Dikke poep

Blijkbaar is Merel niet de enige die zo van die complimenteuze uitspraken doet.

Delphine, mijn broers vrouw, kwam onlangs ook niet meer bij van het lachen. Alexander, mijn allerliefste neefje van 12, zat op een bepaald moment naar zijn mama te kijken, toch wel de volle maat 34, en merkte op:

– ‘Zeg mama, eigenlijk heb jij wel een dikke poep he’.

Delphines wenkbrauwen gingen omhoog.

– ‘Ja? Goh, ik heb dan ook wel al twee kindjes gekregen he, da’s normaal’.

Stilte.

En toen, na wat nadenken:

– ‘Ah ja, daarom dat tante Gudrun een nog veel dikkere poep heeft…’

Juist ja :-p

Johannespassie van Cantabile

Ik zing nu bijna een jaar in Cantabile, en dat zal helaas ook het einde zijn. Niet omdat ik niet wil blijven zingen, maar omdat Cantabile er na 58 jaar helaas mee stopt. De stemmen worden ouder, ze vinden geen nieuw volk meer, en we willen vooral niet afglijden. Nu zingt het koor nog op zijn toppunt, maar dat kan niet blijven duren, en dus houden ze de eer aan zichzelf.

Afsluiten doen ze met hun topstuk, de Johannespassie van Bach. Vorig jaar heb ik die niet meegezongen, maar nu dus wel. Enfin, driekwart, want bepaalde stukken krijg ik voorlopig nog even niet onder de knie. Sommigen onder de zangers hebben er al 60 uitvoeringen opzitten, I kid you not.

Wij doen er vier. Vandaag stond de eerste op het programma, in de Grote Kerk in Terneuzen, met het TY-orkest. Ik heb intens genoten, het stuk is echt prachtig.

Johannespassie

Morgen zingen we in Eeklo, en dan op donderdag 13 en vrijdag 14 april nog eens. De donderdag zingen we voor genodigden, en vrijdag valt dan definitief het doek, hier in de Sint-Catharinekerk in Wondelgem.

Goh, het gaat zelfs voor mij raar doen, en ik zing er amper een jaar. Wat gaat dat dan niet voor die anderen zijn, die er al meer dan 40 jaar zingen?

Soit, een enige en allerlaatste kans dus om Kamerkoor Cantabile aan het werk te horen. En mij te zien zingen onder de tenoren. Kaarten zijn bij mij te krijgen, uiteraard.

MRI

Jawel, eindelijk de MR scan vandaag. Ik heb maar een maand moeten wachten, en dat viel blijkbaar dus zeer goed mee, want de standaard wachttijd is 4 maanden. Zucht.

Enfin, een twintigtal minuten gepiep, gebrom, getuut, geklop, en ik ben gewoon in slaap gevallen. Blijkbaar vind ik dat repetitieve lawaai rustgevend. Ne mens moet dan ook zo stil mogelijk liggen te liggen, en ik lag ook effectief vree op mijn gemak.

Ik ben benieuwd voor wat de dokter zal zeggen, volgende week.

IMG_2593

Fysiotherapeut en andere perikelen

Wolfs rug is dus echt niet in orde, en het betert aan geen kanten met de kinesitherapie die hij gekregen heeft. De kinesist stuurde hem terug richting huisarts, die ons prompt doorverwees naar een fysiotherapeut.

Juist ja.

Enfin, ik dus gebeld naar het Jan Palfijn, en de eerste afspraak die ik kon maken bij gelijk wie van het team, is de tweede week van de paasvakantie.

Juist ja.

Ik vrees dat hij nog even op zijn tanden zal moeten bijten dus, en nog even wachten met rugby. Niet dat dat nu trouwens aan de orde zou zijn, want vanmiddag is hij weer wat anders tegengekomen.

Normaal gezien is hij op woensdag thuis zo een vijftal minuten voor half één. Vandaag niet dus. Het werd kwart voor één, en ik werd bezorgd. En bellen kon ik niet, want hij had zijn gsm niet bij. Zucht. En toen zag ik hem komen aanstrompelen – we zaten voor het eerst buiten te eten – met zijn fiets in de hand. Hij was blijkbaar gevallen ter hoogte van de Neptunus – zonder duidelijke aanleiding, hij wist het zelf niet – en had zich toch wel pijn gedaan, ja. Zijn stuur stond helemaal paraplu, en zijn rem was compleet ontregeld. Zijn ego was gedeukt, en zijn rechterhand helaas ook. Maar bon, ik plooide zijn stuur weer recht, legde ijs op zijn hand en stak het daarna in een verband, en voederde hem. Hij was een beetje van slag, ja.

Daarna wandelden we rustig samen naar de fietsenmaker, die bijzonder begrijpend was, en de fiets er vandaag nog tussen wilde nemen zodat Wolf hem morgen weer kan gebruiken. Fijne mens.

Enfin, voorlopig geen rugby dus, om meerdere redenen. Alweer.

Sportplattelandsklassen

Gisterenavond was er de info voor Kobes sportplattelandsklassen volgende week. Bizarre combinatie? Goh, de locatie maakt het ideaal. Ze gaan namelijk naar Puyenbroeck, een groot provinciaal domein met excellente sportvoorzieningen, te midden van het platteland in Wachtebeke. Dus ja, er gaat sport zijn, veel sport: zwemmen, rolschaatsen, schermen, bumperball, boogschieten, hoogteparcours, klimmen, BMXen, en ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Maar daarnaast gaan ze ook kijken in een melkveebedrijf, een vleesveebedrijf en een molenaarsmuseum, waar ze ook brood gaan bakken.

Mja.

’t Zag er wijs uit. En Kobe heeft er ongelofelijk veel goesting in. En ’t is vooral dat dat telt.