Lang leve de zondagavond!

Heerlijk: je belt naar het Zeepreventorium voor een praktische vraag, krijgt de psychologe aan de lijn, en die geeft eventjes Wolf door want die liep net naast haar.

Wat ik haar wou vragen, was het volgende: ook in de vakantie zit Wolf wel degelijk in De Haan. Het is namelijk een ziekenhuisbehandeling cum school, en niet omgekeerd. Het is dus niet omdat de school stopt, dat de behandeling stopt. Ik weet wel dat dit voor ons allemaal veel lastiger gaat worden – en al is. Het is zalig dat ik gewoon thuis kan zitten niksen, samen met Merel en Wolf, en ja, het piekt dat Wolf er niet is.
Aangezien hij de tien nachten die hij mist door mee te gaan naar Rhodos, moet inhalen, blijft hij nu ook telkens de vrijdagavond ginder, en kunnen we hem pas ophalen tegen half twee op zaterdag. Dat maakt de weekenden extra kort natuurlijk. Normaal gezien moet hij op zondag tegen kwart over acht/half negen terug zijn, zodat iedereen zonder stress op maandag kan beginnen met de behandelingen en school. Die zondagavond telt eigenlijk niet als overnachting, maar is gewoon praktisch, zeker voor die kinderen die uit Limburg of Wallonië komen, en dus drie-vier uur onderweg zijn.
Nu, Wolf heeft geen behandeling op maandagmorgen, en school ook al niet. En ik dacht dus: ik moet toch niet werken, er is op maandagochtend hier geen stress, dus waarom zou hij niet op maandag mogen binnenkomen? Dan heeft hij nog de zondagavond met ons allemaal, en kan hij hier rustig wakker worden en ‘s morgens nog wat spelen met de kleintjes.

Ik belde dus om te vragen of hij niet op maandag mocht binnenkomen, en ze zag er meteen de voordelen van in, vooral mentaal. Ze ging het bespreken met de behandelende groep, en me nog iets laten weten.

Vanmiddag liet Wolf al weten: “Ja, mama, het mag!” Mijn hart maakte een sprongetje: van zaterdag half twee tot maandag tien uur ‘s morgens is toch alweer net iets meer. Oef.

Het worden lange dagen, nu in de vakantie…

Zalige zomerse zondagen

Sommige zondagen geven toch een perfect vakantiegevoel, nee? Ware het natuurlijk niet dat er nog een stapel te verbeteren examens op mijn bureau ligt…

We begonnen met onze croissantjes buiten op te eten. Hier in België kan dat niet zo vaak, we moesten er dus van profiteren.

En toen werd het warmer en warmer, maar lukte het wel nog om ook ‘s middags buiten te eten. Merel was de gastvrouw van dienst, en ook opa kwam uiteraard eten.

In de namiddag kwam ook Arwen erbij, en werd er vooral veel onnozel gedaan met de vier kinderen.
Ons pa moest met frisse tegenzin met mij mee gaan wandelen/geocachen, maar genoot intens van de wandeling die we maakten in de Bourgoyen. We parkeerden ons aan de oude molen, liepen een heel eind (en pikten een paar caches op) tot aan de vogelkijkhut, en terug.

Tot zijn eigen grote verbazing was hij toen nog niet uitgewandeld, zodat we ook in de andere richting nog een cache gingen ophalen. De rest van de wandeling zal voor een andere keer zijn.

En thuis, toen was er koffie. In de zon. Met veel kinderen. En veel taart.

‘s Avonds, na het avondeten, staken we nog heel even een paar houtblokken aan om marshmallows te roosteren. Ook dat kon per uitzondering, want normaal gezien moet Wolf op zondagavond al om acht uur, ten laatste half negen in De Haan zijn. Alleen heeft hij morgenvroeg een afspraak bij de orthodontist, waardoor Bart hem dan in de voormiddag naar zee brengt. Om medische redenen kan en mag dat perfect, zo blijkt. En dus had Wolf nog een vrolijke onbezorgde zondagavond bij ons.

Ik kijk er echt naar uit tot wanneer hij weer gewoon thuis zal zijn bij ons. Weer mijn gewone lieve Wolf.

Kriskras door Vlaanderen

Qua noord-zuidafstand in Vlaanderen kon het wel tellen vandaag, ja. De dag begon rustig, maar tegen kwart voor twee stond ik bij Wolf in De Haan om hem op te halen. We waren allebei niet erg haastig en zijn rug was redelijk oké, en dus gingen we nog even wat caches zoeken. Hij doet dat eigenlijk ook doodgraag, maar kan het voorlopig eigenlijk bijna niet.


Een eerste cache in de Vuurtorenwijk van Oostende vonden we niet, hoe we ook zochten tussen de tengels. Nummer twee vonden we maar na lang zoeken, en nummer drie bleef ook onvindbaar. Meh.

Veel tijd hadden we niet, want ik had Bart beloofd tegen half vijf ten laatste thuis te zijn, en dat lukte ook. Daarvoor waren we eerst nog in Jabbeke een cache gaan ophalen waar ik de vorige keer een dik half uur had staan zoeken, maar die ik nu, met een tip van een medecacher, wel vlot kon vinden. Hele mooie locatie, dat vond ook Wolf.

Enfin, we kwamen thuis, genoten nog even van het gezelschap, en reden toen samen naar Louise-Marie, een gehucht van Maarkedal, voor de jaarmis voor Jeroom.
Daarna gingen we allemaal gezellig bij Omaly sandwichen eten, en bleven vooral de heren lang praten over zaken. Moet ook eens kunnen, natuurlijk.

Veel in de auto gezeten dus, maar wel een fijne dag.

En, hoe is het met Wolf?

Da’s natuurlijk een vraag die ik heel vaak krijg, logisch ook.

Wel, we kunnen voorzichtig optimistisch zijn: we zien lichte verbetering! Als in: hij kan meer, hij doet meer, hij wil meer. Bart is vorige week op “oudercontact” gegaan, en daar kregen we vooral te horen dat Wolf een ongelofelijk positief ingestelde jongen is, en dat dat zijn revalidatie meer dan ten goede komt.

Hij werkt keihard in de kine en gaat er tot het uiterste, hij rust wanneer hem dat opgedragen wordt, doet goed mee als hij kan, en ook mentaal heeft hij intussen de coping mechanisms meer dan onder de knie.

Om maar iets te zeggen: vorig weekend vroeg hij of hij zaterdag – Merel en Kobe waren naar een verjaardagsfeestje – met de fiets naar Jens mocht, in Mariakerke zo’n vier kilometer verderop. Hij nam wel Barts elektrische fiets, maar toch: in de paasvakantie zou hij dat niet gekund hebben. Meer nog: achteraf vertelde hij dat ze met een gans groepje hadden afgesproken en naar ‘t stad waren gefietst, om daar rond te hangen zoals alleen veertienjarige jongens dat kunnen, en er een Moochie te eten. Ik was blij, ik was echt blij voor hem.

Is hij graag in het Zeepreventorium? Goh ja, het is vooral niet thuis, zegt hij, en dat blijft moeilijk. Maar hij heeft er vrienden, een goed ritme, fijne opvoeders, en ook de school valt goed mee. Alleen altijd die vis… Stel u voor: ge krijgt lasagne, en dan blijkt daar vis in te zitten! En ja, hij mist zijn broer en zijn zus verschrikkelijk, en dat geldt in de twee richtingen.

Gelukkig hoeft hij zijn liefje niet al te veel te missen: tot hiertoe hebben ze eigenlijk zo goed als elk weekend afgesproken, en hebben ze het immense geluk dat we elkaar kennen en dat haar papa de goedheid heeft om haar altijd naar hier te brengen.

De dokters zijn intussen ook gematigd positief, en spreken ervan dat hij, als het zo blijft evolueren, wellicht al met de herfstvakantie thuis zal zijn, in plaats van de kerstvakantie. Ge hebt er geen idee van hoe hard ik dat hoop…

Gisteren zondag, moederdag, fijne dag

Ik was voor de kinderen blijkbaar te vroeg wakker – zo rond een uur of negen, terwijl ik in het weekend vaak tot tien uur slaap – maar toch stond alles al netjes klaar: koffiekoeken die Bart speciaal gaan halen was, verse gesneden mango, mangosap, en natuurlijk cadeautjes! Merel had een mooie kaart gemaakt en vooral ook drie heel erg leuke theelichthoudertjes uit cement. Kobe had heel veel werk gestoken in het kleuren van de envelop voor zijn kaart, en had daarnaast ook een heel fijne armband gemaakt: ik heb hem gisteren en vandaag al de hele dag aan. Simpel, maar knap.

Van Bart kreeg ik een miniprintertje met fotopapier om aan te sluiten op mijn gsm, voor van die kleine fotootjes. Heel lief, maar ik vrees dat ik dat niet ga gebruiken, mezelf kennende.

De dag kabbelde verder, en ons pa kwam toe met een prachtig potje begonia’s, omdat hij mij zo’n goeie moeder vond, zei hij. Ongelofelijk lief!

Na het eten gingen we dan ook nog even cachen in Sint-Amandsberg: daar lagen nog een paar onopgeloste exemplaren én eentje waar ik de vorige keer bijna een uur naar gezocht had, en die ik nu met twee extra paar ogen toch nog eens wilde bekijken. Merel vond trouwens het schattigste officiële geocacheke: ik wist niet dat ze die ijzeren doosjes ook in miniformaat hadden.

Enfin, we konden er effectief een aantal loggen, én vonden de snoodaard van de vorige keer binnen de paar seconden. En daar moet ne mens zo lang naar zoeken!

Toen waren er éclairs en andere taartjes met koffie, ging ons pa naar huis, verbeterde ik nog wat, en bracht Wolf naar De Haan.

Het was nog steeds aangenaam weer, en dus reed ik een klein beetje verder richting Bredene om aan Vosseslag iets meer te leren over de duinen, een beeld met gedicht te ontdekken, en alsnog vier extra caches te vinden, onder andere in Klemskerke.

Zingend reed ik in het schemerduister naar huis. Met toch een beetje weemoed in het hart, want het blijft moeilijk, de zoon daar achterlaten.

Dagje Wolf

‘t Is niet dat we hem de voorbije dagen niet gehoord hadden via telefoon of Facetime, maar toch, Wolf werd hier keihard gemist, en eindelijk, eindelijk mochten we naar hem toe.
Opa stond hier netjes om 11.00 uur klaar, alleman werd de auto ingeladen, en we reden naar De Haan. Enfin, eerst naar Vlissegem – dat er vlak voor ligt en er een gehucht van is – om daar iets te eten. Kok sur Mer, het is er dik in orde, moet ik toegeven.

Exact om half twee liepen we het terrein van het Zeepreventorium op, de speelplaats over, langs de school, verder langs het pad richting Wolfs paviljoen.

Binnen kwam hij ons tegemoet, en ik nam nog snel een fotootje van de leefruimte en dan ook zijn kamer en het uitzicht uit zijn venster en zo, kwestie van vooral Omaly op de hoogte te houden :-p

We liepen even terug naar de auto om wat strandgerief op te halen, en liepen dan via de tunnel – die uitzonderlijk open was – naar het strand, om dan verder te wandelen over het zand tot aan De Haan zelf. Daar ploften we ons neer, begonnen de kinderen een kasteel te maken, en deden de volwassenen beurtelings een tukje.

Daarna moest er uiteraard een vieruurtje gegeten worden, in casu een pannenkoek, een ijscoupe – Wolf heeft er zich bijna buikpijn aan gegeten – en zo’n meringue voor ons pa en mij. Ons pa had gesnoven toen hij las dat ik de mijne de vorige keer nauwelijks op kon: “Ik zou daar niet veel spel van maken ze!”. Awel, hij heeft stukken uitgedeeld aan zijn kleinkinderen, en had er dan nog moeite mee. Ja man…

Daarna wandelden we rustig over een stukje dijk en een duinenpad terug naar het Preventorium.

En toen moesten we afscheid nemen, en hadden vooral de twee kleintjes het lastig. Hun grote broer is hun held, weet je wel…

Enfin, we hadden een prachtige dag, en we kijken keihard uit naar zaterdag, wanneer we hem mogen ophalen voor een lang weekend.

 

Binnen…

Ik had Wolf beloofd dat ik nog even met hem tot aan school ging rijden om 8.00 uur, zodat hij nog afscheid kon nemen van zijn vrienden. Plots weggaan van school en je vrienden achterlaten, het is niet niks. Ze stonden hem allemaal op te wachten, en hij had het eventjes lastig, hoorde ik achteraf.

Maar om half tien stapten we de auto in, Bart, Wolf en ik, met een grote tas met spullen, en reden dus naar De Haan. Wolf werd er definitief ingeschreven, kreeg een kamer toegewezen van de opvoedster, en en we installeerden hem. Enfin, zoveel was er niet te installeren, we hadden niet echt zoveel mee, hij vond dat het wel moest groeien.
Daarna moesten we wachten op de dokter, die écht wel op zich liet wachten. Gelukkig konden we intussen rustig in de leefgroep zitten, kregen we nog een hoop extra informatie en kreeg Wolf zijn uniform: T-shirts, een felblauwe sweater met logo – zijn favoriete blauw – en een mottige trainingsbroek.
Na een uur kwam eindelijk die dokter af, voor een kort gesprek,  en konden we Wolf gaan inschrijven in het Lyceum. Bart nam de paperassen voor zijn rekening, terwijl ik een gesprek had met de leerlingenbegeleider over de concrete werking. Het zal toch grotendeels via mij gaan, aangezien ik zelf lesgeef op het KAM.

Om half een waren we terug in de leefgroep, maar Wolf wilde liefst eerst gaan liggen, hij was kapot van de pijn, en daarna pas eten. We namen afscheid, knuffelden nog even intens, en weg was hij…

Bart en ik gingen dan maar iets eten, maar eigenlijk miste ik Wolf dan al. Het hielp ook niet dat ik hem eerder had gezegd dat het wel ging meevallen, dat ik ook op internaat had gezeten, en dat dolgraag had gedaan. Hij had daarop geantwoord: “Ja, mama, maar jij was niet graag thuis! Jij had altijd ruzie met je broer, en oma en opa maakten ook voortdurend ruzie. Ik zie mijn broertje en zusje doodgraag en we komen goed overeen, en jullie twee zijn super, waardoor ik eigenlijk ongelofelijk graag thuis ben…” Tsja…

Tegen drie uur waren Bart en ik weer thuis, na een voornamelijk stille rit. Ik ga hem missen, mijn grote zoon, ook al weet ik dat hij het daar prima zal hebben, en dat ze na verloop van tijd hem ook van zijn pijn kunnen afhelpen. Hij kan nergens beter zijn, en toch zou ik hem liever thuis hebben. Tsja, niet zo vreemd, zeker?