eKarten

Ga mee karten, zeiden ze, dat gaat wijs zijn, zeiden ze. Ja, wel wijs, maar ge wordt er ook zo misselijk als nen hond van, zo blijkt. Ugh…

Kobes verjaardagsfeestje was namelijk nog niet afgelopen. Om acht uur zaten ze hier voor een groooote doos koffiekoeken die Bart speciaal gaan halen was, want om negen uur moesten er twee stuks (kinderen, niet de koffiekoeken) in de mis zitten ter voorbereiding van hun plechtige communie. Tsja… Tiago’s mama was hen komen ophalen, en bracht hem daarna terug. Rhune zat helaas met zijn hand in de plaaster, die kon dus niet mee gaan ekarten. Yup, elektrisch karten: sneller, veel stiller, en vooral zonder uitlaatgassen: dik in orde!

Bart had zes plaatsen voorzien: Kobe, Tiago en Nathan, Wolf, hijzelf, en Merel. Voor mij hoefde het zo niet, met mijn rug en al. Ook ons pa was mee, maar die keek gelukkig ook alleen maar toe.

Merel begon eraan met een klein hartje, en dat beterde precies ook niet: het stuur was veel te hard, en na bijna een rondje begon ze te huilen… We lieten haar dan ook naar de pits komen, waar ik haar uit de auto viste, en troostte.

Intussen raceten de anderen vrolijk door, en ze genoten duidelijk!

Merel installeerde zich in de pauze bij opa, we dronken iets, en gingen na een goed kwartier een tweede rondje racen. Aangezien Merels beurt nu toch betaald was, nam ik die dan maar over. Man, zo geestig zeg! Ik ben als een zot beginnen rondscheuren op dat circuit, grandioos voorbijgestoken door Bart en Wolf, slippend in de bochten, enfin, het betere werk. Alleen sloeg ik af en toe in de knoop: zo’n kart trekt wat baangevoel betreft wel op een motor, en met je rechtervoet rem je op de motor, terwijl dat hier je gaspedaal is. Een paar keer willen bijremmen en extra gas gegeven, waarop je dan je rem toeklopt en dwars op de baan staat, dat is het toch niet. Tsja.

Maar… in het voorlaatste rondje begon ik plots misselijk te worden, en het laatste rondje was er gewoon te veel aan. Ik ben uitstapt, zo wit als een lijk, en zo misselijk als een hond. Bart is nog met ons pa en de kinderen iets gaan eten, ik ben naar huis gereden – we waren gelukkig met twee auto’s – heb thuis meteen overgegeven, en heb dan een uurtje geslapen.

Nope, ik denk niet dat karten nog iets voor mij is, als ik er zo slecht van word. Maar wel wreed amusant, jammer genoeg.

Goed gevulde dag

Yup, het was me het dagje wel, ja. Om tien uur zat ik al in de auto, op weg naar Oostende. De man van een van onze koorleden was overleden en werd er vandaag begraven. Aangezien ik toch om twee uur in De Haan moest zijn, kon ik evengoed naar de begrafenis gaan, toch?

Ik had gedacht om er om twaalf uur weer buiten te zijn, snel een croque of zo te eten, en nog wat te cachen. Alleen, de dienst duurde net iets langer, en ik was uiteraard ook niet de enige van ons koor. We zijn dan samen iets gaan eten, en dat duurde ook allemaal wat langer, zodat ik na het eten eigenlijk snel weggevlucht ben om pas tegen kwart over twee bij Wolf te staan. Tsja…

Ik had hem gemist, mijn grote zoon, en het deed deugd om samen in de auto te zitten en te praten, dat uurtje onderweg naar huis.

Thuis bleek dat ook de andere twee hem intens hadden gemist: op een bepaald moment had Wolf zich in de zetel gezet, en binnen de paar seconden zaten de andere twee elk in een arm genesteld, en waren ze zelfs allebei zachtjes aan het huilen omdat ze zo blij waren dat hij terug was. Ach, het zal wel wennen, maar ik ga toch ook blij zijn als hij weer definitief thuis zal zijn, mijn maatje.

Tegen zes uur kwamen hier dan drie tienjarigen toe: Kobe kreeg ein-de-lijk zijn verjaardagsfeestje. Van juli 2016 én juli 2017, jawel. Om een of andere reden was het er nooit van gekomen dat te organiseren, en het is niet alsof hij er zo veel achter zat… Enfin, Rhune, Tiago en Nathan amuseerden zich eerst nog wat in de tuin met het boogschieten en dergelijke, en daarna waren er – traditiegetrouw – croques monsieur.

Daarna ben ik er vanonder gemuisd, terwijl Bart de jongens boven installeerde voor een FortNite avondje. Ze hebben ervan genoten, heb ik de indruk.

Zelf reed ik naar Destelbergen, want daar was de boekvoorstelling van Ganda 3: Triskelion. Dat is het derde boek van Dirk Willaert waar ik een paar maanden aan een stuk aan zitten verbeteren heb, maar daarover zal ik later nog wel eens schrijven. In een kleine kunstgalerij was een hoop volk verzameld, deed Dirk uiteraard zijn uitleg, las ik een stuk voor, las iemand anders nog een stuk voor, pleegde de dorpsdichter van Destelbergen een gedicht over de inhoud van het boek, en was het al bij al dik in orde.

Zo rond tien uur was ik weer thuis na nog een paar schemercaches, nog op tijd om de jongens boven te zien spelen. Tegen half elf besloten ze zelf dat het welletjes was en kropen ze in bed, met zijn vieren in de twee tweepersoonsbedden op Wolfs kamer. Toen ik om half twaalf ging slapen, heb ik ze tot slapen aangemaand. Helaas…

Om half vier ben ik dan nog maar eens opgestaan en heb drie gsms afgepakt, terwijl Kobe netjes lag te snurken, jawel.

 

Fietscapriolen

Merel kan nog steeds niet echt goed fietsen: we moeten duidelijk nog veel oefenen.

Maar ook Kobe mag nog een hoop oefenen, heb ik vandaag vastgesteld. Technisch gezien kan hij uiteraard wél fietsen en zelfs stevig onnozel doen op zijn fiets. Maar het verkeer lezen, nee, daarvoor is hij niet genoeg gefocust, zo blijkt. Vrijdag heeft hij een eerste fietsproef op school, en binnen een drietal weken is er dan een fietsexamen. Zoals het er nu voorstaat, is hij gebuisd voor dat examen, daar ben ik redelijk zeker van: hij denkt gewoon niet genoeg na, rijdt nog overal tegen, dat soort onzin.

Vandaag ging ik dus met hem de fiets op: dwars door Wondelgem, naar de C&A om een bestelling op te halen. Een goeie negen kilometer in totaal door bebouwde kom. Merel zat bij mij achterop op de elektrische fiets – met haar durf ik écht nog niet de straat op – en Kobe fietste voor me uit, zodat ik hem richtlijnen kon geven en in de gaten houden.
Hij doet dat niet slecht, zeker niet, maar er zijn toch momenten waarop ik naar hem zat te brullen: te vroeg stoppen, te laat stoppen, oversteken zonder echt uit zijn doppen te kijken, dat soort dingen.
Ik weet nu al dat ik veel vaker met hem ga fietsen: volgend schooljaar moet hij per slot van rekening zelf naar school fietsen. Gelukkig hoeft hij daar geen enkele grote baan over te steken en is er voortdurend fietspad, maar toch.

Al een chance dat ik tegenwoordig zo dol ben op fietsen!

Voormiddagje Doornik

Kobe moest deze voormiddag rugby spelen in Doornik. Nu is – door het goede weer? – mijn rug echt wel aan het meewerken deze week, en ik zag het dus zitten om naar daar te rijden – ze hadden nog vervoer nodig – en dan met Merel in de stad zelf te gaan rondlopen. Van de vorige keer herinnerde ik me dat Doornik een hele grote markt had, waar dan ook nog eens op zaterdag een grote markt op gehouden werd.
Merel en ik vertrokken dan ook, nadat we Kobe hadden afgezet, met verschillende missies:
1. geocachen
2. op de markt rondlopen
3. zoeken naar rode sandalen
4. samen iets drinken op een terrasje

Dat eerste ging heel vlot: we vonden maar liefst vijf stuks in het centrum, waarvan een letterbox/hybrid, een type geocache dat we nog niet hadden. Daarbij vind je ergens een briefje, dat je dan ergens anders kan inwisselen voor een log en een stempel. We liepen door parkjes, zagen standbeelden, bekeken torens, en zagen dat het goed was.

We liepen over de markt, keken rond, en dronken iets.

En dan sloten we af met die wel heel speciale cache: het Belfort. We meldden ons beneden aan aan de kassa/balie, spraken de code van de geocache uit, en kregen prompt het voordeeltarief van 1.10 euro :-p. En toen begonnen we aan de beklimming. Merel was doodsbang – ze heeft het niet voor hoogten en nauwe ruimtes – maar klom dapper mee, verdieping na verdieping, een smalle draaitrap op. We kwamen aan een eerste kamer, een tweede, een kerker, en kwamen uiteindelijk bij de grote klok, daarna de beiaard, daarna het klavier van diezelfde beiaard, en daarna – dat had ik nog nooit gezien! – de automatische trommel van de beiaard, een gigantisch ding.

Daar vonden we dan ook de cache: een doosje verscholen op een zolderingbalk, waaruit we een klein papiertje moesten halen. We konden nog hoger, maar dat zag Merel écht niet zitten, dus daalden we maar opnieuw af, meer dan 300 treden. Ik was bijzonder verbaasd dat ik daar geen enkele moeite mee had, ik heb zelfs niet staan zuchten. Go me!

Beneden gaven we het papiertje af aan de balie, en kregen we prompt een grote ijzeren kist met daarin een stempel en een logboek. Yay!

Ik had Merel eigenlijk nog een ijsje beloofd, maar er stond liefst 11 man voor ons te wachten, en we moesten Kobe ophalen.

Ik had een heerlijke voormiddag met mijn dochter. “Meisjesdagje” noemde zij dat. Yup.