Bang hartje

Vannacht vertrekken we dus naar Rhodos, voor wie het nog niet door had. En ik geef het eerlijk toe: het is met een bang hartje. Omwille van de rug dus.

Gisteren ben ik begonnen met effectief de valiezen te vullen, beetje bij beetje, zoals ik al schreef. Bart had ze op Wolfs bed gelegd, zodat ik me niet hoefde te bukken. Dat gaat namelijk nog steeds bijna niet. De rug is dus absoluut niet wat hij moet zijn, al loop ik wel al sinds maandag zonder stok rond. Ik lig nog heel veel, al was het maar om het vertrek naar Rhodos niet in het gedrang te brengen.

Vandaag heb ik alle laatste spullen in de valiezen gestoken, en ik denk dat we zo goed als alles mee hebben. Bart is Wolf gaan ophalen na de middag – hij mag maximum 13 nachten na elkaar afwezig zijn van het Zeepreventorium, vandaar – en ik heb nog twee machines was gedraaid, opgehangen, gedroogd en opgevouwen. En ja, ik voel de rug serieus…

Ik heb er een absoluut goed gevoel bij om in Rhodos te zijn: liggen, lezen, rusten, niksen… Maar die reis ernaar toe? Geen idee hoe dat gaat verlopen, om eerlijk te zijn. Ik ben al sinds vorige week donderdagavond niet meer buitenshuis geweest. Hell, ik heb zelfs in meer dan een week geen schoenen gedragen!

Maar bon, ik hou u op de hoogte. En ik neem mijn wandelstok mee.

Valiezen

Jawel, ik ben volop – beetje bij beetje en rustigaan – valiezen aan het maken. Allez ja, valiezen aan het vullen: iedereen brengt me zijn gerief, ik moet het er gewoon maar insteken, want het ruimtelijk inzicht hier ten huize ligt niet bijster hoog.
Iedereen krijgt een quotum aan onderbroeken, T-shirts, kousen en broeken (of in Merels geval rokken en kleedjes), en brengt dat. En dan deel ik bevelen uit: “Zwembroek! Petje! Schoenen! Maar enfin, in een plastiekzak tiens! Pyjama niet vergeten? En dan nu in een apart kleurgecodeerd zakje: al uw opladers, kabels en kleine elektronica! Ga eens de zonnecrème halen. En Merel, jouw zwemblokjes!”

Ik kreeg de vraag of dat dan niet clasht qua kleuren, als ze het zelf moeten doen. Goh, Bart draagt toch alleen maar zwart en rood, da’s gemakkelijk. En de jongens, daar past het meeste toch wel min of meer bij elkaar, bijna al hun broeken zijn jeans. Merel stelt zelf setjes samen, die bekijkt dat zelf heel grondig. En daarbij: het is vakantie: heeft er eentje een groene T-shirt aan op een blauwe broek, who cares?

Ik heb wel één veto gesteld. Bart heeft een heel licht rood T-shirtje in voetbalstof mee van “Belgium”, en heeft zich net een hele lichte rode floddershort gekocht voor aan het zwembad. Ik heb een veto gesteld voor de combinatie, zeker met dan margisletsen eronder ^^

De leukste vond ik trouwens de reactie van Arno, een Nederlandse larpvriend: “ /me googles valiezen”
Koffers zijn hier toch nog net weer iets anders, toch?

Petrichor

Als u vandaag één woord bijleert, laat het dan dit zijn: petrichor. Er van uitgaande dat u dat nog niet kende, natuurlijk, want vandaag is het een beetje alomtegenwoordig.

Petrichor: de geur die ontstaat wanneer regen op droge grond valt. Het woord komt uit het Oudgrieks: πέτρα (petra) betekent ‘steen’ en ἰχώρ (ichor) is in de Griekse mythologie het bloed van de goden (dixit Wikipedia). Het bloed van de goden op de stenen dus. Poëtisch toch, die oude Grieken?

Toch bizar, dat wij hier in België zitten te snakken naar regen. Ik ben de afgelopen weken al stikjaloers geweest op vrienden die regenbuien postten op hun FB: hier heeft het niks gedaan.

Tot vandaag: rond half zes begon het plots te regenen. Niet veel, maar net genoeg om alles nat te leggen en dus die typische geur te doen ontstaan. Wat heb ik die gemist, zeg!

Petrichor dus. Blijkbaar niet alleen in zuiderse landen een begrip, maar vanaf nu ook bij ons.

Laat het gras maar groeien…

Dat het heet is, hoef ik jullie niet te vertellen. Ik heb een sensor hier in huis en eentje buiten, aan de noordkant, een halve meter onder de goot van mijn tuinhuis, in de schaduw dus. Het is hallucinant om te zien hoe de temperatuur telkens weer stijgt…

En het gras, tsja, dat is zo dood als ne pier, zou ne mens denken. Compleet geel en verdroogd, het enige groen dat er nog staat, is het onkruid. Toch bizar dat dat dan wel nog blijft groeien…

Maar vorige week was de sproeierkop van de tuinslang losgeschoten, en had het dus wel een tijdje geduurd voordat we dat gemerkt hadden. Als in: een stevig stukje gras stond helemaal onder water, rijstveldgewijs, zei Kobe.

En wat zag ik dus deze week? Dit:

Ik geef toe: het heeft even geduurd voor ik de link had gelegd.

Met andere woorden: niet treuren om dood gras, dat komt blijkbaar écht wel terug wanneer het eindelijk misschien eens gaat willen beginnen regenen…

Elf jaar.

Lieve Kobe

zoals ik je al de hele dag loop te zeggen: je wordt elf jaar vandaag, maar je voelt twaalf aan.

Wat bedoel ik daarmee? Wel, ergens heb jij dus een jaartje overgeslagen. Op school was dat je eerste studiejaartje, maar hier heb je er gewoon geleidelijk aan de dagen afgeknibbeld, tot je plots bij twaalf uitgekomen bent. Je bent namelijk zo ongelofelijk wijs… En dat bedoel ik dan vooral op de Gentse manier.

Ik ben er na die elf jaar nog steeds niet helemaal achter hoe jouw brein eigenlijk werkt. Het maakt de zotste sprongen, bedenkt de meest fantastische dingen, en moet duidelijk uitgedaagd worden. Want zonder uitdaging, Kobe, loop jij je immens te vervelen. Dat hebben we de laatste maanden ook op school gemerkt. Niet dat je je misdroeg, verre van, maar je durfde al eens met een slecht punt naar huis te komen. Goh, wat konden jou die Franse woordjes schelen? Tot papa en ik eens heel streng naar jou keken, en je daarna enkel nog maar negens en tienen haalde voor vocabulaire. Voor je InterDiocesane Proeven (exact dezelfde proeven worden op alle katholieke scholen afgenomen) haalde je dan wel weer schitterende resultaten. Ha ja, want daar wilde je wel eens je best voor doen en je concentratie boven halen. Zonder uitdaging lukt dat namelijk nog steeds niet.

De school was dus welletjes. Méér dan welletjes, liefje. Je hebt het er echt mee gehad, met die lagere school. Je verveelde je, zat weer eens bij geen enkel vriendje in de klas, en liep er dus vaak maar wat verweesd bij. Je huiswerk deed je plichtsgetrouw, al moest ik je er soms wel eens aan herinneren. Maar in dat opzicht ben je dus echt wel twaalf: het is tijd voor het middelbaar. Daar kijk je enorm naar uit: een nieuw begin, nieuwe mensen, nieuwe vakken, nieuwe leraars… Alleen sloeg je heel even in paniek toen je je realiseerde dat je het ditmaal zonder Wolf ging moeten doen, die eerste schooldag. Tsja, het feit dat Wolf in het Zeepreventorium zit, heeft jou wel een pak zelfstandiger gemaakt, dat merk ik. Je bent zodanig gewoon dat in elke stap van je jonge leventje je broer naast je staat… Spiritueel zal hij er wel zijn voor jou, maar die eerste dag, liefje, die ga je toch alleen moeten doen. Allez ja, als je er geen rekening mee houdt dat je mama daar ook gewoon rondloopt :-p

En verder, liefje, ben je vaak nogal obsessief. Een ‘meender’, zoals we hier zeggen. Ik vermoed dat je dat een beetje van mij hebt, en ook wel van je papa: als wij iets doen, gaan we er meteen volledig voor, met een passie.  Jij hebt dat ook, en kan er dan ook nog eens niet over zwijgen. Hoe veel we de laatste weken al over Fortnite gehoord hebben, het is onvoorstelbaar. En dan spreek ik nog niet van Wolf: quasi elk gesprek dat je voert met hem, gaat daarover. Tot hij jou afbreekt en zelf ook eens over iets anders begint. Of neem nu je slijm: ook dat maak je met een passie. Je kan de gekste combinaties en structuren maken, met scheerschuim, zonder scheerschuim, met isomo bolletjes, met diverse kleurtjes… Uren ben je ermee bezig!

Ook in je lezen ben je zo. Dan lees je weken niks, en dan plots ben je op een goede reeks gebotst, en lees je dagen aan een stuk, en wil je ieder van ons alle plots en verhaaltjes en personages vertellen. Ik weet alles over Blauwstaart, een van de Cat Warriors, en ik heb nog geen pagina van het verhaal gelezen.

Ik mag wel stellen dat jij een speciaaltje bent, Kobe. Jouw gedachtegang is soms heel volwassen, je bent zodanig intelligent… Maar aan de andere kant ben je soms nog ongelofelijk speels en kinderlijk. Dat merk ik vooral wanneer je met je zusje speelt. Wanneer Wolf met haar speelt, zit daar vaak al dat ironische en ondeugende in van een echte puber. Jij gaat gewoon nog volledig mee in haar spel, en speelt dan een tovenaar uit Harry Potter, of een hondje dat bij de dierenarts moet, of… goh, wat je fantasie je ook laat spelen.

Maar het belangrijkste is, dat ik je ongelofelijk graag zie, lieverd. Het is niet altijd makkelijk om dat te laten zien, omdat ik zo vaak moet zagen tegen jou: ruim je spullen op! Maak je huiswerk! Heb je nu al fagot gespeeld? Kobe, wat liggen die vuile onderbroeken nog op de grond in je badkamer te doen? Doe die deur dicht! Maar enfin, Kobe, uw fiets!!!

Maar dan zeg je sorry, en kijk je met die blinkende ogen naar me, en dat kleine putje in je kaak, en dan tover je dat kleine glimlachje om je mond – je weet héél goed dat dat werkt – en dan smelt ik. Alweer. Al elf jaar lang.

Ik zie je graag, liefje. Geniet ervan!