sofrasolone of Nesivine of zo mag ik niet gebruiken, omdat zo’n vasoconstrictor  een nefaste invloed heeft op de oogdruk, en zelfs, bij glaucoompatiënten, acute beschadiging kan veroorzaken. Het is dus duidelijk omwille van een oogprobleem dat ik enkel die mometasone mag nemen, maar nee, geen voorschrift, ik moet er speciaal weer voor bij de huisarts langs, als ik een neusspray wil.

Zucht.

Maar bon, ik ben weer goed voor een half jaar, en eigenlijk beviel voor de rest de aanpak van die artse me wel: direct, geen blabla, én met heldere uitleg. Ik denk dat ik nog wel eventjes daar bij dr. De Valck blijf.

En toen was het zondag

Ik heb er geen idee van hoe laat alle kinderen wakker waren. Vrij vroeg, vrees ik.

Maar rond negen uur zaten we allemaal aan tafel, had Bart eitjes gekookt, de croissants en chocoladekoeken gebakken, chocomelk ingeschonken en soldaatjes gesneden.

IMG_8646

En toen moest er opgeruimd worden, en maakten de meisjes zowaar een poppenkastvoorstelling, met poppetjes die ze zelf tekenden, uiteraard over Frozen. Ik heb er een klein stukje van opgenomen.

En net toen mijn broer vertrok, kwam mijn vader toe. We hadden hem niet specifiek uitgenodigd, maar dat hoeft ook niet: hij weet dat hij altijd welkom is, tenzij we hem expliciet verwittigen dat we niet thuis zijn. Bart heeft altijd meer dan eten genoeg. En ja, het gaat goed met hem. Of zoals Bart zei: het is weer de oude pa. Misschien nog niet helemaal, maar in elk geval weer bijzonder genietbaar. Gelukkig maar. Hij is thuis van het ziekenhuis sinds gisteren, is nu twee weken thuis – de specialiste is met vakantie – maar moet volgens eigen zeggen daarna opnieuw de kliniek binnen, voor verdere opvolging en fijntunen van zijn medicatie.

En verder? De dag dobberde voorbij, ik viel in slaap in de zetel, mijn verkoudheid bezorgde me knallende koppijn, en ik genoot van een druilerige februarizondag waarbij niks moest.

 

Gezapige, maar gezellige zaterdag

Aangezien geen van beide jongens fit genoeg was voor een rugbymatch, toog ik met Wolf richting ’t stad: hij naar zijn muziekles, ik met mijn Kindle naar Café Labath voor een koffie. Veel plaats was er niet meer, dus ging ik aan een tafeltje naast dat van een iets oudere heer zitten, die ook een ereader voor zich liggen had. Spontaan sprak hij me aan over de mijne, en voor we het goed en wel wisten, zaten we verwikkeld in een druk gesprek over boeken, online bibliotheken, aan te raden detectives (blijkbaar is de Franse reeks 10/18 een prima richtlijn), en zat ook zijn vrouw enthousiast mee te volgen. We wisselden emailadressen uit, en ik leende hen prompt een boek, en toonde hoe ze formaten konden wisselen, zodat ook Amazonboeken op Tolino te lezen zijn en zo. Het gesprek meanderde alle kanten op, tot ze zich plots het uur realiseerden, want ze wilden nog naar het S.M.A.K. We zeiden salu, hij ging afrekenen, en in het passeren kwam hij snel met een grote grijns melden dat mijn koffie betaald was! Fijne, fijne mensen! En meteen was het uur dat ik ging lezen zo goed als om. Ik bestelde een warme choco voor Wolf, hij kwam die opdrinken, en we liepen nog samen even ’t stad in op zoek naar een stevige zwarte broek. Ah ja, hij mag voor het eerst mee naar een volwassenenlarp, een Omen mini, en daar moet hij echt wel deftige kleren voor hebben, en een jeansbroek just will not do.

We vonden een en ander, liepen nog de parfumwinkel binnen om mijn nieuwjaarscadeau in te wisselen – ik rook er trouwens helemaal niks. Bevreemdend! – en repten ons naar huis, waar Bart voor ons had gekookt.

Tegen drie uur stonden Merel en ik in de Sint-Godelievekerk: alle eerstecommunicanten waren uitgenodigd voor de viering – geen eucharistie – van Lichtmis, en vooral: Merels beste vriendinnetje (na Lieze) Julie werd er gedoopt. Het was wel grappig, want we hebben een nieuwe pastoor, die deze kerk duidelijk nog niet kende. Ik ben bijvoorbeeld op zoek gegaan in de sacristij naar vers water voor de doopvont, en naar doopkaarsen, maar het chrysma was onvindbaar. Tsja.

De namiddag gleed voorbij, en tegen vijf uur waren Marie-Julie en Alexander hier, Jeroens kinderen. Die bleven logeren, en iedereen stond hier al op voorhand te popelen. Er werden gigantische kastelen gebouwd, waarbij de meisjes de prinsessen waren.

En ’s avonds, toen werd er in pyjama met chips en fruitsap naar een film gekeken. En daarna nog steeds een pak gegiecheld en gebabbeld, tot Bart vond dat het welletjes was. Ik vrees dat ze allemaal niet echt veel geslapen hebben, maar wat een fijne dag…

 

Ziek

Nee, ik ben niet zelf ziek, al valt daarover nog te discussiëren: mijn hoest is sinds de kerstvakantie wel al wat geminderd, maar af en toe schiet ik nog steeds in een hoestbui alsof mijn longen een ontsnappingspoging willen wagen. En ik heb een verkoudheid om u tegen te zeggen, van die aard dat ik al bijna een week niks meer ruik of proef. Blah! Gelukkig zijn texturen ook belangrijk. En ik blijf er verbaasd over staan hoeveel snot een kop kan produceren, maar dit geheel terzijde.

Bart is dus een goeie halve week ziek geweest, en is nog steeds niet helemaal op zijn plooi.

Gisterenmorgen stond Wolf op, kleedde zich aan, kwam naar beneden, en begon prompt te huilen. Hij voelde zich niet goed, had buikpijn, slappe stoelgang, en zag er inderdaad behoorlijk bleekjes uit. Ik heb hem dan maar thuis gelaten, en hij is prompt weer in zijn bed gekropen. Ik moest wel lesgeven tussen tien en twaalf en daarna nog wat boodschappen doen, maar tegen één uur was ik thuis, en toen was hij een half uurtje op. Slappekes.

Deze morgen toog Wolf weer naar school, maar was het Kobes beurt om huilend bij mij te kruipen en er bleekjes uit te zien. Ik stuurde Kobe weer naar bed, en ging naar school. Ik heb op vrijdag een lange tussenpauze waarin ik meestal naar huis kom, en dus was ik rond half elf alweer thuis, waardoor ik een vrij vrolijke Kobe kon begroeten. Hij had lang geslapen en voelde zich beter. Ik stuurde hem prompt om brood, deed hem zijn boterhammetjes smeren, en zette hem om kwart voor twaalf af aan school, want ik moest zelf weer gaan lesgeven tegen twaalf uur.

En zelf slikte ik tussendoor een stevige Dafalgan, want mijn koppijn was door al dat gesnotter niet te harden.

En ’s avonds? Toen bleek Kobe weer serieuze buikpijn te hebben, waardoor we meteen de fagotles, maar ook de rugbytraining hebben afgezegd. Wolf voelde zich ook nog lang niet optimaal. Ik ga de jongens dan ook allebei verstek laten gaan voor de matchen morgen: dat komt gegarandeerd niet goed, en ik kan zelf ook wel een rustig moment gebruiken.

Lichtmis of Imbolc?

Ik vind dat wel wat hebben, al die tradities die zo langzamerhand terugkomen. Als kind gingen wij bijvoorbeeld nieuwjaarzingen, maar daarna hebben we er zelfs nooit meer aan de deur gehad. Pas de laatste jaren begint dat zowat terug te komen. Ook het Joelfeest (Yule, de pagan tegenhanger van kerstmis) was me tot een paar jaar geleden totaal onbekend.

Lichtmis, en dan het pannenkoekenbakken, daar doen we intussen al een paar jaar aan mee: ‘D’er is geen vrouwke zo arm, of ze maakt met Lichtmis haar panneke warm’. Vroeger had ik er nooit van gehoord, nu zie je dat zowat overal verschijnen op sociale media. Voor mij niet gelaten, ik vind dat fijn.

Alleen had ik nog nooit van de term Imbolc gehoord, en heb ik dat dit jaar voor het eerst zien opduiken. Ik geef toe, ik heb nogal wat wicca en pagans in mijn vriendenkring, maar toch. Ik heb het dan maar even opgezocht, en blijkbaar is het een van de vier festivals in de prechristelijke kalender, en zoals alle feesten netjes gerecupereerd door datzelfde christendom als Maria Lichtmis.

En eigenlijk vind ik die prechristelijke feesten en ideeën veel sympathieker. Zou ik op mijn ouwe dagen toch nog een heks worden, of zo?