Scoutsbadges

Kleine tip tussendoor voor de ouders wier kroost ook in de scouts zit: als ge die verdomde badges moet verwisselen van de voor- naar de achterkant, het nieuwe exemplaar, of, zoals bij ons, exemplaren moet opnaaien, of – godbetert – alles moet lostornen en op een nieuw hemd naaien wegens eruit gegroeid: pakt u een prittstift, en plakt die badges eerst gewoon goed vast! Ge ziet daar niets van, dat wast er gewoon uit de volgende wasbeurt, en die dingen zijn een pak makkelijker te naaien.

Zegt niet dat ge het nu niet weet he! Trouwens, dat geldt vooral ook voor ritsen die moeten vervangen worden, het is een tip van een professioneel naaister.

 

Dinoweekend

Merel was dit weekend op scoutsweekend met als thema “Dinosaurussen”.

Ze kwam thuis met een hoop vuile kleren, een pak verhalen, en een ei. Niet zomaar een ei natuurlijk, maar een dinosaurusei, zo eentje dat je in het water moet leggen, en waar dan een een dino uit komt die verder groeit. Ze was mega curieus, en dus lag het ei al meteen in een glas. Het was mooi om de evolutie te zien, en ze vond het prachtig.

Ik heb nu dus een gele glibberige dino in een kommetje. Tsja.

Drukke zondag

Voor een zondag was het vandaag eigenlijk behoorlijk hectisch. We moesten deze middag namelijk gaan eten in Kruishoutem voor nonkel Stafs verjaardag, maar Kobe is op scoutsweekend, en kon maar afgehaald worden tegen half twaalf ten vroegste.

Iets voor negenen stond ik dus op, bakte de verse croissantjes, gaf en passant de eenden nog eens eten, schminkte me al volledig, en stapte tegen half elf al in de auto. Langs mijn neus weg zei ik tegen Bart nog dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Waarop hij: “Goh, ik denk dat ik het wel alleen af kan…”

Ik was een half uurtje vroeger vertrokken om in de stralende zon nog een paar caches daar in Sint-Niklaas te zoeken, en dat deed ik dus. Ongelofelijk zalig weer!

Maar terwijl ik daar ergens aan een bosrand liep, ging de telefoon: “Schat, de douchekraan is kapot, ze blijft maar stromen! Wat moet ik doen?” Oi! De thermostaat van die kraan is al een jaar of twee kapot, denk ik, maar de service van Villeroy en Boch is nu niet meteen om over naar huis te schrijven, je moet dit hallucinante verhaal nog maar eens lezen. Toch had ik een maand geleden een poging ondernomen om iemand te contacteren, maar helaas. Nu was het ding blijkbaar helemaal gesneuveld. “Euh, het water uitzetten misschien?” “En hoe doe ik dat?” Ik overwoog even om een uitleg te beginnen over het zoeken een klein leidingkraantje achteraan de cabine, maar dacht toen dat het misschien simpeler kon tot ik weer thuis was. “Zet de hoofdkraan uit?” “En waar vind ik die hoofdkraan?” ‘t Is dat mijne vent voor de rest zo ne zaligen is, want voor zijn praktische kant ben ik niet met hem getrouwd, nee. Enfin, hij kreeg het water toch afgesloten, en vertrok op zijn eentje al richting Kruishoutem zo rond half twaalf. Wij gingen dus wel achterkomen naar het restaurant zelf.

Ik pikte Kobe op die nog niet klaar stond, zoals eigenlijk beloofd, en we zaten dus een kwartiertje achter op schema. Ach ja… Thuis draaide ik de hoofdkraan weer open zodat Kobe kon douchen, kleedde ik me om, laadde mijn auto vol kinderen, en reed naar ‘t Raadsel in Kruishoutem. De kleintjes konden niet snel genoeg op de trampoline buiten zitten, terwijl wij genoten van het heerlijke eten, het gezelschap, en het humeur van mijn schoonmoeder.

De drie grote – Louis, Margaux en Wolf – wilden tussen voor- en hoofdgerecht snel een cache zoeken die vlak in de buurt lag, maar lieten zich meeslepen naar de volgende caches, en verdwenen bijna drie kwartier van de radar, goed om de start van het hoofdgerecht te missen. Het restaurant vond dat gelukkig niet erg, maar Nelly was ziedend. Tsja, pubers, dat was in onze tijd niet anders, ik heb daar ook nog voor onder mijn voeten gekregen op familiefeesten.

Enfin, tegen half vijf vertrokken we opnieuw, en Merel en ik hadden zin om de rest van het lokale cacherondje af te werken. Alleen… intussen was het beginnen motregenen. Goh, niet erg, dachten we, ‘t zal wel stoppen. Ja gij… Waren we bij de eerste cache nog relatief droog gebleven, dan was het bij de tweede cache al serieus aan het regenen, en dan vonden we het ook gewoon niet meer leuk. We zijn dan maar naar huis gereden, onze pyjama’s aangetrokken, en gezellig in de zetel gekropen. Ideaal einde van een drukke zondag.

Oh ja, en tussendoor zijn Bart en ik er toch nog in geslaagd om met vereende krachten, zoekwerk en denkwerk de douchecabine toch van het waternet af te sluiten, zodat de rest van het huis weer water heeft. Lang leve afsluitkraantjes op logische plaatsen… *roloog*

Welles – nietes

Dat het aan het beginnen is, het rekenen wie wanneer wel thuis is en wie niet…

Afgelopen week zat Wolf op GWP aan zee, en was hij dus de hele week niet thuis. Ik ben hem vrijdagmiddag gaan ophalen, en eigenlijk moest hij ‘s avonds alweer op scoutsweekend. Hij twijfelde nog, maar heeft uiteindelijk beslist om het toch niet te doen: hij was vreselijk moe, en zijn rug deed echt niet wat zou moeten. Het speet hem uiteraard, maar hij wist dat hij er toch niet veel aan ging hebben. Tsja, dan ben ik wel blij dat hij zichzelf wel goed kan inschatten. Kobe zit echter nu ook bij de jongverkenners, en ging dus wél op weekend, tot vanmiddag.

En Merel, die zat gisteren de hele namiddag in het SMAK voor een verjaardagsfeestje, en ging vanmiddag naar de scouts. Die was dus ook het grootste deel van het weekend afwezig.

IMG_0922

Het was hier gisterenmiddag wel heerlijk rustig, zo met Wolf als rasechte puber op zijn kamer, en Bart en ik gewoon beneden. Mja, ik beweer niet dat ik het erg ga vinden, als ze wat vaker het huis uit zijn. Zo lang ze voorlopig nog maar allemaal naar het nest terugkomen.

Een zomerse zondag, met de verloren zoon

Zondagen, ne mens wordt er niet magerder van. Bart hield er al altijd van om iets extra’s te koken op zondag, maar sinds ons pa hier elke zondag komt eten, is het al helemaal altijd met voorgerecht, hoofdgerecht, dessert en taart. Jawel. Een voorbeeld…

IMG_1375

Mijn pa laat het zich allemaal welgevallen, maar intussen begin ik hem wel in te schakelen voor allerhande taakjes. Zo heeft hij een paar weken geleden krieken ontpit, en vandaag heb ik hem buiten aan tafel kousen zitten doen binnenste buiten keren, en sorteren. Wat hij weliswaar traag, maar grondig deed. Nog een gemak om in huis te hebben :-p

Daarna begonnen de kinderen met Kobes chemiedoos te spelen, en was wat grootouderlijk toezicht ook wel interessant. En toen, toen was er taart natuurlijk.

En ‘s avonds, toen was er Wolf! Jawel!

Toen ik hem maandag bracht, had ik nooit durven denken dat hij tot het einde ging kunnen blijven! Donderdag was de gewenste moment, want dan was de totemisatie afgelopen. Ze hadden speciale opdrachten voor hem voorzien, die hij fysiek wel degelijk moest aankunnen. Raadsels, een brug bouwen, dat soort dingen. En vanaf donderdag stond ik dus klaar om hem eventueel op te halen, maar zijn fantastische leiding hield me nauwgezet op de hoogte: hij sliep goed, deed de meeste dingen mee, en als het niet lukte, ging hij in zijn stoeletje zitten. Ik had mijn idiote campingstoel daar achtergelaten, zo’n ding van 10 euro dat standaard in mijn koffer ligt, en vooral dient voor de rugby. Blijkbaar is het dus goed gebruikt. Enfin, hij is dus wel degelijk tot het einde kunnen blijven, en toen bleek er nog plaats te zijn in de auto van een van de foeriers, Seppe. Ik moest dus gelukkig niet vijf uur in de auto zitten om hem op te halen, hij kon gewoon mee! De bedoeling was dat ze dan wel om kwart over zeven aan het station zouden staan om samen af te sluiten, maar rond zes uur kreeg ik telefoon: dat ze al in Gent waren, en dat het eigenlijk onnozel was om dan nog een uur te staan wachten. Seppe zou hem maar meteen thuis afzetten, dan kon hij zelf ook al even langs huis gaan om gerief uit te laden.

Helemaal mooi dus: kwart over zes stond er hier dus een doodvermoeide Wolf, ietwat humeurig wegens vermoeidheid en pijn, maar verder wel blij om thuis te zijn, met een deftig toilet, een goeie warme douche, propere kleren en een zachte zetel.

En ik, ik was blij dat hij thuis was. Echt veel zorgen had ik me niet gemaakt, omdat ik wist dat hij in goeie handen was, maar toch… Blij dat al mijn kuikens terug onder mijn dak zijn.

Oh, en zijn totem? Slechtvalk. Knap gezien van die leiding.