Oogarts
Voila, eindelijk nog eens bij de oogarts geraakt. Ik had er een half jaar geleden eigenlijk ook moeten staan, maar ik ben dat eigenlijk feitelijk gewoon vierkant vergeten. Shit happens, zeker?
In elk geval zijn mijn ogen goedgekeurd: een druk van 14 in elk oog, een perfect gezichtsveld, en niks te merken aan de oogzenuw. Voorlopig is de glaucoom dan toch al 25 jaar onder controle.
365 – 30 januari 2018 – havermout met fruit, buiten in de zon
Santjes
Dat het er eigenlijk een beetje te veel werden, al die doodsprentjes die ik perse boven mijn bureau wilde hangen. Ons ma, uiteraard, en Els. En ook nog altijd Vic. En ergens anders in huis stonden er ook nog van mijn grootvader, en van Jeroom, en…
Ik heb dan maar een kader gekocht waarin je meerdere foto’s kwijt kan. Ik was al een tijdje op zoek naar een deftige, en toen zag ik dit exemplaar in de Aldi liggen. Jawel, den Aldi, begot.
Sommige dagen kijk ik naar de foto’s met melancholie, maar meestal met een glimlach. Voor mij is het glas nu eenmaal halfvol, en dus denk ik bij de ene aan lunkijzers en twinkelende oogjes, bij de andere aan “Oas het beweegt, klopt erop!”, bij de derde aan kalk en sulferblomme, bij nummer vier aan appeltaart en roste centjes, bij de volgende aan “baculum putens”, en bij de nieuwste aan grandioze zangpartijen met de nichten uit Philippine. En ons ma, dat blijven de gigantische lachbuien en hilarische momenten.
Allemaal verdienen ze een plaatsje op mijn bureau, en allemaal doen ze me glimlachen, stuk voor stuk. Vergeten zal ik ze nooit.
365 – 29 januari 2018 – Werner
Concert!
Ik had het niet verwacht, maar toen ik vanmorgen opstond, was mijn rug eigenlijk in prima staat. Des te beter, want om kwart over negen was ik al de deur uit, om om 11.00 uur ons concert te kunnen zingen. De opkomst was behoorlijk, het concert zelf ook, als we de reacties mogen geloven.
(klikken op bovenstaande foto om bij het filmpje uit te komen)
Daarna waren we bijna onmiddellijk weg, want Bart had een tafel gereserveerd in de Cassis op de Vrijdagmarkt. Niet goedkoop, maar wel heel lekker! En grote porties: ons pa had nog een ganse portie varkenswangetjes mee naar huis, en de desserts – en we hadden niet eens een voorgerecht genomen – kregen we niet eens volledig op. Stel u voor…
Alleen… naast ons viel plots een mijnheer flauw. Hij was gewoon ineengezakt op zijn stoel, en zijn vrouw begon bijna te panikeren. Met behulp van een paar mensen van een andere tafel heeft Bart hem neergelegd, en toen is de ambulance gekomen. Gewoon een vagale syncope, maar het was de allereerste keer dat hij dat tegenkwam, ze hebben hem voor het zekerste toch maar naar het ziekenhuis gebracht. Doet toch maar raar…
Al het mannenvolk is daarna naar huis gereden, terwijl Merel en ik nog een klein wandelingetje doorheen Gent maakten: via de Langemunt en de Donkersteeg naar de Mammelokker (om daar een virtuele geocache te loggen) en terug via het stadhuis en het grafittistraatje. Dat leverde eigenlijk nog wel best een paar fijne foto’s op.
365 – 28 januari 2018 – groepsfoto
Dood.
Ik lig in mijn zetel, en ik ben niet van plan er vanavond nog uit te komen. Of zelfs maar een teen te verroeren.
Laat ons stellen dat ik er een klein beetje over ben gegaan vandaag. Klein beetje maar.
De voormiddag was weliswaar rustig, maar toch weer meer dan gewoon in de zetel liggen: met Wolf naar de Poel rijden, en een uurtje rustig in de Labath een manuscript zitten verbeteren, met een grote latte erbij. Thuis had Bart het eten al op tafel, en maar goed ook: om kwart over een stapten Wolf en ik alweer in de auto, richting OpenSchoolDag.
Ik geef toe: daar was ik een beetje over in mijn gat gebeten, jawel. Toen vorige week namelijk de dienstnota verscheen over de Openschooldag, zag ik dat ik zonder boe of ba gewoon was ingeschakeld op school, en dan nog voor een dubbele taak: zowel de medebar als het nemen van foto’s. Prompt mailde ik terug: dat ik nog steeds 100% in ziekteverlof ben, en met reden. Dat mijn lijf dat niet aankan, en dat ik dus niet van plan was de hele tijd te blijven. Ik kreeg een verontschuldigend mailtje terug: dat ze dachten dat ik sowieso kwam, en dat ze me daarom hadden ingeschakeld. Ik was er echt niet mee gediend: ik doe al, ondanks mijn ziekteverlof, de website en de rest van de communicatie, de flyers, de brochures, de integratielesjes: was een simpel telefoontje dan zo veel gevraagd misschien? Toen ik iets later dan de adjunct aan telefoon had, heb ik hem dat ook nog even meegedeeld.
Maar bon, tegen half twee stond ik dan toch op de OpenSchoolDag, waar mijn collega’s al volop bezig waren met leerlingen, en waar ik maar plaats moest nemen achter de bar. Een lieve, fotogekke collega kreeg mijn fototoestel in handen, en trok maar liefst 400 foto’s: mooi meegenomen!
Ik had gedacht van om half vier weg te gaan, een half uurtje te gaan liggen thuis, en dan te zorgen dat ik om 16.45 uur op de generale repetitie zou zijn voor ons concert morgen. Niet dus: er was echt veel volk, en ik bleef maar uitleg geven en mede schenken. Ik ben ook gaan zitten en voor een stuk blijven zitten, want het ging gewoon niet meer. Om vijf uur ben ik dan echt weggevlucht, terwijl Wolf achterbleef om in mijn plaats op te ruimen.
Ik ben nog even langs huis gegaan om een kwartiertje te gaan liggen en de pijn te laten wegebben, maar uiteindelijk stond ik om half zes dan toch weer op de generale repetitie, tot half acht. Toen konden ze me ongeveer samenvegen. Ik ben naar huis gereden, heb gegeten, en lig nu dus in de zetel. Pompaf. Plat.
’t Zal straks wel weer beteren hoor, maar nu nog eventjes niet.
365 – 27 januari 2018 – OpenSchoolDag
Cantandum in Korsele
De première van ons koor se!
Ik heb me de hele dag koest gehouden, zodat ik tegen kwart voor vijf – ik had net Kobe opgehaald van zijn fagotles – kon vertrekken naar Horebeke voor het concert. En ja, ik kon het niet laten, letterlijk in het passeren heb ik nog een geocache opgepikt, een hele mooie aan het geconserveerde overblijfsel van een hele oude catalpa in Zingem.
En het concert zelf? Wel, we hebben de pannen van het dak gezongen, en ook al was zeker één werk behoorlijk onzuiver, we kregen een staande ovatie. Altijd leuk, natuurlijk, voor een eerste concert!
Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik binnen de grote groep van Cantabile – de meesten kenden elkaar dan ook al jà ren – nooit echt mijn draai heb gevonden. Maar dit koor, ja, dit ligt me. Ik had in het begin een beetje mijn twijfels bij de dirigent, maar Geert haalt meer uit ons dan de vorige dirigent, heb ik zo het gevoel. Hij doet het in elk geval schitterend, en ik hoop dat hij met ons verder wil. En mijn medetenoren, yup, ook dat klikt wel. We hebben in elk geval altijd heel veel lol, daar op die achterste rij, en dat is wat telt.
Op naar het concert van zondag!










