Oh Murphy…

Bart had het al een paar keer tegen me gezegd dat ik mazout moest bestellen. Goh, dacht ik, er is voorlopig nog genoeg, en ik had het een paar keer uitgesteld. Tot vorige week vrijdag: ik belde en bestelde meteen 2000 liter. Of het dringend was, vroeg de dame aan de lijn. Niet meteen, we hadden nog, maar ik wou het risico niet lopen. En woensdagvoormiddag was ik thuis, of ze dan konden leveren, dan kon ik meteen betalen. Dik in orde.

En toen sloeg Murphy toe, jawel. Want in de loop van de maandag begon het precies gelijk wat kouder te worden in huis. Om half zeven was het er nog 19°, en toen ik naar de ketel ging kijken, draaide die effectief niet meer. Argh! Effectief acuut zonder mazout gevallen! Gnn.

Bon, het was te laat om nu de mazoutcentrale nog te bereiken, en als ik de dinsdagochtend ging bellen, was hun planning al opgemaakt. Goh ja, en we konden het wel even redden met onze sublieme houtkachel. Een uur later was het al 20.5°, tegen half tien zaten we zelfs aan 22°.

Toen we dinsdag thuis kwamen van school, was het nog geen 18° binnen, maar Wolf haalde hout, en om zes uur zaten we alweer aan een comfortabele 21°. Die kachel van ons, da’s toch een stevig backupsysteem. Al is het wel wat vreemd om ook bij het opstaan de houtkachel aan te steken…

Soit, deze morgen tegen elf uur stond de man van Gabriëls hier, dezelfde leverancier als altijd. Hij belde aan met een grote glimlach, en vroeg meteen: “Awel, zijde weer zonder gevallen dan?” Toen ik hem schaapachtig uitlegde dat we effectief zonder zaten, begon hij smakelijk te lachen. Een kwartiertje pompen en een koffietje later (en helaas ook een rekening) was de tank weer gevuld, en tegen twee uur kon ik het systeem gelukkig probleemloos heropstarten. ’t Is toch net iets gemakkelijker, minder gezeul en minder vervuiling, zo’n centrale verwarming. En vooral: als ge vloerverwarming gewoon zijt, werd zelfs dat parket toch frisjes…

 

Geluk

Deze morgen werd ik overvallen door een intens gevoel van geluk, en tweette ik om een paar minuten over acht: “Wat zijn wij toch gelukzakken! Opstaan in een groot, lekker warm huis, hete douche, verse kleren en een stevig ontbijt. *kust pollekes*”.

Ik denk dat vaak, om eerlijk te zijn, en ik probeer mijn kinderen ook van die gedachte te doordringen. Dat ze dankbaar mogen zijn voor elk cadeautje, alle nieuwe kleren, elke fijne maaltijd. En dat wij chancards zijn omdat we, als de wasmachine kapot is, er ook gewoon meteen een nieuwe kunnen gaan kopen. Rijke mensen, dat zijn wij.

Op Facebook, waar ik het ook had gepost, kreeg ik er een paar cynische reacties op. En ja, mijn besef vandaag was deels getriggerd door het feit dat ons huis gisteren behoorlijk koud was bij het opstaan. We waren maandagavond namelijk zonder mazout gevallen, en ik had het pas gemerkt toen het eigenlijk behoorlijk fris begon te worden zo ’s avonds. Maar bon, een goed dekentje verhielp dat wel. Gisteren heb ik dan rond half acht ’s morgens naar de leverancier gebeld, en eigenlijk was die volgeboekt deze week, maar bon, we zijn al jaren klant, en dus gingen ze na één uur ’s middags toch nog komen leveren. Ik was wel gaan eten met mijn vriendinnen, maar Wolf ging eten met zijn papa, en vanaf een uur of een weer thuis zijn om te studeren. Ik had de bankkaart en instructies achtergelaten, en toen ik rond vier uur thuis kwam, was de tank weer netjes vol, had het vuil ook alweer kunnen bezinken, en kon ik een poging doen om de ketel opnieuw op te starten. Ik was er niet gerust in: als het systeem water had opgezogen, was ik eraan voor de moeite. Maar lo and behold, de vlam sloeg in de pan, en alles ging weer aan het broebelen. Het nadeel van vloerverwarming is dan weer dat het systeem heel traag opwarmt, dus heb ik uiteindelijk toch maar de haard aangestoken, kwestie van toch niet te zitten kleumen bij het verbeteren.

Maar het maakt een mens inderdaad wel nederig.