Half dagje Antwerpen
Nu ja, Antwerpen: ik stond rond half twaalf bij Lorre in Ter Hagen, deelgemeente van Rumst. Onderweg was ik nog een paar caches tegengekomen, onder andere een wel fijne in Temse.
We reden fluks door naar Antwerpen, want daar moest Lorre om drie uur zijn nieuwe contract tekenen, yay!
We zochten ons een gezellig hipsterrestaurantje, Fabrik, en zaten heerlijk op het terrasje in de zon te tetteren.
Ik gooide hem om de hoek af aan zijn nieuwe kantoor en ging zelf – ik had nog een dik uur op overschot, ik wilde om vijf uur in Gent zijn voor Merels blokfluitles – geocachen in het stadspark. Mooi park, mooie beelden, lekke vijver :-p
Bij dat laatste beeld had ik trouwens touche: drie twintigers die uiteraard benieuwd waren wat ik daar liep te zoeken, en na de uitleg me gerust wilden helpen, en vooral om de halve minuut vroegen of ik wel oké was, daar in het struikgewas. En dat ik voorzichtig moest zijn. En dat ze ouder waren dan dat ze eruit zagen, en dat ik een knappe dame was, enzovoort enzoverder. Heel respectvol en best wel grappig!
Ik reed naar huis, pikte Merel op en samen gingen we nog snel naar de blokfluitles, voor de laatste keer (volgende week zit ik op klassenraden).
Aangename dag, zowaar!
365 – 18 juni 2019 – gekat
Lectuur: “Matthew Swift” van Kate Griffin
Na de reeks rond Harry Dresden had Birgit me de veel kortere reeks van Kate Griffin aangeraden rond de urban sorcerer Matthew Swift. Tot op zekere hoogte zijn de twee reeksen vergelijkbaar: het gaat in beide gevallen over een eenzaat, een tovenaar die zijn magie haalt uit de stad, daar ook mee werkt, en eigenlijk de wereld moet redden van een aantal catastrofes.
Maar daar houdt het eigenlijk mee op. De Dresden Files zijn veel meer fantasie, spelen zich af over de hele wereld, maar grotendeels in Chicago. Die stad lijkt wel eerder toeval dan wat anders.
In de reeks rond Matthew Swift ligt dat helemaal anders: ook hier is het hoofdpersonage een eenzaat, die in verpauperde omstandigheden te werk gaat. Maar de stad Londen is minstens evengoed een hoofdpersonage. Het soort urban magic dat hier beschreven wordt, werkt niet in een plattelandsomgeving. Je kan zo de routes doorheen de stad volgen, Swift verlaat de stad ook niet, en zijn magie komt uit de elektriciteitsleidingen, de straatlampen, de metro, de vuilbakken en de stadsvossen.
De humor is ook helemaal anders, als in: quasi onbestaande. Waar The Dresden Files puberaal sarcastisch zijn, is het hier allemaal bittere ernst, met af en toe een cynische ondertoon.
Heb ik de vier boeken graag gelezen? Jawel. Maar het leest niet als de razendsnelle pulp rond Dresden, en het laat je ook niet met een adrenalinestoot achter. De reeks is zoals de achterbuurten van Londen waarin ze zich afspeelt: donker, duister, vuil, grijs, met roet en uitlaatgassen besmeurd, maar daarom niet minder intrigerend.
Op simpele vraag digitaal te leen.
365 – 17 juni 2019 – examensnack
Confituur van eigen kweek!
Ik had het hier eerder al gezegd dat ons klein aardbeienveldje gigantisch zijn best doet dit jaar. Ik heb er zelf verschillende keren een ganse pot van geplukt, Véronique is twee keer komen plukken, en we kregen ze eigenlijk gewoon bijtijds niet op.
Vandaag ben ik nog eens het perkje ingedoken en heb er 1,290 kilo uitgehaald: ideaal om een portie confituur van te maken en nog milkshake ook.
Zelfgemaakte confituur is sowieso lekker, maar die van zelfgekweekte aardbeien, dat is nog iets anders. Smaak, man, maar smaak! Ongelofelijk!
365 – 16 juni 2019 – klaproos
Twee maal Spoed op één dag
Het was me het dagje wel.
Gisterenavond was Wolf thuisgekomen met het bericht dat hij zijn duim nogal pijn had gedaan op de scouts. Mja, kan gebeuren natuurlijk. Het zag niet blauw en het stond niet dik, maar het deed wel pijn. En aangezien Wolf een nogal hoge pijngrens heeft, wilde ik het wel ernstig nemen, zeker gezien de historie met zijn rechterduim de vorige keer. Soit, we gingen het een nachtje afwachten.
Deze voormiddag zaten we dus op spoed voor foto’s. De huisarts van wacht zou ons toch maar doorgestuurd hebben omdat je in het weekend toch alleen in de ziekenhuizen foto’s kan krijgen. We moesten even wachten, maar het viel best mee voor een spoeddienst op zaterdag. Na de foto’s viel het verdict: niet gebroken, wel stevig gekneusd, en dus een soort brace voor zijn duim. En als het binnen de week nog altijd zo veel pijn deed, dan moest hij terugkomen.
Bon, dat was dat.
Alleen belde Roeland in de namiddag dat ons pa daar gezeten had, en dat hij opnieuw compleet manisch was. Maar deze keer wou hij het blijkbaar niet aanvaarden, zei Roeland. Daarom planden we een interventie: om half zeven hadden we alle drie bij ons pa thuis afgesproken om hem richting het ziekenhuis te brengen. Tot mijn verbazing was ons pa intussen ook zelf tot die conclusie gekomen en stond zijn basis gerief al klaar. Ik heb nog wat kleren toegevoegd, andere spullen, en om kwart over zeven stonden Roeland en ik met hem op de spoed van Jan Palfijn, tien dagen nadat hij er ontslagen was.
Intussen was ons pa helemaal in overdrive gegaan: hij ratelde en bleef ratelen en zei de meest ontstellende dingen. Ik bedoel maar: om je bloeddruk te meten moet je 30 seconden zwijgen. De verpleger is drie keer moeten herbeginnen, want zo lang kon ons pa niet zwijgen. Helaas zat de spoedafdeling van de psychiatrie (PAAZ) vol en ging hij richting een ander ziekenhuis moeten. Het UZ wilde hem wel opnemen, maar alleen als hij volledig ‘uitgewerkt’ was, zijnde bloedonderzoek, urineonderzoek, thoraxfoto’s, alles. Zucht. Het was serieus druk op de spoed, en we gingen moeten wachten. En ons pa maar ratelen…
Maar ook de inhoud van zijn betoog… Op een bepaald moment, ergens na negenen, begon hij tegen mij uit te vallen: dat ik niks waard was, dat ik hem, door te zwijgen op de rit de vorige woensdag naar huis, geen respect had betoond, en dat hij mij niet meer wilde zien, dat hij nooit meer ging komen eten, dat ik een slechte dochter was, dat ik niks voor hem deed en dus waardeloos was, dat hij spijt had dat hij me geld had gegeven (Unk? Daar wisten Roeland noch ik iets van, maar bon) en dat hij zeker niet met mij wilde meerijden, dat hij me niet meer wilde zien… Na twee uur constant gedram was dit er voor mij te veel aan. Ik ben huilend naar buiten gelopen, heb Roeland daarna gebeld dat het me speet maar dat ik dit niet aan kon, en ben naar huis gereden.
Roeland vertelde me dat hij ’s nachts tegen half twaalf met ons pa naar het UZ is gereden en dat hij uiteindelijk tegen half twee een kamer had. Blijkbaar hadden ze ons pa ondertussen wel een paardenmiddel gegeven, want tegen elf uur was hij eindelijk stil gevallen. Oef.
Chapeau voor mijn broerke en zijn niveau van zen. Daar kan ik nog iets van leren.
365 – 15 juni 2019 – spoedfoto’s
De kracht van parfum
Heel lan
g heb ik maar één parfum gehad, namelijk ‘Trésor’ van Lancôme. Ik ben namelijk heel gevoelig voor geuren en word enorm snel misselijk van het verkeerde parfum. Ik was blijkbaar ook heel herkenbaar door dat parfum. Zo zei een leerlinge me ooit: “Ha mevrouw, ik wist dat u achter mij stond, ik had uw parfum geroken”.
Twee jaar geleden heeft mijn schoonzusje het
aangedurfd me een parfum te geven voor nieuwjaar, en het was een schot in de roos: ‘My name’ van Trussardi.
En toen heb ik het aangedurfd er ook zelf eentje te kopen: ‘SÃ’ van Armani.
Drie parfums. Voor mij een weelde aan geuren. En ik weet niet hoe het bij u is, of u willekeurig een geurtje kiest ’s morgens, maar voor mij is dat weloverwogen. Heb ik een dag waarbij ik echt braaf moet zijn (mondelinge examens, een receptie, een familiefeest …) dan ga ik nog steeds voor mijn Trésor. Dan voel ik me kalm en bijzonder professioneel.
Mag het al wat assertiever, maar niet té, dan spuit ik die Trussardi op. De gemiddelde schooldag, niks speciaals.
En moet ik echt stevig in mijn schoenen staan, emotioneel sterk (een oudercontact, een feestje, een groepsontmoeting) dan kies ik automatisch de Armani.
Een verkeerde geur op ’s morgens kan mijn hele dag beïnvloeden.
En u? Maakt dat voor u wat uit? Kiest u ook bewust, of gewoon iets wat u lekker vindt?








