
365 – 25 mei 2019 – boom met ambities?


Acta Diurna de muliere ludenti

Nog steeds lees ik elke dag voor aan Merel bij het slapen gaan. Nu ja, elke dag, toch elke avond wanneer ik thuis ben om haar in bed te stoppen.
Bij de jongens heb ik dat nooit zo lang volgehouden, ik weet eigenlijk niet goed waarom, want ik doe dat eigenlijk wel graag. Eerst kwamen zowat alle boeken van Roald Dahl aan de beurt, en af en toe iets anders. Aangezien de Dahls op waren, zaten we bij David Walliams, maar die leest ze nu liever zelf. We hebben ook al een van de grote sprookjesboeken gelezen. En nu, nu zijn we bezig in De Wind in de Wilgen, de klassieker van Kenneth Grahame. Die kan ze uiteraard ook al helemaal zelf lezen, maar ze vindt het leuker als ik bij haar onder haar deken kruip, met enkel het nachtlampje aan, en dat ze dan zachtjes kan liggen luisteren.
En het is dan supermooi om te zien, wanneer ze met haar poppen speelt, dat die ook verhaaltjes krijgen. Simpelere verhaaltjes, want de poppen zijn kleiner en het mag niet te moeilijk zijn, legt ze dan uit.
Mooi, toch?

Wanneer ik met de fiets naar en van school kan gaan, maakt me dat ongelofelijk… blij, tevreden, vrolijk, zen, noem maar op.
Mijn fietsroute is dan ook zalig: doorheen de wijk, en dan het park van De Lange Velden in – officieel het Ter Durmenpark – waar Stad Gent een prachtig fietspad heeft aangelegd. Dat sluit aan op een rustig baantje dat parallel met de R4 loopt, achter ofwel een aarden wal, ofwel nog een stuk land, en dan verder een andere wijk door, over de brug, doorheen nog een park, tot aan de school.
Ik heb er vandaag een klein stukje van gefilmd, maar het mooiste stuk staat er eigenlijk nog niet op. Dat zal ik wel eens filmen in de andere richting, ’s morgens, wanneer het zomer is en alles in volle bloei en blad staat.
Maar met deze route begrijp je wellicht wel waarom ik hier zo graag fiets.

Eigenlijk zijn vooroordelen toch een gemeen beest…
Daarstraks reed ik weg van de Delhaize toen ik plots dacht dat ik nog bloemen wilde van de bloemenwinkel die op hetzelfde terrein ligt. Ik sla, nog op het parkeerterrein, rechtsaf, kijk dus opnieuw uit naar een parkeerplaats en rijd vrij traag. Op het moment dat ik links een plekje zie, pink ik naar links en wil inslaan. Op dat moment vlamt een witte sportieve auto me links voorbij, waarbij ik me zowat een ongeluk verschiet én bijna een ongeluk veroorzaak. Geschrokken hamer ik op mijn toeter.
De witte auto stopt een paar meter verder en een jonge gast mét petje
stapt uit. “Lap” dacht ik, “dit wordt een geval van verkeersagressie” en
ik zet me mentaal al schrap.
Maar nee, de jongeman komt op me toe
en verontschuldigt zich uitgebreid. Hij had me naar rechts zien pinken –
die pinker moet nog even aangestaan hebben – en dacht dat hij
probleemloos links voorbij kon. Het pinken naar links had hij effectief
niet gezien. Ik heb me verontschuldigd voor het getoeter en zeg dat ik
gewoon gigantisch geschrokken was.
Hij geeft me nog net geen knuffel, lacht breeduit, verontschuldigt zich nogmaals en stapt opnieuw in.
En ik ben een illusie over mezelf armer: blijkbaar ging ik ervan uit dat een jonge gast met sportauto en petje net iets agressiever ging zijn. Tsja…
Met een beschaamd gevoel reed ik naar huis.
Ik heb eigenlijk allemaal best fijne klassen dit jaar. Soms heb je zo’n klas waar je jezelf voor motiveren en waar je ook telkens weer doodop naar buiten komt, maar dit jaar valt dat heel erg goed mee.
Misschien mijn tweedes een beetje… Ze zijn maar met twintig, maar ze zitten nooit in deze constellatie samen, waardoor ze natuurlijk extra graag babbelen. Ik moet dus ook voortdurend moeite doen om hen stil te houden, maar aan de andere kant is het een klas die schitterend zijn best doet. Echt, hun klasgemiddelde voor dagelijks werk voor het tweede semester was gewoonweg 8,5/10! Zeker in het tweede jaar is dat een prestatie! En qua medewerking heb ik al helemaal niet te klagen.
Ik heb ze nu ook niet meteen op de meest dankbare uren van de week: de maandagnamiddag twee uur, en de vrijdagnamiddag twee uur. En als je dan weet dat er in het tweede gigantisch veel grammatica is, tsja… En ja, ook voor mij is het vrijdag, ik ben ook altijd opgelucht als het half vier is, net als zij.
Maar aan de andere kant zijn ze een heel dankbaar publiek, en eigenlijk echt wel fijne leerlingen. Dat werd me vandaag ook nog maar eens duidelijk. Ik zat op pasjescontrole aan de poort vooraan. Dat betekent een half uur op een lege speelplaats, controleren wie er buitengaat. Moest ik er niet zitten, zou er wél een hoop volk passeren natuurlijk :-p
Maar aangezien het ramadan is, mogen de moslimleerlingen ook tijdens de lunch op de speelplaats. Ik had me naast het hek tegen een muurtje op de grond gezet met mijn boek, en plots plopte er een leerlinge naast me, terwijl er twee gewoon bleven rechtstaan. Mijn tweedekes dus. Die hadden me zien zitten en waren er gewoon vrolijk bij komen zitten om te kletsen. Honderduit, zoals alleen veertienjarige meisjes dat kunnen. Het zegt veel dat ik een kwartier langer dan nodig ben blijven zitten, daar buiten tegen dat muurtje.
Blij dat ik niet alleen die strenge leerkracht ben, maar blijkbaar ook nog meer dan dat.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.
Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.
Nope.
Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.
Bah humbug.