Boodschapjes

“Mama? Mag Manou vandaag naar hier komen?”
“Tuurlijk, Wolf, maar dan gaat ze wel mee moeten om schoenen en om nieuwe identiteitskaarten. Als ze dat niet erg vindt…”
“Nee hoor!”

En dus zette ik vier kinderen – allez ja, Manou is 15 – in de auto, reden we naar Mariakerke, lieten pasfoto’s maken, haalden een nieuwe geocache om zo aan Manou te tonen wat dat was, stelden vast dat het te laat was om nog in het dienstencentrum te geraken, en reden dan maar naar de Brantano om sportschoenen voor Wolf – hij heeft die nodig aan zee – en deftige schoenen voor Kobe voor zijn lentefeest. Die laatste waren nog niet binnen en zijn besteld, en van die eerste ben ik niet zeker of ze wel goed gaan zijn. Bon, Wolf kan ze meenemen en we kunnen vragen of het dit type is dat ze bedoelen, daar in de kine van het Zeepreventorium.

En daarna, toen was er tijd voor vieruurtjes en lekker hangen in de zon.

Meer moet dat in de vakantie soms gewoon ook niet zijn.  Die nieuwe identiteitskaarten zullen dan wel voor morgen zijn.

Park Claeys-Bouüaert

Zoals ik al eerder zei, heb ik nogal wat gaten in mijn rooster. Als dat drie uur na elkaar is, is het de moeite om naar huis te gaan. Maar, zoals twee keer per week, als dat maar twee uur is, dan is dat bijna de moeite niet: tegen dat ik weg ben en thuis ben, is het half elf. Ik moet om twaalf uur terug zijn, dus kwart voor twaalf vertrekken. Tsja… Zoals Chantal (mijn kuisvrouw) zei: de nafta kost ook geld.

Vandaag heb ik dan eerst maar wat administratie geregeld, kopies genomen, en toen was er nog tijd over en was het een heerlijke herfstdag. Als je er dan bijneemt dat er ook nog een cache moest gehaald worden, was het rap geregeld: er lag er namelijk nog eentje in het bos/park naast de school, een multi met drie tussenpunten. De opgave had ik al een tijd eerder genoteerd in mijn cacheboek, moeilijk was het dus niet. Ik trok mijn rubberlaarzen aan – niet strikt noodzakelijk, maar wel zó leuk om door het natte lange gras te banjeren – ging nummers op postbussen noteren, zocht een inscriptie in een boom – alweer – , schreef het nummer van de groendienst op, en kwam zo uit aan het veld waarop onze zesdejaars aan het voetballen en baseballen waren. En ik, ik had er alweer een heerlijke, zij het korte boswandeling bij.