Dinoweekend

Merel was dit weekend op scoutsweekend met als thema “Dinosaurussen”.

Ze kwam thuis met een hoop vuile kleren, een pak verhalen, en een ei. Niet zomaar een ei natuurlijk, maar een dinosaurusei, zo eentje dat je in het water moet leggen, en waar dan een een dino uit komt die verder groeit. Ze was mega curieus, en dus lag het ei al meteen in een glas. Het was mooi om de evolutie te zien, en ze vond het prachtig.

Ik heb nu dus een gele glibberige dino in een kommetje. Tsja.

Drukke zondag

Voor een zondag was het vandaag eigenlijk behoorlijk hectisch. We moesten deze middag namelijk gaan eten in Kruishoutem voor nonkel Stafs verjaardag, maar Kobe is op scoutsweekend, en kon maar afgehaald worden tegen half twaalf ten vroegste.

Iets voor negenen stond ik dus op, bakte de verse croissantjes, gaf en passant de eenden nog eens eten, schminkte me al volledig, en stapte tegen half elf al in de auto. Langs mijn neus weg zei ik tegen Bart nog dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Waarop hij: “Goh, ik denk dat ik het wel alleen af kan…”

Ik was een half uurtje vroeger vertrokken om in de stralende zon nog een paar caches daar in Sint-Niklaas te zoeken, en dat deed ik dus. Ongelofelijk zalig weer!

Maar terwijl ik daar ergens aan een bosrand liep, ging de telefoon: “Schat, de douchekraan is kapot, ze blijft maar stromen! Wat moet ik doen?” Oi! De thermostaat van die kraan is al een jaar of twee kapot, denk ik, maar de service van Villeroy en Boch is nu niet meteen om over naar huis te schrijven, je moet dit hallucinante verhaal nog maar eens lezen. Toch had ik een maand geleden een poging ondernomen om iemand te contacteren, maar helaas. Nu was het ding blijkbaar helemaal gesneuveld. “Euh, het water uitzetten misschien?” “En hoe doe ik dat?” Ik overwoog even om een uitleg te beginnen over het zoeken een klein leidingkraantje achteraan de cabine, maar dacht toen dat het misschien simpeler kon tot ik weer thuis was. “Zet de hoofdkraan uit?” “En waar vind ik die hoofdkraan?” ‘t Is dat mijne vent voor de rest zo ne zaligen is, want voor zijn praktische kant ben ik niet met hem getrouwd, nee. Enfin, hij kreeg het water toch afgesloten, en vertrok op zijn eentje al richting Kruishoutem zo rond half twaalf. Wij gingen dus wel achterkomen naar het restaurant zelf.

Ik pikte Kobe op die nog niet klaar stond, zoals eigenlijk beloofd, en we zaten dus een kwartiertje achter op schema. Ach ja… Thuis draaide ik de hoofdkraan weer open zodat Kobe kon douchen, kleedde ik me om, laadde mijn auto vol kinderen, en reed naar ‘t Raadsel in Kruishoutem. De kleintjes konden niet snel genoeg op de trampoline buiten zitten, terwijl wij genoten van het heerlijke eten, het gezelschap, en het humeur van mijn schoonmoeder.

De drie grote – Louis, Margaux en Wolf – wilden tussen voor- en hoofdgerecht snel een cache zoeken die vlak in de buurt lag, maar lieten zich meeslepen naar de volgende caches, en verdwenen bijna drie kwartier van de radar, goed om de start van het hoofdgerecht te missen. Het restaurant vond dat gelukkig niet erg, maar Nelly was ziedend. Tsja, pubers, dat was in onze tijd niet anders, ik heb daar ook nog voor onder mijn voeten gekregen op familiefeesten.

Enfin, tegen half vijf vertrokken we opnieuw, en Merel en ik hadden zin om de rest van het lokale cacherondje af te werken. Alleen… intussen was het beginnen motregenen. Goh, niet erg, dachten we, ‘t zal wel stoppen. Ja gij… Waren we bij de eerste cache nog relatief droog gebleven, dan was het bij de tweede cache al serieus aan het regenen, en dan vonden we het ook gewoon niet meer leuk. We zijn dan maar naar huis gereden, onze pyjama’s aangetrokken, en gezellig in de zetel gekropen. Ideaal einde van een drukke zondag.

Oh ja, en tussendoor zijn Bart en ik er toch nog in geslaagd om met vereende krachten, zoekwerk en denkwerk de douchecabine toch van het waternet af te sluiten, zodat de rest van het huis weer water heeft. Lang leve afsluitkraantjes op logische plaatsen… *roloog*

Welles – nietes

Dat het aan het beginnen is, het rekenen wie wanneer wel thuis is en wie niet…

Afgelopen week zat Wolf op GWP aan zee, en was hij dus de hele week niet thuis. Ik ben hem vrijdagmiddag gaan ophalen, en eigenlijk moest hij ‘s avonds alweer op scoutsweekend. Hij twijfelde nog, maar heeft uiteindelijk beslist om het toch niet te doen: hij was vreselijk moe, en zijn rug deed echt niet wat zou moeten. Het speet hem uiteraard, maar hij wist dat hij er toch niet veel aan ging hebben. Tsja, dan ben ik wel blij dat hij zichzelf wel goed kan inschatten. Kobe zit echter nu ook bij de jongverkenners, en ging dus wél op weekend, tot vanmiddag.

En Merel, die zat gisteren de hele namiddag in het SMAK voor een verjaardagsfeestje, en ging vanmiddag naar de scouts. Die was dus ook het grootste deel van het weekend afwezig.

IMG_0922

Het was hier gisterenmiddag wel heerlijk rustig, zo met Wolf als rasechte puber op zijn kamer, en Bart en ik gewoon beneden. Mja, ik beweer niet dat ik het erg ga vinden, als ze wat vaker het huis uit zijn. Zo lang ze voorlopig nog maar allemaal naar het nest terugkomen.

Een zomerse zondag, met de verloren zoon

Zondagen, ne mens wordt er niet magerder van. Bart hield er al altijd van om iets extra’s te koken op zondag, maar sinds ons pa hier elke zondag komt eten, is het al helemaal altijd met voorgerecht, hoofdgerecht, dessert en taart. Jawel. Een voorbeeld…

IMG_1375

Mijn pa laat het zich allemaal welgevallen, maar intussen begin ik hem wel in te schakelen voor allerhande taakjes. Zo heeft hij een paar weken geleden krieken ontpit, en vandaag heb ik hem buiten aan tafel kousen zitten doen binnenste buiten keren, en sorteren. Wat hij weliswaar traag, maar grondig deed. Nog een gemak om in huis te hebben :-p

Daarna begonnen de kinderen met Kobes chemiedoos te spelen, en was wat grootouderlijk toezicht ook wel interessant. En toen, toen was er taart natuurlijk.

En ‘s avonds, toen was er Wolf! Jawel!

Toen ik hem maandag bracht, had ik nooit durven denken dat hij tot het einde ging kunnen blijven! Donderdag was de gewenste moment, want dan was de totemisatie afgelopen. Ze hadden speciale opdrachten voor hem voorzien, die hij fysiek wel degelijk moest aankunnen. Raadsels, een brug bouwen, dat soort dingen. En vanaf donderdag stond ik dus klaar om hem eventueel op te halen, maar zijn fantastische leiding hield me nauwgezet op de hoogte: hij sliep goed, deed de meeste dingen mee, en als het niet lukte, ging hij in zijn stoeletje zitten. Ik had mijn idiote campingstoel daar achtergelaten, zo’n ding van 10 euro dat standaard in mijn koffer ligt, en vooral dient voor de rugby. Blijkbaar is het dus goed gebruikt. Enfin, hij is dus wel degelijk tot het einde kunnen blijven, en toen bleek er nog plaats te zijn in de auto van een van de foeriers, Seppe. Ik moest dus gelukkig niet vijf uur in de auto zitten om hem op te halen, hij kon gewoon mee! De bedoeling was dat ze dan wel om kwart over zeven aan het station zouden staan om samen af te sluiten, maar rond zes uur kreeg ik telefoon: dat ze al in Gent waren, en dat het eigenlijk onnozel was om dan nog een uur te staan wachten. Seppe zou hem maar meteen thuis afzetten, dan kon hij zelf ook al even langs huis gaan om gerief uit te laden.

Helemaal mooi dus: kwart over zes stond er hier dus een doodvermoeide Wolf, ietwat humeurig wegens vermoeidheid en pijn, maar verder wel blij om thuis te zijn, met een deftig toilet, een goeie warme douche, propere kleren en een zachte zetel.

En ik, ik was blij dat hij thuis was. Echt veel zorgen had ik me niet gemaakt, omdat ik wist dat hij in goeie handen was, maar toch… Blij dat al mijn kuikens terug onder mijn dak zijn.

Oh, en zijn totem? Slechtvalk. Knap gezien van die leiding.

 

Een ritje naar Neufchâteau, richting kamp

Deze voormiddag hebben we Wolf naar het groot scoutskamp gebracht. Jawel, met zere rug en al.

Ik ben gigantisch vol lof voor zijn leiding: zij kwamen zelf met het voorstel dat hij toch een paar dagen zou proberen meegaan. Het hele kamp, zoals de anderen, dat zou zeker niet lukken: hij kan geen rugzak dragen, en hij kan niet langer dan 20 minuten stappen. Samen met Elvine, een van zijn leiding, overliep ik de kampplanning: de heenreis per trein, vorige donderdag, met dan een stevige tocht van het station tot aan het terrein, was sowieso een no-go. En dan tweedaagse op zaterdag en zondag uiteraard ook niet. Maar vanaf maandag – vandaag dus – blijven ze zowat de hele tijd op het terrein zelf, en is er vooral het totemgedoe, iets waar Wolf enorm naar uitkijkt. We hebben dus afgesproken dat ik vandaag Wolf ging brengen, met een gewone zak, een veldbed in plaats van een slaapmatje, een extra stoel, veel medicatie, en vooral veel goodwill. Echt, ze hebben zelfs speciale totemopdrachten voor hem voorzien, die hij normaal gesproken wel moet aankunnen. En aangezien ze eigenlijk de rest van het kamp op en rond het terrein blijven, kan hij regelmatig gaan liggen als het nodig is. De bedoeling is dat hij zeker tot donderdagvoormiddag blijft, dan is de totem afgelopen. En dan gaan ze ook dag per dag zien of hij het nog uithoudt. Ik sta dus op standby vanaf donderdag, met als deadline zondag, want dan keert iedereen per definitie terug. Aangezien hij de tocht met bagage tot aan de trein niet aankan, moet ik hem toch gaan halen.

Om half tien, kwestie van de spits te vermijden, zaten we in de auto. De echte spits hadden we niet meer, maar we verzeilden wel in allerhande wegwerkzaamheden, zodat de rit van twee uur toch vlotjes drie kwartier langer duurde. Ik zette een glunderende Wolf om kwart over twaalf af op het terrein, waar hij met open armen werd ontvangen door zijn vrienden, en hij meteen al werd meegetroond naar een soortement ligzetel. Yup, ik heb er wel vertrouwen in, ja. De omgeving is in elk geval prachtig.

Ik maakte even gebruik van de superdeluxe hudo – geen sarcasme: bij ons was dat gewoon een gesjorde wigwamconstructie waarbij je op één balk zat, een andere balk had als rugleuning en een derde als voetsteun. Met een tentzeil rond voor de privacy en het toiletpapier in een plastiekzak aan een nageltje. En als het regende, werd zelfs je ondergoed nat. Zij hebben zowaar een hokje mét dak, wc-brillen op de gaten, en een echt wc-gevoel. Waar gaat dat naartoe, zeg? – enfin, de hudo dus, en daarna reden we naar Neufchâteau om er iets te eten.

Waar we vertrokken waren in de gietende regen, en het was blijven regenen tot na Namen, was het intussen gewoon drukkend warm geworden, zodat we zelfs binnen gingen eten. Het was lang wachten, maar de kinderen gedroegen zich voorbeeldig.

We liepen wat verder tot aan het gerechtsgebouw en vonden er een mooie cache.

Toen reden we terug naar Grandvoir voor een cachetocht, de Sanglochons. Eigenlijk is het 8 km wandelen, maar dat zagen we niet zitten. Een groot stuk deden we dus met de auto, die zich toch wel eventjes een 4×4 moet gevoeld hebben. Kan niet missen dat mijn uitlaat los hing :-p

Op een bepaald moment konden we écht niet verder: er lag gewoonweg een riviertje! We parkeerden, namen het smalle voetgangersbrugje, en stapten stevig omhoog voor een wandeling van een dik uur, en drie extra caches. Gelukkig hadden we water mee, want het was intussen echt gewoon heet! Ik had ‘s morgens geen topje aangedaan, maar een relatief dik T-shirt met halflange mouwen, en ik heb gewoon uitgespeeld. Het is niet alsof er nog iemand in die bossen liep, en een mooie Marlies Dekkers lijkt wel een bikinibovenstuk. De wandeling was echt wel mooi…

De laatste twee caches zagen we niet meer zitten: ietsje te ver. We reden dan maar naar Libramont om daar nog een terrasje te doen, maar de streek is blijkbaar echt niet toeristisch: we hebben nog op het allerlaatste nippertje een ijsje gevonden – twee minuten voor sluitingstijd – en hebben dat dan maar op een muurtje opgegeten.

IMG_3358

Tegen kwart voor zeven zaten we in de auto, en reden vlot – geen moment file! – naar huis, zodat we om kwart voor negen thuis stonden.

Zalige dag gehad, en dan nog afgesloten met de laatste nieuwe Game of Thrones.

Yup, duidelijk vakantie!

 

Van hot naar her

Om acht uur stond er vanmorgen al eentje te blinken aan het station:

IMG_3325

Aansluitend reed ik naar de garage om mijn auto daar even te tonen: hij is eergisteren afgekeurd omdat er speling op het linker stuurhuis vooraan zat, en ik heb een afspraak in de garage volgende week, maar ze vroegen of ik eerst niet even langs kon komen, zodat ze zeker de juiste stukken in huis hadden. Nog een chance: blijkbaar zat mijn uitlaat maar met één vijs meer vast, en kon hij er elk moment afdonderden. Ze hebben die dan maar meteen deftig vastgezet. Ik heb dan nog een geocache opgepikt, en ben dan naar huis gereden. Boodschappen hoefde ik gelukkig niet meer te doen: er was nog meer dan genoeg eten over van gisteren.

En toen laadde ik zowel Wolf als Merel in de auto, en reed ik door de regen richting solden in Oostakker: Wolf heeft dringend nieuwe T-shirts nodig. Het joch is zodanig gegroeid, dat ze allemaal te kort geworden zijn. En het heeft geen zicht, zo’n gast van 13 met een blote navel…

Enfin, wij eerst de C&A binnen, en daar vond hij meteen drie T-shirts die hem aanstonden, een nieuwe bermuda en een nieuwe gilet. Merel vond er een ‘wrijfT-shirt’ en een felroze gilet  die ze ook nodig had. En dacht je dat daar ook maar één stuk van in de solden was? Uiteraard niet. Maar ik heb in totaal voor 7 stuks 65 euro betaald, mij hoor je niet klagen.

‘t Was dus nogal de moeite dat ik tot daar was gereden, ik had evengoed naar de Wondelgemstraat kunnen rijden, dat was een pak dichter geweest. Nu ja…

Tegen dan was het weer tijd dat Wolf ging liggen, dus reed ik maar opnieuw huiswaarts. ‘t Is toch nog echt niet in orde met hem, al kan hij met die nieuwe medicatie wel wat meer. Maar ik hoop vooral dat de kinesie begint aan te slaan.

Arme jongen…