Bang hartje

Vannacht vertrekken we dus naar Rhodos, voor wie het nog niet door had. En ik geef het eerlijk toe: het is met een bang hartje. Omwille van de rug dus.

Gisteren ben ik begonnen met effectief de valiezen te vullen, beetje bij beetje, zoals ik al schreef. Bart had ze op Wolfs bed gelegd, zodat ik me niet hoefde te bukken. Dat gaat namelijk nog steeds bijna niet. De rug is dus absoluut niet wat hij moet zijn, al loop ik wel al sinds maandag zonder stok rond. Ik lig nog heel veel, al was het maar om het vertrek naar Rhodos niet in het gedrang te brengen.

Vandaag heb ik alle laatste spullen in de valiezen gestoken, en ik denk dat we zo goed als alles mee hebben. Bart is Wolf gaan ophalen na de middag – hij mag maximum 13 nachten na elkaar afwezig zijn van het Zeepreventorium, vandaar – en ik heb nog twee machines was gedraaid, opgehangen, gedroogd en opgevouwen. En ja, ik voel de rug serieus…

Ik heb er een absoluut goed gevoel bij om in Rhodos te zijn: liggen, lezen, rusten, niksen… Maar die reis ernaar toe? Geen idee hoe dat gaat verlopen, om eerlijk te zijn. Ik ben al sinds vorige week donderdagavond niet meer buitenshuis geweest. Hell, ik heb zelfs in meer dan een week geen schoenen gedragen!

Maar bon, ik hou u op de hoogte. En ik neem mijn wandelstok mee.

Don’t jinx it…

Ik durf het hier bijna niet te schrijven, maar er is wel degelijk verbetering in de rug. Waar ik gisteren moeite had om recht te staan en vijf stappen te strompelen – dixit mijn vader: “Zo heb ik u nog nooit gezien!” Waarop de kinderen: “Jawel, toen ze net uit het ziekenhuis kwam” – kan ik vandaag rondlopen zonder stok. Ik heb me probleemloos gedoucht, alleen mijn voeten durf ik nog niet wassen, die hebben het met een grondige spoeling moeten doen.

Ik heb plechtig op mijn communiezieltje moeten beloven dat ik me ongelofelijk koest ging houden, en ik heb me dan ook vanavond quasi uitsluitend beperkt tot de zetel. Ik begin me serieus te vervelen – mijn blog is eindelijk bijgewerkt – maar op den duur steekt dat liggen ook tegen, zeker als het rondlopen begint te lukken.

Goh, we zien wel. Ik hou me inderdaad heel erg braaf, in de hoop dat we zondagnacht dus effectief naar Rhodos kunnen vertrekken. Gisteren had Bart namelijk nog half al wanhopend geopperd dat we het moesten cancellen: het zag er echt niet naar uit dat ik zelfs maar 10 minuten in de auto zou kunnen overleven.

We leven dus in hoop.

Aiaiai…

Man oh man, ik dacht dat het zou verbeteren, maar het wordt precies alleen maar erger 🙁
Ook al lig ik al twee dagen bijna continu in de zetel, de rug wordt er niet beter op, wel integendeel…

Ik sleep me voort, heb schrik voor elke beweging, strompel van de zetel naar de tafel om mijn eten binnen te schrokken en zo rap mogelijk weer te gaan liggen, terwijl ik zwaar op mijn stok steun.

Neem ik pijnstillers? Nee, want ook daar ben ik bang voor. Als ik lig, ben ik relatief pijnvrij, dus dat valt mee. Ik heb alleen schrik dat ik me ga forceren, als ik pijnstillers neem, en het dus nog erger maak.

En wat is de oorzaak? Ik durf het echt niet zeggen: ik loop scheef, wat wijst op een opstoot van de hernia’s. Ik hoop zo hard dat het dat (maar) is, want dat gaat normaal gezien over na een paar dagen. Aan de andere kant voel ik ook mijn heupen, en dat wijst dan weer op de listhese.

Hetgeen waar ik enorm bang voor ben, is dat het niet gaat overgaan op een paar dagen, en dat onze reis naar Rhodos in het water valt. Ik heb wel al gezegd tegen Bart dat hij dan maar met de kinderen moet gaan, maar dat gaat hij niet willen 🙁 Ik voel me daar nu zo schuldig over he… Maar zoals het nu is, kan ik zelfs niet in de auto zitten…

Blah.

Blah blah blah!

Lap…

Jawel, het is weer van dat, en ik vrees echt het ergste. Vannacht deed het op een bepaald moment zoveel pijn dat ik dacht dat we vandaag toch weer richting ziekenhuis zouden moeten gaan. Alleen… daar kunnen ze eigenlijk ook niet veel doen. De vorige keer hebben ze me zware pijnstilling gegeven, heel veel laten rusten, en dan voorzichtig weer in beweging gebracht. Niks minder, maar vooral ook niks meer dan dat.

Ik ben dan maar heel voorzichtig naar beneden gegaan, ben er nog in geslaagd me te douchen, met veel moeite, en heb dan gewoon in de zetel gelegen. Qua eten hebben we overschotjes gegeten, Merel en ik, er was gelukkig wel voldoende. En dan liet Wolf weten dat hij vandaag al mocht opgehaald worden, ik had dat verkeerd genoteerd, ik dacht dat het morgen was.
Bart had een vergadering om één uur, wist niet echt hoe lang die zou duren, maar wilde Wolf daarna wel ophalen. Neenee, had die gezegd, ik kom wel met de trein. Bart is hem dan maar van ‘t station gaan halen, want zelfs dat zou voor mij te veel geweest zijn, denk ik. Hoewel, met enig doorzettingsvermogen kom je ook ver natuurlijk.

Het vervelendste vind ik mijn koor: er is namelijk vanavond én morgenavond nog een optreden van Djiezes, maar dat zal zonder mij zijn: ik kan met moeite rechtop staan momenteel. Blah. Blah blah blah.

Het enige wat mijn dag nog een klein beetje goed maakte, was het feit dat Annick gezellig kwam koffiedrinken. Ik had dat eerst nog wat afgehouden met het gedacht dat ik dus met Merel naar de GF kon gaan, maar niet dus. Gelukkig vond ook Merel dat niet zo erg: we zaten blijkbaar in B&B/koffiehuis De Gele Kat, waar een vrolijke jongedame met gele kattenoortjes, een gele blocknote en een gele stylo onze bestelling kwam opnemen en die dan ook netjes uitvoerde. Compleet met melkschuim, koekjes en een rekening.

Oh, en een tweede positieve noot: het heeft geregend vandaag! Nu ja, regen, het heeft toch een half uurtje gedruppeld, in die mate dat op een bepaald moment gans ons terras toch nat lag. Het droogde wel heel snel op, dat ook, maar toch: er was vocht, en die typische geur van regen op een zomerse dag na een periode van droogte. Petrichor, heet die geur, en dat wil blijkbaar zeggen: “het bloed van de goden op de stenen”. Poëtisch, die Grieken.

Nee nee nee nee nee!

Nope, geen Gentse Feesten met Merel vandaag 🙁

Mijn rug is het namelijk weer aan het begeven. Ik ben opgestaan met een stevige zeurderige pijn, in die mate dat ik mijn stok weer heb bovengehaald, de hele dag in de zetel heb gelegen, en tegen vier uur toch nog naar de kinesist heb gebeld. Gelukkig zag Kirsty er geen graten in om me nog om half negen te laten komen, en ze bevestigde dat ik inderdaad niet helemaal recht meer stond. Na een stevige behandeling – en een fijne babbel – is het wel wat beter, maar helaas niet in orde. Goh, ik hoop zo hard dat het niet erger wordt…

Helaas was het ook net vandaag dat ik met Bart naar de Gentse Feesten ging gaan, ‘s avonds dan wel te verstaan. Ze gaan met de ganse ploeg van Wijs naar Polé Polé met VIPtickets, Dirk trakteert. Helaas… Ik kan amper deftig recht staan, laat staan dat ik met de fiets in het centrum geraak en dan de rest van de avond moet staan en dansen.

Blah blah blah.

Morgen beter, zeker? Op hoop van zegen…

In de watten

Gisteren was Bart nog thuis komen koken voor hem en mij, vandaag stond hij al om kwart over acht patatten te schillen en worst te bakken: hij kon er niet zijn over de middag, maar wilde wel dat wij eten hadden. Ik zei nog dat we gerust pizza konden bestellen, dat de kinderen daar zelfs vragende partij voor waren, maar nee, hij wilde perse zelf koken tussen zijn razend drukke agenda door. Ik vermoed dat hij zich een beetje schuldig voelt omdat hij vannacht in Brussel blijft slapen, maar da’s nergens voor nodig. Samen met de kinderen red ik me best: er is al brood voor vanavond, en de kinderen zijn nu ook niet meer klein he.

Alleen Kobes muziekles is niet gelukt: ik kan niet met de auto rijden, en hij heeft dus geen vervoer. Het is op zich misschien niet ver naar Evergem, maar er zit een razend druk, levensgevaarlijk kruispunt tussen met de R4, en dus kan ik hem niet met de fiets laten gaan. En de tram? Dat zou op zich wel kunnen, maar dat heeft hij nog nooit gedaan, en dus is hij vreselijk onzeker. Ach, van één keertje zijn les te missen gaat hij niet dood. En volgende week hoop ik van zelf te kunnen rijden.

Ik ben trouwens van de pijn al drie kilo kwijt, en het is niet dat ik niet eet: Bart legt me in de watten, er is voortdurend chocolade, en Gwen en Erik hadden zondag ook nog keischattige Halloweenchocolade mee. Al moet ik toegeven dat die voor het grootste deel in twee jongensmonden is verdwenen. Nog een chance dat Merel geen chocolade lust :-p

IMG_0493

En verder? Mja, het gaat met kleine, kleine stapjes vooruit. Stappen lukt zeer behoorlijk, ik gebruik mijn stok minder en minder, en liggen en slapen is pijnvrij, maar zitten is nog echt moeilijk. Ik eet op tien minuten, en ga dan prompt weer liggen. Daarstraks ben ik, mét stok, naar de apotheker gewandeld. Enfin, geschuifeld, de volle 130 meter (volgens Google). IK heb ginder even gerust, en ben dan teruggeschuifeld. Ik was stikkapot, ben daarna minstens een uur blijven liggen, maar eigenlijk was ik best trots op mezelf.

Ik heb me daarna ook buiten geïnstalleerd, lekker in het nog steeds warme weer.

IMG_0502

Zucht.

Een goeie rug, ‘t is een gerief, geloof me.

 

Krak

Dat was het geluid van mijn rug ergens deze voormiddag. Zucht.

Ik had al ontbeten, maar liep nog in mijn slaapkleren rond, want op maandag moet ik niet lesgeven. Kobe en Merel waren ook thuis, want die hadden een pedagogische studiedag. We gingen er een rustige voormiddag van maken, en dan in de namiddag zwemmen in de Rozenbroeken. We zagen het al helemaal zitten!

Niet dus.

Want toen ik een foto wilde maken van de zeer enthousiaste pompoenplant buiten, zei mijn rug krak. Ik heb me laten vallen, en ben eventjes, versuft van de pijn, blijven liggen. Aan Merel heb ik gevraagd de verandadeur weer dicht te doen, ja. Uiteindelijk ben ik rechtgekrabbeld met behulp van mijn stok, en heb me in de zetel gelegd.

Na een dik uur rusten dacht ik: ik moet op zijn minst kunnen douchen en kleren aan doen. Ja toch? Wel, ik stond nog niet goed en wel onder het water, of het schoot er terug in. Maar in zo’n kleine douchecabine heb je de plaats niet om je te laten vallen, dus schoof ik de deur open en liet me dan maar vallen. Ha ja, de enige manier om die pijn ietwat draaglijk te maken, is de druk van mijn rug wegnemen, en dus te gaan liggen. Toen lag ik dus half in en half uit mijn douche, kletsnat, terwijl het water stroomde en ik geen kant uitkon. Enfin, na tien minuten was de pijn voldoende weggeëbd om opnieuw een poging te ondernemen. Ik ben in sneltempo gedoucht geraakt, heb me leggen opdrogen op een handdoek op Wolfs bed, en zag vooral dat het niet oké was. Echt niet.

Ik weet niet wat het is, maar deze pijn is precies niet hetzelfde als de vorige keren. Toen zat het hoger, nu is het precies alsof mijn heupen blokkeren of zo.

Ik heb dan maar de kinesiste gebeld, en ik mocht gaan om half twee, oef. Het deed deugd, maar echt helpen deed het precies niet. Zucht. Ik heb zelfs al de school verwittigd dat lesgeven morgen niet gaat lukken, want ik heb er geen goed oog in.

En gisteren had ik tickets gekocht om vandaag met Bart naar Blade Runner 2049 te gaan kijken. Niet dus. Ik heb nog getwijfeld, hoor, maar de autorit alleen al zou er te veel aan geweest zijn, laat staan dat ik ginder kon zitten.

Ugh. Niet leuk. Echt, echt niet leuk. Hopelijk snel beter.

Hoe is het nu nog met Wolf?

Die vraag krijg ik regelmatig, en dus geef ik er hier nog maar eens een antwoord op.

Wel, wisselend, maar niet meer zo slecht als in het begin van september. Als in: hij heeft het matrasje dat op school ligt, intussen twee keer gebruikt, niet vaker.

Vervelend is dat hij afhankelijk is van mij of Bart om naar en van ‘t school te geraken: fietsen lukt niet. Hij heeft het geprobeerd, maar vooral het terugkeren was er te zwaar aan, na een ganse dag les. En dus brengt Bart hem ‘s morgens of rijdt hij met mij mee, en haal ik hem om half vier af. Alleen… Op dinsdag heb ik les tot kwart over vier, en dus moet hij nog een extra lesuur wachten. Idem voor de woensdagmiddag: ik heb les tot vijf voor één.
En ja, ik geef het toe: op maandag- en donderdagnamiddag heb ik geen les, en als ik dan iets doe, moet ik er rekening mee houden dat ik al om half vier aan school moet staan. Lastig.

We gaan kijken of hij niet eventueel met Barts elektrische fiets kan gaan, en ik denk er sterk over om zelf ook een elektrische fiets te kopen. In Kopenhagen heb ik me daar ongelofelijk mee geamuseerd, en ook in het terugkeren van Ode Gand. Ik ben er zeker van dat ik dan ook vaker met de fiets naar school zal gaan: nu zie ik me erop omdat ik dan helemaal zweterig toekom wegens de brug op het einde. Maar vooral: dan kan Wolf voorlopig met mijn fiets gaan, is hij opnieuw zelfstandig, en kan hij ook napraten met zijn vrienden na school. Dat mist hij erg, merk ik.

Zondag is hij wel naar de startdag van de scouts gegaan, en dat was niet de meest goeie zet voor zijn rug, maar hij heeft er immens van genoten. Hij heeft het dan wel maandag en dinsdag enorm moeten bekopen: de pijn was dubbel. Maar hij had het ervoor over, zei hij: kunnen doen als een gewone dertienjarige en onnozel doen met zijn vrienden… Ik gunde het hem, maar de volgende scoutsvergaderingen zal hij kalmer aan moeten doen, want het mag niet zo’n intense weerslag hebben op al de rest.

Een echte verbetering is er voorlopig dus niet, maar het is lang niet meer zo erg als in het begin van september.

Geduld, zei de specialiste, geduld.

Meh.

Vervolg van Wolfs rugsaga

Bon, na anderhalve maand wachten mochten we vandaag om 8.00 u eindelijk naar de scanner. Wolfs rug werd grondig gescand, de resultaten zijn voor later. Daarna kreeg hij een echografie van de nieren, omdat de dokter daar toch ook niet helemaal gerust op was. Maar bon, aan zijn nieren was totaal niks te zien, die zagen er volledig uit zoals gezonde nieren eruit horen te zien, blijkbaar.

Allez, ‘t is toch dat.

Nu nog drie weken wachten voor we weer bij de fysicotherapeut mogen. Ik snap dat dus niet, he. Een kind van 13 heeft voortdurend pijn, kan daardoor niet goed slapen, zich niet concentreren, niet sporten, niet wandelen… En dat is blijkbaar allemaal normaal en absoluut niet dringend. Het sleept nu al aan sinds eind januari. Serieus.

Fijne welvaartstaat, bij momenten.