Een korte familiebrunch…

Elk jaar opnieuw is er de familiebrunch met de familie van mijn ma. Er werd dit jaar even getwijfeld of het wel zou doorgaan, zo kort na het overlijden van Klaartje, maar bon, we zien elkaar al zo weinig…
Tegen twaalven stond ik dus in Ursel: ik was alleen gereden, Bart was al ietsje eerder vertrokken met de kinderen in zijn nieuwe auto. We wilden met twee auto’s rijden omwille van Wolf, en ik maakte van de gelegenheid gebruik om nog snel een cache op te pikken in Zomergem.

Om eerlijk te zijn: ik heb het niet zo op familiebijeenkomsten. Ik heb het sowieso al niet op bijeenkomsten, ik vind dat verschrikkelijk uitputtend, en je familie kies je dan ook nog niet zelf…
Enfin, ik zat goed en wel aan het dessert, toen Wolf liet verstaan dat het niet meer ging. Eerst ging Bart met hem naar huis rijden, maar eigenlijk was die in een interessant gesprek verwikkeld en zat ik toch niks te doen, zodat ik met Wolf naar huis gereden ben. Mijn rug vond het niet erg…

Tegen vijven waren ook Bart en de kinderen thuis, en kon er nog vrolijk gerolschaatst worden. Ha ja, de dag was in de gietende regen begonnen, maar allengs was het opgeklaard en tegen de late namiddag was het zalig buiten. Ik had zelfs nog snel een was gedaan en opgehangen.

Van geocaches, omoe en buiten lopen…

Stralend weer vandaag, en dus geen zin om binnen te blijven zitten. Eerst dachten we nog van in ‘t stad te gaan, maar het zou daar niet te doen zijn van de drukte, en daar hadden we dan weer totaal geen zin in. De andere richting uit dan maar, naar Ursel, op bezoek bij mijn grootmoeder, met onderweg een paar geocaches.

We begonnen in Zomergem, meer bepaald den Hulsemwegel. Toch wel veertig jaar geleden dat ik daar had gelopen, denk ik, maar wel nog steeds landelijk.

IMG_1159

Koud was het wel, met die gure wind, en eigenlijk waren we blij dat we terug in de auto zaten. We reden dan maar door naar Ursel dorp, waar er eentje zit op het marktplein aan de kerk. Er was sprake van een koffiebar, maar die was nergens te bespeuren. Tiens. Bleek dat ze er aan het renoveren waren: de werkman stond rustig even een praatje te maken met een oudere heer, en dat bleek ook een cacher te zijn die net de cache daar had gevonden. Ik bleef even sociaal doen met beide heren, terwijl de kinderen de cache ontdekten, en tot hun vreugde vaststelden dat er zowaar “flokken” in zaten! Yay!

IMG_1164 IMG_1175

Er moest ook nog even op het Kamielken gespeeld worden, een eerbetoon aan de oude vroegere paardentram waar mijn grootvader en ons ma zo liefdevol over konden spreken. Blij dat er hem toch op deze manier nog herdenken!

Enfin, we reden naar omoe, installeerden ons daar, en toen kwam Fred binnen, de vroegere parochiepriester die ik toch al in geen dertig jaar meer gezien had. We hebben hartelijk zitten babbelen met ons drieën, terwijl de kinderen zich braafjes en beleefd op de achtergrond hielden. We hadden er natuurlijk niet meer aan gedacht dat de cafetaria dicht is op donderdag…

Toen we alweer buiten waren, merkte Merel op: “Zeg mama, als omoe volledig blind is, waarom draagt ze dan nog haar bril?” Goeie vraag, inderdaad…

Zoals het stilaan ook weer traditie wordt, stopten we bij de bakker tegenover de kerk, kochten er brood en koffiekoeken, en aten die op aan de picknicktafel die daar staat. En nee, het was eigenlijk niet echt koud…

IMG_1285

We probeerden in het passeren nog één cache te vinden, maar die zat helaas in een diepe buis, en we hadden geen touw en magneet bij, dus het zal voor een volgende keer zijn. We weten hem in elk geval wel al zitten.

Enfin, we waren thuis tegen vijf uur, netjes op tijd om op te ruimen en ons te installeren in de zetel. Mooie dag, voorwaar.

Van bramen en bossen

Merel was toch wel een van haar koetjes (haar vaste knuffels) kwijt zeker? Dikke tranen waren het gevolg, maar een paar telefoontjes gisterenavond wezen uit dat het beestje nog bij omoe lag. Ik had haar gebeld, maar blind zijnde kon ze me natuurlijk niet meteen antwoord geven. Een half uur later belde ze terug: er was nog iemand op haar kamer gekomen om haar te helpen bij het uitkleden en haar been uit te doen (ze heeft een kunstbeen), en die had het gevonden. Oef.

Dat zorgde er wel voor dat we vandaag alweer 25 minuten de auto in moesten om het kleinood op te halen. Tsja…

We haalden eerst een pracht van een geocache in de Bauwerwaan in Zomergem, en stelden vast dat het er stikte van de prachtige bramen, waaronder hele dikke mooie rijpe. Gelukkig heb ik altijd zakjes genoeg in de koffer liggen, en dus sloegen we aan het plukken, wellicht een half uur lang, met een kilo en een kwart bramen tot gevolg. Ideaal voor confituur! Nooit geweten, trouwens, dat er daar een gedicht stond van Mong Rosseel.

Enfin, we reden het Keigat door, en aangezien we klop tijdens de mis in het rusthuis zouden toekomen, reden we maar meteen door naar het Drongengoed, richting de cachereeks van Pasydonia. De eerste en de laatste, nr. 23, hadden we vroeger al eens gedaan. Nu gingen we aan het wandelen, zochten ons te pletter bij nr. 2 en gaven op, en vonden dan wel nr. 3 en 4. Het uitzicht was er prachtig: heidegebied en bosgebied, allemaal beheerd door Natuurpunt, met uitgestippelde wandelingen. Een aanrader!

Toen was het meer dan welletjes voor Wolf, en keerden we terug. Hij had zelfs de moed niet meer om nog een paar autocaches te doen, en is zelfs blijven zitten in de auto toen we bij omoe het koetje gingen halen.

Thuis gingen de jongens even liggen, en na het eten begon ik bramen te sorteren. Wat een weelde!

Zalig, toch?

Omoebezoek

Wat doet ne mens op een druilerige zomerdag? Een uitstapje zoeken waarbij je voornamelijk binnen zit. Zoals bij je grootmoeder, respectievelijk overgrootmoeder op bezoek gaan.

We reden eerst naar Zomergem, om daar in ‘t passeren – letterlijk, dat is de baan naar Ursel – even bij opa binnen te waaien. Die had precies niet zo veel tijd voor ons, dus waren we redelijk snel weer op pad.

We stopten eerst even bij de bakker, om een vieruurtje en een brood te kopen. Het plan was om die koffiekoek dan in de cafetaria van het rusthuis op te eten, vergezeld van een frisse limonade of een koffie. Helaas, blijkbaar is de donderdag de sluitingsdag van de cafetaria…

We hebben dan maar omoe’s kamer ondergekruimeld, terwijl ik een gezellige babbel hield met haar.

IMG_0032

Tegen half zes brachten we haar dan naar de eetzaal, en Merel mocht zoals vanouds nog eens op haar schoot zitten in de rolstoel.

IMG_0034

We hadden gedacht van in het terugrijden nog een cache op te pikken onder de baan, maar intussen was het opnieuw beginnen regenen, en dus hadden we daar al lang geen zin meer in. Thuis was er warme choco met minimarshmallows, en Merel trok de gordijnen dicht en stak een paar kaarsen aan.

Ne mens moet toch wat doen als het herfstig aanvoelt, nee?

Herdenking opa

Nog elk jaar herdenken de Boghaerts – de familie van ons ma – onze grootvader, respectievelijk vader of overgrootvader. Het is intussen negen jaar geleden dat hij gestorven is, mijn lieve opa.

Het is vooral de ideale moment om iedereen nog eens terug te zien, want het overgrote deel van mijn familie zie ik maar één keer per jaar. Niet dat ik eigenlijk veel behoefte heb om hen vaker te zien, maar kom. Het jammere is wel dat ze het, ondanks alle tegenwerpingen van de kleinkinderen, steevast zelf willen blijven doen. Er wordt een zaaltje gehuurd tegenover het rusthuis van oma – prima zaaltje, daar niet van – en dan brengt de ene aperitief mee, de andere brood, een derde de dranken, de vierde de charcuterie, enzovoort. Er is dan ook een werkverdeling, want natuurlijk moet alle gerief voor die meer dan veertig man ook afgewassen worden, en opgeruimd en zo. Wat neer komt op het feit dat ik een derde van mijn tijd dat ik daar was, gespendeerd heb aan ‘werken’, en niet aan praten met mijn nonkels of tantes. Tsja. Onzin, gaan zij zeggen, maar ik heb het effectief zitten uitrekenen. En aangezien wij moesten opruimen tot het einde, ben ik dan maar, terwijl iedereen nog netjes zat te tafelen, al samen met een paar kozijns die ook weg moesten, tafels beginnen op hun plaats zetten, met de stoelen er omgekeerd bovenop. Vreselijk gezellig allemaal. In plaats van dan een traiteur te vragen, maar kom.

Op naar volgend jaar.

Van ‘t een naar ‘t ander

‘t Was weer zo’n rondcrossdag vandaag. Deze middag is er de jaarlijkse familiebrunch met de Boghaerts (mijn ma’s familie) maar dat had wel wat voeten in de aarde. Want ook vandaag is er districtsvergadering van de scouts, waarbij alle scouts uit de omliggende gemeenten samen spelen. Kobe wou liever naar daar, en dus gooide ik hem om half tien af aan het scoutsterrein, terwijl ik met Wolf op weg was naar de kerk. Ha ja, want vandaag is het Palmzondag, en moest Wolf als communicant in de mis zitten, om daar zijn intenties te uiten tegenover de hele kerk.

Omdat ik dan toch ook aanwezig was, was ik ingegaan op de vraag van de pastoor om samen met hem het passieverhaal te lezen: ik de verteller, hij de Christus. Er werd meteen ook palmtak gewijd, en de hele kerk zat vol.
Enfin, tegen kwart voor elf waren we weer thuis, en kon ik nog snel de rijstpap opzetten, die als dessert mee moest naar de brunch. Bart en Merel vertrokken al, ik ging wel achterkomen, want ook Wolf had andere plannen: de match tegen de Ierse jongens van Tenerure, en dan blijven kijken naar de match van de heren.

Een en ander zorgde er dus voor dat ik pas tegen één uur – het is meer dan een half uur rijden van de Watersportbaan naar Ursel – op de brunch aankwam, wat me meteen een hoop boze blikken opleverde. En een ontgoochelde Nand, want geen van zijn neefjes was er om mee te spelen…

Enfin, ik was eigenlijk sowieso niet echt in de stemming, en het was dan ook het uitgelezen moment om samen met Sofie – de vrouw van mijn neef en meteen ook mijn adjunct-directeur – de planning van onze openschooldag te overlopen: ongestoord, rustig, en toch niks beters te doen. Op mijn vraag had ze het netjes uitgeprint mee, het was dus wel degelijk met voorbedachten rade, maar de komende week zit stampvol en het was dringend, en ik zag niet meteen een moment waarop we dan wél nog konden vergaderen.

Tegen kwart na vier waren we weg: Bart kon Kobe opvissen, en ik ging samen met Merel Wolf ophalen. Ik had gehoopt nog een klein stukje van de match te zien, maar we hoorden nog net affluiten, en zagen onze vergenoegde spelers van het veld komen.

Ik kan niet zeggen dat ik het jammer vond dat ik thuis in de zetel kon, want vannacht was er een ingame van Omen in de buurt van Geel, en ik lag pas tegen vijf uur in mijn bed. Tsja. No rest for the wicked, zeker?

Stoten

Ne mens steekt soms toch stoten uit.

Neem nu vandaag. Ik had lekker lang geslapen, Bart had lekker gekookt, en het was het ideale moment om nog eens naar Ursel te gaan, naar mijn grootmoeder. Het was wel grijs, maar het regende nog net niet, en dus konden we ook een paar caches ginder in de buurt gaan doen. Dachten we. Kobe voelde zich niet zo goed, en bleef thuis bij papa.

We sloegen tegenover de Molenhoek een slag in, die weliswaar een beetje modderig lag, maar best berijdbaar was. We hadden wel de laarzen mee, maar Wolfs voet deed wat pijn, en het was al bijna vier uur, dus we wilden niet te veel wandelen. Bon, we vonden een mooie cache temidden van de velden aan een tweesprong van de slag. Er lag helaas een bijzonder grote plas, en daar had ik wat schrik van. Goh, dacht ik, ik draai me liever gewoon in de rand van het veld, er zijn toch geen grachten, en dan vermijd ik die gigantische plas. Alleen had ik daar een serieuze inschattingsfout gemaakt: dat land was nog veel zachter en modderiger dan ik dacht! En jawel: we zaten vast. Wolf en ik keken naar elkaar, en begonnen te lachen. Oh jee.
We gingen dus eerst zelf proberen los te geraken, en eventueel wat verderop assistentie vragen op een boerderij. En desnoods de wegenwacht bellen, maar die zou ons al zien komen :-p

Enfin, Merel bleef zitten, en Wolf en ik begonnen takjes te verzamelen om onder de slippende voorwielen te steken. Helaas, geen effect, alleen rondvliegende modderkluiten. En toen dacht ik eraan dat ik nog van die stevige herbruikbare Delhaizezakken in de koffer liggen had. Ik stak één ervan onder een wiel, propte er nog wat takjes bij, liet Wolf duwen aan de rand van de deur, en probeerde voorzichtig achteruit te rijden. Score! Giechelend als twee tieners stapten we terug in, en reden naar het rusthuis.

Daar was het een kleine overrompeling in het cafetaria: Paul en Nele waren daar, samen met hun oudste dochter, diens man en de twee kinderen. De tweede dochter was net weg met man en kind. Ook Bart, mijn jongste nonkel, was er, en zijn vrouw en jongste dochter gingen ook nog langs komen. Mijn grootmoeder van 94 is intussen zo goed als helemaal blind, en heeft ook moeilijkheden om in lawaai een conversatie te volgen, ondanks de hoorapparaten. Erg lang zijn we dan ook niet gebleven: we hebben iets gedronken, eigenlijk vooral gekletst met de nonkels, en zijn dan nog in haar kamer wat verder gaan praten.

Het was nog meer dan licht genoeg, en dus reden we Onderdale af om nog een cache te zoeken. Een volgende cache lag een eind in een bospad, zo bleek, en dat zag Wolf niet zitten, want die had zijn voet extra pijn gedaan door de auto te duwen. Da’s dan voor een volgende keer dat we omoe komen bezoeken en het wat minder nat ligt. Aangezien we vlak bij de vroegere bossen van mijn andere grootmoeder waren, gingen we nog even langs het boskot. Dat is blijkbaar gekraakt: de deur stond uit haar hengsels, en binnen lagen lege flessen van sterke drank. Jammer, maar het is sowieso in bijzonder slechte staat.

Wat me nog het meest verwonderde, is dat een groot stuk van die bossen intussen verkocht zijn, en dat er woonhuizen op gebouwd zijn. Zonevreemd dus, want dit is bosgebied met een zeer strenge restrictie qua woonoppervlakte. Blijkbaar trekken weinig mensen zich daar iets van aan. Tsja…

Maar bon, het was intussen welletjes, en we reden naar huis. Met een ervaring rijker,  en een grote samenzweerderige grijns op ons gezicht toen we het auto-incident vertelden aan een hoofdschuddende Bart.

*grijns*