Rapport

Ondanks alle perikelen, pijnproblemen en concentratiestoornissen die erbij komen, kwam Wolf vandaag naar huis met toch wel een knap rapport.

Zijn laagste cijfer is één 7.5, dan drie keer 8, drie keer 8.5, twee negens en zelfs drie keer 9.5.

Ik was behoorlijk verschoten van dat rapport, maar dan in de positieve zin. Echt.

Naar mijn bescheiden mening zit er veel van de koppigheid van zowel de De Waelekes als de Rombautjes in mijn oudste zoon, ja. Hij weigert namelijk op te geven, en ik vind dat een positieve eigenschap. Ik ben trots op mijn zoon, en dat mag ook gezegd worden.

Fietsjesplezier

Ik heb vanavond het koor afgezegd: het was me een beetje te veel vandaag.

De ochtend was rustig begonnen, met wat opruimen en zo, en dan om twaalf uur een uurtje lesgeven. Dan wat foto’s nemen op school, en rond half twee passeerde ik even langs de Kringwinkel in Mariakerke. Geen idee waarom, dat was maanden geleden, maar nu had ik daar plots zin in: karma, zeker?

Want ik liep daar rond, en plots viel mijn oog op een fietsje. Een mooi, roze meisjesfietsje, precies de maat die Merel nodig heeft. Ze kan nog steeds niet echt zelfstandig fietsen, en Bart had het gisteren nog gezegd dat ze dringend een nieuwe fiets nodig had, want dat haar huidige fietsje toch echt wel te klein was om deftig op te fietsen.

Ik nam een foto, reserveerde de fiets, legde thuis het dilemma voor aan mijn dochter die meteen wildenthousiast reageerde, reed naar de klassenraad, volgde twee klassen, reed in de tussenpauze (andere klassen) om de fiets, keerde terug, zette me wat te lezen en rapporten te maken, deed verder met de klassenraad, en was thuis tegen kwart voor zeven.

En toen liet mijn rug weten dat het welletjes was. Hij doet al de hele week lastig, sinds ik zondag te ver ben gegaan, en die klassenraden zijn nu ook niet meteen ideaal. Enfin, zo erg zal het ook weer niet zijn, voor die ene keer het koor te missen? Gjeilo kan wel even wachten…

Warrior Cats

Kobe is de laatste tijd “in zijne lees”, en veel hangt af van de boeken die hij vindt. Soms leest hij tijden niks, dan weer verslindt hij boeken, zoals nu de reeks “Warrior Cats” van Erin Hunter, een schrijverscollectief. Het is zelfs zo erg dat ik al tot aan de bibliotheken van Mariakerke en de Bloemekeswijk ben gereden om de boeken te halen: reeks 1 had 7 boeken plus twee extra dikke superedities, en nu zit hij volop in de tweede reeks. Zijn boekopdracht op school ging ook over een van die boeken, en daardoor had hij zitten opzoeken. Tot zijn grote ontzetting moest hij vaststellen dat reeks drie wel al geschreven was, maar nog niet vertaald.

Oh jee…

Waarop ik hem, half al lachend, voorstelde om ze in het Engels te lezen. Ik stelde zelfs voor om al even eentje te zoeken in het Engels, digitaal, op mijn Kindle, om te zien of hij ze wel al kon lezen. Tien minuten later stond het boek dat hij momenteel aan het lezen is, op mijn e-reader, en jawel, hij was verkocht. De papieren versie ligt opzij, hij is het Engels aan het lezen want dat is beter geschreven, vindt hij. Het helpt natuurlijk wel dat zo’n Kindle een vertaalwoordenboekfunctie heeft, waarbij je maar op het woord te duwen hebt en je na een klikje of twee de vertaling krijgt.

Maar hij is dus tien, en hij leest Engelse boeken. Dikke Engelse boeken. Engelse boeken die niet op beginnende lezers gericht zijn, en eigenlijk nog niet zo makkelijk geschreven zijn.

Mijn Kobe.

Ge wilt niet weten hoe trots ik ben.

Blah…

Ik moet het de mensen van het onthaal en de opnamedienst van het Zeepreventorium nageven: ze zijn daar ongelofelijk vriendelijk, geduldig en meelevend. Chapeau.

Ik heb de afgelopen dagen namelijk nogal wat met hen aan telefoon gehangen. Toen twee weken geleden dr. Van der Looven dinsdagavond besliste om naar het Zeepreventorium door te verwijzen, kregen we prompt op woensdagvoormiddag al een telefoon, werden de papieren doorgemaild, en hadden ze alles al meteen per post opgestuurd ook. Ik vulde alles in, stuurde terug, en wist dat het nu wachten was op de papieren van het UZ. Zodra ze alles binnen hadden, zouden ze me contacteren voor een intake gesprek: een rondleiding en uitleg over het concept door een maatschappelijk werker, en een gesprek met de dokter ginder, om te kijken of Wolf ook echt iets voor hen is. Daar ben ik redelijk gerust in, maar bon.

Ik belde de vrijdag nog even om te luisteren hoe ver ze zaten, of ze mijn papieren deftig hadden gekregen, en of ze al iets wisten van de dokter. Die had nog niks doorgestuurd, maar dat kwam wel. Op dinsdag, een week na de consultatie, was er nog steeds niks. Ik belde even naar het UZ om te vragen of zij van iets wisten, en was daar bijna mijn neus kwijt. De secretaresse snauwde me toe dat ze normaal gezien met vier waren, maar dat er drie ziek waren, en dat ze maar één paar handen had, en dat het dus ongelofelijk druk was. Ik verzekerde haar dat ik haar nergens van beschuldigde, maar dat ik gewoon wilde weten waar het strop zat: dat de ene niet zat te wachten op papieren van de ander, terwijl die dan dacht dat alles in orde was, dat soort dingen. Enfin, blijkbaar had Van der Looven pas de avond voordien het verslag in orde gezet, en konden ze dat nu pas doorsturen, maar dit ging zeker snel gebeuren. Allez hup.

Op donderdag belde ik nog eens naar het Zeepreventorium, want ik had nog steeds niks gehoord. Blijkbaar hadden ze inderdaad op dinsdag het verslag gekregen, maar waren ze nog steeds op een bepaald papier aan het wachten, de achterkant van mijn papieren die door de dokter moeten ingevuld worden. Toen de dame voorstelde dat ik nog eens contact zou opnemen met het UZ, maar ik vertelde dat ik bang was deze keer helemaal mijn neus kwijt te zijn, bood ze meteen zelf aan om te bellen. Een half uur later belde ze me al terug: dat het benodigde papier klaar lag, maar dat Van der Looven daar blijkbaar nog een extra verslag aan wilde toevoegen. Juist.

Gisteren belde ik nog eens: ze hadden het papier nog steeds niet gekregen, maar de dame stelde voor om toch al een intakegesprek aan te vragen: via een mailtje ging ze aan de maatschappelijk werker vragen of ze toch al niet, gezien het verslag en zo, zo’n gesprek kon organiseren, zodat we tenminste verder kunnen. Vandaag kreeg ik van hen inderdaad een telefoontje: de maatschappelijk werker ging daarmee akkoord, en stelde een gesprek voor op 6 april. Ik verslikte me bijna: nog drie weken?? Tsja, wisten ze me te vertellen, de agenda van de dokter ginder zat stampvol, en ze wilde toch echt tijd maken voor ons. En daarbij, er waren op dit moment toch geen bedden vrij, zodat Wolf sowieso zou moeten wachten. En nee, ze konden me niet zeggen hoe lang die wachtlijst was…

Zucht…

Ik ben ervan overtuigd dat, zodra de dokter Wolf gezien heeft en merkt hoe veel pijn hij heeft, ze er toch meer spoed zou achter proberen zetten. Intussen ploeteren we hier voort, en bijt Wolf op zijn tandvlees. Toetsen en taken moet hij intussen niet meer maken, zodat hij na school gewoon kan gaan liggen. Dat scheelt al, maar toch zijn alle dokters er behoorlijk over verbaasd dat Wolf nog steeds naar school gaat. Beetje koppig, zeker? Maar geloof me, het is een beetje met de moed der wanhoop intussen…

Lentekriebels

Ik weet het, ik weet het, elke lente opnieuw rond deze tijd trek ik foto’s van de eerste bloemen in mijn tuin. Ik kan het niet laten, ik kan daar ook zo van genieten he.

Nu nog de rest van het lentegevoel, zoals de juiste temperaturen…