Overwoekerd

Ons ma genoot echt van haar tuin, en werkte daar precies ook graag in. Elk najaar plantte ze nieuwe voorjaarsbollen, om die dan uit te halen en andere dingen te planten. En rozen: ze was behoorlijk zot van rozen, maar evengoed staan er clematis, akeleien, zonnehoedjes, pioenrozen, dahlia’s…

Sinds ze gestorven is, is er helaas naar de tuin niet meer omgekeken. Mijn vader zwoer bij hoog en laag dat hij er eens ging aan beginnen, en dat hij dat zeker ging doen, en dat we geen tuinman moesten zoeken, en…
Intussen zijn we dik twee jaar verder, en is de tuin helemaal overwoekerd. Overwoekerd, als in: er is geen gras, maar zelfs geen betonnen tuinpad meer te zien. Een weg banen naar het kiekenskot is al helemaal onbegonnen werk, en dus loopt er een kieken vrij rond in de tuin, met alle mest en vuiligheid van dien.

Tsja. Op zich allemaal geen probleem, ware het niet dat mijn broer, die een straat verderop woont, zijn bankkantoor gaat verbouwen. Ik hoor u al denken tot hier: wat heeft die verbouwing in hemelsnaam met die tuin te maken??? Wel, zolang er verbouwd wordt, moet mijn broer met zijn personeel natuurlijk een ander onderkomen zoeken. Dat kan in containers, maar dat is hopeloos onpraktisch, veel te klein, en waar zet je die dingen überhaupt? Terwijl mijn vader een groot kantoor ter beschikking heeft, waar vroeger de bank in gevestigd was. Toegegeven: verouderd, nog vol met oude dossiers en andere rommel, maar wél met voldoende plaats, een wachtkamer, loketten, een spreekkamer, enfin, de ideale noodoplossing. Alleen kijkt dat kantoor via een groot raam uit op, jawel, de overwoekerde tuin.

Mijn vader is volop bezig zijn kantoor leeg te maken, en mijn broer had mij aangesproken om eens na te denken over die tuin. Ik heb dan maar rondgehoord of er iemand tegen betaling wilde komen helpen opruimen, en gelukkig was er Manou, een vriendin van Wolf die een straat of twee verderop woont. Kobe, Merel, Manou en ik reden dus naar Zomergem, gewapend met grote zakken voor tuinafval, handschoenen, snoeischaren, haagscharen, the works. Het was al een tijd geleden dat ik nog in mijn ouderlijke huis was geweest, en ik geef het toe: mijn mond viel open bij het aanschouwen der hovingen. Ja maat…

We gingen aan het werk, waarbij ook Kobe en Merel stevig doorwerkten en ik bijzonder voorzichtig probeerde te zijn met mijn rug – tuinwerk is me eigenlijk strikt en expliciet verboden geweest door mijn rugarts. Drie en een half uur later was het grootste deel van het tuinpad vrij, waren de rozen gesnoeid, was er weer een soortement middenperkje te zien, waren er drie jonge bomen afgezaagd, en had ik een wegje vrijgemaakt richting kiekenskot, waarin het kieken zonder veel plichtplegingen werd opgesloten, tot haar grote ontzetting.

Ons pa heeft nu plechtig beloofd dat hij een tuinman ging contacteren om ook de rest wat toonbaarder te maken. Hopelijk ziet die mens zich er nu een begin aan…

Laat het gras maar groeien…

Dat het heet is, hoef ik jullie niet te vertellen. Ik heb een sensor hier in huis en eentje buiten, aan de noordkant, een halve meter onder de goot van mijn tuinhuis, in de schaduw dus. Het is hallucinant om te zien hoe de temperatuur telkens weer stijgt…

En het gras, tsja, dat is zo dood als ne pier, zou ne mens denken. Compleet geel en verdroogd, het enige groen dat er nog staat, is het onkruid. Toch bizar dat dat dan wel nog blijft groeien…

Maar vorige week was de sproeierkop van de tuinslang losgeschoten, en had het dus wel een tijdje geduurd voordat we dat gemerkt hadden. Als in: een stevig stukje gras stond helemaal onder water, rijstveldgewijs, zei Kobe.

En wat zag ik dus deze week? Dit:

Ik geef toe: het heeft even geduurd voor ik de link had gelegd.

Met andere woorden: niet treuren om dood gras, dat komt blijkbaar écht wel terug wanneer het eindelijk misschien eens gaat willen beginnen regenen…

Tuinmannen

Ik mag dan geleerd hebben op school dat het tuinlieden moeten zijn, dat woord is te onnozel om dood te doen. Dus hebben we vanaf vandaag tuinmannen.

Ik moest het onder ogen zien: onze tuin is niet groot, maar door mijn kapotte rug was hij aan het verwilderen. Als in: het onkruid op het voetpad stond hier en daar een meter hoog – gene zever, van dat groot gras – de haag moest gesnoeid worden, er stond sowieso overal onkruid, de kamperfoelie groeide me boven het hoofd, en overal moest er verse schors komen. Veel werk, dus.

Een maand of twee was er al iemand komen kijken, die had toegezegd, maar uiteindelijk toch afgehaakt. Een paar weken geleden stond er iemand anders, en die zag het wel zitten.

Vandaag zijn die mannen dus langs geweest: het voetpad is weer spic en span, alle onkruid onder de haag is weg, zo goed als alle onkruid uit de borders is weg, en daar zijn ze met zijn tweeën bijna een ganse dag mee bezig geweest. Om maar te zeggen: veel werk. Maar wel proper werk.

Blij dat ik het zelf niet meer hoefde te doen :-p

Lente

Mijn tuin is niet groot, maar ik kan er wel intens van genieten. Dus, voor mezelf, de bloemen die er vandaag in bloeien. Meer niet.