Hoe is het nu nog met Wolf?

Die vraag krijg ik regelmatig, en dus geef ik er hier nog maar eens een antwoord op.

Wel, wisselend, maar niet meer zo slecht als in het begin van september. Als in: hij heeft het matrasje dat op school ligt, intussen twee keer gebruikt, niet vaker.

Vervelend is dat hij afhankelijk is van mij of Bart om naar en van ’t school te geraken: fietsen lukt niet. Hij heeft het geprobeerd, maar vooral het terugkeren was er te zwaar aan, na een ganse dag les. En dus brengt Bart hem ’s morgens of rijdt hij met mij mee, en haal ik hem om half vier af. Alleen… Op dinsdag heb ik les tot kwart over vier, en dus moet hij nog een extra lesuur wachten. Idem voor de woensdagmiddag: ik heb les tot vijf voor één.
En ja, ik geef het toe: op maandag- en donderdagnamiddag heb ik geen les, en als ik dan iets doe, moet ik er rekening mee houden dat ik al om half vier aan school moet staan. Lastig.

We gaan kijken of hij niet eventueel met Barts elektrische fiets kan gaan, en ik denk er sterk over om zelf ook een elektrische fiets te kopen. In Kopenhagen heb ik me daar ongelofelijk mee geamuseerd, en ook in het terugkeren van Ode Gand. Ik ben er zeker van dat ik dan ook vaker met de fiets naar school zal gaan: nu zie ik me erop omdat ik dan helemaal zweterig toekom wegens de brug op het einde. Maar vooral: dan kan Wolf voorlopig met mijn fiets gaan, is hij opnieuw zelfstandig, en kan hij ook napraten met zijn vrienden na school. Dat mist hij erg, merk ik.

Zondag is hij wel naar de startdag van de scouts gegaan, en dat was niet de meest goeie zet voor zijn rug, maar hij heeft er immens van genoten. Hij heeft het dan wel maandag en dinsdag enorm moeten bekopen: de pijn was dubbel. Maar hij had het ervoor over, zei hij: kunnen doen als een gewone dertienjarige en onnozel doen met zijn vrienden… Ik gunde het hem, maar de volgende scoutsvergaderingen zal hij kalmer aan moeten doen, want het mag niet zo’n intense weerslag hebben op al de rest.

Een echte verbetering is er voorlopig dus niet, maar het is lang niet meer zo erg als in het begin van september.

Geduld, zei de specialiste, geduld.

Meh.

Bureau…

Merels kamer was een puinhoop. Ik bedoel maar: een puberkamer had er niks aan. Daarom had ik maandag al haar rommel gewoon centraal op haar tapijt in haar kamer gegooid, en de oppervlakten zelf allemaal netjes opgeruimd en schoongemaakt. Toegegeven, de hoop was bijna een meter hoog, jawel. Ze keek ernaar, zuchtte, en begon op te ruimen: de stiften bij de stiften, de kleren in de kast, de poppen netjes bij elkaar, de diadeems op hun plaats in de badkamer…

Terwijl ik zelf aan het opruimen was, had ik vastgesteld dat de oude tafel die ze gebruikte als bureau, eigenlijk echt wel aan vervanging toe was. We hadden het ding destijds gekocht om als luiertafel en badjestafel in de badkamer te dienen, en ze is dus al meer dan tien jaar oud. Dat is er ook aan te zien: een poot staat onherstelbaar scheef, de laminaatrandjes zijn eraf en het blad is volledig gekrast. Mja.

IMG_9292

Haar kamer is nu wel anders ingericht, maar bon.

Ik beloofde Merel dat ze een nieuw bureau ging krijgen, als ze haar kamer volledig netjes opgeruimd kreeg. Wel, ik denk dat ze ongeveer tien minuten heeft lopen dansen. En ja, die kamer was effectief ook helemaal opgeruimd tegen vandaag.

En dus gingen mijn jongedame en ik vandaag richting Weba, om te kiezen. Eigenlijk is dat een fout woord, want ze had één bepaald bureau gezien bij het binnenkomen, en dat was dat.

1350712333

Ik deed nog wel de moeite om alle andere te bekijken, maar eigenlijk was dat een formaliteit.

Alleen… het bureautje was toch wel niet op voorraad, zeker? Je had haar beteuterd gezicht moeten zien. Maar het moest gelukkig niet besteld worden, er stonden nog exemplaren in de winkel in Deinze, en dus ging het zaterdagvoormiddag wel binnenkomen. Goh, daarop kon ze wel wachten, vond Merel. Maar ik denk dat ze toch wel weer de hele Weba door gehuppeld heeft.

Mijn prinses…

Prachtige afsluiters van een aangename dag

Eigenlijk is dit nog van vorige vrijdag, maar ik wou er een aparte post aan wijden.

Na al het gekajak was ik moe, dat geef ik toe. Maar het was inderdaad een prachtige dag, en Merel wist me te overhalen om toch naar de rugby te gaan. Ik had nog geen cache – ik had er na het kajakken gestaan, maar had toen de juiste gegevens niet bij en vond niks – en dus gingen Merel en ik een klein beetje verderop, in de buurt van de Sportstraat, naar een klein parkje. De cache hadden we snel, en Merel vond het kleine speeltuintje de max.

Maar we reden terug naar de Blaarmeersen, en gingen picknicken op ons vaste plekje op de pier in de gouden avondzon.

Toen we thuiskwamen, was ik dus nog meer moe, maar toch keek ik uit naar mijn date die avond. Jawel, rond half negen werd ik nog enkele straten verderop verwacht, bij het schoonste cadeau dat ik al van Gift Gent heb gekregen.

Ik wapende me met een goeie gilet, een fles advocaat en een pak Tony’s Chocolonely met karamel en zeezout, en belde aan bij Veronique. Die troonde me meteen mee naar de tuin achteraan, en samen speelden we vuurheks, terwijl we genoten van verse warme chocomelk, de advocaat en de chocolade, en vooral van elkaars gezelschap en het heerlijke vuur, onderwijl lange gesprekken voerend.

Helemaal warm en zen keerde ik later die avond naar huis terug, met de geur van houtvuur en vriendschap in mijn kleren.

Bedankt, Veronique!

Geocachen in Sas Van Gent

Een echt mooie maandag vandaag, en meteen ook de eerste dag dat ik volledig lesvrij ben. Ik moet dit schooljaar op maandag niet naar school, en ik ben van plan daarvan te genieten, jawel.

Ik deed wat noodzakelijk schoolwerk, en zorgde dat ik tegen half twaalf in Sas Van Gent stond, u weet wel, dat kleine stadje net over de grens. Ik dacht: ik koop daar dan ergens wel een broodje, of eet een tosti – zoals ze een croque monsieur op zijn Hollands noemen.

Ik begon mijn wandeling aan het water – hoe kan het ook anders? – bij een multi die me op allerlei plekjes zou brengen, en nog langs een ongelofelijk schattige kindercache mét muziekje, die me luidop in de lach deed schieten.

Wat me vooral opviel, is hoe doods het stadje eigenlijk was. Oké, een maandag is nooit de meest bruisende dag, maar toch. Alleen aan de Albert Heijn was er leven te bespeuren, maar ik vertikte het om daar dan een broodje te kopen, omdat ik er nog altijd van uitging dat ik wel iets ging vinden. Mijn middagmaal is dus een frangipane geworden die ik bij me had in mijn rugzakje. Bovenstaande foto is het ‘centrale plein’ van Sas Van Gent, naast de kerk, op het middaguur. Ik heb er geen levende ziel gezien. Ik wandelde dan maar verder aan de andere kant van het water.

Pas op, mooie wandeling gehad, daar niet van, en het kanaal Gent-Terneuzen is echt wel indrukwekkend als er zo’n gigant passeert, maar… Daar heb ik wat fietsers gezien, ja, en een occasionele wandelaar. Mooi, maar geen zak te beleven dus.

En ik heb dan nog geeneens de cache gevonden. Intussen heb ik een hint gekregen waar hij zou moeten zitten, en het zal dus voor een volgende keer zijn.

Als de muizen van huis zijn, gaat de kat op restaurant

Startdag van de scouts, en dus waren ons drie mormels vandaag gewoon weg van negen uur ’s morgens tot vijf uur ’s namiddags. Woohoo!

Ware het niet dat Bart eigenlijk ziek is… Anders zouden we wellicht een uitstapje richting Brussel of Antwerpen gedaan hebben, of een sauna of zo… Dat laatste deden we vroeger regelmatig, maar komt er tegenwoordig niet meer van. Eigenlijk zou het wel kunnen, nochtans…

Maar bon, alle kinderen het huis uit dus, en Bart en ik zijn gewoon rustig in alle stilte thuisgebleven: beetje was doen, beetje lezen, beetje bloggen… Maar tegen de middag voelde hij zich gelukkig wel goed genoeg om naar ’t stad te gaan om iets te eten. Per fiets zat er niet in, maar we konden gewoon onder de Vrijdagmarkt parkeren. Bovengronds was er blijkbaar net een motortreffen: zo’n gigantische hoeveelheid moto’s! En vooral: wat een pokkeherrie toen ze vertrokken!

Wij hadden ons geïnstalleerd op het terras van de Savarin: toevallig het eerste waar plaats was, deels in de zon, deels in de schaduw.

IMG_0412

Daarna liepen we even tot aan de Oude Beestenmarkt voor het onderhoud van een cache, keken we nog even hoe hard ze bezig zijn aan de Reep

IMG_0413

en wandelden we rustig tot aan de Korenmarkt, waar uiteraard ijsjes te krijgen waren. Tegen dan was het meer dan genoeg voor mijn zieke wederhelft – bedankt, liefje, dat je al wilde rondlopen met mij – en reden we naar huis terug. Zeteltje voor hem, schoolwerk voor mij.

Maar ik was nog niet uitgewandeld, geef ik toe, en dus ging ik nog cachen, meer bepaald aan het Kasteel van Wippelgem. Ik kende dat, om eerlijk te zijn, niet.

Een echt lange wandeling was het niet, maar wel mooier dan ik gedacht had, en ik wist ook niet dat het domein rond het kasteel openbaar park/bos was. Bij de cache zelf kreeg ik problemen met de GPS op mijn smartphone: hij sprong van het een naar het ander. Ik stuurde een berichtje naar de legger, waarop die prompt terugbelde om me uit te leggen waar hij precies lag. Zalig!

Enfin, een aanrader dus. Alweer.