Debat bij Netlash-bSeen

Deze post werd origineel geschreven voor en gepost op Gentblogt, waar u trouwens ook de foto’s van Max Van Hemel vindt.

Netlash-bSeen, een webbedrijf aan de Voorhavenlaan, vond dat het een tegensignaal moest geven tegenover de staking. Niet dat CEO Bart De Waele iemand het stakingsrecht ontzegde, maar hij vond dat er andere manieren zijn. Zoals in dialoog treden.

Daarom organiseerde hij deze voormiddag een debat met hemzelf en zes medewerkers, met als moderator Karel Van Eetvelt van Unizo. Een echt debat werd het uiteindelijk niet, eerder een informatief gesprek tussen de twee partijen aan tafel, waarbij vooral geluisterd werd naar de mening van de tegenpartij. Van Eetvelt was ook eerder deelnemer dan moderator, want hij nam vaak ook zelf een stelling in. Een echt debat zat er sowieso niet in, omdat er niemand was vanuit vakbondskringen, of iemand die echt voor de staking opkwam. Dat was ook niet direct de bedoeling, dixit Bart De Waele: hij wilde eerder een positief signaal geven, namelijk dat er andere manieren zijn om protest te uiten dan het ganse land plat te leggen.

Karel Van Eetvelt bevestigde dat: hij vertelde dat verschillende media hem gecontacteerd hadden met de vraag of zij ergens een foto konden nemen van hem met een deurwaarder bij een stakingspiket. Kwestie van de twee partijen keihard tegenover elkaar te zetten. Van Eetvelt weigerde dat: hij praat vaak en veel met de vakbondsleiders, alleen zijn dergelijke gesprekken niet sexy genoeg voor de media. Uiteraard vormen zij tegengestelden aan de basis, maar uiteindelijk proberen ze telkens weer tot een vergelijk te komen, en zijn er meer positieve gesprekken dan negatieve.

Ook vandaag was er weinig pers aanwezig, omdat een dergelijke positieve actie geen mooi artikel oplevert, laat staan knappe foto’s. De deelnemers waren nochtans positief: er werd gesproken over pensioenen, en wat de grotendeels jonge mensen hierover dachten. De generatiekloof met de babyboomers kwam aan bod, net als De Waeles stokpaardje: de loonindex.

Was het een verhelderende discussie? Nee. Was het een positief signaal, zonder afbreuk te willen doen aan de idealen waarvoor de stakers actie voeren? Ja.

Memorabel nieuwjaren

Kobes peter, Dirk, moest nog komen nieuwjaren, en we hadden vandaag afgesproken. Die afspraak lag al van in december vast, en Kobe keek er enorm naar uit.

Dat ik zonder klank zit, ging de pret niet drukken: Bart was er per slot van rekening ook nog.

Dacht ik.

Want rond een uur of tien in de voormiddag begon Bart zich plots misselijk te voelen, met buikkrampen, en kroop hij in zijn bed. De kinderen waren gelukkig rustig, zodat ik op ’t gemak mijn lasagne kon afwerken.

Tegen twaalf uur riep ik Bart op, maar die zag maar bleekjes, en rond half een waren Dirk en Ilse hier, mét heerlijke aperitiefhapjes en een fles champagne. Bart zat erbij en keek ernaar, en was ook weinig van zeg. Gelukkig waren de kinderen dolenthousiast over het cadeautje van peter Dirk: het spel Skylanders voor de Wii, met in totaal vier ventjes.

Na het voorgerecht – scampi’s geflambeerd in de pastis – zag Bart er intussen zo lamentabel uit, dat hij maar weer in zijn bed is gekropen. De tafelconversatie was zo een beetje bizar: geen gastheer, en een gastvrouw die niet mag spreken. Goed bezig :-p Gelukkig lieten Dirk en Ilse het niet aan hun hart komen, en genoten ze van de grote schotel verse lasagne met massa’s groenten.

Na die hoofdschotel werd het nieuwe spelletje opgestart, en Wolf was er meteen mee weg, het was een plezier om naar te kijken. Naar het dessert – een schitterende chocoladetaart – keken de jongens zelfs met moeite om, zó wijs was dat spelletje.

Dirk en Ilse zijn nog gezellig blijven plakken tot rond een uur of vijf, zo’n groot impediment was mijn spraakgebrek dus blijkbaar nog niet.

Ik had in elk geval een fijne middag, en de kinderen ook. En Bart? Die is blijven slapen tot zeven uur, heeft dan wat gegeten, en is dan opnieuw in de zetel gekropen onder een dekentje. De duts.

Opvoedingslijn

Voor wie het filmpje zou gemist hebben: de twee kleinste jongens vooraan zijn Wolf en Kobe. Ze komen niet veel in beeld omdat ze niet echt aan het zingen zijn natuurlijk, ze zijn opvulling voor den hoop. Maar toch 🙂

Kobe heeft nog dagen daarna van “Rossekop” lopen zingen…

Lichtfestival

Vorig jaar zijn we er niet geraakt wegens Merel te klein, en buiten ook veels te koud.

Dit jaar hadden we niet echt het excuus van het weer, want het was rond de acht graden, gelukkig. Voor Merel hadden we een babysit, want ook al moet ze geen borstvoeding meer krijgen, ze is nog te klein om mee te gaan. Maar Wolf en Kobe stonden te popelen om mee te gaan, dus zaten we rond kwart voor zes in de auto, goed ingeduffeld en met sandwichen in de rugzak. We parkeerden ons in de Ferrerlaan (het Vanbeverenplein, onze vaste parkeerstek als we met de tram naar het centrum willen, stond vol), namen de tram, en stortten ons vol overgave in het gewoel.

De projectie op het Gravensteen, de ‘diamant’ in het water op de Zuivelbrug, de filmpjes op het Anseeleplein, de projectie op de graffiti op de Vrijdagsmarkt, de dansers op de Sint-Jacobskerk, de lichtkathedraal in de Belfortstraat, we zwommen tegenrichting (wat eigenlijk niet mocht) en genoten ervan. We stopten voor een warme chocomelk in de pop-up BarBuro tegenover het stadhuis, en trokken daarna verder: het prachtige spektakel aan de Post, heel even aan de lichten gaan schudden op Sint-Baafs, en dan de interactieve projectie op het Bisdomplein.

Binnenspektakels hebben we niet gedaan, omdat de rijen te lang waren en het zo al meer dan lang genoeg duurde voor Wolf en Kobe. De Zandberg zijn we stomweg vergeten, dju toch. De rest hebben we overgeslagen, omdat de route nogal lang werd.

Rond half negen namen we de tram terug, tegen negen uur zaten er twee doodvermoeide muizen in bed. En crashten Bart en ik ook in de zetel.

Foto’s, zegt u? Die heb ik met mijn onnozel cameraatje niet getrokken, want die kan je bekijken hier op Gentblogt. Uiteraard.

Gedichtendag

20120125_gedichtendag_sm

Op de valreep op deze gedichtendag nog een gedicht, dat had u van me nog tegoed.

Ik vrees dat ik weer naar mijn Latijnse klassiekers grijp, en meer bepaald naar Horatius. Hij was een van de grote voorvechters van het ‘carpe diem’ principe, en dat is in dit gedicht meer dan duidelijk. Maar vooral is het een wintergedicht, dat ik op school vaak lees met de leerlingen als het buiten plots sneeuwt, want dan is er toch geen houden meer aan.

Vides ut alta stet nive candidum
Soracte, nec iam sustineant onus
silvae laborantes geluque
flumina constiterint acuto,

Dissolve frigus ligna super foco
large reponens, atque benignius
deprome quadrimum Sabina,
O Thaliarche, merum diota,

Permitte divis cetera; qui simul
stravere ventos aequore fervido
deproeliantes, nec cupressi
nec veteres agitantur orni.

Quid sit futurum cras fuge quaerere et
quem fors dierum cumque dabit, lucro
appone, nec dulces amores
sperne puer neque tu choreas,

donec virenti canities abest
morosa. Nunc et Campus et areae
lenesque sub noctem sussuri
composita repetantur hora,

nunc et latentis proditor intimo
gratus puellae risus ab angulo
pignusque dereptum lacertis
aut digito male pertinaci.

Je krijgt een schitterende, vrije vertaling van Paul Claes:

Zie hoe wit de kruin van de Soracte ligt
in de sneeuw, hoe kreunend onder dat gewicht
de bossen kraken en hoe stromen
door de bitse vorst tot stilstand komen.

Jaag de koude weg door op het vuur nog meer
blokken hout te leggen en laat als een heer,
Thaliarchus, die amfoor verschijnen
met vierjarige wijn van de Sabijnen.

Laat de goden voor de rest begaan: wanneer
zij de winden op het woelige water neer
doen liggen, roeren de cipressen
zich niet langer met de oude essen.

Tracht niet uit te zoeken wat de toekomst brengt,
teken alle dagen die het lot je schenkt
als winst op en versmaad het vrijen
niet, nu jij nog jong bent, en de reien

niet, zolang je groene jeugd het grijze haar
blijft bespaard. Komaan, nu naar het Marsveld, naar
de pleinen en het zacht gefluister
bij een afspraak in het vallend duister,

naar je meisje nu, wier lief gelach verraadt,
in welk hoekje zij tersluiks te wachten staat,
en naar het pand, dat haar bedwinger
wel gegund wordt door een arm of vinger.