Casablanca

Verhaal nummer vijf in het kader van Nanowrimo.

Om dit verhaal te kunnen volgen, moet je eerst het verhaal van Vicky lezen, en dan dat van Jan. We hebben er een echt vervolgverhaal van gemaakt, deze keer. Benieuwd of dit het einde is, of dat Anne er nog een stuk aan breit.

Casablanca

De rest van de week ging tergend langzaam voorbij. Frédéric had elke avond gebeld, en hoewel het soms een kort gesprek was, had ze er telkens gigantisch naar uitgekeken, en meer nog, er telkens een gevoel aan over gehouden alsof ze op wolkjes zweefde.

Zelfs op het werk kon ze zich moeilijk concentreren, en haar collega had haar al al lachend gevraagd of ze soms verliefd was. Stefanie had niet geantwoord, maar was rood geworden tot achter haar oren, en de collega was in de lach geschoten en hoofdschuddend was ze terug naar haar eigen bureau gegaan.

Stefanie kon er inderdaad niet langer omheen: ze was hopeloos, hals over kop stapelverliefd geworden op de date die haar moeder voor haar had uitgezocht. Ergens wilde ze dat ook helemaal niet: ze wilde verliefd worden op iemand van haar eigen keuze, niet iemand die haar opgelegd was door haar ouders, en die meteen ook goedgekeurd zou zijn voor verderzetting van het geslacht. Anderzijds was het ook te mooi om waar te zijn: ze zou voor een keertje niet moeten vechten tegen haar ouders, en ingaan tegen alle gevestigde waarden en tradities die een titel met zich meebracht, als ze met Frédéric zou trouwen.

Oeps, nu ging ze plots wel al heel ver in haar gedachten! Heh, ze hadden nog niet eens een echte kus uitgewisseld. Stefanie betrapte zich erop dat ze zich gedroeg als een zestienjarige bakvis. Maar om eerlijk te zijn kon ze zich niet herinneren dat ze al ooit zo verliefd was geweest. Uiteraard had ze al verschillende liefjes gehad, maar echt serieus was dat nooit geweest. Toch niet zoals nu…

Frédéric had haar gisteren gevraagd aan de telefoon of ze zin had om dat weekend opnieuw af te spreken in Parijs. Hij wilde haar ook dolgraag opnieuw zien, had hij gezegd. Haar hart had spontaan een tel of drie gemist, en achteraf was ze er zeker van geweest dat ze al té gretig en te snel “Natuurlijk!” had geantwoord.

Ze had het niet eens echt gevraagd aan haar moeder, eigenlijk meer gewoon de mededeling gedaan. Moeder had nogal afwezig gezegd dat het goed was, maar dat ze dan wel de Thalys moest nemen, want zij had zelf de limousine nodig dat weekend. Stefanie had eigenlijk veel meer een enthousiaste reactie verwacht, toch voor zover maman ooit enthousiast was over iets. Een paar ironische opmerkingen had ook gekund natuurlijk, maar zelfs die waren er niet gekomen. Haar vader was op kantoor geweest, en ook ‘s avonds had ze hem al een tijdje niet meer gezien, hij had nogal wat vergaderingen de laatste tijd. Het was duidelijk dat moeder zich zorgen maakte, en Stefanie had een vermoeden waarom. Ze probeerde die gedachten te verdringen, en moeilijk was dat niet: ze hoefde maar even aan Frédéric te denken, en haar geest ging al meteen met haar op de loop.

Vrijdag kwam, en het leek alsof ze nauwelijks iets had gepresteerd op kantoor. Het werk ging maar niet vooruit, en de dossierstapel leek even hoog te blijven. In gedachten zat ze al lang op de trein, en ook al verder op de avond. Haar collega kon niet anders dan lachen met haar, en zei dat ze geregeld schaapachtig voor zich uit zat te kijken. Stefanie voelde zich betrapt, maar voelde dat ze straalde.

De chauffeur had haar afgezet aan het station en haar koffer de trein op gedragen. De reis duurde op zich niet lang, maar elke minuut was er een te veel, naar haar aanvoelen.

Toen ze in Paris Nord uitstapte, zag ze hem meteen staan. Ze had hem verteld welke trein ze zou nemen, en blijkbaar vond ook hij het belangrijk genoeg om haar te staan opwachten. Eerst wilde ze op hem toelopen, maar uiteindelijk zette ze enkel een paar aarzelende stappen. Hoe moest ze in hemelsnaam nu reageren?

Frédéric nam gelukkig de beslissing voor haar. Gezwind stapte hij op haar af, zonder aarzelen, nam haar gezicht in zijn handen, en kuste haar intens. Zij liet haar koffer vallen, en beantwoordde zijn kus. De wereld leek om hen weg te vallen, en het ogenblik bleef staan in de tijd. Ze had er geen idee van hoelang ze daar zo gestaan hadden, het deed er ook niet toe.

Uiteindelijk maakten hun lippen zich van elkaar los, en ze keek hem stralend aan. “Hey daar”, zei hij, en ze schoot in de lach. “Jij ook hey”, antwoordde ze. Ze nam haar koffer op, en galant nam hij die over, terwijl hij met zijn andere hand de hare nam.

“Kom, we gaan naar het hotel, dan kan je je opfrissen, en dan gaan we iets eten. En wees gerust, het is deze keer niet zo’n poepchic ding, maar een gewone gezellige bistro. Ik heb zo het vermoeden dat je dat leuker zou vinden, nee?” “Alleen als ik dan ook niet zo’n ellendige jurk aanhoef, maar een gewone jeans en trui of zo”, zei ze plagend. Hij gaf geen antwoord, maar sloeg gewoon zijn lange jas open, om zo de jeans en de trui te tonen die hij zelf aanhad. “Goed genoeg voor mevrouw?” Jongensachtig sprong hij opzij om de duw te vermijden die zij hem wou geven. Lachend liepen ze samen naar de auto die op hen stond te wachten.

Toen ze een dik uur later de bistro binnenstapten, voelde Stefanie zich de koning te rijk. Dit was toch gewoon een droom, of wat? Eindelijk een man die niet sullig of arrogant of gewoon oervervelend was, maar al een even grote hekel aan al dat stijfdeftige gedoe had als zijzelf, en nog knap bovendien! Als hij nu nog maar wat dichter zou wonen… En als kers op de taart was het nog iemand die de goedkeuring van haar moeder kon wegdragen! De gedachte aan haar moeder deed heel even haar gezicht betrekken.

“Hey, wat scheelt er?” klonk het bezorgd aan de overkant van het tafeltje, waar ze intussen gaan zitten waren. “Vind je het restaurant niet goed? Want we kunnen gerust ook ergens anders naartoe hoor, als je dat liever hebt.” “Neenee, dit is schitterend, precies wat ik wilde! Ik moest alleen even denken aan mijn ouders. Er zijn wat problemen, vandaar.” Frédéric voelde aan dat ze er niet verder op wilde ingaan, en vroeg niet verder. Gelukkig kwam net op dat moment de ober aanzetten met de menukaarten, en ging haar aandacht daar helemaal in op. Frédéric bestelde een zalmschotel, en voegde eraan toe dat hij niet zo’n vleesliefhebber was. Stefanie kon haar oren niet geloven. Ze was al bang geweest dat hij zo’n bloederige steak zou besteld hebben, en dat zij haar afgrijzen daarbij niet zou kunnen verbergen hebben. Snel legde ze hem uit dat zijzelf vegetariër was, en hij grijnsde. “Mijn ouders zijn allebei enorme carnivoren”, zei hij, “en ik krijg het hen maar niet aan het verstand dat dat voor mij niet bepaald hoeft. Als ik alleen ben, op kantoor of zo, zal ik eigenlijk nooit vlees eten, als ik het kan vermijden.” Stefanie zat zo mogelijk nog meer te grijnzen. Als dit niet de perfecte date was met de perfecte man, dan wist ze het ook niet meer.

De rest van de avond verliep vlekkeloos. Het eten was lekker zonder meer, en eindelijk geen vijfgangendiner met liflafjes links en rechts. Achteraf kon Stefanie zich eigenlijk nog maar met moeite herinneren wat ze die avond precies gegeten hadden, zó was ze opgegaan in zijn gezelschap, en vice versa. Hij had helemaal niks meer van die arrogante kerel die ze die eerste keer – was dat echt pas vorige week? – had zien rechtstaan in het restaurant.
Toen ze tegen elven buitenkwamen uit de bistro, was het behoorlijk koud buiten. Toch vroeg ze: “Zeg, had jij me vorige week niet een wandeling door het nachtelijke Parijs beloofd? Tenzij je zin zou hebben om opnieuw te gaan clubben, zoals vorige week. Maar voor mij hoeft dat niet hoor, we zouden ons trouwens nog moeten omkleden dan.”
Hij trok haar tegen zich aan. “Mais bien-sûr, ma biche! Ik ken Parijs behoorlijk goed, en langs de Seinekaaien kan je heerlijk romantisch wandelen. En als je koud krijgt, hou ik je wel warm”, voegde hij er met een knipoog aan toe.

Met zijn arm om haar heen slenterden ze langs het water. De verlichte gebouwen werden prachtig weerspiegeld, en de reflectie van de Nôtre-Dame was adembenemend, vond Stefanie. Af en toe bleven ze staan om elkaar te kussen. Ze genoot intens van de avond, en haar verliefde gevoel was alleen nog maar exponentieel toegenomen.

Na een goed uur vond ze het welletjes. Op een gezapig tempo wandelden ze weg van het water en liepen weer de stad in, richting hotel. Parijs bruiste van leven op een vrijdagavond, toch dit deel van de stad. Overal waren kleine restaurantjes en café’s, en mensen liepen af en aan. Stefanie had het vermoeden dat ze nog wel vaker in Parijs ging rondlopen in de nabije toekomst, en ze vond het een heerlijk idee. De stad lag haar wel, zo op het eerste gezicht. Of zou dat toch voornamelijk aan het gezelschap gelegen zijn? Ze voelde zich glimlachen, en koesterde het moment.

Met een ruk bleef ze staan. Frédéric, die nog een stap verder had gezet, verloor bijna zijn evenwicht. Hij keek om, en zag de verbijsterde uitdrukking op haar gezicht. “Stefanie? Ca va? Wat is er?” Er klonk oprechte bezorgdheid in zijn stem, maar Stefanie merkte dat niet eens op.

Amper tien meter voor haar was net een ouder koppel buitengekomen uit één van de café’s. Ze hadden beiden duidelijk iets gedronken, en zij hing rond zijn nek, terwijl hij met één hand haar derrière greep en haar wild kuste.

Onwillekeurig schoot een flard tekst uit de film Casablanca door haar hoofd: “Of all the gin joints, in all the towns, in all the world, she walks into mine”.

“Papa?”

Eén antwoord op “Casablanca”

  1. Pingback: Witch » Mélanie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *