Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ‘t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ‘s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.

Kobetijd

Merel is gisteren op kamp vertrokken, vijf daagjes, tot en met zondagmiddag. Zij zag het compleet zitten, tot bij het vertrek aan het station Lieze begon te huilen, en toen deed ze gewoon maar mee. Lang leve Diederik die hen allemaal opnieuw deed lachen. Zalige leiding!

Het resultaat is natuurlijk dat, doordat Wolf in De Haan zit, Kobe eventjes enig kind is. De bedoeling is dat we in die daagjes zeker eens tot aan het atheneum fietsen, en ook eens tot in ‘t stad fietsen. Kobe moet gewoon meer fietservaring krijgen, als hij in september met de fiets naar school wil gaan. Hij weet dat vooral ook zelf, en ziet dat helemaal zitten.

Ik zag echter vandaag dat iemand een ganse hoop legergerief weg deed via Gift Gent, en ik zag dat al helemaal zitten voor kamp en scouts en larp en al. Alleen was het te veel voor de fiets, en dus namen Kobe en ik maar de auto. We zaten bijna aan de Palingshuizen, en vandaar dus maar een stap naar de Bel&Bo via de Atita. Ik had een bon van 75 euro, vond niks in de solden, maar wel een heel leuk bloesje in zwartwit. Goed gereden! De Brantano had niks voor ons, maar Kobe wilde eigenlijk vooral naar de Action om nieuw slijmgerief. In de Atita hadden we al van die piepschuim bolletjes gevonden voor bollekesslijm, en hij was helemaal in zijn nopjes!
Thuis moest er dan uiteraard meteen slijm gemaakt worden, ha ja. En blinken dat hij deed!

Vandaag namen we dan maar de fiets naar Mariakerke. In het doorgaan reden we langs de Botestraat en de omleiding door de werken, in het terugkeren namen we het nieuwe fietspad door de Lange Velden, en we zagen dat het goed was. Als in: heel rustig en aangenaam om te rijden ^^

Hij is al iets zekerder nu, maar we gaan die route nog wel een paar keer rijden, mijn zoon en ik. En wellicht ook wel samen naar school, dat ook.

Proclamatie, die van Kobe, welteverstaan.

Die laatste schooldagen, die zitten altijd propvol gestampt. Het is dan ook altijd een geplan en geregel, kwestie van zelf overal op tijd te zijn, de kinderen intussen ook van eten te voorzien, en zorgen dat het allemaal op rolletjes loopt.

Vandaag moest ik op school zijn van 8.30 uur tot 12.00 uur, officieel. Ik heb rapporten uitgedeeld, examens laten inkijken, en dingen op orde gestoken.
En toen was er repetitie met de zesdes die spelen op de proclamatie, en was het dik twee uur tegen dat ik thuis was.
Ik geef het toe, ik heb een klein tukje gedaan. Tegen half vier waren de kinderen thuis, en tegen half vijf was ik weer op school, voor het oudercontact. Met de fiets, welbewust, want om kwart voor zeven – eigenlijk liep het tot half acht, maar ik had toestemming gekregen van de directie – ben ik te vierklauwens op mijn fiets gesprongen en naar Wondelgem gepeddeld, want om zeven uur begon Kobes proclamatie. Ik was net op tijd ^^

Hij speelde fagot, danste mee de Fortnight dansjes, en glunderde. Het is welletjes geweest voor hem, hij heeft het daar al meer dan een jaar gezien, maar hield dapper vol. Het is niet alsof hij niks wil leren, wel integendeel, maar het gaat hem allemaal veel te traag. Daarbij was hij nog maar eens al zijn vriendjes kwijtgespeeld doordat die allemaal in een andere klas zaten, jammer genoeg. Pas op, hij komt met iedereen overeen hoor, dat wel, maar da’s nog iets anders dan echte vriendschap.

Hij kijkt er dus ongelofelijk naar uit om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen. Nieuwe vakken, nieuwe leraars, nieuwe school, nieuwe vrienden. Nieuwe teleurstellingen wellicht ook, maar bon, die nemen we er dan gewoon bij en lossen we wel op naargelang ze zich aandienen.

Mijn Kobe. Mijn speciaalste van de drie, maar ik zie hem ongelofelijk graag!

Zangexamen en gipsvoetjes

Wat hebben die twee met elkaar te maken? Wel, nog redelijk wat, eigenlijk feitelijk.

Vorige week, toen ik klaar was met lesgeven, zag ik beneden plots een aangeslagen Sofie zitten: ze was omver gereden met haar fiets aan de Heuvelpoort. Een van de andere directeurs had haar naar onze school gebracht, omdat de fietsenmaker hier in de buurt is, en Sepp haar hier makkelijker kan ophalen. Maar haar rechter enkel stond serieus dik, en dus reden ze naar de spoed. Verdict: een stevige verstuiking, dus een goed verband, krukken, en voorzichtig stappen.

Gisteren contacteerde ze me weer: ze was op controle geweest, en blijkbaar zit het gewricht verschoven, en wordt het dus toch een echte gips. Yay… Alleen zijn ze heel haar straat aan het openleggen, als in: riolen herleggen, en dus totale onbereikbaarheid wegens afgegraven tot een goeie meter diep, en dus zand en stof overal. Geraak daar maar eens door met een gips en op krukken. Ik ben haar deze voormiddag op haar vraag mijn orthopedische laars gaan brengen, aka. afneembare plaaster. Ik vond dat al bizar, als ze al in de plaaster zat, maar bon. Bleek zij het mis op te hebben: ze dacht dat het een loopvoetje was. Ha nee, laars is laars, toch? Maar nen ezel verslijt eerst aan zijn poten, en ik ben duidelijk nen ezel, want ja, zo’n loopding voor onder een plaaster heb ik ook liggen.

Deze middag zijn Merel en ik eerst een doodzenuwachtige Kobe gaan afzetten in Evergem voor zijn muziekschoolexamens, en zijn dan meteen doorgereden naar Lovendegem: we waren toch al halverwege. Daar hebben we ons een weg gebaand door de zandhopen – ik had Merel speciaal gesloten schoenen doen aandoen, en terecht – tot bij Sofie, die hier heel blij mee was: zo kon ze tenminste een beetje uit de voeten.

Een dik uur later stonden we weer bij een opgeluchte Kobe: op theorie en dictee zal hij vrijwel maximum hebben, zei hij, en zijn zang was al bij al nog niet helemaal slecht, denkt hij. Ach ja, we zien wel.

Toonmoment en bijhorend stadsgeloop

Kobe had vandaag voor fagot een toonmoment in ‘t stad: niet in de Drabstraat, zoals de vorige keer, ook niet in de Poel zelf, maar wel op de hoek van de Ramen, in het foyer van een serviceflatgebouw. Wijs hoor!
Hij moest er een uurtje op voorhand zijn om nog even door te spelen, en intussen dronken Merel en ik een koffie op het terras van – waar anders? – de Labath er schuin tegenover. Toen Kobe moest spelen, kwam hij ons halen, en namen we onze drankjes gewoon mee.

Na zijn optredentje  brachten we de fagot opnieuw naar de auto – dat ding is loodzwaar! – en gingen een ijsje halen. Ha ja, tradities zijn er om in ere te houden.

Het was er ook ideaal weer voor, om, gezeten op het muurtje van de Graslei onder de grote paraplu die dienst deed als parasol, te genieten van zo’n ijsje.

Geef toe?

Van fagotten en caches

Kobe en ik waren al halverwege Evergem, op weg naar zijn fagotles, toen ik een berichtje binnenkreeg van zijn lerares met het juiste lokaalnummer. Ik liet Kobe terug-sms’en waar dat dan precies was, en dat bleek in de Drabstraat te zijn. Ugh, juist ja, hij had voor een keer geen les om vier uur in Evergem, maar om twintig voor vijf in Gent centrum, zodat hij kon oefenen met piano voor zijn toonmoment volgende week. Alleen…

Merel was net vandaag op schoolreis, en ging thuiskomen om half vijf. Dat zou normaal gezien netjes uitgekomen zijn met die fagotles: Kobe brengen, Merel ophalen, Kobe terug ophalen, en dat was dat. Niet dus.

We reden dan maar eventjes naar huis, lieten Renate weten dat we iets later gingen zijn, en gingen wachten aan de schoolpoort. Daar werd gemeld dat de bus in de file stond, en dat die dus ook later gingen zijn. Hmm, daar ging de toch al geforceerde timing. Geen nood, zei Els, de mama van Lieze: ik zal haar wel meepakken naar huis, kom haar dan straks bij ons ophalen. Deus ex machina, jawel, en Kobe en ik sprongen in de auto en reden naar ‘t stad. Daar vonden we nog niet meteen het lokaal aangezien we in de gebouwen van de Poel stonden en wat verderop in de Drabstraat moesten zijn, maar bon: hij was er uiteindelijk en kon oefenen, terwijl ik een koffie ging drinken in de Labath. Oef.

Daarna dronk ook Kobe nog rustig een chocomelk, en reden we samen naar de Coupure om er een cache in orde te zetten.

Voor de rugby was het inmiddels te laat, en eigenlijk vonden we dat niet erg, want Wolf was intussen thuis, en dat deed extra veel deugd.