Mijn hoofd loopt om…

Om het maar eens met een mooie Hollandse uitdrukking te zeggen. Het zijn ook van die rare dagen: de examens zijn gedaan maar er moet nog vanalles gebeuren.

Deze morgen stond ik om kwart over negen per fiets in ‘t stad, meer bepaald met drie, vier, vijf en zes aan de Sphinx voor ‘A Star is Born’: niet bepaald het soort film dat ik thuis zou bekijken, maar ik was wel onder de indruk van zowel Lady Gaga – dju dat mens kan toch echt wel zingen! – als Bradley Cooper. Knappe vent, met een goeie stem. Uhhuh.

Daarna dweilde ik nog even door ‘t stad op zoek naar een leuke en betaalbare kersttrui, maar helaas. Ik vond wel nog een paar andere leuke dingetjes, en was tegen half twee thuis. De kinderen hadden tegen dan al gegeten, oef.

Na nog een hoop klassenraadwerk reden Merel en ik alweer richting ‘t stad, met de auto deze keer, voor haar blokfluitles. En daarna liepen we nog even samen naar de Korenmarkt, want ze had nog geen vieruurtje gehad. Het werden dus maar churros, en erg dat ik dat vond!

En na het eten ging ik nog even een kijkje nemen bij ons pa, maar die stelde dat prima. Nog steeds even duizelig, maar wel ferm content en op zijn gemak daar in ‘t ziekenhuis. Oef.

Geocachen in Sint-Amandsberg

Ook vandaag was het een veel te mooie herfstdag om binnen te blijven zitten. Kobe en Merel waren naar de scouts, Wolf ging een vriend bezoeken die net in het UZ een niertransplantatie heeft gehad, en ons pa en ik reden richting Sint-Amandsberg. Daar lagen twee caches die we de vorige keer niet gevonden hebben, en ik wilde nog een poging wagen. Daarnaast wilden we nog een paar andere zoeken, om te eindigen bij de Rondje Vlaanderen Destelbergen Daar hadden we eerder al gestaan, maar toen hadden we geen deftige magneet bij. Intussen was ik bijzonder blij dat ik al een magneet op een uitschuifbaar stokje had gevonden, waarmee we die cache dus konden ophalen.

Eerst ging het naar een parkje waar ik al voor de derde keer ging zoeken, en niet snap hoe ik die cache de vorige keren zo kon missen. Daarna ging het naar Campo Santo waar we meteen ook een wandelingetje maakten doorheen de kerk en het kerkhof. De cache hadden we deze keer wél bijna meteen in handen.

Daarna ging het verder via een klein parkje waar we niks vonden, nog eentje in een bos in een ander park, en toen gingen we met een groot hart die Rondje Vlaanderen Destelbergen ophalen. Hmpf. Tot bleek dat de magneet die ik er speciaal voor gekocht had, toch niet sterk genoeg was. Blah.

Maar we hadden er wel een fijne wandeling opzitten, en dat is vooral voor ons pa toch het doel, want hij wandelt veel te weinig. Week na week belooft hij me meer te wandelen, maar het komt er toch weer niet van. Tsja. Dan gaan we maar samen wandelen, toch?

Mini-stadswandelingetje

Eigenlijk genieten we er keer op keer van, Merel en ik, van die blokfluitles van haar. We sprongen rond vijf uur op de fiets – zij achterop bij mij – en reden gezwind naar de Poel. Dat fietstochtje alleen al is de max: we amuseren ons allebei, en roepen steevast “wheeeeeee” wanneer we de fietsbrug afrijden.

Een paar weken geleden waren we nog wat vroeger vertrokken om eerst iets te drinken in de Labath, vandaag zagen we dat niet zitten, maar na de les zijn we snel nog even tot aan bakkerij Himschoot gewandeld, waar we nog net binnen mochten want ze sluiten om zes uur. Een brood, maar vooral ook een dikke boule de Berlin rijker gingen we op het muurtje van de Graslei zitten. Want dat is wat je doet in Gent, toch?

Het was wel met de winterjas al aan, maar toch was ook het fietstochtje terug echt aangenaam. En de blokfluit? Dat gaat vooruit, zegt haar leraar. Ze oefent dan ook netjes alle dagen, zoals het hoort.

Meisjesweekend

Bart zit in New York, de jongens zitten op Roanoke, en dus hebben Merel en ik het kot voor ons alleen. Gisterenavond hadden we daar niks aan omdat we zo laat thuis waren van Geel, maar vandaag gingen we het onderste uit de kan halen, en dat hebben we dan ook maar gedaan ^^

Ze had eerst muziekles van negen tot elf in Evergem, en daarna zijn we gezellig op de markt gaan rondlopen om alle ingrediënten voor de lasagne morgen te verzamelen. Net geen negen euro voor een kleine pompoen, een zak wortels, drie paprika’s, een bak champignons, twee ajuinen en een pastinaak: geen geld! En vooral ook kraakvers.


Thuis propten we alles in de koelkast en stapten daarna samen de fiets op, gewapend met een rugzak en een fietsmandje, aangezien Merel achterop zit en mijn fietstassen dus niet bruikbaar zijn. Het was immens stralend weer, en we genoten intens van het fietstochtje.

Aan de Hema werd onze fiets netjes op de fietsenparkeerplaats gestald, en gingen we gezellig samen frietjes eten, zalig in de zon op het grote terras daarboven, onder begeleiding van de zoele klanken van een hakkebord.

Ik had intussen gemerkt dat mijn achterste fietsband niet echt hard meer stond, en dat mijn slot dreigde te blokkeren, dus we wandelden rustig naar de fietsherstelplaats onder de Stadshal voor een druppel olie en een zucht lucht, die ik beide met de glimlach en voor niets kreeg. Dik in orde!

We fietsten naar de Reep om de nieuwe waterloop te bezichtigen en meteen ook de cache aan de Scaldissluis te vervangen, en zagen ook voor het eerst effectief een kajak gebruik maken van de kajakglijbaan.

We fietsten fluks door naar de Hopper om nieuwe scoutstruien, en zaten nu al zo ver dat we maar gewoon doorfietsten naar het Citadelpark. Daar gingen we eerst even rondlopen in het S.M.A.K., maar stelden vast dat Raoul De Keyser ons ding niet is. Marcel Duchamp zagen we al beter zitten, eigenlijk. We zijn dan maar nog Pokémon gaan vangen in het park, en maakten er een zeer aangename wandeling van.

We hadden eigenlijk iets willen drinken in de kiosk daar in ‘t park, maar blijkbaar was dat maar tot eind september. Tsja, er zat dan maar niks anders op dan terug naar ‘t stad te fietsen en daar een ijsje te halen. Hoe jammer nou… Maar eerst fietsten we nog vrolijk door het Miljoenenkwartier om twee caches op te halen.t

We sloegen nog stapels pepernoten in in de Hema, een ongelofelijk schattige vleermuisdiadeem en nog wat extra Halloweengerief, en fietsten toen gewoon naar huis, om tegen half zes gewoon in de zetel te ploffen.

Om zes uur haalden we onszelf weer uit de zetel, sleepten ons naar de winkel, en sloegen vooral, naast sandwiches, ook hapjes in. Tegen zeven uur versierden we het huis, trok Merel haar vleermuisonesie aan, en nestelden we ons samen in de zetel met een zak monsterchips en een fijne heksenfilm.

Toen ik haar om negen uur in bed stak, kreeg ik een extra lange knuffel: “Dank je mama, voor zo’n geweldige dag!” En ik kon dat alleen maar beamen.