Rondje Blauwbuik

In april was ik een namiddagje gaan cachen met Véronique en haar dochter. Dat was haar toen zo goed bevallen, dat we afgesproken hadden om dat wel eens meer te doen. Maar bon, ne mens moet tijd hebben en die moet dan nog samenvallen ook natuurlijk. Vandaag was gelukkig wél zo’n dag! Wolf zat uiteraard in het Zeepreventorium, en Léonore was op vakantie met haar papa, maar Véronique had wel haar dertienjarige plusdochter bij zich, en die zag dat cachen hélemaal zitten.

De vorige keer was het een Toertje Daknam geworden, nu gingen we vlakbij voor een Rondje Blauwbuik in Eksaarde. Ook hier waren de caches ongelofelijk mooi uitgewerkt, zoveel meer dan een potje achter een boom.

We wandelden dik drie uur, genoten ervan, snoepten nogal wat, en Véronique maakte foto’s.

Onderweg dronken we iets op het terras van een cafeetje dat eigenlijk gesloten was, maar waarvan de uitbaatster bezweek voor onze charmante glimlach.

Waren we moe? Jawel, maar het was meer dan de moeite waard.

Ampla House revisited

Eind februari was ik met Bart naar de officieuze opening gegaan van het Ampla House, de luxe coworking space aan de Coupure waar hij kleine aandeelhouder van is.

Ik had toen gezegd dat ik wel eens wilde terugkomen om er iets te eten, en Véronique was uitermate geïnteresseerd om foto’s te nemen. Dus ja, deze middag togen we gezellig samen in Ionesco (Bart elektrische auto met nummerplaat UBU, vandaar) richting Coupure.

De lunch was simpel maar echt wel lekker: een vegetarische pasta met courgettes en curry. En toen gingen we rondlopen, toonde ik Véronique het hele gebouw, nam ze tonnen foto’s, en was ze er weg van. Qua werkplek kan dit wel tellen, ja. Amai!

En ja, Véronique is ook wel een goede fotografe, ja.

Er was geen tijd meer voor verdere plannen, dus reden we naar huis, maar met alweer een mooie middag op ons conto.

Een Gentse zondag

Véronique had voorgesteld om vandaag eerst naar het MSK te gaan, en dan samen iets te eten. Wij zeiden geen nee, en zelfs Wolf zag dat zitten.

We voelden ons meteen weer old school Gentenaars, die eerst naar een (op zondagvoormiddag gratis) museum gaan en dan de stad intrekken. Iets over elf stonden we aan het Museum voor Schone Kunsten, wij met de auto, Bart met de fiets: zo kan hij makkelijker Pokémon vangen :-p

De tijdelijke tentoonstelling van Medardo Rosso sprak me niet zo aan, en de vaste collectie is ook niet zo direct mijn stijl, maar het grote werk in de inkomhal, met pseudo-Farsi zinnen, vond ik dan weer fantastisch, net zoals de Metafloristiek onder de koepel.

Daarna reden we naar de parking van de Ramen, want we hadden gereserveerd in de Brasserie onder de Stadshal. Dik in orde, zoals altijd.

Bart is daarna nog gaan kijken of er nog bootjes te huren vielen op de Coupure, maar alles was al lang weg. Wolf vond het trouwens welletjes voor zijn rug en wilde naar huis, maar Merel is nog meegegaan met Véronique en Léonore naar de Zebrastraat.

Een fijne zondagmiddag, jawel.

Rein Decoodt – Terug!

Als Véronique me belt met de vraag of ik mee ga naar theater/film/tentoonstelling, dan zeg ik zo goed als nooit nee, want ik weet dat het interessant zal zijn, en dat onze smaken gelijk lopen.

Om acht uur zaten we dus samen op de tribune van Bij’ de Vieze Gasten voor een monoloog die uitverkocht was, en ik begrijp prima waarom. Ik was ook wel stevig onder de indruk.

Zoals de website vermeldt: In 2009 trekt de jonge actrice Rein Decoodt door Mexico. Vanuit het niets wordt ze overvallen door endocarditis, een boosaardige bacterie die haar lichaam en geest teistert van kop tot teen. Na een lange strijd weet ze dat ze niet meer zal worden wie ze was. Zowel fysiek als psychisch is haar ‘zijn’ getekend door onzichtbare en zichtbare littekens.

En jawel, het is Rein zelf die het stuk brengt, die op een bepaald moment haar tekst even kwijt is, maar die dat zonder meer gewoon terug oppikt. Chapeau, als je weet dat geheugenproblemen maar een van de weinige problemen zijn waarmee ze sindsdien te kampen heeft.
Ze brengt het relaas van haar ziekte en de manier om ermee om te gaan, heel eenvoudig, bijna onderkoeld, en net dàt maakt de kracht uit van dit stuk. Je zou het heel melodramatisch kunnen brengen, tranentrekkerig, maar precies dat doet ze niet, waardoor je op een gegeven moment als publiek toch gewoon met tranen in de ogen zit.

Bewondering. Dat is uiteindelijk wat overblijft na deze voorstelling. Een mateloze bewondering voor een jonge actrice en hoe ze zich, na een onnozele bacterie en de verwoestende impact daarvan op haar lijf en geest, door het leven slaat. En warempel opnieuw op de planken staat, dat ook.

Ik weet niet wanneer Rein deze monoloog nog eens brengt, maar als u hem kan zien: gewoon doen. Echt.

(zwart-witbeeld van Fred Debrock)

Rolluikperikelen

‘t Is niet alsof er hier in mijn eigen huis niet voldoende klusjes te doen zijn, daar niet van. Maar toen Véronique vroeg of er iemand haar kon helpen met haar gesneuvelde rolluiken, zei ik niet nee. Ze heeft een heel mooie living met drie grote ramen die uitkijken op de tuin. Het luik van het rechterraam was al maanden kapot, maar nu begon ook het middelste, met de tuindeur, te mankeren. Straks zat ze helemaal in het donker. Nu zijn gewone rolluiken – niet de elektrische versie – zowat de meest low-tech constructies die je je kan indenken, en wellicht al in meer dan 100 jaar niks veranderd. ‘t Is gewoon een kwestie van weten wat je moet doen.

Na het middageten reed ik dus tot bij Véro, bekeken we de boel eens, reden naar de Brico om rolluiklint, nieuwe afdekplaatjes en opvulschuim, en ging ik aan het werk. Je moet daar dus echt mee twee voor zijn, gewoon om dingen vast te houden. Enfin, na een uurtje of twee was rolluik nr.1 helemaal gefikst, en stond nummer twee klaar voor herstel, want mijn rug vond één rolluik per keer meer dan welletjes.

Ik denk dat ik nu vooral een gelukkige Véro heb, die nu ook zelf weet hoe ze zo’n rolluikriem kan vervangen.

Nog eens een geocache introductie

Veronique had gisteren en vandaag een ganse dag opleiding Frenetonderwijs, en dus kwam dochter Léonore de hele middag bij ons. Alleen… Wolf had huiswerk, en Merel en Kobe waren naar de scouts. Het kind wist dus niet goed wat te doen, eigenlijk.
Het was prachtig weer, beetje koud, maar bon, en toen ik haar voorstelde om te gaan geocachen, zag ze dat meteen zitten. We reden in de richting van Ertvelde, en zagen een paar hele mooie plekjes en hele mooie caches.

Thuis heeft ze meteen een gratis account aangemaakt, en ik denk dat ze er wel mee vertrokken is, met dat geocachen. Zalige hobby, toch?

Gerhard Richter

Ik heb het hier nog al gezegd: mijn beste cadeautje van GIFT Gent ooit was Véronique: een zalige, echt zalige madame!

Vrijdag gingen we nog samen naar toneel, en toen stelden we vast dat we geen van beide al de tentoonstelling van Gerhard Richter in het S.M.A.K. hadden gezien. Meteen hadden we een date, want erg lang loopt die niet meer. Deze middag stond ik dus iets over half een aan het STAM. Hoezo, het was toch SMAK? Mja, maar we moesten wel eerst nog zien te eten, en daar was het STAMcafé dan weer prima voor geschikt. Onderweg genoot ik trouwens van de prachtige beelden die ik met de auto nooit zie. Die Bijloke is toch een prachtige site…

Enfin, na het eten vertrokken we richting S.M.A.K., en genoten er echt wel van de tentoonstelling van Richter. Die man is zowat van alle markten thuis, respect!

En toen was er nog koffie met taart, jawel. Zalig gewoon.

27752511_1799418510102738_3984540256676135299_n

Veel beter dan dit worden ze niet, de dagen.

Prachtige afsluiters van een aangename dag

Eigenlijk is dit nog van vorige vrijdag, maar ik wou er een aparte post aan wijden.

Na al het gekajak was ik moe, dat geef ik toe. Maar het was inderdaad een prachtige dag, en Merel wist me te overhalen om toch naar de rugby te gaan. Ik had nog geen cache – ik had er na het kajakken gestaan, maar had toen de juiste gegevens niet bij en vond niks – en dus gingen Merel en ik een klein beetje verderop, in de buurt van de Sportstraat, naar een klein parkje. De cache hadden we snel, en Merel vond het kleine speeltuintje de max.

Maar we reden terug naar de Blaarmeersen, en gingen picknicken op ons vaste plekje op de pier in de gouden avondzon.

Toen we thuiskwamen, was ik dus nog meer moe, maar toch keek ik uit naar mijn date die avond. Jawel, rond half negen werd ik nog enkele straten verderop verwacht, bij het schoonste cadeau dat ik al van Gift Gent heb gekregen.

Ik wapende me met een goeie gilet, een fles advocaat en een pak Tony’s Chocolonely met karamel en zeezout, en belde aan bij Veronique. Die troonde me meteen mee naar de tuin achteraan, en samen speelden we vuurheks, terwijl we genoten van verse warme chocomelk, de advocaat en de chocolade, en vooral van elkaars gezelschap en het heerlijke vuur, onderwijl lange gesprekken voerend.

Helemaal warm en zen keerde ik later die avond naar huis terug, met de geur van houtvuur en vriendschap in mijn kleren.

Bedankt, Veronique!