Nu de rug weer…

Ik had ernaar uitgekeken om deze avond zoonlief naar het sportkamp in Nieuwpoort te brengen. Zijn kamp met zijn vier beste maten in Slovenië is door de corona in het water gevallen, jammer genoeg. Gelukkig hadden ze dan hier nog vijf dagen een golfsurfkamp met internaat in Westende kunnen boeken, met hun vijven. Het is wel niet hetzelfde, maar het zal hopelijk ook dikke fun zijn.

We hadden gepland om hem met zijn allen te brengen en er meteen een avondje zee van te maken: iets eten, een wandeling op het strand, de zon zien ondergaan, beetje afkoelen…

Helaas, de rug gooit gemeen roet in het eten. Ik lig alweer de hele dag in de zetel. Hmpf. Deze keer heb ik geen aanwijsbare oorzaak, ik heb niks speciaals gedaan, niks geforceerd of zo. Ik hoop maar dat het snel weer overgaat. Meestal duurt dat een dag of vijf, maar het kan ook langer zijn, zoals de tien dagen in de vakantie van 2018…

En voor zover ik me herinner, was de laatste serieuze keer november 2018

Zucht. Diepe zucht.

Nee nee nee nee nee!

Nope, geen Gentse Feesten met Merel vandaag 🙁

Mijn rug is het namelijk weer aan het begeven. Ik ben opgestaan met een stevige zeurderige pijn, in die mate dat ik mijn stok weer heb bovengehaald, de hele dag in de zetel heb gelegen, en tegen vier uur toch nog naar de kinesist heb gebeld. Gelukkig zag Kirsty er geen graten in om me nog om half negen te laten komen, en ze bevestigde dat ik inderdaad niet helemaal recht meer stond. Na een stevige behandeling – en een fijne babbel – is het wel wat beter, maar helaas niet in orde. Goh, ik hoop zo hard dat het niet erger wordt…

Helaas was het ook net vandaag dat ik met Bart naar de Gentse Feesten ging gaan, ’s avonds dan wel te verstaan. Ze gaan met de ganse ploeg van Wijs naar Polé Polé met VIPtickets, Dirk trakteert. Helaas… Ik kan amper deftig recht staan, laat staan dat ik met de fiets in het centrum geraak en dan de rest van de avond moet staan en dansen.

Blah blah blah.

Morgen beter, zeker? Op hoop van zegen…

Stok

Zowat mijn trouwste vriend dezer dagen, en letterlijk mijn steun en toeverlaat, is mijn stok. Yup, een echte ouderwetse wandelstok.

Niet zomaar een stok, trouwens: het is de stok van mijn grootvader geweest, en ik weet niet waar hij hem gehaald heeft, dus of het zelfs nog een ouder exemplaar betreft. Ik weet wel dat ik mijn stok al ongelofelijk dankbaar ben geweest, want zonder die stok zou ik helemaal niet uit de voeten kunnen.

Mijn pa zag die stok, en bood prompt zijn eigen stok aan, omdat dat een beter model zou zijn. Zijn stok heeft bovenaan namelijk een min of meer horizontaal golfje, terwijl de mijne een echte, ouderwetse krul heeft. Maar het is nu net die krul die het hem voor mij ook doet. Ja, om puur te steunen is dat golfje misschien wel ergonomischer, ja. Maar ik daag u uit: trek eens een onderbroek aan zonder je rug te buigen? Of raap eens een gevallen BH op? Daarvoor dient dus die krul. Je hangt je onderbroek aan de krul, steekt je ene been door het eerste gat, trekt de onderbroek een stukje op, steekt dan je been door het tweede gat dat je netjes openhoudt met de krul, en trekt dan het geheel omhoog, tot je er zelf aan kan met je handen.

Of ooit al eens een autoportier dichtgetrokken als je je moeilijk voorover kan buigen? De krul to the rescue.

Hij is intussen ook wel wat verweerd, ja: de vernis is er af waar je op leunt. Maar ik twijfel: zou ik hem wel opnieuw vernissen? Want net dat patine heeft wel wat… En ik denk altijd met wat weemoed terug aan mijn grootvader, mét stok.

Zucht…

Gisterenavond leek het allemaal prima te gaan: ik liep recht, redelijk pijnvrij, en zonder stok. Ik kon zelfs probleemloos in mijn bed kruipen, en me draaien.

En jawel, deze morgen werd dat bevestigd: ik kon ook weer normaal uit mijn bed, en het ergste leek geleden. Leek, jawel, want ik stapte argeloos de douche in, draaide het water open, zeepte me vrolijk in, en bukte me toen, volautomatisch, om mijn voeten te wassen.

Krak.

Ugh.

Ik heb mijn voeten enkel afgespoeld, dat geef ik toe. En ik ben uit de douche gestrompeld en op een handdoek gaan liggen, krom van de pijn.

Alweer.

Hoe een kalf kunt ge zijn, zeg!

Ik dacht: ik wandel het er wel af! Want meestal verbetert mijn rug als ik een tijdje rondloop of in beweging ben. Ik zette Wolf dus af aan de Poel, parkeerde me in de parkeergarage van Ramen, en wandelde met mijn stok naar de Korenmarkt, naar de Hema. Alleen… per honderd meter werd ik 5 jaar ouder. Ik denk dat ik begonnen ben aan 60, maar tegen dat ik aan de Hema was, was ik er minstens 80, helemaal krom, schuifelend, nog net niet kreunend. En toen moest ik nog teruggeraken ook, zeker nadat ik een twintig minuten met een oudleerling had staan kletsen. Op zich was ik daar helemaal opgefleurd van, tot ik weer een paar stappen zette.

Yup, 100, zo voelde ik me tegen dat ik neerzeeg op een stoel in de Labath. De koffie smaakte intens, de rug voelde intens, en ik verlangde naar de zetel, jawel.

En dat is dus wat ik de rest van de dag gedaan heb: in de zetel gelegen. Gelezen. Met veel moeite een was opgehangen.

Ik vond mezelf een beetje zielig, eigenlijk feitelijk. Hoe stom kunt ge zijn zeg… Amai mijn voeten.