Verwenweek

Het zijn zware weken geweest op school, qua werkdruk, mentale druk en gewoon door alle extra projecten. Ons evenemententeam kwam met een schitterend voorstel: waarom doen we niet eens een verwenweek? Wie wil, stopt zijn naam in een doos, en dan worden de namen gewoon geloot, stijl secret santa. Een week lang moet je in het geheim je ‘slachtoffer’ verwennen met complimentjes, cadeautjes, kleine dingetjes waarvan je weet dat die persoon een glimlach om de lippen zal krijgen.

Ikzelf had Nikolaas, de Britse, gitaar spelende leraar Engels, en ik had gisteren een zakje fudge in zijn vakje gezet. Score: hij is blijkbaar verzot op fudge ^^ Vandaag was ik in de speeltijd zijn klas binnengeglipt en had er een blauwe koffiemok gezet, opgevuld met Earl Grey Tea, zijn favoriet, met de boodschap op bord: “Om de teleurstelling van vorige week te verdrinken”. Zijn favoriete club Chelsea – blauw-wit – had vorige week namelijk verloren met 6-0.

En ikzelf? Wel, gisteren lag er een ganse poot chocotoffs in mijn vakje, dik in orde. En vandaag had ik twee minuten chance: ik geef normaal gezien op dinsdagnamiddag les in lokaal 0.08, maar een van de collega’s Latijn is ziek, en Lucie ging dan maar de ganse groep van 32 leerlingen nemen. Die kunnen binnen in dat lokaal, niet in het lokaal waar zij normaal gezien les geeft. We hadden dus gewisseld, maar aangezien het vanavond infoavond is en we het lokaal wat moeten aankleden, was ik nog snel even binnengegaan om te kijken wat er nog allemaal moest gebeuren. En wat zie ik aan de computer staan?

Helemaal klop erop natuurlijk! Paars plantje in een paars potje, met mijn favoriete paarse tsjoepkes erbij! Zalig, toch?

Ik ben al ongelofelijk benieuwd voor de rest van de week. Morgen heb ik geen les, het zal voor donderdag zijn. En ik heb ook geen flauw idee wie mijn verwenner is. Ik ben er wel redelijk zeker van dat het een vrouw is, aan het geschrift te zien :-p Ik vind het nu al geslaagd ^^

Fietstochtje met Merel

Mooi weer, en dus wordt het dringend tijd om Merel ook écht te leren fietsen. Ze is verdikke al acht! Op zich kan ze dus wel fietsen, maar het is nog iets anders om in het verkeer te fietsen: ze is vooral heel erg bang.

Vandaag kreeg ik haar nu wel zo ver dat we samen naar de Delhaize zijn gefietst: we hadden brood en nog een paar dingetjes nodig, en ze zag het, tot mijn verbazing, nog zitten ook.

Ze deed het ook zeer goed, eigenlijk, en luisterde vooral ook zeer goed naar mijn aanwijzingen. Maar tegen dat we aan de Delhaize waren, was ze aan ’t huilen: haar benen deden pijn! Wellicht was het meer de stress dan wat anders, maar bon.

We deden boodschappen, en tegen dat we terug moesten, was ze al lang weer aan het lachen. Terugfietsen was dan ook geen enkel probleem. Ik heb thuis wel haar banden eens stevig opgepompt en haar zadel wat hoger gezet, en ook dat scheelde een pak, zei ze. Mja, misschien had ik dat eerst moeten doen?

Enfin, we gaan nu wat vaker proberen korte fietstochtjes te maken, zodat ze went aan het verkeer. Ik kijk er al naar uit om samen met haar naar ’t stad of naar de muziekschool te fietsen.

Cachen met ons pa in Landegem en omstreken

De eerste prachtige zondag in toch wel een tijdje, en dus nam ik ons pa mee op sleeptouw om te gaan cachen. Ja, hij is nog duizelig, maar hij stapt ook niet of nauwelijks, dus dat heeft ook geen kans om te verbeteren. In het ziekenhuis liep hij een paar keer per dag de gang op en af, maar zelfs dat doet hij thuis niet. Daarom moest hij mee, maar ook geen lange einden aan een stuk.

Ik was hem gaan ophalen, en tegen drie uur zaten we al aan de taart en koffie, zodat we vrij snel met een omweg richting Zomergem konden. We reden eerst in Drongen naar de Campagne, omdat daar een nieuwe, knappe cache verschenen was. Van daaruit ging het verder naar Vinderhoute, naar de Oude Kalevallei. Daar heeft ons pa trouwens voor ’t eerst zelf de cache gevonden: ik had hem nog niet in het oog, en hij wees me er meteen op. Waar hij trouwens vroeger op een afstandje bleef staan, komt hij nu sowieso helpen om vast te houden, toe te schroeven, weg te steken, dat soort dingen. Dik in orde!

We reden verder richting Nevele om daar een cache op te pikken waarvan ik wist dat hij zo’n 300 meter via een wegel langs de Oude Kale van de parkeerplaats verwijderd lag. We zagen dat allebei volledig zitten, alleen… hebben we ons mispakt aan het wegeltje dat effectief vlàk naast de Kale liep, waarbij ik soms schrik had dat ons pa zijn evenwicht ging verliezen en in het water zou liggen. Daarnaast ging het bij momenten ook nogal op en af, want blijkbaar wordt dat stukje bos vooral gebruikt door mountainbikers. Tsja… Maar het werd wel een mooie wandeling.

Het terugkeren verliep langs de vaart.

Daarna passeerden we nog langs een cache die ik donderdag niet had kunnen oplossen, maar waarvan ik vandaag wel de oplossing wist. Ook hier liep ons pa mee het bos in om te helpen, en hij zag dat het een schoontjen was. Tegen dan was het zo goed als zes uur, gooide ik ons pa af bij hem thuis, en reed zelf ook huiswaarts. Alwaar ik weer op het ideale moment langs het sas passeerde, en er een prachtige zonsondergang zag.

 

Markt

Bart was de hele dag naar Ronse, zijn moeder definitief helpen verhuizen naar een service flat. Ze blijft in hetzelfde complex, maar haar kamer heeft nu meer ramen, een mooier uitzicht, en vooral ook haar eigen vertrouwde meubels.

Het was voor ons de uitgelezen gelegenheid om nog eens kip aan ’t spit van de markt te eten: Bart heeft daar een bloedhekel aan, maar wij eten dat al eens graag, en vooral Merel amuseert zich te pletter met te kluiven en te knauwen. Er zit toch soms een echt Rombautje in die dochter van me.

Dus namen we ons karretje en liepen vrolijk rond op de markt in Evergem, na de muziekles. Da’s eigenlijk ideaal: we moeten er passeren. We gaan dan kip halen, daarna groenten, eventueel nog wat bloemen en wat snoep, en dat is dat. Ondertussen tettert Merel honderduit, vangen we stapels Pokémon en leg ik haar dingen uit zoals de schandpaal die er staat. En komen we allebei bijzonder goed gezind terug ^^

Dik in orde, toch?

Toezichten

Als leraar heb je uiteraard ook toezichten. Gelukkig weten de mensen die de roosters opstellen, wat ik wel en vooral niét graag doe. Zo heb ik een bloedhekel aan reftertoezicht: ik word stapelzot van dat lawaai en kom buiten met knallende koppijn, keer op keer.

Wat ik wel graag doe, is een buitentoezicht. Het ene is ook al leuker dan het andere, en vooral ook het weer maakt veel uit: als je zo bij 3° in de gietende regen staat, een half uur lang, dan is er niet bepaald veel lol aan.

Maar dit jaar heb ik toevallig de twee meest rustgevende, eigenlijk zelfs saaie toezichten. Op dinsdag sta ik van 12.45 uur tot 13.15 uur aan de grote poort, die quasi door geen enkele leerling wordt gebruikt – ze gaan zo goed als allemaal langs de fietspoort buiten – maar waar uiteraard wel toezicht moet zijn, of ze zouden wel allemaal langs daar buiten gaan zonder pasje.

Ik ga daar dan meestal rustig aan een bankje zitten, lekker in het zonnetje, als die schijnt.

En op vrijdag, zoals vandaag, heb ik toezicht van 12.45 uur tot 13.15 uur aan die bewuste fietsenpoort. Dat is tien minuten lang 250 man die passeert en een pasje onder uw neus duwt, en dan een kwartier complete stilte. En dan neem ik, als het weer is zoals vandaag, een stoel en zet me prinsheerlijk in de zon. Gewoon, zitten, niksen, stilte. Koud in de winter en de regen en de sneeuw, ja, maar vandaag? Heerlijk…