Toilettekst

Sinds die streep krijtbord in ons toilet er staat, verschijnen er tekeningetjes maar ook teksten. Die soms vreemde proporties aannemen, eigenlijk.

Ik had aan Wolf gevraagd het gras af te rijden, ergens in de lente.

Het lentegevoel kwam helemaal opzetten.

En toen ging het helemaal de mist in…

En toen passeerden de Vossen:

Juist ja.

Hoe strijk je een mastel?

Een aantal larpvrienden blijft met me lachen omdat we hier in Gent al eens ons eten durven strijken. Ze vinden dat hilarisch, en misschien is het dat ook wel een beetje. Maar ik dacht: ik film dan maar eens hoe het moet. Het licht sarcastische toontje moet je er maar bij nemen.

Vossendagje

We hebben dat zo af en toe, een Vossendagje. De vorige keer schreef ik: “Samen op LARP gaan, dat vraagt wel enige voorbereiding, zeker zo’n ingewikkelde larp als Haven, waar alle personages echt wel op elkaar moeten afgestemd zijn. En dus lassen we telkens een voorbereidingsdagje in, al was het maar omdat het ook gewoon leuk is om elkaar nog eens te zien ook.”

Tegen tienen vielen zowel Stefaan als Hanneke en Mireille binnen. Sabrina zit in Italië, en Caterina heeft helaas afgehaakt wegens niet voldoende tijd meer. Begrijpelijk, maar wel heel jammer natuurlijk.

Enfin, er werd ontbeten, er werd vooral heel veel gepalaverd over tijdspunten en wapenmateriaal en feestmaaltijden en of dat verwijder klein gif nu nuttig was of niet. Tussendoor aten we wat Bart ons met heel veel liefde en toewijding voorzette, speelden we rond vier uur een stuk taart binnen, en bleven we discussiëren en fijne verhalen vertellen.

Vossen, ik garandeer u, dat zijn misschien speciale, maar vooral heel fijne mensen. Ik raad het iedereen aan!

Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…

 

Mars

In het tweede jaar moeten de leerlingen voor de les Latijn in duo een god of godin voorstellen. Dat mag via een toneeltje, een filmpje, een poppenspel, een interview of een andere creatieve vorm. Sommigen doen dat heel goed, bij anderen is het nogal statisch of gewoon slecht uitgewerkt.

Wat ik dit jaar vreemd vond, is dat niemand me om materiaal heeft gevraagd. Kobe natuurlijk wel, dat is vrij logisch, en hij en zijn maatje waren dan ook deftig aangechareld. Maar verder? Niemand, en dat is jammer.
Het zoontje van een van de collega’s zit in de parallelklas, en hij was me wel degelijk komen vragen naar gerief om de god Mars te kunnen spelen. Ik heb vanalles meegegeven en hij zag er prachtig uit. Ik heb dan ook een fotootje gekregen van hem.

Oh, en er lag ook iets in mijn vakje als bedankje. Ik ben in de lach geschoten.