Uitvaart 2018 (a.k.a. 100-dagen)

Alweer die tijd van het jaar, ja. Nu zal het rap beginnen gaan, en voor we het goed en wel weten, is het weer grote vakantie.

Maar vandaag was er dus nog de Uitvaart. Het is het eerste jaar in tijden dat ik eigenlijk zo goed als van niks wist. Ik ben degene die die Uitvaart begeleidt, maar behalve het podium bestellen heb ik dit jaar zo goed als niks moeten doen. Tsja, wel zo gemakkelijk, maar aan de andere kant: zou het wel goed zijn? Zou het er niet over zijn? Waren ze op tijd klaar?

Allez ja, gisterenavond tijdens de doorloop zag ik dat het goed was, en heb ik al smakelijk gelachen met sommige filmpjes. Ze waren bijzonder origineel dit jaar, het mag gezegd zijn.

De halve voormiddag heb ik overigens gezocht naar mijn nonnenoutfit, de kleren die ik aandoe als ik non ga spelen bij Camarilla. Ik had die blijkbaar netjes in de kast gehangen, waar ik een keer of drie gekeken heb, maar die plakte aan een ander kledingstuk en viel dus niet op. Grmbl.

Enfin, de fijne filmpjes en foto’s kan u op de schoolwebsite bekijken, en wel hier. Ik geef u hier alvast een van de foto’s mee.

Uitvaart (100 dagen) op school

Al sinds een aantal jaar ben ik degene van de leerkrachten die de zesdes begeleid bij het organiseren van hun uitvaartshow. Veel houdt dat niet in: podium bestellen bij Stad Gent, en verder vooral zorgen dat ze met alles rekening houden, af en toe eens voor de praktische kant een vergadering bijwonen, en de dag zelf toezicht houden en bijspringen waar nodig.

Dit jaar hadden ze ons gevraagd om de kleren uit ons eigen middelbaar aan te trekken. Euh… Mijn eigen groene schooluniform heb ik destijds zo snel mogelijk weggedaan, en ik vrees dat ik daar niks meer van heb liggen. En zelfs al had ik het nog, ik kon er toch aan geen kanten meer in.

Soit, ik heb dan maar eens nagedacht, en kwam uit bij mijn new-waveperiode uit het zesde. Een pardessus zoals destijds die van mijn grootvader heb ik niet meer, maar ik had nog wel mijn lange leren jas, mijn favoriete pull van destijds, en een bus haarlak. Een en ander leidde tot een behoorlijk grappig resultaat, toch voor iemand van 45. Maar bon ja, voor de leerlingen is het bijzonder amusant als je als leraar daarin mee gaat.
Ze hebben me trouwens ook bijzonder treffend nagedaan, compleet met moonboot, rode haar en ‘Odi et Amo’ op mijn bord…

Het verslag, de filmpjes en de foto’s kan je hier vinden. En ja, het was goed, beter dan vorige jaren.

Afscheidsbrief (gelezen op de uitvaart)

Dag ma

Ik heb deze week al verschillende keren met de telefoon in mijn handen gestaan, omdat ik je wilde bellen. Zoals zondag, omdat dat verschrikkelijke herfstweer gigantisch op mijn zenuwen werkte, en dat ik wist dat dat bij jou ook zo was. Weet je, zelfs vorige dinsdag, toen ik om begrijpelijke redenen een zware dag had, dacht ik plots: “Sebiet bel ik efkes ons ma, gewoon om even te kletsen en stoom af te laten.” Niet dus.

Dat, ma, ga ik nog het meeste missen. Dat we elkaar belden voor de grootste stommiteiten, en dan meestal een half uur aan de telefoon bleven plakken.

Je belde me bijvoorbeeld om uitgebreid te vertellen over je avond bij Lut en Patrick, en hoe enorm de kaas je had gesmaakt. Of om te zeggen dat je in ’t terugkeren van de oogarts even bij de winkel was gestopt en een nieuw rokje had gevonden. Of dat jullie samen met je broers bij Barts hadden gezeten, en dat het zo een wijze avond was geweest. Of dat je met ons pa nog even aan ’t sas was gaan wandelen, en hoe jullie daar samen in de zon op het bankje hadden gezeten. En dat de yoga weer goed was geweest, maar dat je toch niet alle oefeningen meer mee deed, en dat je bijna in slaap gevallen was op de muziek van Enya op het einde. En dat Natuurpunt een vleermuiswandeling organiseerde, en of ik geen goesting had om mee te gaan.

Die telefoontjes miste ik telkens het meest toen je met ons pa op reis was, weet je. Maar dan wist ik: als ik nog een weekje wacht, krijg ik een ganse resem enthousiaste verhalen over de ochtopodi in dat ene Griekse restaurantje daar aan de kust op Kreta, of over het slechte weer op Gran Canaria en hoe jullie dan met de auto naar de andere kant van het eiland reden, omdat de zon daar wél scheen. En dat je me dan een ganse rote Grieks liet horen, in de veronderstelling dat ik dat ook nog altijd verstond, en dat je me verbeterde als ik het waagde om de klemtoon op pakweg Almodóvars naam verkeerd te leggen. Ik heb misschien wel aanleg voor talen, ma, maar jouw voorliefde voor zowel de Nederlandse taal als vreemde talen, die valt toch niet te overtreffen.

Maar evengoed vertelde je me over de beslissingen van de bibliotheekcommissie, of over een lezing van Markant die ongemeen interessant was geweest. Of hoe je het grondig oneens was geweest met een standpunt van de Noord-Zuidraad. Ach ma, daar had je ook van die heerlijke verhalen over, en die kwamen beetje bij beetje nog steeds opborrelen, over je inleefreis naar Guédiawaye, in Senegal. De stoten die je daar bent tegengekomen, en de verhalen van Mong, en hoe er geen licht was wanneer je ging slapen, dat soort dingen. Maar ook over alle problemen en miserie die je daar gezien hebt, en hoe je daar iets aan wilde veranderen. Daarom stond je er ook op dat je geen bloemen wilde vandaag, maar dat je liever had dat mensen dan maar iets stortten voor Plan Bobath, dat project in Senegal. Dat heb je altijd al gehad, ma. Je bent niet voor niets twee keer voor ettelijke weken naar Peru getrokken, om daar in het hooggebergte als vrijwilliger tanden te gaan trekken, omdat er voor die mensen daar geen enkele vorm van gezondheidszorg was. Heh, en dan belde je: “Ge moet nù kijken naar tv, want mijn project in Kuychi is blijkbaar gefilmd!” En dan gaf je vol heimwee en toch ook glinsteringen in je stem commentaar bij alles wat ze lieten zien: “Goh, kijk, dat huizeke, daar woonde zo’n oud ventje, zo ne lieve mens! En ziet ge daar dat gebouw? Dat was de post waar ik kon bellen naar huis!”

Dat ga ik missen, ma, zo van die random telefoontjes voor de zotste dingen. Of ik toch zeker niet vergeten was een kaartje te sturen naar oma voor haar 94ste verjaardag! En dat ik in de krant moest kijken, want er stond een interessant artikel in over keizer Augustus. En dat ons pa was gaan jagen, en dat hij er zo van genoten had, blijkbaar. En ik belde je dan voor je wafelrecept, of om te weten wat je van die laatste aflevering van Lewis had gevonden.

Op zondagavond belde je bijna altijd: dan vertelde je hoe Roeland was langs geweest met de kinderen, en dat de asperges die hij had klaargemaakt ronduit fantastisch waren geweest, en dat Marne toch een ongelofelijk kind was. En hoe Nand zoveel plezier kon hebben in zijn leven, en zo kon opgaan in zijn voetbal!
Of we hadden elkaar die week nog niet echt veel gesproken, en dan vertelde je over Alexander, en dat hij na school met opa aan de treins had gewerkt, of hoe hij een soortement douche had gefabriceerd met een oud stuk buis van het balkon naar beneden. En dat Marie-Julie in alle ernst commentaar had gegeven over je droge benen, en dat je die “maar beter een keertje kon insmeren, omamie”.

Ach, je kleinkinderen, ma, je zag ze toch zo graag. Ik kon je geen groter plezier doen dan te vragen of je zin had om met ons mee ergens naartoe te gaan. In de paasvakantie gingen we nog samen naar het MIAT, naar de emailtentoonstelling. Je legde Wolf het emailleringsproces haarfijn uit, toonde Kobe een hoop verschillende voorwerpen en waarvoor ze ooit gediend hadden, en wees Merel op van die kleine fijne detailtjes waar alleen meisjes op letten. En zij, zij hingen aan je lippen, en genoten van elk moment. En we lachten. Ach ma, wat hebben wij wat afgelachen samen. Ik weet niet hoe vaak wij ooit samen de slappe lach hebben gekregen, maar ik herinner me wel zo’n paar momenten, ja. Op de quiz, bij een compleet absurd antwoord, of in de Ardennen, toen opa’s laarzen vol water stonden, en hij er pieslaarzen van maakte. De kinderen spreken daar nog altijd over, want toen hebben we met zijn allen toch zeker een kwartier zitten schateren en is Kobe letterlijk omver gevallen van het lachen.

Ik vraag me soms af, ma, waar je de energie vandaan bleef halen. Serieus. Je kreeg ongeveer de zwaarst mogelijke chemotherapie, en wanneer ik dan belde om te vragen hoe je je voelde, zei je dat je moe was. En dan vertelde je dat je die dag eerst naar het containerpark was gereden met een hoop rommel, daarna naar de markt was geweest, dan gekookt en een was opgehangen, en dat je daarna het gras had afgereden en de haag een beetje had bijgesnoeid. En dan was je verwonderd dat jij, op je 70ste, een beetje moe was. Ik werd al moe bij de gedachte alleen al!

Maar jij, jij weigerde gewoon om ziek te zijn. Je ging er ook bijzonder nuchter mee om. Ik herinner me dat we samen op een terras zaten te eten, de dag na de eerste scans, een dik jaar geleden, en ook al was de diagnose van kanker nog niet gesteld, we wisten allebei dat het echt niet goed ging zijn. Ik keek naar jou, jij keek terug, en ik vroeg: “Euthanasie?” En jij knikte: “Uiteraard.” En dat was dat. Zover is het niet gekomen, is het niet kunnen komen, ma. Want hoe goed je dat jaar ook nog bent geweest, plots was het op. Gedaan. Je at nog nauwelijks, en ook al had je nog grootse plannen, je had er de kracht niet meer voor. Jeroen bracht je zaterdag naar het ziekenhuis, naar de spoed, en allemaal dachten we dat je er met de nodige baxters nog wel bovenop ging komen. Je was vastbesloten nog naar Wolfs communie te komen, maar op zondag, toen Jeroen met ons pa langs kwam, zei je dat je het gewoon niet kon. ’s Avonds zijn wij dan allemaal nog met de kinderen langsgekomen, om afscheid te nemen. Wij wisten dat, en jij wist dat. En je vond het zo ongelofelijk jammer. Je glimlachte naar de kinderen, knuffelde hen, wenste Wolf proficiat. En maandag… We bleven om beurten bij jou, ma, we wilden je niet alleen laten, en jij vond dat onzin. Maar ‘s avonds viel je in een diepe slaap, en daaruit ben je niet meer wakker geworden.
Roeland had je hand vast, toen je dinsdag gewoon ophield met ademen. Zonder gedoe. Net zoals je geleefd hebt, ma, praktisch en pragmatisch.

Weet je, ma, die laatste vrijdag, toen ik ’s avonds nog even langskwam om je te helpen in je bed te gaan, toen vroeg je je af of je wel een goede moeder was geweest. Ik was oprecht verontwaardigd  dat je dat durfde te vragen, dat je daar durfde aan twijfelen. We hebben allemaal onze fouten en zwakke kantjes, maar ik kon me geen betere moeder wensen, echt waar.

Je hebt er geen idee van hoe hard ik je ga missen. Hoe hard wij allemaal je zullen missen. Hoe hard we je nu al missen, ma.

Weet je, ik bel je nog wel. Ik weet dat ik misschien geen antwoord zal krijgen, maar in mijn hoofd zal ik je stem en vooral je lach horen, en dat zal me deugd doen. En nee, ma, ik zal niet bellen tijdens Thuis, beloofd.

Dag ma. Tot morgen, ik bel nog wel. Saluuu.

 

Uitvaart 2016 (100-dagen)

Oef, hij zit er ook weer op, die Uitvaart. En ik moet het toegeven: hij was best geslaagd!

Ik heb er gisterenavond nog tot acht uur gezeten, bij de leerlingen, en ook deze morgen was er generale repetitie. Daar heb ik een stuk van gezien, maar ben halverwege weg gegaan, want blijkbaar ging ik erin voorkomen. En wat ik had gezien, was gestructureerd en in orde, en dan ging de rest ook wel zo zijn.

Enfin, daar heb ik toch het grootste deel van de ochtend aan gespendeerd, ben me dan thuis gaan omkleden in chiquere kleren – het thema was galabal – en dan was er natuurlijk de show. Daar kan u foto’s van bekijken en een verslagje van lezen op de schoolwebsite. En ook dit jaar werd er zonder morren, met man en macht gewerkt om alles zo snel mogelijk proper te krijgen, en was alles netjes weg tegen vier uur. Chance voor mij, want ik wilde voor vier uur op de lagere school zijn, want daar organiseerden de zesdes hun koffiestop voor Broederlijk Delen. Dat had ervoor gezorgd dat ik gisterenavond om half negen Wolf nog instructies stond te geven hoe hij twee cakes met chocoladestukjes moest maken. Ha ja, want ik was niet eerder thuis. Toen ik opperde dat hij het toch ook aan Bart had kunnen vragen, keek hij me stomverbaasd aan. Zo ver had hij gewoon nog niet gedacht, want dat soort dingen komt altijd bij mij terecht. En nochtans is Bart de kok hier in huis…

Enfin, geslaagde Uitvaart, geslaagde koffiestop, net op tijd bij de kinesist om half vijf, en tegen zessen netjes met picknick in de rugby. En dan eindelijk tijd om eventjes adem te halen.

Uitvaart (aka. 100 dagen)

Da’s nog zo een van die dingen waarmee ik bezig ben: de uitvaartshow van onze zesdes. Toegegeven, ze plannen het voor het grootste deel alleen, en bij de meeste vergaderingen wílde ik zelfs niet aanwezig zijn om de verrassing niet te bederven, maar toch: het is iets waar ik regelmatig de dinsdagmiddag bij aanwezig was, en waarmee ik nu nogal volop in mijn kop zit, tussen al de rest door.

Zal het oké zijn? Zal Stad Gent het bestelde podium leveren? Is de muziek en de installatie oké? Gaan ze niet over de schreef in de proefjes met vijfdes en leraars? Enfin, gewoon organisatorische beslommeringen, de inhoud trek ik me niet aan. Maar toch: als die niet in orde is, zal ik degene zijn die de vragen zal krijgen van de collega’s.

Vorig jaar zijn we daar een dure farce mee tegengekomen: de vrijdagavond hadden de leerlingen het podium, zijnde de platen en de steunen, netjes buiten gestapeld. Toen Stad Gent die op maandag kwam ophalen, bleken er tien platen verdwenen. Foetsie. 1000 euro meteen ook foetsie.

Deze keer gingen we geen risico nemen, en was er gepland dat de platen woensdag geleverd werden, in de namiddag tot podium opgebouwd, op vrijdag afgebroken en in de gang gestapeld, en op maandag buitengelegd en opgehaald. En toen bleken er plots gisteren al podiumplaten op de speelplaats te liggen, terwijl de zaal pas vrijkomt op woensdagnamiddag. Bon, er is deze keer niks gepikt, en we hebben ze vandaag binnengelegd, want gisteren waren al de leerlingen al weg.

Soit, het zal toch ook weer een pak van mijn hart zijn als de Uitvaart voorbij is.

Uitvaart 2015

Toen ze in het begin van het schooljaar vroegen welke leerkracht de uitvaart (100 dagen in het katholieke net) wilde begeleiden, gaf ik me op. De leerkracht die het vroeger deed, was in zwangerschapsverlof, en ik zag dat wel zitten. En dus bleef ik regelmatig op maandag over de middag op hun vergaderingen, monitorde ik zo’n beetje de FBgroep van de uitvaart, bestelde ik het podium en dergelijke, en probeerde zo min mogelijk inhoudelijk te weten te komen. Want ja, die show is maar leuk als je er niet te veel van gezien hebt.

De show zelf was… braaf, vond ik. Knap in elkaar gestoken, veel filmpjes, dansjes, en een stevige rode draad, maar heel erg lief tegenover leraars en vijfdejaars.

In elk geval ben ik blij dat hij achter de rug is, want ik heb er woensdagmiddag gezeten met Merel, ben gisterenavond gebleven tussen vijf en negen, heb er deze voormiddag nog aan meegeholpen, en hield toezicht bij het opruimen. Al was dat eigenlijk niet eens nodig, want zó snel en grondig heb ik het nog nooit geweten: op een half uur tijd – I kid you not – was het podium afgebroken en opnieuw gestapeld, alle panelen op hun plaats, alle techniek netjes opgeborgen aan de andere kant van de school, alle stoelen weg, alle parafernalia opgeruimd, de zaal compleet leeg en zelfs uitgeveegd. En ook in de kleedkamers zag je niet meer dat die gebruikt waren. Chapeau.

Enfin, de foto’s en een iets gekleurder verslag zijn te vinden op de schoolwebsite. Ne mens moet zich toch érgens mee bezig houden, newaar!

Uitvaart, Bal en andere idioterieën

Dat hoort er natuurlijk bij, als je lesgeeft in het laatste jaar: ze houden een uitvaart (honderd dagen uit het katholieke onderwijs), en tegenwoordig ook een galabal.

Het resultaat is dat ik gisteren, op mijn vrije dag, gaan helpen ben voor de praktische technische dingen van de uitvaartshow, dat ik deze morgen rondliep als vredesactivist (het thema was militair), daarna meegeholpen heb om alles van de uitvaart af te breken en alles voor het bal klaar te zetten, en deze avond dan helemaal opgekleed eerst drie uur heb staan tappen, en daarna serieus staan dansen heb.

Normaal gezien ben ik rond één uur weg, maar dit jaar lag ik pas om vier uur in mijn bed. Niet dat de muziek zoveel beter was, het was dezelfde kutbonkebonke van altijd, maar dankzij een paar enthousiaste jonge collega’s heb ik toch quasi de hele tijd staan dansen. Ik heb intussen trouwens al gehoord dat de ronde gaat dat ik zat was. Yeah, that’ll be the day, ik drink geen alcohol :-p Ik heb dat overigens niet nodig om me te amuseren!

Uiteraard heb ik dan ook de obligate leerlingen uit de goot gehaald (bij wijze van spreken deze keer, het is ooit nog anders geweest) en hun handje vastgehouden. Tsja, jonge gasten en drank en matigen, dat is voor sommigen toch nog altijd zeer moeilijk, blijkbaar. En slecht karakter als ik ben, kijk ik dan altijd uit naar de eerste les met die leerlingen. De meesten hebben dan ongeveer de neiging om onder hun bank te kruipen, en durven me meestal toch niet recht in de ogen te kijken. En ik, ik kan het dan niet laten om het hen door te steken natuurlijk.

Zo zijn we dan weer wel: ik heb mededogen, maar geen medelijden. Een groot verschil, vind ik, en dat weten ze :-p