Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

Merel wil een simkaart

Merel heeft eigenlijk al lang een eigen GSM, een afdankertje van ons. Alhoewel, ‘afdankertje’ is misschien niet helemaal het juiste woord bij een iPhone 7 of zoiets. Maar als Bart nu eenmaal als een freak de nieuwe iPhonemodellen verzamelt, vaart de rest van het gezin daar wel bij, ja. Je hoort mij niet klagen.

Ze kon dat ding echter alleen maar gebruiken als ze wifi had, want een simkaart, nee, dat zat er nog niet in. Hangouts met de vriendinnen? Uren aan een stuk, jawel. Maar eigenlijk wou ze zeer graag ook op Whatsapp kunnen, en op Snapchat, en ook ergens anders online gaan, en zo.

Op kousenvoetjes kwam ze ons dat vragen, en Bart repliceerde laconiek: “Kobe heeft, toen hij naar de Slimste Mens wilde kijken, een presentatie gemaakt met zijn argumenten. Doe maar.”

Iet of wat beteuterd maar ook wel hoopvol verdween ze weer. En plots, ’s avonds, stond ze hier met haar computer, klaar om aan te sluiten op het tv-scherm. Ze had zich zelfs, zoals het hoort in haar wereld, speciaal omgekleed in wat het dichtst een ‘zakenvrouw’ benadert.

De tekst op de slides is hilarisch…

Ze had zelfs badges gemaakt om rond onze nek te doen, zoals bij een echte verkiezing. Tsja.

En dus is er momenteel een nieuwe simkaart in behandeling bij Mobile Vikings. Je had haar moeten zien stralen…

Stomatoloog voor ons pa, deel twee

Vorige week schreef ik dat ons pa die afgebroken tand moest laten uithalen door een stomatoloog en dat we langs geweest waren.

Vandaag was ons pa er toch niet gerust in, maar bon. Op zich ging het allemaal bijzonder vlot: alleen de inspuiting voor de verdoving deed pijn, zei hij, de rest heeft hij niet gevoeld. De tand, allez ja, wortel is er zeer vlot uitgegaan, ze hebben het bijzonder grondig dichtgenaaid, en dat was dat: twintig minuten later stonden we alweer buiten.

Hij kreeg geen warm eten en ook geen koffie, en zat toch wel een beetje ongelukkig te kijken naar het slaatje met Russisch ei dat we hem voorschotelden, maar bon, daarin was de dokter categoriek geweest: geen warm eten of drinken tot morgen.

Ik ben benieuwd. Nu eerst rustig alles laten genezen, en dan zijn gebit in orde laten zetten zodat ook dat weer perfect past en hij normaal kan eten.

We zijn nog eventjes bezig.

Stomatoloog voor ons pa

Ons pa heeft al heel lang maar één tand meer, een van zijn snijtanden onderaan. Daar hangt dan ook zijn onderste gebit min of meer aan vast.

Alleen… Die tand is al een hele tijd gewoon afgebroken, een zwart stompje dus, en wellicht gewoon een tikkende tijdbom voor een stevige ontsteking. Ik had hem richting tandarts gestuurd, maar die zei, zoals verwacht, dat zij zich dat niet  ging riskeren, dat ze daar geen grip op ging hebben, en dat dat werk voor een stomatoloog was.

Vandaag trok ik dus met ons pa richting Jan Palfijn voor die stomatoloog, die, zoals verwacht, keek en zei dat hij die afgebroken tand er wel ging uithalen. En dat ons pa niet moest stoppen met zijn Clopidogrel, zijn bloedverdunners, want dat ze daar dan een speciaal bloedstelpend watje gingen insteken en dichtnaaien, dat dat op zich geen probleem zou vormen.

Al bij al zijn we maar tien minuten binnen geweest, en ons pa had precies verwacht dat ze die tand hier ter plekke gingen trekken, maar daar was ik zeker van dat dat niet zo ging zijn: dit zijn gewone consultaties, de heelkundige ingrepen zijn in een soort operatiezaal waar men, indien nodig, veel grondiger kan ingrijpen.

Deel twee is dus voor volgende week, en ons pa is er precies niet helemaal gerust in.

Nieuwjaarsterrasbezoek

Jawel, eind februari en wij moesten nog gaan nieuwjaren. Heh, eigenlijk zijn we ook nog niet bij mijn oudste broer geweest, maar met die corona mag het eigenlijk ook nog steeds gewoon niet.

Tenzij op een terras, natuurlijk. En laat dat nu zijn wat Koen en Else echt wel hebben: comfortabel, overdekt, en met toegang langs de tuin. Alleen wisten we drie weken geleden, toen we dit vastlegden, nog niet welk weer het ging zijn.

Je zou kunnen stellen dat we een beetje geluk hadden met het weer: 16° in de schaduw, dat maakte het fantastisch lekker in de zon. We zaten buiten, luisterden naar nieuwjaarsbrieven, aten taart, genoten van de zon, genoten van het gezelschap en de babbel, enfin, een zeer aangename namiddag dus.

En vooral: ik ben er nu wel zeker van dat ik iets boven mijn terras wil: een luifel of een vaste overkapping.

Gezellig buiten nieuwjaren

Eigenlijk was het al ergens voor de herfstvakantie gepland, denk ik: Merel zou eens een nachtje gaan logeren bij Marne, en dus Roeland en Sarah. Coronagewijs was dat misschien niet evident, maar ze zijn allebei jonger dan 12, op zich kon het wel, vonden we. De meisjes hebben al zo weinig…

Helaas, toen zaten we plots in quarantaine en kon het uiteraard niet. Meh. En toen stelde Sarah opnieuw de vraag: of ze dit weekend niet mocht komen? Goh, uiteraard! Merel werd dus opgepikt door haar meter om 19.00 uur aan haar dansles, tetterde blijkbaar honderduit in de auto richting Deinze, en genoot ervan om eindelijk haar nichtje nog eens terug te zien.

Vandaag zetten wij (= de rest van het gezin) dan aan tegen een uur of vijf richting datzelfde Machelen: Roeland had me verzekerd dat ze een fijn winterterras hadden en dat er hapjes gingen zijn, en nieuwjaarsbrieven. Ideaal!

En effectief: zij hebben buiten op hun terras hun partytent opgezet met drie terraswarmertjes – lang leve de overschot van de zonnepanelenelektriciteit die toch op moest – en het was er bijzonder gezellig. Sarah had een schitterend hapje voorzien: een brie, omgeven door kleine broodjes, die je gewoon in je oven moet zetten. Dat ga ik ook eens zoeken, zeg!

En Roeland had dan nog een zalige lasagne voorzien, we hadden meer dan genoeg gegeten!

En intussen werd er buiten op het bevroren gras gevoetbald en onnozel gedaan, ik had de indruk dat de jongens daar ook wel eens nood aan hadden.

Tegen half tien zijn we aangezet richting huis, met de wetenschap: ook in de winter kan het best aangenaam zijn om buiten te zitten! Al is Bart het daar nog steeds niet volmondig mee eens.

Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.