Opname, jawel.

Deze voormiddag is ons pa blijkbaar zelf opgestaan, aangekleed en naar beneden gekomen. Hij zat te lezen toen ik thuis kwam, maar verklaarde zelf dat het helemaal nog niet lukte. En dat het misschien best was om toch naar het ziekenhuis te gaan, aangezien het de vorige keren wel na 24 uur was opgeklaard, en nu nog niet.

Na het middageten – dat mijn liefste al helemaal had klaargemaakt, we hoefden het maar op te warmen – zijn we dus naar spoed gegaan. Ik had meteen een gans blad afgeprint met al zijn gegevens op en het hele verhaal, compleet met twee foto’s, helaas van meer dan 24 uur na het accident. Op die manier hoefden we niet direct alles vijf keer herhalen en was er ook geen discussie of verkeerde notatie. Ze vonden het wel zo gemakkelijk.

De ongelofelijk sympathieke spoedarts – echt, zo maken ze er niet veel, wat een dame! – luisterde, las, trok bloed, en stuurde hem naar de hersenscan. Wat mij een half uurtje opleverde om even in de stralende zon wat nieuwe caches rond de Watersportbaan te zoeken, en meteen de broodnodige rust in mijn hoofd te krijgen.

Tsja, oordeelden ze, er zal inderdaad wel iets zijn, maar de hersenscan levert niet echt meteen iets op.
Tegen vijf uur werd hij dan naar een kamer op de afdeling neurologie gebracht, en we zullen dan later wel horen wat er aan de hand is. Feit is dat hij nog steeds gewoon omvalt, en dat hij dus hoegenaamd niet alleen kan blijven.

Bon ja, hij is nu tenminste veilig en in goede handen. Ik ben wel opgelucht, ja.

En intussen is Bart deze namiddag zijn moeder gaan installeren in een appartement in Triamant in Ronse, een verblijf waar ze de nodige zorg krijgt zonder dat het een ziekenhuis is.

En zo blijven we bezig…

Oogarts

Voila, eindelijk nog eens bij de oogarts geraakt. Ik had er een half jaar geleden eigenlijk ook moeten staan, maar ik ben dat eigenlijk feitelijk gewoon vierkant vergeten. Shit happens, zeker?

In elk geval zijn mijn ogen goedgekeurd: een druk van 14 in elk oog, een perfect gezichtsveld, en niks te merken aan de oogzenuw. Voorlopig is de glaucoom dan toch al 25 jaar onder controle.

IMG_1476

Verlengd

We hadden een afspraak met dr. Harth om 8.40 uur in het Jan Palfijn. Omdat ik de vorige keer zo veel last had gehad om te zitten, had de verpleegster voorgesteld om een vroege afspraak te maken, dan hoefden we niet zo lang te wachten. Juist ja.

Het was tien voor tien vooraleer we binnen konden, maar bon.

De dokter luisterde aandachtig, haalde er nog eens de foto’s bij, toonde nog wat extra details, en verzekerde me dat mijn ruggengraat niet verder zou glijden, maar dat er wellicht nog wel van die bijzonder pijnlijke episodes zouden komen. Hij vond het ook nog te vroeg om al een operatie te overwegen, zeker omdat er nog steeds progressie is, en schreef me meteen nog thuis tot eind januari.

Hmpf. Maar de film gisteren alleen al bewees overduidelijk dat het niet zou lukken om terug les te geven, het lukt gewoon nog echt niet.

Zucht.

Ik heb er nog steeds geen idee van of het ooit weer zal lukken. Bij momenten is het om moedeloos van te worden. Maar bon, de boer, hij ploegde voort, zeker?

Verlengd

Met een bang hartje, ik geef het toe, trok ik met Bart naar het ziekenhuis vandaag. Man, ik was blij dat Bart mee was, want we hebben liefst anderhalf uur moeten wachten. Ik heb gezeten, een tijdje gelegen op drie zetels naast elkaar, geijsbeerd, en vooral op mijn tanden gebeten. Anderhalf uur zonder deftig te liggen, dat was er los over. Zodra we binnen mochten in een behandelkamer, heb ik me dan ook neergelegd. Opluchting!

IMG_0536

De dokter zelf was bijzonder vriendelijk en mededeelzaam: hij haalde er de foto’s van de scan bij, en legde minutieus uit wat er precies aan de hand is. Blijkbaar mis ik een verbinding tussen de wervels achteraan, het aangeboren stuk, waardoor het meestal maar een kwestie van tijd is voor de zwaartekracht ervoor zorgt dat de wervels verschuiven. Die bewuste plek is (lumbaal5-sacraal1) is sowieso de plek die het meest gewicht te verduren krijgt, en de discus die er tussen zat, is al helemaal weggesleten. Ergo: kroniek van een aangekondigde verschuiving. Tsja.

spondylolisthesis

Op de scan is inderdaad, ter hoogte van de stippellijntjes, goed te zien dat de gewone vloeiende lijn van mijn ruggengraat verschoven is, en dat er ook geen plaats meer is voor een discus, maar dat het been op been is.

Aangezien een operatie om alles aan elkaar vast te zetten behoorlijk ingrijpend is, geen garantie op succes is én uiteraard ook risicovol, wordt er meestal een paar maand afgewacht om te zien of het zonder operatie ook niet leefbaar is. De literatuur spreekt van zes tot acht maanden, verklaarde hij. Dus ja, het advies was: afwachten en rusten, en herbekijken eind december. Hij schreef me dan meteen ook maar thuis tot aan de kerstvakantie.

Juist ja.

En toen werd het even hectisch, want het was net half vier, op school was alle elektriciteit uitgeschakeld omwille van werken, maar ik wilde nog snel verwittigen én ik wist dat mijn interimaris naar een andere school ging luisteren voor een nieuwe interim na de vakantie. Enfin, na veel heen-en-weergebel kreeg ik eindelijk het nieuws dat Sara na de vakantie gewoon mijn interim verder blijft opnemen. Oef, grote opluchting!

Daartussen kreeg ik nog telefoon van Kobe, van de lagere school en van Wolf, maar da’s dan weer een verhaal op zich.

Toch weer thuis, oef

Vannacht had ik eindelijk geslapen zonder pijnstilling, en de pijnstilling die ik eventueel nog krijg, is niet meer via baxter. Da’s al iets.
Na het ontbijt kwam een vriendelijke zorgkundige binnen, en toen ik vroeg of ik eventueel, met ondersteuning, kon douchen, zag ze dat meteen volledig zitten. Ze zette de douche klaar, bleef netjes in de buurt, en waste mijn benen, want bukken gaat uiteraard nog niet. Maar eindelijk had ik wel weer proper haar, en een douche is toch nog iets anders dan een wasbeurt in een bed. Oef.

Ik geef het wel toe: ik was stikkapot daarna, en lag eigenlijk bijna weer te zweten van de inspanning, maar bon, we zijn toch alweer zo ver. Ik heb dan maar meteen ook een losse broek aangetrokken, dat geeft ook al een ander gevoel dan een slaapkleedje.

Kort na de middag kwam dan de dokter nog eens langs. Intussen wisten we al dat zijn vier dochters nog les hadden gekregen van mij, en was hij lang niet meer zo afstandelijk als eerst. Oef. Bleek dat hij vond dat ik het niet slecht deed, en dat ik eigenlijk wel naar huis mocht morgen. Als ik wou, mocht ik gerust ook nog blijven tot maandag, daar had ik alle reden toe, maar aan de andere kant, als ik dacht dat ik thuis uit de voeten ging kunnen, mocht ik wel naar huis, mits de nodige aandacht en pijnstilling. In het weekend ging hij toch niet langskomen: hij was niet van dienst, en ging vrolijk naar zee in dat prachtige weer. Groot gelijk!

Bon, hij was nog niet goed en wel weg, of ik zat te denken: waarom wachten tot morgen? Mag ik dan vandaag niet naar huis? Ik rolde voorzichtig uit bed, en ging met mijn stok tot op de gang. Ik zag hem nog net lopen, en een verpleegster rende nog achter hem aan voor mij. En jawel, als ik het zag zitten, mocht ik zelfs vandaag nog naar huis. Alleen moest de kinesiste nog even met mij wat trappen doen, om zeker te zijn dat dat lukte.

Bart maakte een gaatje in zijn drukke agenda en kwam me halen. Ik geef het toe: het kwartier zitten in de auto deed me geen goed, maar mijn eigen huis met mijn eigen mensen, da’s toch wel beter, ja.

En nu rusten. Geloof me, ik ben zodanig bang van de pijn, dat ik echt niet de intentie heb om me veel te verroeren. Echt niet.

Nog een dagje ziekenhuis

Was het nu omdat het gisteren fout liep, dat ze vandaag meer meegaand waren? Geen idee, maar ik ben deze keer wel netjes gewassen door een vriendelijke doch kordate jongeman, en heb meteen ook een vers bed gekregen. Ik ben zelf tot aan de badkamer geraakt, heb zelf mijn bovenlichaam gewassen, en ik ben daar al trots op, kunt ge u voorstellen?

Ik zit diep, ik geef het toe. Komt dit ooit nog goed?

Ik ben namelijk met de kinesiste en mijn stok tot aan het eind van de gang geschuifeld en terug, en ik ben nat van het zweet en stikkapot, en de tranen staan in mijn ogen van de pijn en de inspanning. Stel u voor.

Gelukkig kwam Bart rond vier uur met de kinderen: Merel nestelde zich prompt bij mij in bed, en Kobe speelde op zijn iPad in de zetel naast me, met mijn hand in zijn hand, en zo hebben we tv gekeken, terwijl Bart met Wolf naar de kinesist ging. Ik heb hen gemist, en zij mij ook, zoveel is duidelijk. Het is niet alsof we de hele tijd hoefden te praten, gewoon samen zijn was meer dan voldoende, en heeft me deugd gedaan.

De dokter is daarna opnieuw langs geweest, en hopelijk mag ik zaterdag naar huis, op voorwaarde dat ik me bijzonder rustig hou. Hij heeft me sowieso thuis gezet tot aan de herfstvakantie, en dus kan ik een interimaris krijgen, waardoor ik ook niet geneigd zal zijn te snel opnieuw te beginnen werken. Rusten is zeer belangrijk nu, en ik geloof hem grif: ik heb niet de behoefte om te bewegen momenteel, en dat wil al wat zeggen.

Ik heb ook pas vanavond mijn computer voor het eerst ter hand genomen, ook al staat hij hier al een paar dagen: ik zag het gewoon niet zitten, en vier dagen zonder computer, dat is heel, heel uitzonderlijk. 107 niet-werkgerelateerde mails, ugh.