Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ‘t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ‘s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.

Streep door de rekening

Half zeven: Merel roept dat ze zich niet zo lekker voelt. Mja. Ik vraag haar nog even te slapen, en dat het wellicht wel zal beteren. Niet dus. Ze is beginnen overgeven, en daarna voelde ze zich zo fris als een hoentje, zei ze. Tot ze netjes gedoucht en aangekleed, vrolijk rondspringend, beneden kwam, één hapje van een boterham nam, en weer ging liggen. En toen bleek uitsloeg en weer begon over te geven.

Streep door de rekening: ik moest deze voormiddag geen les geven aan mijn zesdes, maar met hen een lezing bijwonen. Tsja. Maar ons ma en ons pa zijn ‘s middags Merel wel komen halen: ze kwamen terug van het ziekenhuis, en pikten haar op. Op die manier kon ik rustig zelf gaan lesgeven, en na de les ging ik Wolf halen om samen naar de kapper te gaan. En toen bleek dat het avondlicht perfect zat, dat de zon nog volop scheen, en dat we toch naar Zomergem moesten om Merel op te halen, en dat we dus eigenlijk feitelijk evengoed konden proberen om zelf foto’s te maken voor Wolfs communie. Ik zie anders eerlijk gezegd niet zo goed wanneer dat nog zou moeten….

Enfin, wij even bij ons ma binnen, Wolf zich snel omgekleed in zijn schone kleren, en wij naar de vijver. Ik geef u hier een paar foto’s mee, de geselecteerde voor het kaartje krijgt u later nog te zien.

En ja, we waren zelfs nog net op tijd voor Wolfs gitaarles.

Rustige zaterdag

Donderdagvoormiddag ging de telefoon: Merel was beginnen overgeven, of ik haar niet kon komen ophalen.

Bart kon gelukkig overnemen in de namiddag, en dat was dat, dacht ik. Want meestal is zo’n buikgriepje een eendagsaffaire, en is ze de volgende dag weer helemaal in orde.

Helaas. Dat bleek dus niet het geval, want toen ze ‘s morgens opstond, nam ze één hap van een boterham, en ging daarna terug naar de zetel. En het glas water dat ze daarna vroeg, was goed voor een impersonatie van ‘The Excorcist’. Helaas was ze net op mijn schoot gekropen, en mocht ik dus zowel de zetel, het parket, Merel als mezelf schoonmaken. Een goeie douche later voelde Merel zich duidelijk wat beter, maar nog echt niet in orde. Hmpf. Geen les dus voor mij.

Tegen ‘s avonds voelde ze zich echt wel pakken beter, en dus gingen we picknicken. Ik lette er wel op dat het niet te ver en niet te lang was, en tegen kwart voor zeven waren we al in het clubhuis. Waar ze een soepje dronk, wat foto’s nam, gigantisch blozende kaken kreeg, en tegen half acht half lag te slapen op een paar stoelen.

Reden te meer om deze morgen Merel niet mee te sleuren richting Schaarbeek voor de rugbymatchen van de jongens: Bart was niet thuis, en om dan een paar uur in de kou te gaan staan met een half zieke kleine, nee bedankt. Ik gooide de jongens af op het clubhuis rond acht uur, en Wolf stond te glunderen: zijn eerste match van het jaar! Nog wel onder sterk voorbehoud en maximaal vijf minuten per keer op het plein – gelukkig zijn er onbeperkt spelerswissels bij de rugby – maar toch wel al match. En daarna mocht hij mee met Ian, Amy en vooral Stijn naar de rugbymatch België-Nederland in de Heizel, en dat vond hij minstens even leuk. Ik had hem gelukkig wel pijnstillers meegegeven, en dat was blijkbaar ook nodig.

Enfin, een en ander zorgde dus voor een heerlijk rustige voormiddag met enkel Merel, en in de namiddag er enkel nog een even rustige Kobe bij. En wat doet ne mens dan in een opwelling? Vanillewafeltjes bakken, en een stapeltje ervan inpakken als bedanking voor het meenemen naar de rugbymatch.

Om kwart over zes ging ik Wolf oppikken, pikte thuis dan de rest van de familie op, en reed richting lagere school voor de Culinaire Wereldreis. Veel te veel wijze leuke kleine hapjes gegeten, en vooral ook heel enthousiaste kinderen moegespeeld in hun bed gestoken.

Fijne dag, en ik had vooral de rust eens nodig.

Angine

Ik ben vandaag dus even langs de dokter geweest, gewoon omdat die keelpijn en algemene mottigheid blijft aanslepen, en vooral omdat mijn keel intussen dik begint te staan, en slikken moeilijker begint te worden. Niet in orde dus.

En jawel, het verdict luidde “angine”, bacterieel, want ik maak geen koorts. Ik moet antibiotica nemen, en tegen overmorgen zal ik me een pak beter voelen, voorspelt ze. Meh. Die deadline ligt wel vanavond he. Maar ik sta er vrij goed voor: ik moest gisteren noch vandaag naar school, en ik heb dus goed kunnen doorwerken. De examens van vijf en zes verbeteren ook altijd een pak aangenamer dan die van de vierdes, waarbij er altijd problemen zijn. En in tegenstelling tot wat veel leerlingen denken, buizen wij echt niet graag. Eigenlijk is dat een teken van ons eigen falen, want dan hebben we die leerling niet goed aangepakt en niet voldoende begeleid.

Ik moest trouwens ook lachen met de dokter. Ze ging me thuis zetten tot het einde van de week. Toen ik bij die opmerking een wenkbrauw optrok, keek ze me aan en zei: “Ah ja, da’s waar ook, gij staat in het onderwijs.” en legde haar boekje gewoon weer opzij.

‘t Is dat ik het zo graag doe, dat lesgeven, want soms he…

Geveld

De hoop van gisteren is niet echt uitgekomen: ik ben helemaal plat nu. Keel helemaal dik, de ene moment ijskoud, tien minuten later aan het zweten, spierpijn overal, koppijn, en algemeen mottig. En moe!

Wolf is op zijn eentje naar de catechese gemoeten, en stond een kwartier later alweer thuis: blijkbaar had hij de mis moeten volgen, was er geen echte catechese. Tsja…

De brunch bij de Sofietjes heb ik helaas ook moeten afzeggen: het gaat echt niet. Ik keek er nochtans echt naar uit, zowel om hen eens terug te zien, als een hoop andere gemeenschappelijke vrienden.

En intussen zijn Bart en de kinderen naar Ursel, gaan bowlen met de broers. We hebben dat twee jaar geleden ook gedaan, en dat was ferm amusant. Maar ik heb eigenlijk al quasi de hele dag geslapen, en eten zei me ook al niks, dus ik mag wel stellen dat ik ziek ben. Ik kan met moeite op mijn benen staan, laat staan dat ik kan bowlen. En vooral: ik wil zo snel mogelijk weer beter zijn, want de deadline voor de verbeteringen is dinsdagnacht, en ik heb er nog een pak te verwerken. En vandaag mis ik all the fun.

Bleh. Ziek zijn is echt niet leuk…

Laatste lesdag

Nog een chance dat ik op maandag enkel in de namiddag moet lesgeven: Merel is ziek.

Deze morgen, toen ik bij haar onder de dekens kroop om haar wakker te maken, viel het me meteen op: ze gloeide helemaal! En ja hoor, zodra ze in de badkamer kwam, kroop ze weer tegen me aan: “Mama, ik voel me eigenlijk niet zo lekker…” De koorts bleek iets meer dan 38°, niks dramatisch, maar genoeg om inderdaad ziek te zijn. Even later kwam een glas water er ook weer uit.

Ik liet haar naar een film kijken, waarna ze prompt weer in slaap viel. Tegen half een kwam Bart thuis eten, en een twintig minuten later vertrok ik richting school: de laatste twee lessen van 2015. Het gaat met andere woorden weer gigantisch snel, en ik wilde die lessen echt niet missen.

Toen ik om kwart voor vier weer thuis kwam, stond Bart al met zijn jas aan: hij had om vier uur een vergadering op kantoor. Het was met andere woorden een nipte dag, maar het lukte wel.

Hopelijk voelt ze zich morgen beter, want ik moet misschien niet gaan werken, maar ik had andere plannen, en dan valt dat ook weer in het water. Tsja.