Een jaar.

Hmm. Een jaar geleden lag ik nu al twee dagen in het ziekenhuis, doodsbang om ook maar een teen te bewegen. Eergisteren, een jaar geleden dus, ben ik met de ambulance op de spoed verzeild en na een paar uur wachten platgespoten.
Waarna dus het gevreesde woord “Spondylolysthesis” viel.

Een jaar. Jawel. Met ups en downs.

De dokter had gezegd dat ik een kantje-boordje geval was: qua verschuiving was het eigenlijk een tweedegraadsgeval, maar aangezien mijn tenen niet tintelden, zaten er dus geen zenuwen echt gekneld, en wilde hij niet opereren. Ik moest minstens zes maanden wachten en zien of ik ermee kon leven. Een operatie zou een behoorlijk risico met zich meebrengen door de lage plaats van de verschuiving, geen garantie op verbetering geven, en een lange revalidatie met zich meebrengen.

Na vier maanden ben ik halftijds aan het werk gegaan, drie maanden later heel voorzichtig dus voltijds. En na een dikke maand kwam de grote vakantie, waarin ik genadeloos opnieuw plat ben gevallen. Intussen ben ik opnieuw voltijds aan het werk, en – hout vasthouden – dat lukt. Ik moet geen domme dingen doen, ik moet vooral doseren en echt niks van gewicht optillen, maar het gaat. Heb ik pijn? Ja. Vrijwel continu, maar ik let er niet altijd op, het is een constante in mijn leven. Ik heb de rug van iemand van 85, en daar moet ik mee leren leven. Er zijn momenten dat ik heel veel kan, en daar dan ook van geniet, zoals die fietstocht van gisteren. Maar er zijn ook momenten waarin ik keihard tegen mijn beperkingen aanloop. Heb ik dan medelijden met mezelf? Goh, wellicht wel een klein beetje – zoals iedereen – maar ik ben vooral realistisch: het is wat het is, het zal nooit meer goedkomen, en het maakt nu een deel uit van wie ik ben. Ik kan nog steeds heel veel – ik ben ook nog maar 46 – en ik maak er het beste van.

Maar soms, soms is dat lastig, ja.

Een jaar, gedekke. Een jaar.

Rust in de Laarnese velden…

Gisteren was ik zo dolgedraaid thuisgekomen, dat ik vond dat ik vandaag wel wat rust kon gebruiken. En dan bedoel ik niet gewoon thuis, want dan ga ik toch weer aan het werk op mijn PC, maar buiten in de velden, in de stilte en de natuur.

Ik ging dus eerst lesgeven tot iets na tienen, werkte dan tot twaalf uur nog een aantal verbeteringen en administratie af, at snel iets, stak mijn fiets met enige moeite in de koffer – mijn volgende auto heeft een trekhaak, goed weten! – en reed naar Laarne voor een rondje Heksencaches en meteen ook een aantal In de Laarnese Velden.

Ik heb vier uur rondgereden in een hemdje, van cache naar cache, doorheen de velden en de bossen, en hier en daar lang gezocht op een cache. Af en toe kruiste ik iemand, maar verder was er enkel de stilte. Man, dat had ik zo hard nodig…

Helemaal ontspannen kwam ik thuis, knuffelde de kinderen, deed nog wat schoolwerk, en reed naar de koorrepetitie.

Zalige, zalige dag!

Zemels

De dag was vandaag nogal wisselend qua stresslevels, dat kan ik wel zeggen.

Het begon met de allereerste fietstocht van Merel naar school. Technisch gezien kan ze wel fietsen – ze heeft deze week veel geoefend op starten en stoppen – maar ze durft gewoon niet, zoals bij haar wel vaker het geval is. Maar bon, vandaag zag ze het helemaal zitten om te fietsen, en ik dus achter haar aan. Wel, om eerlijk te zijn deed ze het heel goed: ze rijdt netjes waar ze moet, neemt mooie bochten, let op de auto’s, maar… ze rijdt soms zó traag dat ze zou omvallen, en dus moet ik haar opjutten. Enfin, content dat mijn haar geverfd is, want er zouden anders wel een paar grijze exemplaren bijgekomen zijn.
De voormiddag verliep dan heel rustig, maar ik moest natuurlijk ook nog met haar terugkeren, en eigenlijk verliep dat ook heel vlot.

De beloning was dan een grote schotel lasagne, die ik zondag nog had voorzien. We zijn ermee op het terras gaan zitten, en het was echt heerlijk, daar buiten in de zon.

Daarna reed ik rustigjes door het Vlaemsche land naar Ronse, om er Nelly bij te staan in een doktersbezoek. Sinds een aantal dagen heeft ze namelijk serieus last van haar rug, meer dan anders. Ik heb haar geholpen met aankleden, en aangezien ik toch wel behoorlijk wat te vroeg was, hebben we nog rustig wat in de keuken gezeten voor we naar het ziekenhuis vertrokken.

Daar sloegen dan de zenuwen toe: de dokter deed Nelly even neerliggen, onderzocht haar, en stelde als verdict dat ze een ingedeukte wervel had, dat dit op te lossen is, maar dat ze daarvoor wel volledige rust moest hebben. Iets wat ze natuurlijk in haar huis níet heeft, aangezien ze alleen woont. Hij wilde dan ook dat ze meteen, die namiddag nog, zou opgenomen worden voor een weekje platte rust.

Nelly stamelde dat hij dan toch wel morgen bedoelde? Neenee, herhaalde de arts, die middag nog, voor vijf uur, want morgen zat hij in Brakel.

Hmmm. Nelly was meteen in alle staten, en bleef maar verklaren dat ze vanzeleven op twee uur niet ging klaar zijn voor zo’n verblijf, dat ze al haar gerief moest verzamelen, en dat ze nog kweetniehoeveel mensen moest verwittigen en bellen. Ze werd op slag doodzenuwachtig en bleef maar ratelen. Ze haalde er zelfs haar beste vriendin bij, die haar gelukkig een klein beetje kon kalmeren, en een uur later zaten we met twee grote weekendtassen aan tafel, om kwart over vier, volledig klaar. Waarop ze, nog doodzenuwachtig, verklaarde dat ik haar even tijd moest geven want dat ik wel niet goed besefte wat dat allemaal was. Mja.

Enfin, we reden opnieuw naar het ziekenhuis, ik schreef haar in, en we gingen richting kamer. Waar er blijkbaar dringend een telefoon moest zijn, en de kast niet goed was, en dat bed naar beneden moest, en het bakje van de tv niet werkte, en dat dan moest uitgelegd worden want dat ze het niet snapte, en dat haar iPad nog geen wifi had, en haar kleren wel in de kast moesten gelegd worden, en dat die tv niet luid genoeg was en te kleine letters, en dat het blijkbaar lange dagen gingen worden.

Zucht. Intussen was ik zelf behoorlijk over de grens van mijn rug gegaan, vooral ook door domweg de tassen uit de auto naar de hal te dragen, in plaats van ze meteen op een trolley te zetten. Ik dacht ook van tegen vijf uur thuis te zijn, en stuurde dan maar een berichtje naar Kobe dat hij om brood moest, want dat het net iets later werd.

Om de intussen knallende koppijn te verdrijven ben ik nog snel drie caches in de Ronsische natuur gaan opzoeken: ik had echt nood aan een beetje stilte en frisse lucht, en het deed deugd.

Iets na zevenen was ik thuis, en de kinderen hadden gelukkig al gegeten. Bij Bart is het momenteel ook zodanig druk, dat ze eigenlijk regelmatig alleen zitten. Ik ben daar geen fan van, maar het is niet dat er veel alternatieven zijn, en ze doen dat echt wel goed. Gelukkig maar.

Heksenkleedje

Merel had als kleintje in 2013 ooit een heksenkleedje van mij gekregen, een geel met zwart en een poesje vooraan.

Ze is niet zot van verkleden, heeft het nooit echt gehad voor prinsessenkleedjes, maar dat heksenkleedje, daar was ze toch wel zot van. Ze had het in 2016 zelfs aan voor Ankoria.

Maar na vijf jaar is het nu toch echt, echt wel te klein geworden, en zij die zo Halloweengek is, zij wilde dolgraag een nieuwtje. Ik zocht even online, en kwam toch wel op een pracht van een stuk uit op tweedehands.be. Uit pure schaamte heb ik ipv 5.50 euro 10 euro betaald voor kleedje én verzending.

Wel, ze heeft staan dansen van blijdschap. Echt. En ze deed het aan en trok het niet meer uit, en stemde meteen toe voor een kleine fotoshoot.

Wie had dat ooit gedacht, mijn eigen kleine heks!

Roanoke

Dit weekend waren dus de jongens voor het eerst naar een weekendlarp, terwijl Bart in New York zat en ik me volledig wijdde aan Merel.

Ze vonden het zalig.

Samen met een paar – vooral oudere – gasten speelden ze de Vikings, en als ik het zo hoor hebben ze wel wat beestigheden uitgestoken. Kobe speelt een priester van Hymir en heeft dat, ondanks het feit dat hij de jongste is, blijkbaar prima gedaan. Ik heb intussen ook een paar fotootjes bemachtigd.

Ze worden zo groot, meneer…