Zalige zomerse zondagen

Sommige zondagen geven toch een perfect vakantiegevoel, nee? Ware het natuurlijk niet dat er nog een stapel te verbeteren examens op mijn bureau ligt…

We begonnen met onze croissantjes buiten op te eten. Hier in België kan dat niet zo vaak, we moesten er dus van profiteren.

En toen werd het warmer en warmer, maar lukte het wel nog om ook ’s middags buiten te eten. Merel was de gastvrouw van dienst, en ook opa kwam uiteraard eten.

In de namiddag kwam ook Arwen erbij, en werd er vooral veel onnozel gedaan met de vier kinderen.
Ons pa moest met frisse tegenzin met mij mee gaan wandelen/geocachen, maar genoot intens van de wandeling die we maakten in de Bourgoyen. We parkeerden ons aan de oude molen, liepen een heel eind (en pikten een paar caches op) tot aan de vogelkijkhut, en terug.

Tot zijn eigen grote verbazing was hij toen nog niet uitgewandeld, zodat we ook in de andere richting nog een cache gingen ophalen. De rest van de wandeling zal voor een andere keer zijn.

En thuis, toen was er koffie. In de zon. Met veel kinderen. En veel taart.

’s Avonds, na het avondeten, staken we nog heel even een paar houtblokken aan om marshmallows te roosteren. Ook dat kon per uitzondering, want normaal gezien moet Wolf op zondagavond al om acht uur, ten laatste half negen in De Haan zijn. Alleen heeft hij morgenvroeg een afspraak bij de orthodontist, waardoor Bart hem dan in de voormiddag naar zee brengt. Om medische redenen kan en mag dat perfect, zo blijkt. En dus had Wolf nog een vrolijke onbezorgde zondagavond bij ons.

Ik kijk er echt naar uit tot wanneer hij weer gewoon thuis zal zijn bij ons. Weer mijn gewone lieve Wolf.

Kriskras door Vlaanderen

Qua noord-zuidafstand in Vlaanderen kon het wel tellen vandaag, ja. De dag begon rustig, maar tegen kwart voor twee stond ik bij Wolf in De Haan om hem op te halen. We waren allebei niet erg haastig en zijn rug was redelijk oké, en dus gingen we nog even wat caches zoeken. Hij doet dat eigenlijk ook doodgraag, maar kan het voorlopig eigenlijk bijna niet.


Een eerste cache in de Vuurtorenwijk van Oostende vonden we niet, hoe we ook zochten tussen de tengels. Nummer twee vonden we maar na lang zoeken, en nummer drie bleef ook onvindbaar. Meh.

Veel tijd hadden we niet, want ik had Bart beloofd tegen half vijf ten laatste thuis te zijn, en dat lukte ook. Daarvoor waren we eerst nog in Jabbeke een cache gaan ophalen waar ik de vorige keer een dik half uur had staan zoeken, maar die ik nu, met een tip van een medecacher, wel vlot kon vinden. Hele mooie locatie, dat vond ook Wolf.

Enfin, we kwamen thuis, genoten nog even van het gezelschap, en reden toen samen naar Louise-Marie, een gehucht van Maarkedal, voor de jaarmis voor Jeroom.
Daarna gingen we allemaal gezellig bij Omaly sandwichen eten, en bleven vooral de heren lang praten over zaken. Moet ook eens kunnen, natuurlijk.

Veel in de auto gezeten dus, maar wel een fijne dag.

Overbelast

Vorige week zaterdag begon de kaak eigenlijk toch wel weer meer zeer te doen: anders, dat wel, maar even pijnlijk. Het gat zelf is, denk ik, wel dicht intussen, maar het zit dieper, en de zwelling is ook nog steeds niet helemaal weg.
Ik belde maandag naar Saar, en die legde een afspraak vast voor dinsdag bij de stomatoloog, want ze was er niet gerust in. Intussen was ook mijn antibiotica op, maar de pijn was dus niet weg.

Dinsdagvoormiddag kreeg ik een telefoontje: dat de tandarts en de stomatoloog elkaar gesproken hadden in het ziekenhuis, en tot de conclusie waren gekomen dat ik gewoon nieuwe antibiotica moest halen, die verder nemen, dat er eigenlijk echt geen tijd was die namiddag voor een afspraak, en dat ze me dan vrijdag wel ging zien. Juist ja.

Vandaag sprong ik dus lustig de fiets op en fietste richting Lousbergskaai: sneller dan met de auto, en een pak meer zen.

De stomatologe bekeek het geheel, verklaarde dat de tandholte bijzonder goed genezen was, dat er geen reden meer was om te spoelen tenzij er eten in gekropen was, en dat de pijn niet langer daardoor kwam. Antibiotica was dus niet langer nodig. Wat deed er dan wel zo veel pijn? Wel, ik had intussen – wellicht deels doordat ik altijd met mijn tong eten uit het gat probeerde te halen, en deels door het klemmen – een stevige overbelasting op het kaakgewricht en de kaakspieren. Voorlopig dus geen harde dingen knabbelen, niet geeuwen, niks doen dat die spieren kan belasten, en ook naar de kine.

Dat laatste zal ik nog zien, want ik zou niet weten wanneer ik er dat nog ingepland moet krijgen in mijn propvolle week, maar bon.

Ik ben al opgelucht dat de ontsteking weg is. Die overbelasting zal mettertijd ook wel verdwijnen, maar kan verder niet zoveel kwaad. Oef.

En toen deed ik nog even een kort babbeltje met de dokter over het nut van Latijn. Een buurmeisje had haar namelijk gevraagd of het wel zinvol was dat ze Latijn ging doen, want ze wilde geneeskunde studeren. “Goh”, had De Latte gezegd, “ik denk niet dat ik zonder Latijn ooit door mijn studies geneeskunde was geraakt: je leert zo veel beter analytisch denken, studeren, redeneren…” Ze had het meisje de vraag gesteld waarom ze géén Latijn zou doen. En mij gaf ze een pluim als leerkracht Latijn.

En zo kwam ik met een ongelofelijk goed gevoel buiten.

Reeënvlees

Gisteren belde ons pa: dat ze in het jacht een wilde ree hadden moeten neerschieten die daar tuinen en zo aan het vernielen was, en dat hij dus een deel van het vlees kreeg. Jacky, de opzichter, is slager van beroep, en het vlees werd dus vakkundig versneden. Alleen: ons pa kreeg het niet in zijn diepvries, en het zou wellicht toch Bart zijn die het op een zondag zou klaarmaken, dus: wilde ik het niet komen ophalen?

Ik zei uiteraard niet nee, ging deze voormiddag examen afnemen, en reed toen binnendoor naar Zomergem. Waarom binnendoor? Awel, daar lagen nog een paar caches te wachten, of wat dacht u?

Ik genoot van de mooie plekjes, reed over een brug waarover ik bij mijn weten nog nooit had gereden, en stond snel bij ons pa. Daar kreeg ik, behalve een knuffel en een warm welkom, ook een pak stoverij, koteletten en biefstukken mee. Zalig!

Lang kon ik niet blijven, want ik had – eindelijk! – nog een afspraak bij de kapper. Mijn eigen ouwe getrouwe kapster, Marie-Jeanne, is eigenlijk al een tijdje met pensioen, maar doet nog altijd een aantal trouwe klanten. Ik kom al bij haar sinds mijn studententijd, go figure. Maar nu is ze intens aan het verbouwen geslagen, en lukt het even helemaal niet meer. Tsja.

Ik heb dan maar, in samenspraak met haar, een nieuwe kapper uitgeprobeerd. Ik ga toch een keer moeten overschakelen, willen of niet… Dus zat ik deze middag bij Ch’Veux hier op Wondelgem, en moest vaststellen dat het wel oké was. Net iets duurder ook: 35 euro ipv. 20 voor snit en drogen. Ik heb niet graag dat ze mijn haar wassen, en brushen is al helemaal overbodig met mijn fluitjeshaar.

Hmm, toch liever Marie-Jeanne, voor zolang het nog kan.

Ronddretsen

Even een rustig dagje tussendoor. Niet dat ik niet moet verbeteren, maar ik hoef tenminste niet naar school. De tand is nog lang niet in orde, maar houdt zich wel min of meer koest. Pijnstillers FTW!

Enfin, deze morgen ben ik ook eindelijk op mijn fiets geraakt om de identiteitskaarten van de kinderen op te halen: die lagen al, goh, toch bijna twee maanden te wachten in het Dienstencentrum. Helaas blijkt dat alleen maar open op maandag, woensdag en vrijdag, en heb ik er dus al voor niets gestaan.
Ik had mijn voorzorgen genomen en werk meegenomen voor in de wachtzaal, maar er was gewoonweg geen kat! Nummertje genomen en onmiddellijk mogen binnengaan, de kaarten geactiveerd, en dat was dat! Ik moet het zeggen: snelle, efficiënte en vooral vriendelijke dienstverlening, daar in Mariakerke. Ik weet wel waarom ik naar daar ga en niet naar Wondelgem :-p

Enfin, eten gemaakt voor de kinderen, en tegen half twee Merel naar Pretland gebracht voor een feestje van Inez. Ik ben dan maar meteen doorgereden naar de Brugse Poort om confituuraardbeien te zoeken, maar helaas… Ik had wel een zomerse wandeling doorheen de wijk, ben even binnengesprongen in de Kringwinkel aldaar, en voelde me bijna met vakantie. Als die verbeteringen niet lagen te wachten, tenminste.