Lectuur: “A Tale of Two Cities” van Charles Dickens

Zoals ik hier een aantal dagen geleden zei, doe ik een poging om qua lectuur netjes af te wisselen: gewoon boek – scifiboek(enreeks) – klassieker – fantasy boek(enreeks).
Ik had de Ilium/Olympos van Dan Simmons gelezen (scifi), was naar ‘De Avonden’ van Reve gegaan (klassieker) en dan meteen naar ‘A Tale of Two Cities’ van Dickens (klassieker).

Ik weet niet waarom, maar ik lees dus echt graag Dickens. Ik heb het zowel voor zijn schrijfstijl als zijn vertelstijl, en ik hou van kostuumdinges, of het nu film, reeks of boeken zijn.

En dit boek, tsja, het wordt met recht en reden als een klassieker beschouwd. Een pracht van een liefdesintrige speelt zich af met de Franse revolutie als achtergrond, maar situeert zich zowel in Parijs als in Londen. En het leuke is: bij Dickens weet je écht niet hoe het zal aflopen, want hij geeft eigenlijk niet echt om happy endings. Nee, da’s niet waar: het eindigt altijd wel ergens positief, maar het kan best zijn dat het hoofdpersonage de dood vindt, en dat de rest daardoor gelouterd wordt. Ook positief te noemen dus, maar niet Hollywoodiaans.

De sfeer is grimmig, zoals in de meeste van zijn boeken: de Franse revolutie met al zijn paranoia, wreedheden, terechtstellingen en extreme armoede wordt niet bepaald verbloemd. Je krijgt er echt de rauwheid van die tijd onder ogen, en het kan geen pretje geweest zijn, tenzij je van (rijke) adel was. En dan liefst niet in 1789 in Parijs zelf, want dan was je ook de klos.

Het boek was er op een paar dagen door, en dat zegt genoeg. Dickens, ja, het is een wereld op zich, maar eentje waarin ik graag vertoef.

Naar huis!

Jawel, na meer dan een maand in het ziekenhuis mocht ons vader vandaag eindelijk naar huis. Oef! Vorig weekend had hij een dag mogen proberen, en dat was al bij al meegevallen. Hij was eigenlijk zelfs blij terug in zijn eigen omgeving te zijn.

Vandaag ben ik hem iets over elf gaan ophalen met al zijn gerief, en we hebben hier thuis gegeten. Na het eten heb ik hem dan naar Zomergem gebracht, waar het huis intussen al lekker warm was. Hij had ook meteen brood mee, charcuterie, een paar yoghurtjes, dat soort dingen, zodat hij de eerste dagen geen boodschappen moet doen. Voor morgen heeft hij ook een volledige maaltijd mee, al zit de kans er wel in dat hij bij Jeroen mag gaan eten.
Met de auto rijden is voorlopig nog geen goed idee, maar als het moet, kan hij wel te voet naar de slagerij gaan, waar ze zowel dagschotels als beleg verkopen, en dan heeft hij meteen ook wat hij moet hebben.

Was hij blij dat hij thuis was? Jazeker. Maar meteen overviel hem ook weer een stevige melancholie: hij mist ons ma, en vooral het alleen zijn in dat huis dat hij altijd met haar deelde, valt hem zwaar. Alleen… daar is geen oplossing voor, geen troost, en dat weet hij ook.

Ik heb nog eens goed gekeken of hij wel goed geïnstalleerd was, heb hem nog eens stevig geknuffeld, en reed toen naar huis. Allez ja, met een omweg, want er waren hier nog twee geocaches die ik nog wilde oppikken. Eentje daarvan lag in de Kattenwegel bij een prachtig uitzicht en mijn broers op één na favoriete bank.

De volgende lag een eindje verder, de Molenstraat naar beneden, en dan Ro in. En daar, daar sloeg ook voor mij de melancholie toe. Dit was een van de favoriete straten van ons ma, met het ongelofelijke weidse uitzicht. Als kind en tiener gingen we hier soms fietsen, en dan genoot zij immens.
Ik was er in geen twintig jaar langs gereden, en bij het zien van diezelfde velden heb ik me even moeten parkeren, ik geraakte niet verder. Als ergens ons ma haar geest nog rondwaart, dan zal het hier in Ro zijn. Met haar haar overhoop gewaaid en glinsteringen in haar ogen.

Ik mis u, ma. Maar we doen voort, en we doen het goed. En ons pa, die redt zich wel. Gaat gij nog maar een eindje fietsen, hier in Ro. En vergeet uw fleske water niet in uw fietstas te steken hé.

Bloemen…

Ik dacht, ik spring even binnen bij bloemen Marleentje hier op Wondelgem: ik wilde tulpen, kwestie van toch iets van lentegevoel te krijgen.
En jawel, mooie rozepaarse tulpjes van 4 euro stonden naar me te lachen. En toen zag ik, bij het buitengaan van de snijbloemenafdeling, prachtige dikke paarse rozen staan, 5 euro voor tien. De combinatie van de twee was prachtig, en dus nam ik voor 9 euro een pracht van een boeketje mee waar ik meteen goed gezind van werd. Zeg nu zelf…

Stom he, maar er zijn weinig dingen waar ik zo van kan genieten als van bloemen…

Oh Murphy…

Bart had het al een paar keer tegen me gezegd dat ik mazout moest bestellen. Goh, dacht ik, er is voorlopig nog genoeg, en ik had het een paar keer uitgesteld. Tot vorige week vrijdag: ik belde en bestelde meteen 2000 liter. Of het dringend was, vroeg de dame aan de lijn. Niet meteen, we hadden nog, maar ik wou het risico niet lopen. En woensdagvoormiddag was ik thuis, of ze dan konden leveren, dan kon ik meteen betalen. Dik in orde.

En toen sloeg Murphy toe, jawel. Want in de loop van de maandag begon het precies gelijk wat kouder te worden in huis. Om half zeven was het er nog 19°, en toen ik naar de ketel ging kijken, draaide die effectief niet meer. Argh! Effectief acuut zonder mazout gevallen! Gnn.

Bon, het was te laat om nu de mazoutcentrale nog te bereiken, en als ik de dinsdagochtend ging bellen, was hun planning al opgemaakt. Goh ja, en we konden het wel even redden met onze sublieme houtkachel. Een uur later was het al 20.5°, tegen half tien zaten we zelfs aan 22°.

Toen we dinsdag thuis kwamen van school, was het nog geen 18° binnen, maar Wolf haalde hout, en om zes uur zaten we alweer aan een comfortabele 21°. Die kachel van ons, da’s toch een stevig backupsysteem. Al is het wel wat vreemd om ook bij het opstaan de houtkachel aan te steken…

Soit, deze morgen tegen elf uur stond de man van Gabriëls hier, dezelfde leverancier als altijd. Hij belde aan met een grote glimlach, en vroeg meteen: “Awel, zijde weer zonder gevallen dan?” Toen ik hem schaapachtig uitlegde dat we effectief zonder zaten, begon hij smakelijk te lachen. Een kwartiertje pompen en een koffietje later (en helaas ook een rekening) was de tank weer gevuld, en tegen twee uur kon ik het systeem gelukkig probleemloos heropstarten. ’t Is toch net iets gemakkelijker, minder gezeul en minder vervuiling, zo’n centrale verwarming. En vooral: als ge vloerverwarming gewoon zijt, werd zelfs dat parket toch frisjes…

 

Certaminavergadering

Jawel, een latenamiddagvergadering in Brussel, dat doe je het best met de trein natuurlijk. Rond vier uur nam ik die aan Dampoort Station, tufte vrolijk naar Brussel Centraal, kocht me van pure goesting een warme wafel, liep in de halve motregen nog even wat verder om een cache aan het Muziekinstrumentenmuseum, en ging dan richting Don-Boscocollege.
2.5 uur later – jawel! – sloten we de vergadering af en gingen we met zijn allen, of toch zo goed als, nog iets eten in ’t Goudblommeke van Papier, blijkbaar een Brussels instituut. Speciaal, bruin café met inderdaad zeer lekker stoverij.

Kwart voor tien zaten we terug op de trein, om elf uur stond ik thuis. Stevige avond gehad, helaas zonder Gwen, maar eigenlijk best wel fijn. Zo’n olympiadecomité, het is me wat…