DnD

Het heeft lang geduurd en ik heb het echt wel gemist, maar yup, we’re back in business: DnD! Voor wie het niet kent: Dungeons and Dragons, een ongelofelijk maf rollenspel met elfen, gnooms, strijders, orken, enfin, u snapt het wel.

Veel hangt af van de Dungeon Master, de DM. Hij is degene die het scenario kiest, aanpast, of eventueel zelfs zelf schrijft. Vorig jaar in februari was Jesse begonnen met een campagne, maar door het feit dat hij gigantisch veel werk had in zijn laatste jaar geneeskunde, is het na nieuwjaar zo’n beetje stil gevallen. Jammer!

Intussen hebben we een nieuwe groep: nog altijd Jesse als DM, met Emma, Wolf en ik, maar ook Robbe en Yorick. Cody woont intussen in Mechelen, dat zou niet erg praktisch zijn.

Vandaag speelden we onze eerste sessie. Nu ja, er kroop nog steeds redelijk wat tijd in het aanpassen en verfijnen van onze personages, maar ik denk wel dat we er zijn. Het begin was in elk geval al goed, en ik denk dat we deze keer wel wat sneller wat verder zullen geraken, aangezien er volgens mij niemand meer in de groep zit die met opzet tegendraads is. Vreemd, ja, bizar, zeker, een vijs kwijt, uiteraard, en een hoek af. Maar dat maakt het net zo wijs om te doen.

Ik kijk ernaar uit, zo ongeveer om de twee weken. Als dat lukt met onze agenda’s, natuurlijk.

Dana Winner

Nee, ik ben absoluut geen fan geworden van Dana Winner, geloof me. Het is niet mijn stijl en dat zal het ook nooit zijn.

Maar.

Haar nieuwe single heeft een videoclip, en daar ben ik wél fan van. Want daarin danst mijn metekindje Marie-Julie. Negen jaar oud, en mega cute. Maar kijk gewoon zelf, en geef me dan gelijk, oké?

myhandicap.com

Ik schreef het al eind mei: ik droom ervan om enige erkenning te krijgen van mijn rugprobleem.

Mijn gynaecoloog zei het al, totaal onthutst over mijn verklaring van wat ik in het dagelijkse leven kan en vooral niet kan: “Gij moet u laten opereren!” Maar laat dat nu net geen optie zijn, volgens mijn rugspecialist. Alleen als het echt niet anders kan, en dan nog… Het probleem is te zwaar, zit op de totaal verkeerde plaats waar nogal wat spieren, pezen en zenuwen passeren, het risico is te groot, de revalidatie te zwaar en de garantie op succes onbestaande. Mee leren leven dus.
Maar dat is geen sinecure, vooral omdat je standaard niet ziet dat er een probleem is. Wie me kent, weet dat en houdt daar gelukkig ook rekening mee. Behalve dan bijvoorbeeld mijn oudste broer, die vond dat ik “niet zo onnozel moest doen”. Juist ja.

En meestal valt het probleem inderdaad best mee: ik kan niet lang staan, ik kan niks tillen, maar ik kan nog grotendeels mijn huishouden doen, ik kan nog voltijds werken – dankzij de meegaandheid van mijn directie en vooral de roostermakers – en ik kan een goed deel van mijn hobby’s nog uitoefenen, zij het met hier en daar wat aanpassingen en heel veel goede wil van mijn vrienden.

Maar als het echt in mijn rug schiet, dan kan ik niks. Dan kan ik met moeite van mijn zetel tot aan de tafel, en dan nog alleen met een stok, krukken of een looprek. Dan kan ik me niet douchen, of toch niet deftig, want mijn benen en voeten kan ik niet wassen. Aankleden lukt ook niet zelfstandig, al is het wonderbaarlijk wat je met wat handigheid en de krul van een wandelstok wél allemaal kan. Maar kousen en schoenen zijn een no go. Dan kan ik niet voor mijn eigen eten zorgen, want ik kan me niet buitenshuis verplaatsen, maar ook niet eens een glas water nemen, want elk gewicht is te veel. Koken lukt niet, want potten en pannen zijn te zwaar en ik kan niet lang genoeg rechtstaan. Aan werken hoef ik zelfs niet te denken.

Bon, vandaag heb ik dan een overwinning op mezelf en mijn trots behaald: ik heb net een aanvraag tot erkenning ingediend bij Myhandicap. De tab stond vijf maand open, ik kon de stap niet zetten om zwart op wit toe te geven dat ik soms compleet hulpeloos ben. En nee, ik wil geen tegemoetkoming, geen parkeerkaart, geen extra hulp of voordelen. Enkel erkenning.

Want nee, mijn lijf is niet oké.

Van jarige vrienden en de nodige rozen

Gwen verjaart in juni, en traditioneel ga ik dan met haar eten om dat te vieren. Ze krijgt dan ook steevast het correcte aantal rozen van mij, da’s traditie. Intussen wordt het een redelijk stevig boeket, 48 stuks, maar dat stoort niet.

Alleen… het is nu niet bepaald juni, toch? Wel, het is er echt gewoonweg niet van gekomen om af te spreken met ons tweetjes. Erg hé! Ja, we zien elkaar wel af en toe door de Certamina en door nascholingen, maar zo’n moment voor ons alleen, dat lukt moeilijk. Juni was pokkedruk voor ons allebei en met die leerplanhervormingen is ze ’s avonds steevast doodop. Tsja, daar kan ik dik inkomen.

Soit, het was eindelijk gelukt om af te spreken, en dus stond ik met die enorme bos rozen en nog een klein cadeautje in de Fou d’ O. Ik was vergeten hoe druk en lawaaierig het er eigenlijk wel is, maar we wilden iets dat open is op maandag en niet te ver is van de Watersportbaan, en dan is dit toch wel ideaal. Koppel dat dan aan het lekkere eten en de fijne bediening, en je zet je wel over de decibels.

We kozen allebei voor een aperitief, gamba’s op de grill als hoofdgerecht, en daarna wilde ik nog graag een crème brûlée, want ik weet dat die daar goed is. Gwen had helaas minder geluk: ze is lactose-intolerant en dan bleef er niet veel meer over. Ze hield het dan maar bij een thee.

Dacht ze.

Want natuurlijk hadden ze opgepikt dat ik daar met die rozen stond en kwamen ze met een kleine verjaardagsverrassing. Gwen strààlde.

Enfin, het werd geen late avond maar wel een heel gezellige. Zoals gewoonlijk. Zoals het hoort. Ook dat is traditie.

Gips

Tijdens de ochtendroutine deze morgen riep Wolf me bij zich: “Mama, kijk eens naar mijn voet?” Euh… hij stond inderdaad wat dik, zoals verwacht na het weekend, maar hij was vooral bijzonder vreemd van kleur: rood-paars en glad, eigenlijk zoals het kleur van een pasgeboren baby, als u begrijpt wat ik bedoel. Absoluut niet een normale kleur en nogal verontrustend, dus ik nam het zekere voor het onzekere en reed nog maar eens met Wolf naar spoed. Onze vaste orthopedist kon ik op dat moment – acht uur ’s morgens – begrijpelijkerwijs niet bereiken, en we hadden sowieso een voorschrift voor foto’s, dus waarom niet meteen spoed?

We kennen er zowat onze weg, zou ne mens zeggen. Ik had verbeterwerk mee en een boek, en drinken en dergelijke, maar het duurde algelijk toch wat langer dan gedacht. Soit ja, ’t is niet alsof het hoogdringend was, en we kregen uiteindelijk toch weer dezelfde onsympathieke orthopedist-in-opleiding als de vorige keer. Tegen dan was de kleur van de voet wel normaler, gelukkig. Enfin, Wolf vloog onder de CT-scan en er bleek niks gebroken. Ik vertrouw de ortho misschien niet helemaal, maar wel de opinie van dr. Baelde, eminent radioloog, en als die zegt dat het oké is, is het oké. Maar de ortho gaf wel toe dat hij het misschien een klein beetje verkeerd had ingeschat, dat het na tien dagen toch niet meer dik had mogen staan en gezwollen en zo, en dat het toch wel een zware verstuiking was. En dat volledige rust en immobilisatie goed zou doen: gips dus. Een halfopen echte gips, vakkundig aangelegd en waarop dus totaal niet mag gesteund worden. Gelukkig kan Wolf intussen nogal goed overweg met zijn krukken en zal dat wel lukken. Tsja…
En hij zag er mega schattig uit in zijn papieren broek, zeg nu zelf.

We zijn wel eerst naar huis gereden voor een deftige broek en schoenen en zo, maar waren allebei in de namiddag netjes op school.

En dan maar hopen dat het goed komt tegen de GWP over twee weken, en dan de week Duitsland in de vakantie. Hmmm…